Margarine

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Margarinefabriek van Lever in Indonesië in 1948. Margarineblikkenvulsters vullen de merkblikken van Vitello
Huidig kunststof margarinekuipje, Duits merk Deli

Margarine is een vervanger voor boter die in 1869 is uitgevonden door de Franse scheikundige Hippolyte Mège-Mouriés. Deze onderzocht hoe de melkproductie in de koe tot stand komt. Daarbij kwam hij tot de conclusie dat de koe haar eigen lichaamsvet afgeeft in de melk. De oorspronkelijke margarine werd dan ook uit rundvet, afgeroomde melk, en gesnipperde koeienuiers vervaardigd.

Ontwikkeling[bewerken]

Napoleon III had opdracht gegeven een broodsmeersel te ontwikkelen dat zijn soldaten op een veldtocht in hun ransel konden meenemen zonder dat het snel bedierf, zoals boter. In 1869 was er een bruikbaar resultaat. Maar doordat een jaar later de Frans-Duitse Oorlog uitbrak, was men niet in staat om margarine op een fabrieksmatige schaal te produceren. Het was de Nederlander Antoon Jurgens die in 1871 de eerste margarinefabriek ter wereld opzette, in Oss. Hij werd nagevolgd door Simon van den Bergh, die in 1872 een soortgelijke fabriek opende, eveneens te Oss. Beide concurrenten stonden aan de basis van wat later het concern Unilever zou worden. Ook in 1872 opent de firma A. Bluijssen in Asten zijn margarinefabriek. Deze firma maakt een onstuimige ontwikkeling door en zal uiteindelijk in 144 eigen winkels naast boter, textiel en koloniale waren ook margarine aan de consument aanbieden in Nederland, België en Groot Brittannië. Het bedrijf gaat failliet in 1907.

Margarine bleek van onschatbare waarde doordat het, in tegenstelling tot boter, niet na verloop van tijd ging schiften en dus een lang houdbare bron van vetten voor de soldaten was, die makkelijk meegenomen kon worden op veldtocht.

Om de witte substantie te kleuren, werd door fabrikanten aangeklopt bij Lodewijk van der Grinten, die enige jaren daarvoor het boterkleursel had uitgevonden.

Margarine-reclame, 1893

Door de jaren heen werd steeds meer bekend over gezonde voeding. In 1902 kreeg Wilhelm Normann patent op zijn methode om vloeibare oliën om te zetten in vaste vetten (harden). Het dierlijk vet kon daarmee vervangen worden door plantaardige oliën. Door meer kennis werd het mogelijk om de van nature in plantaardige oliën voorkomende goede onverzadigde vetten te verwerken en het aandeel verzadigd vet te verlagen. Hierdoor werd margarine zachter en smeerbaarder. In de reclame voor margarine wordt smeerbaar vet steeds aangeduid als gezond vet. In wetenschappelijke zin is dat nooit bewezen.

Al een paar jaar worden alle margarines gemaakt van plantaardige oliën. Deze oliën worden gewonnen uit onder andere zonnebloemen, maïs, koolzaad en palmvruchten. Met name dat laatste ingrediënt kan ook op negatieve aandacht rekenen vanwege de vragen over duurzaamheid van puur plantaardige brandstof PPO. Nog steeds groeit wereldwijd de vraag naar palmolie en als gevolg daarvan worden nieuwe palmolieplantages aangelegd, ten koste van (sub)tropische bossen.

Het succesverhaal van margarine kent meer keerzijden. Het verhardingsproces maakt het mogelijk om onverzadigde vetten om te zetten tot verzadigde vetten. Wanneer dit proces partieel, onvolledig, wordt uitgevoerd veranderen onverzadigde vetten van de zogenaamde cis-vorm in de trans-variant. In 1956 verscheen in het medische tijdschrift The Lancet een artikel van H.M. Sinclair waarin werd gesteld dat de transvetten die bij het harden van margarine ontstaan, schadelijk zouden zijn voor de bloedsomloop.[1] Pas in 1990 werd dit door de voedingsindustrie erkend na onderzoek van Mensink en Katan.[2] Dit onderzoek was voor de voedingsindustrie de stimulans om actie te ondernemen. Eén van de grote Europese producenten van margarine, Unilever, kwam in 1995 met margarine met een aanzienlijk kleinere hoeveelheid transvet. Op de verpakking is te lezen dat Blue Band-margarine nog steeds niet vrij van transvet is. Wat later zijn door hetzelfde bedrijf plantensterolen aan margarine toegevoegd (in Becel Pro.activ), waardoor de opname van cholesterol in het bloed verminderd wordt. Hiermee zou deze margarine zelfs actief gezondheidsbevorderend zijn voor mensen met een verhoogd cholesterolgehalte in het bloed.

Naamgeving[bewerken]

De naam is afgeleid van het Griekse woord margarites, dat parel betekent. Dit vanwege de parelachtige glans die het smeersel in het begin had. In de Nederlandstalige gebieden werd het product aanvankelijk kunstboter genoemd.

Margarine is zo gewoon geworden als vervanger voor boter, dat men vaak boter zegt als margarine wordt bedoeld. Soms spreekt men zelfs van roomboter of echte boter om uitdrukkelijk aan te geven dat men boter bedoelt en geen margarine.

Ingrediënten[bewerken]

Plantaardige oliën en vetten, water, emulgatoren: sojalecithine, E471, droge melkbestanddelen, zout (0,4 %), conserveermiddel E200, voedingszuur E330, aroma's, kleurstof E160a, vitamine A, D, E.

Voedingswaarde[bewerken]

Gemiddelde voedingswaarde per 100 g (voorbeeld, varieert per merk en soort):

bestanddeel hoeveelheid
energie 2590 kJ / 630 kcal
eiwit 0,1 g
koolhydraten 0,1 g
...waarvan suikers 0,1 g
vet 70 g
...waarvan verzadigd 21 g
...trans <1 g
...enkelvoudig onverzadigd 14 g
...meervoudig onverzadigd 34 g
voedingsvezel - g
natrium 0,13 g
vitamine A 800 µg
vitamine D 7,5 µg
vitamine E 8 mg

Zie ook[bewerken]

  • Votator - een apparaat gebruikt in de productie van margarine.

Noten

  1. SINCLAIR HM. Deficiency of essential fatty acids and atherosclerosis, etcetera. 1956. Lancet 270:381-383. PMID 13307939
  2. Mensink RP, Katan MB. Effect of dietary trans fatty acids on high-density and low-density lipoprotein cholesterol levels in healthy subjects. 1990. N Engl J Med 323:439-445. [1] PMID 2374566

Externe links