Vermiljoen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het mineraal cinnaber, een bron van vermiljoen
Vermiljoen.png

Vermiljoen is een rood-oranjeachtig pigment. Het bestaat uit kwik(II)sulfide en wordt in de natuur gevonden als het mineraal cinnaber. Dat is tevens een van de vormen waarin kwikerts wordt gevonden. De kleur van de rode baan van de Nederlandse vlag wordt aangeduid met helder vermiljoen.

De naam vermiljoen komt uit het Latijn voor vermiculus, wat kleine worm betekent. Zie cochenille, ook een rode kleurstof die echter uit kleine insecten (schildluizen) gemaakt wordt. Het eerst werd vermiljoen beschreven door Theophrastus in 315 voor Chr. Hij gebruikte daarbij het woord cinnaber.

Bronnen van cinnaber zijn zeldzaam en daarom was vermiljoen oorspronkelijk buitensporig kostbaar. In het Romeinse Rijk was de verkoop een keizerlijk recht. In de Middeleeuwen was vermiljoen net zo duur als vergulden. Ook nu is echte Chinese vermiljoenolieverf nog zeer kostbaar. Een tube van 225 ml kan £200 kosten (US $300).

Sinds de achtste eeuw kan vermiljoen synthetisch worden aangemaakt. Tegenwoordig zijn verschillende manieren bekend om het kwiksulfide te synthetiseren. Het kan zowel in water- als in olieachtige schilderstechnieken gebruikt worden.

Het pigment werd ook gebruikt in drukinkt, om als contrast te dienen ten opzichte van de verder in zwart gedrukte tekst. Christoffel Plantijn, vanaf midden zestiende eeuw drukker in Antwerpen, voerde vermiljoen in vanuit de kwikmijnen in Spanje en besteedde daar een voor die tijd behoorlijke som geld aan. [1] Drukinkt was tot ver in de negentiende eeuw niet veel meer dan gekookte lijnolie-vernis, vermengd met pigment. Vermiljoen-inkt moest telkens vers gemaakt worden, aangezien het mineraal de droging van lijnolie-vernis aanzienlijk versnelt.

Nadeel is dat de lichtechtheid van vermiljoen zeer slecht is. Onder de invloed van licht kan vermiljoen overgaan in een zwart product, een stabielere, zwarte kwiksulfidemodificatie. Als er bovendien een overmaat aan chloride aanwezig is, verkleurt het zwarte product weer tot een wit. Dat heeft tot gevolg dat er op oude schilderijen een grijze waas, of stipjes zwart over het vermiljoen heen komt. Verder zijn er problemen bekend bij het combineren van vermiljoen met andere pigmenten. Wordt het zwavelhoudende vermiljoen vermengd met loodwit dan vervalt het loodwit tot een grauwe kleur. Ook is het niet met ultramarijn te mengen.

Een pot vermiljoen, Historische collectie van verfstoffen, Technische Universiteit Dresden

Tegenwoordig wordt het historisch belangrijke pigment zo goed als nooit meer gebruikt in de schilderkunst. Sinds de negentiende eeuw is vermiljoen vervangen door een variant van cadmiumrood, dat zeer lichtecht is en te vermengen met alle pigmenten.

Omdat vermiljoen niet in het maagzuur oplost, wordt het niet door het lichaam opgenomen. Er is dus geen gevaar voor vergiftiging door het rode pigment.

Vermiljoenstokerijen in Nederland[bewerken]

Vermiljoen werd in potten gestookt uit een mengsel van zwavel en kwikzilver. Het laatste werd ingevoerd vanuit de kwikmijnen van Almadén in Spanje en Idrija in het Habsburgse Rijk. Omstreeks 1650 was Amsterdam één van de factoors (agenten) die het Habsburgse kwik op de markt brachten. In deze stad werden ook veel kwikzouten en vermiljoen geproduceerd. De Hollanders hadden echter een voordeel: Zij konden vermiljoenpotten maken van hoge kwaliteit. Vanaf 1786 kwamen vermiljoenfabrieken in Idrija in bedrijf en slonk de betekenis van de Nederlandse vermiljoenindustrie.

Zo stond in 1791 de extraordinaire en alom bekende vermiljoen- en mercurialienstookery, genaamd Werkhoven, gelegen te Amsterdam aan het Kuiperspad, te koop.

In 1915 worden nog twee Nederlandse bedrijven gemeld die ook vermiljoen produceerden: Avis in Westzaan en Vettewinkel in Amsterdam. Niet duidelijk is of deze het fabriceerden dan wel enkel leverden.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. The Golden Passes, Leon Voet, 1972, Van Gendt, Amsterdam, vol 2: pag. 47-50