Abolitionisme (slavernij)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een neger, levend aan zijn ribben opgehangen, door Cristoforo dall'Acqua in Viaggio al Surinam, 1818. Vertaling van Narrative of a five years' expedition against the revolted Negroes of Surinam van John Gabriël Stedman uit 1796. Het boek - vooral door de illustraties aangrijpend - was belangrijk in de vroege fase van het abolitionisme.

Abolitionisme is sinds 1787 de term voor het streven naar afschaffing van de slavernij. Koning Willem I volgde het Wener Congres en verbood de slavenhandel (1815). de slavernij werd in 1859 voor de Oost-Indische, en in 1863 voor de West-Indische koloniale bezittingen opgeheven.[1]

Haïti[bewerken]

Bij de Haïtiaanse Revolutie (1791-1804), waarbij de zwarte slaven van Haïti hun onafhankelijkheid op Frankrijk bevochten, werd in Haïti als eerste land ter wereld de slavernij volledig afgeschaft.

Britse Rijk[bewerken]

Een brief aan Lord Grenville uit 1807 over de slavenhandel.

Alhoewel slavernij niet veel voorkwam in Engeland, en nog minder in andere delen van het Verenigd Koninkrijk, was het in de Engelse kolonies algemeen voorkomend.

In 1772 komt er een zaak voor het gerecht in Engeland over een weggelopen slaaf. De naam van de man was James Somerset en de eigenaar, Charles Stewart probeerde hem naar Jamaica terug te verschepen. De rechter van dienst was Lord Chief Justice William Murray, Lord Mansfield. Hij baseerde zijn oordeel op de Magna Carta en de Habeas Corpus Act. Op 22 juni 1772 oordeelde hij dat: "Gelijk welke ongemakken mogen volgen van een besluit, ik kan niet besluiten dat dit toegestaan is, en de zwarte moet daarom vrijuit gaan". Hierdoor werd duidelijk dat slavernij op gespannen voet met het Engelse recht was komen te staan. Het vonnis betekende echter nog niet het einde van slavernij in Engeland, het maakte het vanaf dat moment echter wel illegaal om slaven tegen hun wil uit Engeland te verwijderen.

Een gelijkwaardige zaak, van Joseph Knight, vond vijf jaar later plaats in Schotland en maakte slavernij illegaal onder het Schotse recht. Desondanks waren er tot 1799 nog autochtone Schotse mijnwerkers die als slaaf geboren waren en in de mijnen tewerkgesteld werden. Deze categorie slaven emancipeerde dus pas 22 jaar na de Knight-zaak.

In 1783 ontstond er een anti-slavernij beweging onder het Britse publiek. In dat jaar vormde een groep Engelse Quakers de eerste abolitionistische organisatie. De Quakers bleven van het grootste belang gedurende de hele geschiedenis van de beweging. Op 17 juni 1783 werd het onderwerp formeel voor de regering gebracht door Cycil Wray in de vorm van een Quaker petitie voor het parlement. In datzelfde jaar 1783 deed Dr Beilby Porteus een oproep aan de Kerk van Engeland om zich niet in te laten met slavenhandel en te ijveren voor de verbetering van de toestand van de Afro-Caraïbische slaven. Afrikanen speelden zelf ook een rol in de afschaffing van de slavernij. Zo is er bijvoorbeeld in Groot-Brittannië Olaudah Equiano, wiens autobiografie negen herdrukken kende tijdens zijn leven. Zijn echte naam was Gustavus Vassa en zijn boek verscheen in 1787 onder de titel The Interesting Narrative of the Life of Olaudah Equiano, Or Gustavus Vassa, The African. Hij voerde onverminderd campagne tegen de slavernij net als Frederick Douglass, die als ontsnapte slaaf een belangrijk redenaar en politicus werd.

In mei 1787 werd het comité voor de abolitie van de slavenhandel gevormd. Granville Sharp en Thomas Clarkson waren twee van de twaalf comitéleden die merendeels uit Quakers bestond. Clarkson was vooral betrokken bij het verzamelen van informatie over de slavenhandel ten behoeve van het comité. Quakers konden in die tijd echter geen parlementslid worden en dus overtuigden ze William Wilberforce om als spreekbuis te dienen in het parlement.

Titelpagina van de eerste druk van De hut van Oom Tom uit 1852
Titelpagina van een boek van Abbé Grégoire over Negro literatuur.

Een netwerk van lokale abolitionistische groepen werd opgericht. Ze voerden campagne door middel van publieke bijeenkomsten, pamfletten en petities. De beweging had de steun van Quakers, Baptisten en Methodisten en ze probeerden ook het industrieel proletariaat mee te krijgen. Zelfs vrouwen en kinderen, voorheen een niet politieke groep, raakten betrokken. Sierra Leone werd een kolonie voor Britse ex-slaven in Afrika dankzij de Quakers.

Op 25 maart 1807 nam het Britse parlement onder leiding van Lord Grenville de Abolition of the Slave Trade Act aan. In een van de bepalingen werd een boete van 100 pond opgelegd voor elke slaaf die op een Brits schip gevonden werd. De bedoeling was de Transatlantische slavenhandel af te schaffen, niet de slavernij of de handel in slaven tussen de koloniën of plantage-eigenaren. De Verenigde Staten werkte mee aan de nieuwe wet.

In 1820 werd de abolitionistische beweging opnieuw actief en voerde campagne tegen slavernij. In 1823 werd de Anti-Slavery Society opgericht. In 1827 verordende Groot-Brittannië dat slavenhandel een vorm van piraterij was waarop de doodstraf kwam te staan.[bron?] In 1833 werd slavernij verboden in de Britse kolonies bij de Slavery Abolition Act. Om de eigenaren in Engeland en de plantagehouders in de Caraïben schadeloos te stellen werd 20 miljoen pond als compensatie uitbetaald.

Verenigde Staten[bewerken]

Het abolitionisme ontstond in de vroege negentiende eeuw. Steeds meer mensen in de noordelijke staten van Amerika stelden dat de slaven die er werkten, zonder compensatie voor slaveneigenaars onmiddellijk zouden moeten worden bevrijd. John Brown, Frederick W. Douglass, William Lloyd Garrison, Sojourner Truth en Harriet Tubman waren bekende abolitionisten. De Act Prohibiting Importation of Slaves verbood sinds 1808 de invoer van nieuwe slaven uit Afrika. Verkoop van binnen de VS geboren slaven was nog wel mogelijk.

De roman Uncle Tom's cabin van Harriet Beecher Stowe uit 1852 heeft de stroming een brede basis bezorgd in het bewustzijn van de bevolking van de noordelijke staten.

Abolitionisme was een van de factoren die tot de Amerikaanse Burgeroorlog leidde.

Frankrijk[bewerken]

De Société des amis des Noirs ontstond vlak voor de Franse Revolutie op 19 februari 1788. Ze had als doel had de onmiddellijke afschaffing van de slavernij en werd geleid door Jacques Pierre Brissot en Étienne Clavière. De Société zag de afschaffing van de slavernij als onmiddellijk doel (programma van Markies de Condorcet) ondanks de oproepen van Thomas Clarkson (een vooraanstaand Brits abolitionist) om enkel tegen de slavenhandel te ageren. Eén van de belangrijke Franse abolitionisten uit die tijd was Abbé Grégoire ofte Henri Grégoire.

Op 4 februari 1794, tijdens het Schrikbewind van Robespierre bekrachtigde de Nationale Conventie het voorstel van Léger-Félicité Sonthonax om slavernij af te schaffen. In 1802 werd de slavernij hersteld onder keizer Napoleon I. Bij het Verdrag van Parijs (1815) werd koning Lodewijk XVIII onder druk gezet [bron?] om de slavenhandel ter stond af te schaffen. In 1848 werd ze definitief afgeschaft in Frankrijk en in de Franse kolonies.

Mexico[bewerken]

De onafhankelijkheidsstrijders Miguel Hidalgo en José María Morelos riepen bij het verklaren van de opstand tegen het Spaanse gezag op tot het afschaffen van de slavernij. Bij het Plan van Iguala van 1820, dat de basis vormde van de Mexicaanse onafhankelijkheid, werd voorgenomen de slavernij af te schaffen. Desalniettemin werd slavernij pas wettelijk verboden volgens de eerste grondwet in 1824. De laatste slaven werden in 1829 bevrijd. Veel landeigenaren in Texas protesteerden echter tegen het vrijlaten van de slaven, wat een van de redenen vormde voor de Texaanse afscheiding van Mexico in 1835.

Rusland[bewerken]

De emancipatie van de horigen in particuliere eigendom is op 3 maart 1861 (N.S.) bekrachtigd door Tsaar Alexander II. De horigen in handen van de staat kregen pas vijf jaar later hun rechten.

Brazilië[bewerken]

In 1888 werd de Lei de Aurea ondertekend door Prinses Isabella, oudste dochter van Keizer Peter II en kroonprinses van het Braziliaanse Rijk. De Lei de Aurea hield in dat de slavernij ook in Brazilië werd afgeschaft. Brazilië was het laatste land van Zuid-Amerika dat de slavernij volledig afschafte.

Suriname en de Antillen[bewerken]

Eerste editie van de roman Oroonoko, 1688 van Aphra Behn

Al tegen het einde van de 18e eeuw gingen stemmen op die de uitwassen van het hardvochtige slavernijstelsel aanklaagden. Een van de eerste was Aphra Behn met haar roman Oroonoko over een Surinaamse slaaf uit 1688. Het debat over de afschaffing van de slavernij kwam echter maar zeer langzaam op gang, en werd eerst onder druk van Engeland enigszins bespoedigd. In 1807 deed Engeland een poging de slavernij ook in Suriname, toen het onderdeel van het Britse Rijk, af te schaffen, en in 1815 toen de kolonie terug werd gegeven aan het koninkrijk der Nederlanden, gaf de koning te kennen mee te werken aan het Verdrag van Parijs (1815) en het Wener Congres. Wat er daarna gebeurde is nog onduidelijk. Uiteindelijk verkregen de slaven in Suriname en op de Nederlandse Antillen pas op 1 juli 1863 de vrijheid. Daarbij werd wel gestipuleerd, dat zij eerst nog tien jaar als arbeiders op de plantages moesten blijven werken, om een leegloop van de plantages tegen te gaan. Op 5 juni 1873 legde in Suriname de eerste boot met Brits-Indische contractarbeiders uit India aan. Formeel was de afschaffing van de slavernij al tien jaar een feit, maar voor de Afro-Surinaamse plantagebevolking gloorde de echte vrijheid pas in 1873.

België[bewerken]

Titelpagina van het boek van Edmund Dene Morel over wantoestanden in Congo onder Leopold II.

Koning Leopold II van België was vooral bekend vanwege zijn 'privé'kolonie Congo-Vrijstaat, dat hij tot zijn privé-eigendom maakte in 1884. In 1908 werd Congo-Vrijstaat door de Belgische regering geannexeerd en Belgisch-Congo genoemd. De 20 jaar onder het schrikbewind van Leopold II worden gekenmerkt door slavernij, ontvoeringen, martelen, verkrachtingen, onthoofdingen, afhakken van handen. De schattingen over het aantal slachtoffers variëren aanzienlijk. De Britse diplomaat Roger Casement heeft het over 3 miljoen tijdens 12 van de 20 jaar. Peter Forbath noemt ten minste 5 miljoen; Adam Hochschild 10 miljoen en de Encyclopedia Britannica spreekt van een totale bevolkingsafname van 20 of 30 miljoen naar 8 miljoen. De Internationale Conferentie van Brussel veroordeelt in juli 1890 de slavernij en ligt (onder impuls van de koning) aan de basis van een campagne tegen de slavernij in Afrika. De reputatie van Leopold II en zijn overzeese onderneming worden 1904 in vraag gesteld als gevolg van uitspattingen van Europeanen in Afrika. De Britse journalist Edmund Dene Morel voert een campagne in de Britse pers tegen de wantoestanden in Congo onder Leopold II. Samen met de Britse consul in Congo Roger Casement slagen zij erin dat de Congolese vrijstaat uiteindelijk door het Belgisch parlement wordt overgenomen. De koning roept een internationale onderzoekscommissie in het leven die de verdiensten van het koninklijk beleid in Congo erkent, maar ook wijst op enkele wantoestanden en lacunes, die de koning dan probeerde te verhelpen.

Moderne slavernij[bewerken]

Hoewel slavernij officieel is afgeschaft, schat men dat er meer dan 100 miljoen mensen wereldwijd nog steeds in slavernij leven. Met slavernij wordt dan bedoeld vormen van `gedwongen werk' oftewel dwangarbeid. Hoewel in delen van Afrika en Azië nog slavernij en gedwongen werk (vooral als schuldaflossing van ouders) voorkomen, wordt de mensenhandel gezien als de grootste en snelstgroeiende bron voor gedwongen werk. Het zijn vooral kinderen en vrouwen in de ontwikkelingslanden, maar ook in Amerika en Europa, die het slachtoffer worden. De organisatie Anti-Slavery International strijdt tegen moderne vormen van slavernij.

Reparaties[bewerken]

Anno 2006 vecht de zwarte gemeenschap voor reparaties door middel van organisaties als N'COBRA (The National Coalition of Blacks for Reparations in America). De reparatiecampagne van de zwarte bevolking van de VS ontstond meer dan honderd jaar geleden toen miljoenen zwarte slaven bevrijd werden na de Amerikaanse Burgeroorlog. De Amerikaanse leiders vroegen zich af "Wat zullen we met de negers aanvangen?" de pas bevrijde Afrikanen schreeuwden onmiddellijk voor compensaties, terugbetaling van eeuwenlang gestolen salaris, culturele degradatie en onmenselijke behandelingen. Afrikaanse slaven vechten voor herstel sinds ze aankwamen in de Nieuwe Wereld.

Larry Neal heeft een schatting berekend voor de waarde in huidige dollars (1983) van slavenwerk, afgeperst door de blanken tussen 1620 en 1865; deze schatting ligt tussen 1 miljard en 97 miljard dollar.[2]

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties