Slavenhandel

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Slavenhandel is het kopen en verkopen van mensen om door middel van de handel in deze slaven financieel voordeel te behalen.

Een slavenhandelaar is een persoon die andere mensen als persoonlijk bezit toe heeft geëigend via ontvoering of handel en die deze slaven verder verhandelt. Er zijn vele verschillende vormen van slavernij en slavenhandel. Zowel in sedentaire als nomadische culturen over de hele wereld kwam slavenhandel voor. Slavenhandelaars kochten slaven bij lokale heersers, die vaak krijgsgevangenen, maar niet zelden ook hun eigen burgers aan de handelaars verkochten, of ze gingen op jacht en vingen zelf mensen die vervolgens als slaaf werden beschouwd.

Ten tijde van het Romeinse Rijk was er een levendige handel van slaven uit alle delen van het rijk en de omringende gebieden. Het woord 'slaven' is dan ook afgeleid van de Slavische volkeren, de - vanuit de Romeinse optiek - 'barbaarse' volkeren van wie de Romeinen slaven kochten. Na de invoering van het christendom verdween de slavernij en de slavenhandel uit West-Europa. Met het ontstaan van de wereldhandel en de behoefte aan goedkope arbeidskrachten in de koloniën gingen West-Europeanen zich echter wel met slavernij en slavenhandel inlaten door slaven te kopen.

Trans-Atlantische slavenhandel[bewerken]

Model van 'slavenhaler'. Afbeelding & collectie:Zeeuws maritiem muZEEum, bruikleen Frans Halsmuseum.
Nuvola single chevron right.svg Zie Trans-Atlantische slavenhandel voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Berucht is de trans-Atlantische slavenhandel. Deze kwam in de 16e eeuw op gang doordat er in Zuid-Amerika een grote behoefte was aan goedkope arbeidskrachten die beter bestand waren tegen ziekten en harde arbeid dan de lokale bevolking. In de 17e en 18e eeuw werden grote aantallen slaven door vooral Engelse, maar ook Spaanse en Nederlandse handelaren gekocht aan de kust van West-Afrika en verkocht in Amerika. De huidige schatting is dat 12 miljoen slaven zijn vervoerd vanuit Afrika naar Amerika. Het totale Nederlandse aandeel hierin wordt geschat op ongeveer 5%.[1] In het begin van de 19e eeuw werd de import van slaven in veel gebieden verboden, hoewel de slavernij zelf en ook de binnenlandse handel nog enige decennia doorging.

Niet-Europese slavenhandel[bewerken]

Minder bekend is de slavenhandel in Noord-Afrika. Onder meer de Barbarijse Zeerovers namen veelal bemanningen van Europese schepen gevangen en verhandelden deze; ook werden op Europese kustdorpen aanvallen ondernomen en werden bewoners meegevoerd als slaven. Men schat dat 1 miljoen Europeanen op deze wijze zijn geroofd. Hieraan kwam in 1816 een einde toen Britse, Nederlandse en Amerikaanse marineschepen de forten van de Barbarijse zeerovers vernietigden.

Een gebied waar in de tweede helft van de 19e eeuw nog wel slavenhandel op grote schaal voorkwam, was Oost-Afrika, ook bekend als de Oost-Afrikaanse of Arabische slavenhandel. Deze slaven waren bestemd voor de Somalische en Arabische markt. Waar de Europeanen eerder de belangrijkste afnemers waren geweest van de West-Afrikaanse slavenhandel, werkten ze later in Oost-Afrika vooral als bestrijders van deze handel. De meeste slaven waren mensen van de Swahili kust en Ethiopiërs. Tijdens de reis was de mortualiteit zelfs nog hoger dan bij de beruchte Trans-Atlantische slavenhandel.

Huidige slavernij[bewerken]

Officieel is slavernij overal ter wereld verboden. Als een van de laatste in Saoedi-Arabië in 1962 en Mauretanië in 1981. Toch komen wereldwijd ook tegenwoordig nog op grote schaal op slavernij gelijkende situaties voor. Als daarbij mensen worden verhandeld en/of over grote afstand verplaatst, spreekt men van mensenhandel. Ook in Nederland komt het incidenteel nog voor dat mensen onder mensonterende omstandigheden moet werken.

Bestraffing van slavenhandel[bewerken]

Artikel 334 van het Wetboek van Strafrecht van Suriname bestraft de slavenhandel in uitdrukkelijke bewoordingen. Dit artikel 334 bepaalt:

'Art. 334. Hij die voor eigen of vreemde rekening slavenhandel drijft of opzettelijk daaraan middellijk of onmiddellijk deelneemt, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren.'

De volgende artikelen van het Wetboek van Strafrecht van Suriname bestraffen personen die hun medewerking verlenen aan slavenhandel:

'Art. 335. Hij die als schipper dienst neemt of dienst doet op een vaartuig, wetende dat het tot het drijven van slavenhandel bestemd is, of het daartoe gebruikende, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste twaalf jaren. Indien het vervoer de dood van een of meer slaven ten gevolge heeft, wordt de schipper gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste vijftien jaren.
Art. 336. Hij die als schepeling dienst neemt op een vaartuig, wetende dat het tot het drijven van slavenhandel bestemd is of gebruikt wordt, of vrijwillig in dienst blijft na die bestemming of dit gebruik te hebben vernomen, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste negen jaren.
Art. 337. Hij die voor eigen of vreemde rekening middellijk of onmiddellijk medewerkt tot het verhuren, vervrachten of verzekeren van een vaartuig, wetende dat het tot het drijven van slavenhandel bestemd is, wordt gestraft met gevangenisstraf van ten hoogste acht jaren.'

Zie ook[bewerken]

Referenties[bewerken]

  1. Noort, W. van e.a. (2006) Nederland als voorbeeldige natie. Hilversum: Uitgeverij Verloren. p.49

Externe links[bewerken]