Barbarijse zeerovers

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Gevecht tussen het Britse fregat HMS Mary Rose en zeven Algerijnse piraten in 1669

De Barbarijse zeerovers waren Noord-Afrikaanse zeerovers en stonden vooral in de zeventiende eeuw bekend als de schrik van de Middellandse Zee. Ze opereerden vanuit Tunis, Tripoli, Algiers, Salè en andere havens in Marokko. Hun belangrijkste doelwitten waren zowel de rijke koopvaardijschepen die de Middellandse Zee bevoeren alsook de Atlantische route naar Azië rond Kaap de Goede Hoop. Deze kapers waren al actief ten tijde van de kruisvaarders en hun acties werden pas effectief gestopt in de eerste helft van de negentiende eeuw.

Barbarije[bewerken]

Met de val van de laatste machtige Berberdynastieën van de Meriniden en Hafsiden ontstond chaos in Noord-Afrika: de daar gevestigde Berbergemeenschappen waren haast onafhankelijk van de centrale regering en de Arabische Banu Hilal-stammen konden vrij verwoestingen aanrichten en hun macht in snel tempo uitbreiden. Tegen het einde van de middeleeuwen hadden de sultans nauwelijks soevereiniteit en was er sprake van anarchie in de Maghreb. Deze ontwikkelingen zorgden voor een sterke stijging van piratenactiviteiten.

Ottomaanse zeerovers[bewerken]

Ottomaanse Turken, die vanaf de 16e eeuw voet aan grond kregen in de Maghreb gebruikten de Barbarijse kusten als uitvalsbasis voor hun roofactiviteiten. Naast materiële buit van overvallen schepen en kustdorpen was een belangrijk doel van de piraten om slaven te verkrijgen. Talrijke kustplaatsen in Spanje, Italië, Zuid-Frankrijk en op de eilanden in de Middellandse zee werden hiervoor eeuwenlang overvallen door de zeerovers. De schepen van de Ottomaanse zeerovers waren meestal galeien met slaven of gevangenen aan de roeiriemen.

Christenslaven[bewerken]

Zelfs op Ierse, Engelse en Nederlandse kusten werden mensen gegrepen en als slaaf meegenomen. De strooptochten reikten echter nog verder, van IJsland in het noorden tot de gehele Afrikaanse westkust. Zelfs stak men de Atlantische oceaan over voor tochten naar Amerika. Behalve talrijke koopvaardijschepen werden ook de Europese koloniën in dit gebied een prooi voor de zeerovers. Op de eilanden van de Caraïbische zee en aan de Noord- en Zuid-Amerikaanse kusten werd soms ook, net als gebruikelijk in de Middellandse Zee, een afgelegen dorp omsingeld en de bevolking gevangengenomen en tot slaaf gemaakt.

Vaak werden grote aantallen christenen bij deze acties gevangengenomen, die dan werden verkocht op Noord-Afrikaanse slavenmarkten. Zo bezat sultan Moulay Ismail een uitgebreid paleis met versterkte muren, dat vrijwel geheel door christenslaven was aangelegd. Ook westerse zeerovers verkochten gevangengenomen christenen vaak in de islamitische havens. Hoewel de Barbarijse slaven in de slavernijdiscussie nogal onderbelicht zijn gebleven, ging het bepaald niet om een marginaal verschijnsel. De historicus Robert C. Davis van Ohio State University schat hun aantal door de eeuwen heen op 1 à 1,25 miljoen.[1]

Een Barbaarse piraat.
(Pier Francesco Mola, 1650)

Omgekeerd werden ook moslimschepen door de christelijke naties gekaapt en werden gevangengenomen moslims tot slaaf gemaakt. In de middeleeuwen waren de moslimschepen het rijkst en het vaakst slachtoffer. De christelijke Maltezer kapers waren tot ver in de 18e eeuw de tegenvoeters van de Barbarijse zeerovers en handelden in moslimslaven.

Vrijbuiters[bewerken]

Soms ging het om echte kapers die dus legale activiteiten ontplooiden tegen vijandelijke schepen, soms om gewone zeerovers die om het even welk schip prijs poogden te maken, zelfs schepen van de eigen natie. Het onderscheid was niet altijd even duidelijk. Westerse landen probeerden de activiteit van de kapers af te kopen. In veel landen bestonden ook slavenkassen om christelijke krijgsgevangenen weer vrij te kopen. Het tegenovergestelde van een kaper was een vrijbuiter: die verkocht zijn "buit" op de vrije markten.

De bekendste zeerover was Khair ad Din, bijgenaamd "Barbarossa" (Roodbaard). Hij was van Turkse afkomst. Nadat hij meegeholpen had om Algiers te verdedigen tegen de Spanjaarden doodde hij de heerser, maakte van de stad een "vrijbuitersnest" en regeerde er als een regent voor de Ottomaanse sultan.

Europeanen en Barbarije[bewerken]

Tot aan het midden van de 16e eeuw waren de meeste piraten van islamitische origine. Na die tijd versterkten steeds meer Europeanen hun gelederen. Dit waren vaak renegaten, fortuinzoekers die zich vestigden aan de Barbarijse kust en overgingen tot het islamitische geloof. Een belangrijk gevolg was dat de Barbarijse zeerovers van deze Europeanen leerden hoe met oceaanvaardige zeilschepen om te gaan. Voorheen gebruikten ze meestal galeien met roeiers, goed genoeg voor op de Middellandse zee en voor de kustvaart van de oceaan maar niet erg geschikt om op de Atlantische oceaan te gebruiken. Toen ze de kneepjes van de oceaanvaart geleerd hadden breidde de zeeroverij vanaf de Barbarijse kust zich uit over de hele Atlantische Oceaan. Tientallen van deze piraten waren Nederlanders. Drie bekende voorbeelden zijn: Suleyman Reis "De Veenboer", die in 1617 admiraal van de Algerijnse kapersvloot werd, en zijn rechterhand Murad Reis, geboren Jan Janszoon van Haarlem. Beiden werkten voor de beruchte zeerover "Simon de Danser", die een paleis bezat. Ook Claes Compaen was een zeerover die in Marokko kwam. Tijdens de Tachtigjarige Oorlog ging de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden bondgenootschappen aan met Barbarijse zeerovers om afbreuk te doen aan Spanje en Portugal, beide koninkrijken onder Habsburgs bewind.

Maarten Harpertszoon Tromp was twee keer slachtoffer van de zeerovers: in 1609 als elfjarige was hij gevangene in Salé en in 1621 was hij een jaar gevangene van de Bey van Tunis.

Viceadmiraal Michiel de Ruyter voerde tussen 1661 en 1663 acties uit speciaal gericht tegen de Barbarijse zeerovers en dwong uiteindelijk een verdrag af. Dit soort verdragen werd echter meestal snel weer geschonden.

Bestrijding en einde van de Barbarijse zeerovers[bewerken]

Het bombardement op Algiers in 1816. (Thomas Luny)

De aanvallen op West-Europa gingen nog jaren door: de hele 17e en 18e eeuw waren Engelse, Nederlandse, Spaanse en Franse eskaders actief om het gevaar te bedwingen. Maar de piraten wisten handig gebruik te maken van de onderlinge rivaliteit van de westerse zeevaartnaties en wisten van het ene land bescherming en afkoopgeld te krijgen terwijl ze andere rustig konden overvallen. Geleidelijk aan werden echter steeds meer piratenschepen door Europese oorlogsschepen tot zinken gebracht en hun havens gebombardeerd. Vaak herstelden deze de schade weer en hervatten hun 'beroep'. Maar door de steeds frequentere marine-acties werden de zeerovers toch minder brutaal en verminderde het aantal Barbarijse overvallen geleidelijk aan. De net onafhankelijke Verenigde Staten voerden begin negentiende eeuw de Eerste en Tweede Barbarijse Oorlog tegen de piraten, en na de napoleontische oorlogen werd er definitief een einde gemaakt aan de activiteiten van de Barbarijse zeerovers. Door de besluiten van het Congres van Wenen had Groot-Brittannië er veel onderdanen bij gekregen in het Middellandse Zee gebied waardoor ze er veel belang bij had om de piraterij definitief de kop in te drukken. De Britse Royal Navy, bijgestaan door zes Nederlandse schepen, bombardeerde in 1816 Algiers. De haven van Algiers, dat een van de laatste grote piratennesten was, en de daarin aanwezige vloot van piratenschepen werd daarbij vernietigd. Kort daarna, in 1830, werd het gebied door Frankrijk bezet zodat de piraten geen kans meer hadden om hun praktijken te hervatten.

Barbarijse zeerovers in de literatuur[bewerken]

Barbarijse zeerovers spelen een rol in talloze beroemde romans, waaronder Robinson Crusoe door Daniel Defoe, De graaf van Monte-Cristo van Alexandre Dumas, De scheepsjongens van Bontekoe van Johan Fabricius, Paddeltje van Johan H. Been.

Miguel de Cervantes was ooit een gevangene in de bagnio van Algiers, beschreef die ervaring in enkele van zijn boeken, waaronder Don Quichote.

Literatuur[bewerken]

  • Korteweg, Joke E., 2006, Kaperbloed en koopmansgeest, Balans, Amsterdam, ISBN 90 5018 746 3
  • Clissold, Stephen, 1979, De Barbarijse Slaven, Fibula-Van Dishoeck, Haarlem, ISBN 90-228-3869-2
  • Johnson, Jane, 2008, "De legende van de Kapers", Sijthoff, Amsterdam, ISBN 97890 21800899
Bronnen, noten en/of referenties
  1. Davis, R. (2003), Christian Slaves, Muslim Masters: White Slavery in the Mediterranean, the Barbary Coast and Italy, 1500-1800, Palgrave, Macmillan.