Urukperiode

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Man met baard, Urukperiode
Het Louvre

De Urukperiode (ca. 3900/3700 - 3100/2900 v.Chr.) beschrijft de vroeg-Sumerische fase in de geschiedenis van Mesopotamië die volgde op de Obeidcultuur. Uit archeologisch onderzoek is gebleken dat Uruk tijdens deze periode het culturele centrum van de regio was.

Periodisering[bewerken]

De Urukperiode wordt gewoonlijk in een vroege, midden en late Urukperiode onderverdeeld.

  • Vroeg Uruk – 4100-3800 v.Chr.
  • Midden Uruk – 3800-3300 v.Chr.
  • Laat Uruk – 3300-3000 v.Chr.

De chronologie van de laatste periode is vooral een probleem: het blijkt erg moeilijk te zijn de verschillende archeologische vindplaatsen te synchroniseren.

De Urukperiode is recentelijk opnieuw onderverdeeld in een nieuwe chronologie die tot doel had eerdere meer regio specifieke chronologieën samen te voegen. Zij wordt vernoemd naar het Late Chalcolithicum (LC in het kort) en de nieuwe chronologie is als volgt;

  • LC1 – (ca. 4400-4200 v.Chr.) Wat men ook nog wel "Terminal Ubaid" noemt.
  • LC2 – (ca. 4200-3900 v.Chr.) Vroeg Uruk.
  • LC3 – (ca. 3900-3600 v.Chr.) Vroeg Midden Uruk.
  • LC4 – (ca. 3600-3400 v.Chr.) Laat Midden Uruk.
  • LC5 – (ca. 3400-3000 v.Chr.) Laat Uruk.

De ontwikkeling van de cultuur tijdens de hele periode is overigens nog onderwerp van debat. Maar heel in het algemeen is er toch wel iets over te zeggen. In de eerste periode zien we de ontwikkeling van grote stedelijke centra in Neder-Mesopotamië, en het begin van expansie naar aangrenzende gebieden. Tijdens de tweede periode treedt er een consolidatie op van het systeem; steden verschijnen, evenals de staat en een administratie- en boekhoudsysteem waaruit het schrift zich ontwikkelt, en in de laatste periode wordt het schrift volwassen. In de laatste fase worden de regionale verschillen weer groter.

Keramiek en beeldhouwwerk[bewerken]

Na de uitvinding van het pottenbakkerswiel werd onversierd keramiek een massaproduct. De zogenaamde bevelled-rims bowls worden overal in de invloedssfeer van Uruk aangetroffen. Er is nog onenigheid over waar dit typische en erg eenvoudige aardewerk voor gebruikt werd. Er werd echter ook aardewerk van betere kwaliteit vervaardigd; er waren ware kunstwerken bij, zoals de 'Vaas van Uruk', een vaas van albast die nu in het museum voor oudheden van Bagdad staat.

Een van de oudste beeldhouwwerken is een indrukwekkende witmarmeren godinnenhoofd uit Uruk, eveneens te bezichtigen in het Irakmuseum in Bagdad en daterend uit ca. 3500-3000 v.Chr. en gevonden in de Inannatempel. Het bevat ook goud en lapis lazuli, bijeengehouden door bitumen. De beeldhouwkunst blijkt verder uit votiefbeeldjes uit talloze heiligdommen.

Economie[bewerken]

Stempelzegel uit de Urukperiode
Het Louvre

Het belangrijkste middel van bestaan was de landbouw. De inzet van de voorloper van de ploeg maakte de landbouw nog productiever. Er werden schapen gehouden voor vlees en wol. In de administratieve teksten wordt vaak de aan- of verkoop van dieren vermeld en het werk van ambachtslieden. Er is zelfs een woordenlijst gevonden met een opsomming van de belangrijkste beroepen van die tijd. In deze periode nam de handel met verre streken een hoge vlucht. Bepaalde vindplaatsen, zoals Habuba Kabira, Djebel Aruda en Godin Tepe, waren waarschijnlijk handelscentra die door de kooplieden uit Uruk en andere streken bezocht werden. Er wordt vanwege de vele vondsten van door Uruk geïnspireerde of uit Uruk afkomstige voorwerpen in nederzettingen die handelsroutes moesten beschermen wel van een kolonisatie door Uruk gesproken. Uruk was nadrukkelijk aanwezig in Susa en in Syrië en Anatolië.

Door de groeiende handel met het Middellandse Zeegebied, de Levant, Klein-Azië en het gebied langs de Perzische Golf en de daardoor noodzakelijk geworden documentatie- en administratie ontstond via op kleitabletten afgedrukte rolzegels het schrift.


Literatuur[bewerken]

  • G. Algaze, The Uruk World System : The Dynamics of Early Mesopotamian Civilization, Chicago, 1993
  • Reinhard Bernbeck, Die Auflösung der häuslichen Produktionsweise: das Beispiel Mesopotamiens. Berliner Beiträge zum Vorderen Orient 14 (Berlin, D. Reimer 1994).
  • P. Butterlin, Les temps proto-urbains de Mésopotamie : Contacts et acculturation à l'époque d'Uruk au Moyen-Orient , Paris, 2003.
  • A. Caubet en P. Pouyssegur : Der alte Orient – von 12.000 bis 300 v. Christus. Komet Verlagsgesellschaft, Frechen (ohne Jahr, französische Originalausgabe 2001). ISBN 3-89836-192-6
  • B. Hrouda: Mesopotamien – Die antiken Kulturen zwischen Euphrat und Tigris. C. H. Beck, München 1997, 4. Auflage 2005. ISBN 3-406-46530-7
  • M. S. Rothman (dir.), Uruk Mesopotamia and its neighbours : cross-cultural interactions in the era of state formation, Santa Fe, 2001
  • G. J. Selz : Sumerer und Akkader – Geschichte, Gesellschaft, Kultur. C.H. Beck, München 2005. ISBN 3-406-50874-X