Jean Marais

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean Marais
Jean Marais (1947) door Carl van Vechten
Jean Marais (1947) door Carl van Vechten
Algemene informatie
Volledige naam Jean Alfred Villain-Marais
Geboren 11 december 1913
Overleden 8 november 1998
Land Frankrijk
(en) IMDb-profiel
Portaal  Portaalicoon   Film

Jean Marais (Cherbourg, Manche, 11 december 1913 - Cannes, Alpes-Maritimes, 8 november 1998) was een Frans acteur. Zijn echte naam was Jean Alfred Villain-Marais, terwijl zijn zeer goede vriend Jean Cocteau hem Jeannot noemde.

Waarschijnlijk heeft hij zijn meer dan zestig jaar durende carrière onder meer aan Jean Cocteau te danken. De schrijver en filmregisseur werd al vroeg zijn mentor. Marais' blonde, klassieke uiterlijk en het goede acteren werd uiteindelijk gezien in meer dan zeventig films, talrijke toneelstukken en televisieprogramma's. Marais was één van de meest gevierde sterren van de Franse films, het theater en de televisie.

Biografie[bewerken]

Jean Marais is het meest bekend geworden door de film La belle et la bête (De schoonheid en het beest) uit 1946, waarin hij zowel het beest als de prins speelde en Orphée (Orfeus) van 1949 waar hij de titelrol had. Beide geregisseerd door Jean Cocteau.

Zijn kinderjaren waren moeilijk, toen hij geboren werd wilde zijn moeder hem niet zien. Haar enige dochter was een paar dagen eerder gestorven. Toen zijn vader uit de dienst in het leger terugkeerde, was Jean vijf jaar oud. Niet lang hierna stuurde zijn moeder haar 3 kinderen naar hun grootmoeder waar ze zonder vader opgroeiden. Hij droomde van acteur worden al vanaf zijn kindertijd, maar hij werd tweemaal afgewezen door de toneelschool en ook niet door zijn familie aangemoedigd. Na als een meisje verkleed te zijn geweest om zijn vrienden te vermaken, en te hebben geflirt met een (mannelijke) leraar, werd hij van school gestuurd.

Nadat hij van school af was, werkte hij onder meer als assistent van een fotograaf en kon hij acteerlessen van de grote "metteur-en-scène" Charles Dullin nemen. Om de lessen te kunnen betalen, nam hij bijrolletjes voor tien franken per dag aan. Het was vermoeiend werk, maar Marais was gelukkig om uiteindelijk in de wereld van zijn keus te zijn. Eén van de producties waarin hij verscheen, Les Parents Terrible, werd jaren later gefilmd met hem in de hoofdrol. In het begin kreeg hij rollen vooral omdat hij goed uitzag en een winnende persoonlijkheid had, maar hij ontwikkelde zich steevast als acteur.

Zijn vroege interesse voor schilderen, iets wat hij overigens bleef doen zijn hele leven lang, gaf hem de eerste kans om in een film op te treden. Filmregisseur Marcel L'Herbier kocht in 1933 een van zijn schilderijen en gaf hem vervolgens kleine rolletjes in meerdere films.

Op zijn vierentwintigste ontmoette hij de dichter Jean Cocteau, die Marais' carrière als acteur startte door hem eerst een rol in Oedipe-Roi in 1937 te geven en vervolgens als Galahad in Les Chevaliers de La Table Ronde. Cocteau verwachtte veel van hem en terecht. Hij werd één van de bekendste Franse acteurs, een ster op het toneel, in de bioscoop en op de televisie. Op den duur nam Cocteau de plaats in van zijn vader terwijl Marais zijn zoon werd. De twee mannen bleven zeer hecht totdat Cocteau vijfentwintig jaar later overleed. Marais zou later zijn eerste ontmoeting met Cocteau als zijn "wedergeboorte" beschrijven, terwijl hij na zijn overlijden schreef dat hij zich slechts als een schaduw van zijn vroegere zelf waande.

De homoseksualiteit van Cocteau wierp geregeld vragen op in verband met de verhouding tussen hem en Marais. Op een gegeven moment, toen Marais Cocteau vroeg of hij niet een toneelstuk kon schrijven dat hem nog meer bekendheid kon geven, kwam L'Éternel retour uit de pen rollen. Deze film werd zowel een commercieel succes als een zeer nodige overwinning voor beide mannen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog bleef Marais in de filmindustrie en op het toneel werken terwijl de Duitse troepen Frankrijk bezetten. Nadat de geallieerden Parijs bevrijdden in augustus 1944, ging hij bij de Tweede Franse Pantserdivisie en vervoerde hij als vrachtwagenchauffeur brandstof en munitie naar het front. Hij kreeg hiervoor later het Croix de Guerre.

Na de oorlog werd Marais aan het Amerikaanse publiek geïntroduceerd door zijn optreden in La Belle et la Bête in 1946. Foto's van hem sierden veel tienerkamers in die periode.

De grootste successen behaalde Marais op het toneel in klassieke rollen. Op het witte doek werd hij vaak in hoofdrollen als de romantische man in poëtische drama's, lichte komedies, misdaadmelodrama's en, wellicht vooral, in spannende avonturenverhalen gezien.

In 1993 werd hem de eres-César uitgereikt.

Zijn laatste filmrol had Marais in 1996, in Io ballo da sola die door Bernardo Bertolucci werd geregisseerd. In hetzelfde jaar werd hij onderscheiden met de Légion d'honneur voor zijn bijdrage aan de Franse filmindustrie.

De acteur, schilder, dichter en beeldhouwer Jean Marais, Jeannot, overleed onverwachts op 8 november 1998 in Cannes (Frankrijk) aan een hartaanval, zijn geadopteerde zoon Serge Marais achterlatend.

Filmografie, als acteur[bewerken]

1933 - 1937[bewerken]

  • L'Épervier (1933), geregisseerd door Marcel L'Herbier
  • Étienne (1933), geregisseerd door Jean Tarride
  • Dans les rues (1933), geregisseerd door Victor Trivas
  • Le Scandale (1934)
  • L'Aventurier (1934), geregisseerd door Marcel L'Herbier
  • Le Bonheur (1935), geregisseerd door Marcel L'Herbier
  • Les Hommes nouveaux (1936), geregisseerd door Marcel L'Herbier
  • Nuits de feu (1936), geregisseerd door Marcel L'Herbier
  • Abus de confiance (1937), geregisseerd door Henri Decoin
  • Drôle de drame (1937), geregisseerd door Marcel Carné

1941 - 1949[bewerken]

  • Le Pavillon brûle (1941), geregisseerd door Jacques de Baroncelli
  • Le Lit à colonnes (1942), geregisseerd door Roland Tual
  • Carmen (1942), geregisseerd door Christian-Jaque
  • L'Éternel retour (1943), geregisseerd door Jean Cocteau en Jean Delannoy
  • Voyage sans espoir (1943), geregisseerd door Christian-Jaque
  • La Belle et la Bête (1946), geregisseerd door Jean Cocteau en Jean Delannoy
  • Les Chouans (1946)
  • Ruy Blas (1947), geregisseerd door Pierre Billon
  • L'Aigle à deux têtes (1947), geregisseerd door Jean Cocteau
  • Aux yeux du souvenir (1948), geregisseerd door Jean Delannoy
  • Le Secret de Mayerling (1948), geregisseerd door Jean Delannoy
  • Les Parents terribles (1948), geregisseerd door Jean Cocteau
  • Orphée (1949), geregisseerd door Jean Cocteau

1950 - 1959[bewerken]

  • Coriolan (1950)
  • Le Château de verre (1950), geregisseerd door René Clément
  • Les Miracles n'ont lieu qu'une fois (1950), geregisseerd door Yves Allégret
  • Nez de cuir (1951), geregisseerd door Yves Allégret
  • La Maison du silence (1952)
  • L'Appel du destin (1952), geregisseerd door Georges Lacombe
  • Les Amants de minuit (1953)
  • Dortoir des grandes (1953), geregisseerd door Henri Decoin
  • Julietta (1953)
  • Le Comte de Monte Cristo (1953)
  • Le Guérisseur (1954)
  • Si Versailles m'était conté (1954), geregisseerd door Sacha Guitry
  • Futures vedettes (1955), geregisseerd door Marc Allégret
  • Napoléon (1955), geregisseerd door Sacha Guitry
  • Goubbiath (1955)
  • Toute la ville accuse (1955)
  • Elena et les hommes (1956), geregisseerd door Jean Renoir
  • Si Paris nous était conté (1956)
  • Typhon sur Nagasaki (1957), geregisseerd door Yves Ciampi
  • SOS Noronha (1957)
  • Un amour de poche (1957), geregisseerd door Pierre Kast
  • La Vie à deux (1957)
  • Le notti bianche (1957), geregisseerd door Luchino Visconti
  • La Tour, prends garde ! (1957), geregisseerd door Georges Lampin
  • Chaque jour a son secret (1958)
  • Le Bossu (1959), geregisseerd door André Hunebelle

1960 - 1969[bewerken]

  • Austerlitz (1960), geregisseerd door Abel Gance
  • Le testament d'Orphée (1959), geregisseerd door Jean Cocteau
  • Le Capitan (1960), geregisseerd door André Hunebelle
  • La Princesse de Clèves (1961), geregisseerd door Jean Delannoy
  • Capitaine Fracasse (1961), geregisseerd door Pierre Gaspard-Huit
  • Ponce Pilate (1961), geregisseerd door Gian Paolo Callegari
  • Le Miracle des loups (1961), geregisseerd door André Hunebelle
  • Napoléon II l'Aiglon (1961)
  • L'Enlèvement des Sabines (1961)
  • Le Masque de fer (1962), geregisseerd door Henri Decoin
  • Les Mystères de Paris (1962), geregisseerd door André Hunebelle
  • L'honorable Stanislas, agent secret (1963)
  • Patate (1964), geregisseerd door Robert Thomas
  • Fantômas (1964), geregisseerd door André Hunebelle
  • Thomas l'imposteur (1964), geregisseerd door Georges Franju
  • Le gentleman de Cocody (1965), geregisseerd door Christian-Jaque
  • Pleins feux sur Stanislas (1965)
  • Train d'enfer (1965)
  • Fantomas se déchaîne (1965), geregisseerd door André Hunebelle
  • Le Saint prend l'affût (1965)
  • 7 hommes et une garce (1966), geregisseerd door Bernard Borderie
  • Fantomas contre Scotland Yard (1966), geregisseerd door André Hunebelle
  • Le Paria (1968)
  • La Provocation (1969)
  • Le Jouet criminel (1969), geregisseerd door Adolfo Arrieta

1970 - 1995[bewerken]

  • Peau d'âne (1970), geregisseerd door Jacques Demy
  • Jean Marais artisan du rêve (1975), documentaire
  • Vaincre à Olympie (1976), (TV) van Michel Subiela
  • Chantons sous l'Occupation (1976), documentaire geregisseerd door André Halimi
  • Chirico par Cocteau (1981), geregisseerd door Pascal Kané
  • Ombre et secret (1982)
  • Lien de parenté (1990) van Willy Rameau
  • Parking (1985), geregisseerd door Jacques Demy
  • Les Enfants du naufrageur (1991), geregisseerd door Jérôme Foulon
  • Les Misérables du XXe siècle (1994)
  • Beauté volée (Stealing Beauty) (1995), geregisseerd door Bernardo Bertolucci
  • Projection au Majestic (1995) van Yves Kovacs
  • Milice, film noir (1997) Alain Ferrari (documentaire)
  • Luchino Visconti (1999) Carlo Lizzani (documentaire)