Neostijlen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Neostijlen zijn bouwstijlen waarin wordt teruggegrepen op de oude architectuur van de gotiek, de renaissance en de barok.

Het tijdperk van de neostijlen breekt na ca. 1815 aan. Naar believen worden elementen uit de oude architectuur toegepast, soms zelfs gecombineerd in een enkel gebouw (dit was vooral het geval bij het zogenaamde eclecticisme).

In Amsterdam bijvoorbeeld ondergaat de stad na ±1880 een grote economische opbloei, waardoor er weer veel wordt gebouwd en verbouwd. Hierdoor wordt ook aan de architectuur een nieuwe impuls gegeven. Vooral de neorenaissance is dan erg populair, een neostijl waarin de "Oud-Hollandse stijl" van het begin van de 17e eeuw herleeft. Toevallig is dat niet: men ervaart de periode als een "tweede Gouden Eeuw". Vooral veel openbare gebouwen zijn in deze periode gebouwd.

Aanvankelijk was er veel kritiek op de gebouwen uit deze periode, maar dat is veranderd: de 19e-eeuwse architectuur wordt in de 21e eeuw weer volop gewaardeerd, niet in de laatste plaats omdat zij zich goed voegt in het stadsbeeld.[bron?]

Neo-Grec (1815-1845)[bewerken]

De Neo-Grec is een vorm van neoclassicisme, een typische overgangsstijl van het late classicisme van de 18e eeuw naar de neostijlen van de 19e eeuw. De stijl wordt gekenmerkt door klassieke vormen, uitgevoerd met zuilen, architraven en frontons. Ook de witgepleisterde interieurs zijn typerend voor deze stijl.

Neogotiek (1830-1920)[bewerken]

Bouwstijl die met name in de kerkbouw veel en langdurig is toegepast. Geïnspireerd op de middeleeuwse gotische voorbeelden met spitsbogen, boogfriezen, pinakels en drie- en vierpasvormen. Na ongeveer 1875 werd de samenhang tussen architectuur interieur en kerkaankleding sterker tot één concept.

Willem II-gotiek (1830-1860)[bewerken]

De door koning Willem II gepropageerde gotiek heeft als kenmerk de manier waarop de oorspronkelijk in metselwerk en natuursteen uitgevoerde constructies worden nagebootst in gips en pleisterwerk. Een belangrijk kenmerk ten opzichte van de latere neogotiek is dat gotische vormen decoratief worden toegepast en dat de gotische constructieve principes nog niet begrepen werden. De Willem II-gotiek kenmerkt zich ook door de verwerking van Engelse romantische invloeden.

Eclecticisme (1850-1880)[bewerken]

In het eclecticisme worden verschillende historische stijlen gecombineerd tot een nieuw geheel. De basis is hierbij doorgaans het neoclassicisme.

Neorenaissance (1870-1915)[bewerken]

Veel voorkomende en lang toegepaste bouwstijl die in veel varianten voorkomt. De stijl grijpt terug op motieven van de renaissancebouwkunst en dan voornamelijk de Hollandse variant. Daartoe behoren onder andere de trapgevels, speklagen, de kenmerkende horizontale lijnen die de gevel in 'vlakken' verdelen, blokken en kruiskozijnen. Ook invloeden uit de Franse bouwstijl van de Frans I van Frankrijk Loirekastelen met rijke, natuurstenen gevels en indrukwekkende dakpartijen, of Italiaanse voorbeelden als zuilen en rondbogen.

Zie ook[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties