Tony Curtis

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tony Curtis
Tony Curtis, 1997
Tony Curtis, 1997
Algemene informatie
Volledige naam Bernard Schwartz
Geboren Bronx (New York City)
3 juni 1925
Overleden 29 september 2010
Land Vlag van Verenigde Staten Verenigde Staten
Werk
Beroep Acteur
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Tony Curtis (The Bronx, New York City, 3 juni 192529 september 2010 [1]) was een Amerikaans acteur.

Biografie[bewerken]

Hij werd geboren onder de naam Bernard Schwartz in The Bronx, een wijk in New York. Zijn ouders, Emanuel Schwartz en Helen Klein, waren joodse immigranten uit Hongarije. Hij groeide op in de straat, waar hij ook aan drugs verslaafd raakte.[bron?]

Curtis maakte zijn opwachting als acteur in "How to Smuggle a Hernia Across the Border" uit 1949. In de film Criss Cross uit datzelfde jaar was hij even te zien als gigolo. Yvonne De Carlo speelde de hoofdrol in die film en Curtis zei later tegen Walter Matthau dat hij nu toch wel een echte Hollywood-ster was, omdat hij Yvonne De Carlo genaaid had. Verdere noemenswaardige werken van Curtis uit de jaren '50 en '60 zijn onder meer Trapeze (1956, met Burt Lancaster en Gina Lollobrigida), Sweet Smell of Success (1957, wederom met Burt Lancaster), The Defiant Ones (1958, met onder meer Sidney Poitier), Operation Petticoat (1959, in de jaren '70 verwerkt tot televisieserie met dochter Jamie Lee Curtis in één van de hoofdrollen), Some Like It Hot (1959, met Jack Lemmon en Marilyn Monroe), Spartacus (1960, met Kirk Douglas en Laurence Olivier), Taras Bulba (1962, samen met Yul Brynner en Sam Wanamaker), The Great Race (1965, wederom met Jack Lemmon, maar ook met Natalie Wood en Peter Falk) en The Boston Strangler (1968, met Henry Fonda en George Kennedy).

Daarnaast speelde hij in 1971-1972 een belangrijke rol als Danny Wilde in The Persuaders (in Nederland bekend als De Versierders en in België als De Speelvogels) met als tegenspeler Roger Moore. Hiermee verwierf hij vooral in Europa grote bekendheid. In de VS sloeg de serie minder goed aan. Na The Persuaders! was hij onder meer te zien in The Bad New Bears Go to Japan (1978) en The Mirror Crack'd (1980). Ook de kortlopende serie McCoy was in 1976 ook in Nederland te zien. In meer recente jaren speelde hij onder meer gastrollen in Suddenly Susan (1998), Hope & Faith (2004) en CSI: Crime Scene Investigation (2005).

Zijn laatste werk was een rol in de film David & Fatima uit 2008, met onder meer ook Martin Landau. Voor zover bekend is deze film nog niet in Nederland verschenen. In 2008 verschenen ook zijn memoires, getiteld American Prince. Curtis hield zich sinds begin jaren '80 ook graag bezig met schilderen en had al verscheidene tentoonstellingen gehouden.

Curtis overleed aan een hartaanval op 29 september 2010.

Huwelijken en kinderen[bewerken]

Curtis was zes keer getrouwd:

  • Janet Leigh (4 juni 1951 - juni 1962) (gescheiden), twee kinderen: Jamie Lee Curtis en Kelly Curtis. Hij gaf toe tijdens dit huwelijk verschillende keren te zijn vreemdgegaan.
  • Christine Kaufmann (8 februari 1963 - 1967) (gescheiden), twee kinderen. Zijn destijds 17-jarige tegenspeelster uit Taras Bulba.
  • Leslie Allen (20 april 1968 - 1982) (gescheiden), twee kinderen
  • Andrea Savio (1984 - 1992) (gescheiden)
  • Lisa Deutsch (28 februari 1993 - 1994) (gescheiden)
  • Jill Vandenberg Curtis (6 november 1998 - tot aan zijn dood). Ze ontmoetten elkaar in een restaurant in 1993. Zij is 42 jaar jonger dan Curtis.

Curtis' zoon Nicholas overleed op 2 juli 1994, op 23-jarige leeftijd aan een overdosis heroïne.

Filmografie[bewerken]

Tony Curtis portrait.jpg
Bronnen, noten en/of referenties