De graaf van Monte-Cristo

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Graaf van Monte-Cristo
Oorspronkelijke titel Le Comte de Monte-Cristo
Auteur(s) Alexandre Dumas
Vertaler Paul Schultink
Land Frankrijk
Taal Frans
Reeks/serie Historische Roman
Uitgever Van Holkema & Warendorf, Bussum; Standaard Uitgeverij, Antwerpen
Pagina's 937
ISBN-code 9026978898
Portaal  Portaalicoon   Literatuur

De graaf van Monte-Cristo (originele Franse titel: Le Comte de Monte-Cristo) is een roman van Alexandre Dumas uit 1844. De roman vertelt het verhaal van Edmond Dantès die, nadat hij veertien jaar onschuldig zat opgesloten, een fortuin vindt op het eiland Montecristo en wraak neemt op degenen die hem hebben vastgezet.

Het verhaal is los gebaseerd op een waargebeurd verhaal over de Franse schoenmaker Pierre Picaud.

Samenvatting[bewerken]

Edmond Dantès is stuurman van de driemaster le Pharaon. Zijn kapitein is tijdens de reis overleden en Dantès heeft het gezag overgenomen. Hij heeft onderweg nog een opdracht van de kapitein uitgevoerd: hij heeft een pakje afgeleverd op Elba, het ballingsoord van Napoleon, en vandaar een brief mee teruggenomen.

Het geluk lacht Dantès van alle kanten toe. Hij is een kundig zeeman, hij is geliefd bij de matrozen en reder Pierre Morrel is tevreden over hem. Hoewel hij nog maar 19 jaar is, zal Morrel hem hoogstwaarschijnlijk tot kapitein benoemen. Bovendien heeft hij trouwplannen met de mooie en lieve Catalaanse Mercedes.

Het geluk van Dantès blijft echter niet onopgemerkt bij de jaloerse Fernando Mondego, die al jaren heimelijk verliefd is op Mercedes en haar het liefst voor zichzelf wil hebben. De boekhouder Danglars, die streeft naar macht en geld, is jaloers op het feit dat Dantès kapitein is geworden. Samen schrijven deze mannen, in het bijzijn van de dronken Gaspard Caderousse, de buurman van Dantès' vader, een beschuldiging waarin staat dat Dantès een aanhanger van de verdreven Napoleon is, zoals zal blijken uit een brief die hij bij zich draagt. De beschuldiging belandt bij de eerzuchtige procureur Gérard de Villefort. Deze laat Dantès arresteren. Hij vindt de brief: de geadresseerde is Noirtier, toevallig de vader van Villefort. De procureur opent de brief, waarin de terugkeer van Napoleon wordt aangekondigd. Villefort vreest rampzalige gevolgen voor zijn vader en zichzelf als de brief bekend wordt, maar hij hoopt anderzijds op een goede carrière als hij de koning tijdig van Napoleons plannen op de hoogte brengt. Hij vernietigt de brief en laat Dantès levenslang opsluiten op het eiland Château d'If.

In de gevangenis maakt Dantès kennis met de Italiaanse priester Abbé Faria, die ook onschuldig gevangen zit. Faria is een zeer intelligente en geleerde man. Uit de schaarse feiten concludeert hij waarom Dantès gevangen zit. Hij geeft Dantès les in veel wetenswaardigheden. Verder vertelt Faria zijn medegevangene dat hij, kort voor zijn gevangenneming, een document vond waarin staat dat er op het afgelegen eiland Montecristo een fabelachtige schat verborgen ligt. Die schat was ooit verborgen door de familie Spada. Die familie is inmiddels uitgestorven en de schat behoort aan de eerste die de schat opgraaft.

Faria overlijdt en Dantès weet, door een gewaagde ruil, na 14 jaar uit de gevangenis te ontsnappen. Hij gaat naar Montecristo. De aanwijzingen van Faria kloppen en hij vindt de schat. Hij is nu puissant rijk en kan zich alles veroorloven. Na 14 jaar herkent niemand hem meer (behalve Mercedes). Hij neemt een nieuwe identiteit aan - als graaf van Monte-Cristo - en gaat naar Parijs, op zoek naar de vier mannen die zijn toekomst verwoest hebben.

Caderousse is een kleine crimineel geworden. Villefort, Danglars en Fernando Mondego (die nu Morcerf heet) zijn rijk geworden en behoren tot de Parijse aristocratie. Fernando is getrouwd met Mercedes. Monte-Cristo sluit vriendschap met hen. Intussen oefent hij op subtiele wijze zijn wraak uit.

Het verhaal van Dumas bestaat uit zes afzonderlijke delen die in onderlinge samenhang dienen te worden gelezen. Elk deel verhaalt over een bepaalde periode uit het leven van Dantès. Rode draad door het verhaal is de gevangenneming op 19-jarige leeftijd op 28 februari 1815, de gevangenzetting, de ontsnapping op 25 februari 1829 en de wraakneming.

Het verhaal[bewerken]

Leeswaarschuwing: Onderstaande tekst bevat details over de inhoud en/of de afloop van het verhaal.

Valse beschuldiging[bewerken]

Edmond Dantès is een levenslustige, 19 jaar jonge stuurman op het schip le Pharaon. Na een lange reis komt hij op 24 februari 1815 aan te Marseille. Tijdens de reis is kapitein Leclère overleden en Edmond heeft het gezag overgenomen. Hij verheugt zich op het feit dat hij zijn vader en vrienden weer kan zien. Daarnaast verlangt hij naar het huwelijk met zijn verloofde, de Catalaanse schoonheid Mercedes. Reder Morrel is zeer tevreden over Dantès en overweegt hem tot kapitein te bevorderen.

Leclère stond bekend als een aanhanger van de verbannen Napoleon. Leclère heeft aan zijn sterfbed Dantès de opdracht gegeven een brief aan de voormalige maarschalk Bertrand te geven. Deze was met Napoleon verbannen naar Elba. Uit loyaliteit aan zijn kapitein wil Dantès gehoorzamen en tijdens de terugreis doet le Pharaon Elba aan. Dantès gaat aan wal en ontmoet Napoleon. Napoleon verzoekt Dantès een vertrouwelijke brief te bezorgen bij een man in Parijs.

Het geluk van Edmond leidt tot jaloezie bij zijn vrienden. De boekhouder van le Pharaon, Danglars, is zeer beledigd door de aanstaande promotie van Edmond; hij had zelf graag kapitein willen worden en tracht Edmond zwart te maken bij de reder Pierre Morrel. Het loon dat Edmond mee naar huis neemt, leidt weer tot jaloezie bij Caderousse, een verarmde kleermaker en de buurman van vader Dantès, hoewel Caderousse de jonge stuurman als zijn vriend beschouwt. Edmonds relatie en het voorgenomen huwelijk leidt tot jaloezie bij Fernando Mondego, de volle neef van Mercedes. Fernando is zelf smoorverliefd op Mercedes maar Mercedes heeft haar hart aan Edmond gegeven. Danglars schrijft, in het bijzijn van Fernando en de dronken Caderousse, een anonieme brief naar de substituut-procureur des Konings, De Villefort. In de brief wordt Dantès beticht een verrader te zijn. De brief wordt weggegooid, maar als de mannen vertrekken raapt Fernando de brief op, kennelijk om hem naar De Villefort te brengen - en de twee anderen grijpen niet in.

Château d’If, op een eiland voor de kust van Marseille

Het is 1 maart 1815. De Villefort laat Dantès op zijn huwelijksdag arresteren, dezelfde dag waarop De Villefort met Renée de Saint-Méran in ondertrouw gaat. De belastende brief komt boven water. Het blijkt een brief te zijn van Napoleon aan een zekere Noirtier, met het verzoek voorbereidingen te treffen voor de terugkeer van Napoleon. Noirtier is toevallig de vader van De Villefort en deze realiseert zich dat het rampzalig zou zijn voor hem en zijn vader als de inhoud van de brief bekend wordt. Hij besluit de koning te waarschuwen voor de plannen van de voormalige keizer en daarmee zijn eigen carrière veilig te stellen. Omdat De Villefort vreest dat Dantès op de hoogte is van de inhoud van de brief, laat hij hem levenslang opsluiten in Château d’If.

Ontsnapping[bewerken]

De cel van Edmond Dantès in Château d'If

Heel typerend is de karakterverandering die Edmond Dantès doormaakt; aan het begin van het verhaal is hij een vriendelijke, vrolijke en levenslustige jongeman, tijdens zijn gevangenschap verandert hij in een zwartgallige, cynische en in feite uiterst boosaardige, op wraak beluste persoon. Na jaren van eenzame opsluiting heeft hij eerst alle hoop verloren. Hij tracht zelfmoord te plegen door te stoppen met eten. Dit proces wordt gestopt op het moment dat hij iemand hoort graven. Dantès begint op zijn beurt te graven en komt zo in contact met een andere gevangene, abbé Faria. Abbé Faria heeft in de verkeerde richting gegraven en is in plaats van de kust, in de cel van Dantès beland. Al spoedig worden de twee vrienden.

Faria is reeds op leeftijd en blijkt een briljant persoon te zijn. Edmond vertelt over de omstandigheden rondom zijn gevangenneming en Faria begrijpt wat er aan de hand was, de werkelijke reden waarom De Villefort hem zonder opgave van reden heeft opgesloten. Dantès verneemt van Faria dat de brief geadresseerd was aan de vader van De Villefort; Noirtier heet voluit Noirtier De Villefort en hij was een overtuigd Bonapartist. Met andere woorden; het bekend worden van de brief zou De Villefort zijn baan kunnen kosten. Dit kwam doordat er in Frankrijk recent een machtswisseling heeft plaatsgevonden. Lodewijk XVIII is thans aan de macht en De Villefort wenst zich af te keren van het verleden en zijn Bonapartistische vader. De Villefort verbrandt de brief vervolgens om er zeker van te zijn dat niets hem in zijn carrière zou kunnen schaden. Hoewel De Villefort geen onschuldige mensen wenst op te sluiten, koos hij toch voor zijn carrière en liet hij Dantès levenslang opsluiten in Château D’If. Dantès zweert vervolgens wraak te nemen.

Edmond wordt door Faria onderwezen op alle denkbare gebieden, waaronder vreemde talen, geschiedenis, economie, filosofie en wiskunde. Ook leert Dantès de vigerende etiquette, zelfvertrouwen te krijgen en leert zich te ontwikkelen.

Besloten wordt de tunnel af te maken, maar Faria heeft niet lang meer te leven. Hij krijgt een ernstige toeval en weet dat zijn einde met rasse schreden nadert. Faria vertrouwt Dantès vervolgens een groot geheim toe. Er moet zich op het eiland Montecristo een onmetelijk grote schat bevinden. Faria is dit te weten gekomen doordat hij, kort voordat hij gevangengenomen werd, in de nalatenschap van Graaf Spada, waarvan Faria de persoonlijke secretaris was, een 300 jaar oud document vond waarin de bergplaats van de schat werd beschreven. De familie Spada is nu uitgestorven, er zijn geen erfgenamen, en de schat behoort aan de vinder.

Als Faria overlijdt, ziet Dantès een kans om te vluchten. Hij sleept het lichaam van Faria naar zijn eigen cel en gaat zelf naakt in de lijkzak liggen. Dantès wordt in zee gegooid met een kanonskogel aan zijn voeten. Hij weet de kogel van zich af te werpen. Hij kan uitstekend zwemmen. Hij ziet een schip zijn richting uit varen. Het is de Jeune-Amélie. Hij weet de aandacht van het schip te trekken en wordt aan boord geholpen. Dantès doet zich voor als enige overlevende van een schip dat die nacht in een storm is vergaan.

De schat[bewerken]

Het eiland Montecristo, waar Edmond Dantès de schat vindt.

Eenmaal aan boord heeft Dantès snel in de gaten dat hij op een schip van smokkelaars is. Dantès is een uitstekende zeeman en wint snel het vertrouwen van de bemanning en de kapitein. Hij wil nu naar het eiland Montecristo om de schat te zoeken, maar zonder dat de anderen er iets van merken. Na een paar maanden ziet hij zijn kans schoon: de Jeune-Amélie maakt een afspraak met een ander smokkelschip om op het verlaten eilandje contrabande uit te wisselen. Tijdens het verblijf op het eiland valt Dantès van een rots en breekt hij een been. Hij kan in deze toestand niet vervoerd worden. Zijn vrienden laten proviand en gereedschap bij hem achter en beloven hem over een week, als zijn been genezen is, weer op te halen. Als de schepen vertrokken zijn is Dantès als bij toverslag genezen. Hij heeft nu alle tijd om ongestoord de schat te zoeken. Hij vindt de schat en steekt een handvol edelstenen bij zich. Na een week komt de Jeune-Amélie hem weer ophalen. Ze varen naar Livorno. Dantès neemt afscheid van de smokkelaars, gaat naar Genua en koopt er een jacht waarmee hij solo naar Montecristo kan varen om ongezien de rest van de schat op te halen. Hij blijft echter contact houden met een van de smokkelaars, de Corsicaan Jacopo.

Het jarenlange lijden heeft Edmond veranderd. De lessen van Faria hebben van hem een intellectueel gemaakt terwijl hij uiterlijk niet meer door zijn voormalige vrienden wordt herkend. De belangrijkste verandering betreft zijn psyche; het verraad door de mensen die hij vertrouwde heeft zijn edele karakter doen veranderen in een cynische.

De redding van Morrel[bewerken]

Dantès gaat naar Marseille. Niemand herkent hem na 14 jaar nog. Zijn vader is overleden, Mercedes is verdwenen en Morrel staat financieel aan de afgrond. Dantès hoort dat Caderousse nu een herberg heeft in de buurt van Beaucaire. Hij vermomt zich als priester genaamd abbé Busoni en gaat naar Caderousse. Busoni vertelt dat hij in de gevangenis bij het sterfbed van Edmond Dantès stond. Dantès had een diamant gekregen van een andere gevangene en zijn laatste wens was dat die diamant verdeeld zou worden onder zijn vrienden: zijn vader (die echter overleden is), Mercedes, Danglars, Fernando en Caderousse. Caderousse kan hem vertellen waar deze personen te vinden zijn: Danglars is inmiddels een rijke baron en Fernando Mondego is thans graaf De Morcerf en is getrouwd met Mercedes, die thans gravin De Morcerf heet. Bovendien vertelt Caderousse dat Fernando en Danglars schuldig zijn aan Edmonds arrestatie, zodat ze geen recht hebben op de erfenis. Busoni ziet dat ook in en geeft de hele diamant aan Caderousse, de enige die niet rijk is geworden. Caderousse vertelt ook over Morrel. Deze heeft nog gezorgd voor het levensonderhoud en de begrafenis van vader Dantès door hem een gevulde beurs te geven. De lege beurs is nu bij Caderousse en Busoni vraagt of hij de beurs mag hebben.

Enkele dagen later is Dantès weer in Marseille, nu als Lord Wilmore, agent van de Romeinse bankier Thomson & French. Hij gaat naar de crediteuren van Morrel en neemt de schulden voor de nominale prijs over. De crediteuren doen dat graag, want ze weten dat Morrel op de rand van faillissement staat. Een van de crediteuren is inspecteur van de gevangenis en Wilmore krijgt inzage in het dossier van Dantès en Faria. Daarna gaat Wilmore met de schuldbekentenissen naar Morrel. Juist op dat moment krijgt Morrel bericht dat le Pharaon vergaan is. Wilmore geeft Morrel drie maanden uitstel. Als Wilmore vertrekt ontmoet hij Morrels dochter Julie en hij fluistert haar toe: als je een brief krijgt van Simbad de zeeman, doe dan precies wat er in die brief staat.

Drie maanden later overweegt Morrel een eind aan zijn leven te maken. De agent van Thomson & French wordt om elf uur verwacht. Intussen krijgt Julie een brief van Simbad de zeeman: ze moet naar het oude huis van de vader van Dantès gaan, waar ze een beurs zal vinden die ze naar haar vader moet brengen. Het is dezelfde beurs die Morrel had gebruikt om de vader van Dantès te ondersteunen en er zit genoeg geld in om Morrels schulden te betalen. Bovendien blijkt juist op dat moment le Pharaon de haven binnen te varen. Morrel is gered!

Op de achtergrond kijkt een man toe. Hij roept zijn helper Jacopo en samen vertrekken ze met een jacht.

Wraak[bewerken]

Of Caderousse is veranderd zal moeten blijken. Hij kan de diamant ofwel ten goede gebruiken ofwel ten kwade. Echter, Caderousse is niets verbeterd. Van Monte-Cristo krijgt hij nogmaals een kans doch hij neemt deze kans wederom niet aan. Uiteindelijk wordt Caderousse door zijn partner in crime vermoord.

Negen jaar nadat Dantès naar Marseille is teruggekeerd, gaat hij van start met het uitoefenen van zijn wraak. Dantès verandert in graaf De Monte-Cristo, een mysterieuze en zeer rijke edelman. Hij duikt eerst op in Rome waar hij bevriend raakt met baron Franz d'Épinay en Albert burggraaf De Morcerf, de zoon van Mercedes en Fernando. Vlak daarna verhuist hij naar Parijs alwaar hij, door zijn tentoongestelde rijkdom, al snel de meest besproken persoon is. Door zijn scherpe retoriek is hij geliefd bij vriend en vijand. Iedereen wil vrienden met Monte-Cristo zijn, zo ook zijn vijanden.

Monte-Cristo leert zo dan Danglars kennen die een succesvolle bankier is geworden. Als Danglars hoort hoe rijk Monte-Cristo is, raakt Danglars geobsedeerd. Monte-Cristo krijgt een krediet los van 6 miljoen francs en eist direct 900 000 francs uitbetaald te krijgen. Voorts bedingt Monte-Cristo dat hij te allen tijde het restant kan opeisen. Om wraak te nemen op Danglars manipuleert Monte-Cristo de beursberichten. Danglars verliest op deze wijze een aanzienlijk gedeelte van zijn vermogen. Ook het restant verdwijnt als sneeuw voor de zon.

Monte-Cristo heeft ook Haydée, een Albanese slavin, die hij heeft vrijgekocht. Zij is de dochter van Ali Pasja, de pasja van Janina. Ali Pasja’s vertrouweling heette Fernando Mondego. Echter, na een oorlog verraadt Mondego Ali Pasja. Ali Pasja wordt vermoord en Haydée en haar moeder Vasiliki worden als slaaf verkocht. Monte-Cristo weet Danglars te overtuigen een onderzoek in te stellen naar het verleden van Haydée. Het onderzoek leidt tot een publicatie in de krant. Fernando wordt opgeroepen zich te verantwoorden in de Kamer. Haydée getuigt en Mondego wordt ontmaskerd.

Mercedes is inmiddels getrouwd met Fernando en zij gaan door het leven als graaf en gravin De Morcerf. Samen hebben ze een zoon gekregen, Albert burggraaf De Morcerf. Mercedes is de enige die Dantès herkent. Wanneer Albert verhaal komt halen over de, in zijn ogen, onrechtmatige publicatie en Monte-Cristo voor een duel uitdaagt, smeekt Mercedes Monte-Cristo het leven van haar enige zoon te sparen.

Mercedes ontdekt pas dan het ware verhaal van de gevangenneming van Dantès. Dantès is verbitterd over het feit dat Mercedes snel met Fernando is getrouwd en wil er verder niets meer van weten. Mercedes vertelt het verhaal vervolgens aan Albert. Albert biedt daarna zijn excuses aan en vertrekt samen met zijn moeder. Fernando had verwacht dat Monte-Cristo dood zou zijn, constateert dat dat niet het geval is en ziet vervolgens dat zowel Mercedes en Albert de woning verlaten. Mondego pleegt niet veel later zelfmoord. Albert besluit in Afrika in dienst te gaan en neemt de naam Herrera aan, de naam van zijn moeder. Mercedes gaat terug naar Marseille.

Als laatste op het lijstje van Monte-Cristo staat De Villefort. De familie De Villefort is verdeeld. Gérard heeft bij zijn eerste vrouw Renée de Saint-Méran een dochter Valentine, zijn oogappel. Bij zijn tweede vrouw Heloïse de Villefort heeft hij een zoon, genaamd Edouard de Villefort.

Valentine staat op het punt de omvangrijke erfenis van haar grootouders aan moederszijde, markies de Saint-Méran en markiezin de Saint-Méran, te erven. Daarnaast wil haar andere grootvader, de vader van De Villefort, Noirtier de Villefort, zijn vermogen aan haar nalaten. Valentine is aldus verzekerd van een omvangrijke erfenis. Heloïse, jaloers op de rijkdom van Valentine, wil deze rijkdom voor haar zoon Edouard. Heloïse wil iedereen vergiftigen om zo de erfenis voor haar zoon te bemachtigen. De techniek van het vergiftigen is haar geleerd door Monte-Cristo. Hij heeft de bedoelingen van Heloïse al snel in de gaten en helpt haar een handje. Door het vergiftigen van de Saint-Mérans erft Valentine dat erfdeel. Echter, Noirtier de Villefort onterft Valentine op het moment dat hij hoort dat zijn zoon Gérard voor Valentine een huwelijk heeft gearrangeerd met Franz d'Épinay. Het huwelijk gaat uiteindelijk niet door omdat Noirtier de vader van Franz heeft vermoord. Nu Valentine wel zal erven, is Heloïse bezig Noirtier te vergiftigen. Barrois, zijn trouwe kamerdienaar drinkt per ongeluk vergiftigde limonade waardoor hij sterft. Heloïse richt daarna haar pijlen op Valentine en wil haar vergiftigen zodat Edouard zal erven.

Naast dit familiedrama speelt nog een ander drama. De Villefort heeft in het verleden een affaire gehad met de huidige echtgenoot van Danglars, Hermine Danglars. Uit deze relatie is een zoon geboren waarvan De Villefort dacht dat deze was overleden. In de tuin van de woning te Auteuil begroef Gérard de baby. In de tuin werd daarop een moordaanslag gepleegd op het leven van Gérard door de Corsicaan Giovanni Bertuccio die veronderstelde dat er een schat werd begraven. Hij vond het kind en noemde het Benedetto. Benedetto groeide op als crimineel en doet op latere leeftijd zijn intrede in de Parijse aristocratie als Andrea burggraaf Cavalcanti, geïntroduceerd door Monte-Cristo die er vervolgens voor zorgt dat de dochter van Danglars niet met de zoon van Fernando trouwt. Andrea wordt later ontmaskerd door Caderousse die hem vervolgens chanteert. Later vermoordt Benedetto Caderousse om het geheim te bewaren. Op de bruiloft van de dochter van Danglars en Andrea/Benedetto komt het verhaal naar buiten en Benedetto vlucht en wordt later gearresteerd.

Inmiddels heeft Monte-Cristo van Maximilien Morrel gehoord dat hij verliefd is op Valentine. Monte-Cristo is in eerste instantie fel gekant tegen een huwelijk omdat hij De Villefort een gedoemde familie vindt. Uiteindelijk redt hij Valentine door haar in een kunstmatige dood te brengen. Heloïse lijkt geslaagd in haar plan. De Villefort krijgt van zijn vader te horen wie de moorden heeft gepleegd. Overmand door woede en verdriet confronteert hij Heloïse met de bevindingen en stelt haar voor de keus: ofwel zelfmoord plegen ofwel kiezen voor het schavot. De Villefort gaat vervolgens naar de rechtbank voor de zaak van de gearresteerde Benedetto/Andrea. Eenmaal voor de rechter maakt Andrea bekend dat hij de zoon is van De Villefort. De Villefort is en publique verslagen en druipt af naar huis. De Villefort, spijt van zijn daden, begrijpt dat hij net zo fout is als zijn vrouw. Hij spoedt zich naar huis doch treft zijn vrouw stervend aan. Op zoek naar zijn zoon Edouard vindt hij deze ook dood. Monte-Cristo confronteert hem met de dood van Valentine en Edouard. De Villefort wordt vervolgens krankzinnig.

Dantès probeert, tevergeefs, nog Edouard te redden omdat hij inziet dat zijn wraak te gortig is geweest.

Nalatenschap[bewerken]

De zaken hebben inmiddels buitenproportionele gevolgen gehad, meer dan Dantès had voorzien. Hij besluit ermee op te houden nu hij zijn wraak heeft genomen. Hij begint ook te twijfelen of hij het wel juist heeft gedaan nu er een kind is overleden. Dit leidt ertoe dat Dantès even niet meer weet wat hij moet doen. Tijdens deze periode komt hij weer in evenwicht en vergeeft zichzelf en zijn vijanden.

Monte-Cristo besluit Danglars te sparen. Danglars, inmiddels op het randje van het faillissement, heeft alleen zijn goede naam over alsmede 5 miljoen francs. Monte-Cristo int deze laatste 5 miljoen. Danglars moet de kredietopvraag inlossen. Hij vlucht naar Rome om daar een cheque van 5,1 miljoen te incasseren bij de Firma Thomson & French. Danglars weet niet dat deze bank van Dantès is. Na het incasseren van de kredietbrief denkt hij zijn schaapjes op het droge te hebben. Echter, hij wordt ontvoerd door Luigi Vampa, degene die Albert burggraaf de Morcerf ook heeft ontvoerd. In de grotten waar hij wordt opgehouden, zit Danglars in een cel. Daar ervaart Danglars wat het is om honger te hebben. Hij wil eten maar daar moet hij voor betalen. Uiteindelijk kiest Danglars voor zijn leven en besluit 5,05 miljoen te betalen in ruil voor eten. Danglars mag 50 000 francs houden en Monte-Cristo vertelt wie hij is. Het leven van Danglars wordt gespaard.

Maximilien Morrel is nog steeds in diepe rouw. Hij wil zelfmoord plegen maar daar steekt Monte-Cristo een stokje voor. Monte-Cristo vertelt vervolgens wie hij is en dat hij destijds de rederij heeft gered van de ondergang. Maximilien hoort later dat de dood van Valentine in scène is gezet om Heloïse te misleiden. Valentine leeft en Maximilien kan met haar trouwen. Voor Dantès is hiermee zijn wraak voltooid. Hij laat Maximilien en Valentine het eiland en zijn woningen na. Monte-Cristo vertrekt met Haydée om met haar een nieuwe toekomst op te bouwen.

Publicatie[bewerken]

De graaf van Monte-Cristo werd oorspronkelijk gepubliceerd in het Journal des Débats in achttien delen. De publicatie liep van 28 augustus 1844 tot 15 januari 1846. Het verhaal werd voor het eerst in boekvorm gepubliceerd in Parijs door Pétion, in 18 volumes (1844-5).[1] Volledige versies van de roman werden in de 19e eeuw ook gedrukt, aanvankelijk alleen in de Franstalige versie.

Zie ook: Volledige tekst op Wikisource (Frans)

Bewerkingen[bewerken]

De roman is meerdere malen bewerkt voor film en televisie. Enkele noemenswaardige verfilmingen zijn:

Behalve verfilmingen van het verhaal zelf, heeft het verhaal ook als basis gediend voor enkele andere films:

Een soortgelijke film:

Stamboom[bewerken]

De hoofdpersonen waarop Dantès' wraak is gericht, zijn geel. Onderbroken stippellijnen zijn verbroken verlovingen.

Louis Dantès
 
Ali Teblin
 
Vasiliki
 
 
 
 
 
 
 
Gaspard Caderousse
 
La Carconte
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Edmond Dantès
 
Haydée
 
 
 
 
 
 
 
 
Marquis de St-Méran
 
Marquise de St-Méran
 
Noirtier
 
 
 
 
 
Pierre Morrel
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Fernando Mondego
 
Mercedes
 
Baron Danglars
 
Hermine Danglars
 
Flavien de Quesnel
 
Renée de Saint-Méran
 
 
Gérard de Villefort
 
 
 
Héloïse
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
 
Albert
 
 
 
Eugénie
 
 
 
Benedetto
 
Franz d'Épinay
 
 
 
Valentine
 
Maximilien
 
Édouard
 
Emmanuel Herbault
 
Julie Herbault
 
 
 
 
 
 
 
 


Bronnen, noten en/of referenties
  1. David Coward (ed), Oxford's World Classics, Dumas, Alexandre, The Count of Monte Cristo, p. xxv