Grasso (bedrijf)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Grasso is een bedrijf te 's-Hertogenbosch dat onder meer koelcompressoren vervaardigt. Het bedrijf is groot geworden door als toeleverancier voor de margarine-industrie te fungeren, eerst door de productie van ketels, later door de vervaardiging van koelsystemen.

Geschiedenis[bewerken]

Van oprichting tot verkoop[bewerken]

Grasso is opgericht in 1858 door Willem Grasso, als smederij-werkplaats. De eerste locatie was aan het Hinthamereinde te 's-Hertogenbosch. In 1860 werden er reeds stoommachines en toestellen voor de verwerking van koffie-, tabaks- en vlasverwerking gebouwd. In 1863 werden er eveneens gereedschapsmachines gebouwd en in 1864 ook stoomketels. In 1865 werden er stoommachines geïnstalleerd.

In 1868 werd een nieuwe fabriek aan de Zuid-Willemsvaart gebouwd, tegenover het Kruithuis. Een jaar daarvoor fabriceerde Grasso zijn 26e stoommachine. Ook stoomhamers werden geproduceerd. Het bedrijf noemt zich: W. Grasso Fabrikant in Stoomwerktuigen. In 1878 werkten hier 10 mensen.

Omstreeks 1870 begon men met werktuigen voor de margarine-industrie. Er bestonden namelijk nauwe contacten tussen de families Grasso en de margarinefabrikanten Van den Bergh en Jurgens. In 1883 volgde Henri Grasso, op advies van een Duitse koeltechnicus in dienst van de firma Jurgens, een opleiding koeltechniek in het Duitse Mittweida.

In 1887 werd de leiding van het bedrijf overgenomen door Henri Grasso. Er werkten toen 18 mensen. Zeer lange werkdagen en een geringe beloning waren regel. In 1894 neemt Henri het gehele bedrijf over.

In 1896 verhuisde het bedrijf naar Vught, daar er in 's-Hertogenbosch geen uitbreidingsmogelijkheden meer voorhanden waren. Het bedrijf ging heten: 's-Hertogenbossche Machinefabriek Ketelmakerij en IJzer- en Metaalgieterij Henri Grasso. Er werd een afdeling gestart voor koeltechniek. Voor 100 medewerkers moesten woningen worden gebouwd. In 1908 waren er reeds 150 medewerkers. In 1910 werd de eerste compressor voor ammoniakgekoelde koelsystemen geproduceerd.

In 1912 kreeg Grasso de vorm van een Naamloze Vennootschap en begon de bouw van een nieuwe fabriek aan de Parallelweg in 's-Hertogenbosch die, na tegenslagen, in 1913 in gebruik werd genomen. Er werden grote horizontale compressoren gebouwd, onder meer voor gebruik in Nederlands-Indië. Er werkten toen 258 mensen in de fabriek en 59 op kantoor.

In 1921 vond een landelijike metaalstaking plaats tegen de aangekondigde loonsverlagingen, ook bij Grasso. Het personeelsbestand begon af te nemen. Er werkten nog 198 mensen in de fabriek, wat in 1929 was teruggelopen tot 165. Hoewel de roterende compressor werd ontwikkeld bleef dit aantal afnemen. In 1930 werkten er in de fabriek nog 122 mensen, in 1932 nog 109, en in 1933 nog 77.

In 1937 waren er nog maar 50 fabrieksarbeiders over. Het ging bijzonder slecht met het bedrijf en bij gebrek aan opvolging verkocht Henri Grasso het bedrijf aan de drie gebroeders Van Heijst uit 's-Gravenhage. Leo van Heijst (technisch) en Louis van Heijst (commercieel) gingen het bedrijf leiden. Overweging voor de koop was dat deze gebroeders hun productiecapaciteit voor verwarmingsketels wilden uitbreiden.

Verdere ontwikkeling[bewerken]

In de nadagen van de Tweede Wereldoorlog werd de fabriek zwaar beschadigd, maar kon na de bevrijding weer heringericht worden met de modernste machines. In 1949 werd in een werkplaats in 's-Gravenhage begonnen met de productie van pneumatisch gereedschappen. Speciaal daarvoor werd er in 1955 in Nijmegen een nieuwe fabriek gebouwd en ging N.V. NAMI heten.

Ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum in 1958 werd aan het bedrijf het predicaat Koninklijk toegekend. Grasso ging zich ook richten op koelsystemen voor andere industrietakken dan de voedingsmiddelenindustrie, zoals de procesindustrie, de mijnbouw, en de wegenbouw. In 1960 werd de installateur Kobach overgenomen, en in 1965 werd Grenco opgericht (Grasso Engineering and Contracting), een bedrijf dat koelsystemen installeert. Een jaar later, in 1961, lijfde Grasso het Apeldoornse koeltechnisch bedrijf AMF (voorheen Loog Landaal) in. In 1982 trok ook de laatste van de gebroeders Van Heijst zich uit de onderneming terug.

In 1975 werd de vestiging Grasso Perslucht te Oss geopend. Hier werden compressoren voor persluchtsystemen gefabriceerd. Dit bedrijf werd in 1985 verzelfstandigd en kreeg de naam Grassair. In 1976 werd de Amerikaanse producent Schnacke te Evansville overgenomen. Deze werd omgedoopt in Grasso Evansville Inc.

Er ontstonden moeilijkheden binnen het bedrijf, zoals het uitblijven van nieuwe ontwikkelingen en interne problemen binnen de directie. Dit leidde in 1992 tot de verkoop van Grasso aan de Duitse GEA Groep (Gesellschaft für Entstaubungsanlagen) te Bochum. Dit concern heeft 14.500 werknemers in 50 landen, verdeeld over 200 maatschappijen. In 1994 werd Kühlautomat Berlin GmbH te Berlijn overgenomen, een bedrijf dat schroefcompressoren bouwt. Dit werd omgedoopt in Grasso GmbH Refrigeration Technology. Nu kon Grasso zowel zuigercompressoren als schroefcompressoren leveren.

In 1999 werd GEA onderdeel van een nog grotere groep, mg Technologies, met 32.000 medewerkers en 450 maatschappijen. In hetzelfde jaar werd Ilka Mafa te Halle ingelijfd. De naam hiervan werd: Grasso Kältemaschinenbau Halle GmbH. In 2004 werd het bedrijf Goedhart te Sint-Maartensdijk overgenomen.

Industriële monumenten[bewerken]

  • De eerste Grasso fabriek was gelegen achter een lijnbaan, waaraan nog de muursteen In de Lyn Baan 1761 herinnert. Door een gangetje naast Hinthamereinde 64 kan men hier nog komen. Thans resteert hier niets meer van.
  • De laatste restanten van de tweede Grasso fabriek werden in de jaren zeventig van de 20e eeuw gesloopt. Later werden er op deze locatie flats gebouwd.
  • De derde Grasso fabriek aan de Taalstraat in Vught was een neo-classicistisch kantoor- woon- en fabriekspand. Enkele overblijfselen van de fabriek zijn te vinden op Taalstraat 47, en een herenhuis bevindt zich op Taalstraat 53.
  • De vierde en huidige Grasso fabriek heeft een fraai bakstenen hoofdgebouw uit 1912-1913 dat begroeid is met Wilde wingerd. Het is een ontwerp van de Tilburgse architect F.C. de Beer. De driebeukige opzet met de hoge ramen boven de ingangspartij doet denken aan pseudobasilicale kerkbouw. In de vensters is in 1958 een glas-in-loodraam geplaatst van M. de Leeuw, aangeboden door het personeel ter gelegenheid van het 100-jarig jubileum. In de muren zijn nog kogelgaten te zien, gevolg van de beschietingen in 1944. Het is een Rijksmonument.

Externe links[bewerken]