Barbarije

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Barbarije op een kaart van Gerardus Mercator (1630)
Frans schip aangevallen door Barbarijse piraten.

Barbarije (Berbers: Tamazgha) was van de 16e tot in de 19e eeuw de benaming voor de kustgebieden van Noord-Afrika, en soms voor de hele Berberse wereld, inclusief de binnenlandse Berberse woestijnen. Het bestreek de huidige Berberse landen: Marokko, Algerije, Tunesië en Libië. De naam komt van het belangrijkste en oorspronkelijke volk dat er leefde en nog steeds er leeft, de Berbers. De langzame en gedeeltelijke arabisering van de Berberse wereld, qua taal, gekoppeld aan de geïmporteerde Arabische-nationalisme ideeën in de 19e en 20e eeuw, zorgde ervoor dat de term "Barbarije" niet meer werd gebruikt in Nederlandse literatuur over dat gebied.

Gedurende de 20e eeuw werd de Berberse identiteit van het gebied, in de Europese literatuur, vervangen door een Arabische identiteit. Dit allemaal was vaak een deel van een denkbeeldig Europees imago over Noord Afrika en het Berberse volk als een "verlenging van de Arabische wereld". Een concreet voorbeeld daarvan is het vervangen van de term "Barbarije" door de Arabische term "Maghreb". Maar sinds de jaren 1990 en begin van de 21e eeuw is de Berberse identiteit weer prominent geworden in het nieuws en in het cultuurleven in zowel Europa als in de Berberse landen. Berberse politieke activisten gebruiken uitsluitend het woord "Tamazgha" als equivalent voor de Nederlandse term "Barbarije", voor de Franse "Berbérie", of voor de Engelse "Barbary".

Barbarije, als historische term, is vaak direct gekoppeld aan de Berberse zeerovers en hun oorlogen tegen Europese zeemachten, en is vooral gekoppeld aan de bekende Eerste en Tweede Barbarijse oorlogen tegen de Verenigde Staten tussen 1801 en 1805, en in 1815.

Geschiedenis[bewerken]

Alhoewel Barbarije een taalkundige eenheid was, kende het in de oudheid zelden politieke eenheid. Het lukte alleen Massinissa om het gebied gedurende enkele decennia te verenigen. De invoering van de islam bleek echter een middel tot vereniging en zo konden de Almohaden de regio Barbarije grotendeels verenigen onder één politieke hoofdstad, Marrakesh. Na hen lukte het alleen nog de Hafsiden om het gebied als eenheid te besturen. Met de val van de laatste machtige Berberse dynastieën van de Meriniden en Hafsiden verviel het gebied tot chaos. De plaatselijke Berbergemeenschappen waren zo goed als onafhankelijk van de centrale regering, terwijl de Arabische Banu Hilal-stammen hun macht op gewelddadige wijze in snel tempo konden uitbreiden. Tegen het einde van de Middeleeuwen hadden de sultans nauwelijks soevereiniteit en was er sprake van anarchie in de Maghreb.

Berberse zeerovers[bewerken]

Berucht waren in Europa vooral de Barbarijse zeerovers, die de Middellandse Zee en delen van de Atlantische Oceaan tot aan IJsland toe onveilig maakten, evenals de slavenmarkten waar buitgemaakte Europese en Afrikaanse slaven werden verhandeld. Vanaf de 17e eeuw (volgens de overlevering al sinds de 14e eeuw, onder andere door de Gelderse hertog Willem van Gulik) werden er strafexpedities georganiseerd om de kapers in toom te houden. Een bekende kaperjager was Michiel Adriaenszoon de Ruyter. De Turkse zeerover Barbarossa Khair ad-Din Pasha, die vanuit Barbarije opereerde, zou later Grootadmiraal van het Ottomaanse Rijk worden. In de 18e eeuw werden veel Barbarijse kapersnesten na herhaalde en hevige gevechten vernietigd door Europese strafexpedities, maar nog tot ver in de 19e eeuw bleef er (soms ernstige) overlast van Barbarijse zeeroverij voor de handelsvaart.

Ottomanen en Berbers[bewerken]

Vanaf de 16e eeuw heerste het Turkse Ottomaanse Rijk, soms daadwerkelijk en soms nominaal of symbolisch, over veel noordelijke delen van Barbarije. Dit reguleerde de kaapvaart enigszins, maar verhoogde de spanning met Spanje dat uitbreidingsplannen had in Noord-Afrika. De Ottomanen bemoeide zich vaak met de interne zaken van Marokko. Het Marokkaanse Koninkrijk verplaatste haar hof van Fez naar Marakech om de Turkse druk te ontlopen.

De Ottomaanse heerschappij over Algerije, Tunesië, en Libië was beperkt tot de noordelijke vlaktes en kustgebieden. De Berbers in de bergen, hoge tafellanden, en woestijnen bleven grotendeels onafhankelijk.

Zie ook[bewerken]