Zuid-Willemsvaart

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor de gelijknamige krant, zie Zuid-Willemsvaart (krant).
Zuid-Willemsvaart
Location Zuid-Willemsvaart.PNG
Lengte 123 km
Scheepsklasse II
Jaar ingebruikname 1826
Van Maastricht
Naar 's-Hertogenbosch
Loopt door Belgisch-Limburg
Nederlands-Limburg
Noord-Brabant
Brugwachtershuis aan een oude arm te Lanklaar
Brugwachtershuis aan een oude arm te Lanklaar
Zuid-Willemsvaart bij Rekem
Zuid-Willemsvaart bij Rekem
Brug over de Zuid-Willemsvaart bij Weert
Brug over de Zuid-Willemsvaart bij Weert
Sluis 19 in Maastricht
Sluis 19 in Maastricht
Portaal  Portaalicoon   Maritiem

De Zuid-Willemsvaart is een kanaal dat als lateraal kanaal van de Maas dient en Maastricht en 's-Hertogenbosch verbindt. Het is een van de zeven Kempische kanalen tussen de Maas en de Schelde.

Het begint in Maastricht en loopt vervolgens door Belgisch-Limburg. Ten zuiden van Weert gaat het kanaal weer Nederlands-Limburg binnen. Het laatste gedeelte van het kanaal voert door Noord-Brabant. Het kanaal is 123 kilometer lang.

Geschiedenis[bewerken]

De Zuid-Willemsvaart is een kanaal genoemd naar koning Willem I onder wiens bewind en op wiens instigatie het kanaal tot stand kwam, als alternatief voor de Maasroute. Het kanaal kwam in relatief korte tijd gereed omdat men voor een belangrijk deel gebruik maakte van reeds aanwezige vaarwegen, met name het Canal du Nord ofwel de Noordervaart. Delen van dit kanaal zijn onder de heerschappij van Napoleon Bonaparte gegraven als vaarverbinding aan de Noordgrens van het Franse rijk tussen de Schelde, de Maas en de Rijn. Het gedeelte tussen de Schelde en de Maas bereikte bij Lozen het hoogste niveau. Om het kanaal hier van water te voorzien dachten de Franse autoriteiten aanvankelijk aan de kanalisatie van de Dommel en/of de Aa. Dit plan stamde nog uit het eind van de 18e eeuw en had als doel stadsmest uit 's-Hertogenbosch aan te voeren om daarmee de Peel en de Kempense heidevelden te ontginnen. De Dommel en de Aa voldeden echter niet, dus besloot men Maaswater te gebruiken. Dit werd door het voedingskanaal afgetapt bij Smeermaas en voerde het naar een bassin in Lozen. Aan het kanaaltje werd in 1804 begonnen en het was gereed 1809. Het was slechts 5 meter breed.

Onder koning Willem I werd door middel van een uitgebreide kanalenaanleg actief geprobeerd de verkeersverbindingen te verbeteren en zo vooral het handelsverkeer in de noordelijke Nederlanden te doen herleven. De Zuidelijke Willemsvaart was bedoeld om het Luikse industriebekken en de Noord-Nederlandse handelssteden te verbinden en een betrouwbaar alternatief te bieden voor de Maasvaart. De ontsluiting van het tussengebied was geen belangrijk uitgangspunt: het kanaal ging bijna overal aan de bestaande bebouwing voorbij. Voor het tracé viel de keuze in Noord-Brabant uiteindelijk op het Aa-dal. Deze rivier kruist dan ook op diverse plaatsen middels duikers het kanaal. In 1821 viel het besluit tot de aanleg. Op 1 juli 1825 kwam het gedeelte van 's-Hertogenbosch tot Helmond gereed en in 1826 volgde de openstelling van het verdere kanaal voor zover het toen gereed was, tot Maastricht. De doortrekking tot aan Luik vond pas na de Belgische afscheiding plaats. Het kanaal kreeg bij het officiële begin van de werkzaamheden, op 11 november 1822, de naam Zuid-Willemsvaart, mede ter onderscheiding van een kanaal in Drenthe. Er is ook nog een derde Willemsvaart in Zwolle.

Gegevens[bewerken]

De afstand tussen begin- en eindpunt is 122,5 kilometer, en het hoogteverschil tussen de twee punten 40 meter. Om het verval te overbruggen waren 21 sluizen nodig. Veruit de meeste sluizen bevinden zich op Nederlands grondgebied; met de toenmalige stand van de techniek was per sluis een verval van circa twee meter mogelijk. De meeste sluizen werden gecombineerd met een brug en bij doorgaande wegverbindingen gepositioneerd. Het kanaal is met handkracht gegraven, de aanleg kostte uiteindelijk 4,45 miljoen gulden.

Het kanaal heeft een lengte van 123 km en verbindt de volgende plaatsen:

Aanpassingen[bewerken]

Gedurende de bijna twee eeuwen van het bestaan zijn het kanaal en de bijbehorende kunstwerken danig veranderd. Op Belgisch grondgebied werd de Zuid-Willemsvaart tussen 1930 en 1934 verbreed en hier en daar rechtgetrokken, waarbij tevens een aantal eilandjes ontstonden. Die werden in gebruik genomen als haven- en bedrijventerrein, voor recreatie en als natuurgebied. In de laatste decennia van de 20e eeuw is een aantal verbredingswerkzaamheden uitgevoerd. Een van de ingrijpendste was de omleiding ten oosten van de stad Helmond. Nadat hiervoor in 1982 het fiat was gegeven heeft men jarenlang grondwerkzaamheden uitgevoerd, waarbij ook enkele nieuwe bruggen moesten worden aangelegd, alsmede een grote sluis. Deze sluis verving een drietal kleinere sluizen, te weten sluis 7, 8 en 9. In 1993 kwamen de werkzaamheden gereed. Het riviertje de Aa, dat reeds onder de naam Nieuwe Aa was omgeleid, kwam, na via een duiker onder het nieuwe kanaal te zijn doorgevoerd, benedenstrooms van de sluis in de kanaalomleiding uit. Ter hoogte van Beek en Donk vervolgde de Aa dan weer haar loop, en ontving water dat via een stuw uit het kanaal werd geleid.

Terras aan het 'oude kanaal' in het centrum van Helmond

Door de omleiding kon de oude Zuid-Willemsvaart, die de kom van Helmond altijd in tweeën had gesneden, nu in het stedelijk geheel van Helmond worden opgenomen (zie foto).

Vanaf 2010 kunnen schepen efficiënter en eenvoudiger schutten in de sluizen 4, 5 en 6 in de Zuid-Willemsvaart. De verouderde werken zijn tussen 2008 en 2010 vervangen. Eerst is de vervuilde westoever bij sluis 6 gesaneerd, vervolgens zijn de nieuwe sluizen gebouwd en ten slotte zijn de oude sluizen afgebroken.[1] De sluizen waren ten slotte nog eens 3 maanden gestremd. Maar sinds 3 mei 2010 zijn de nieuwe sluizen geopend voor de scheepvaart. Ze worden sinds die tijd centraal vanuit Schijndel bediend.[2]

Máximakanaal[bewerken]

In het Nationaal Verkeers en Vervoersplan (NVVP) is de Zuid-Willemsvaart tussen de Maas en Veghel opgenomen als onderdeel van het hoofdvaarwegennet en moet dus bevaarbaar zijn voor schepen van klasse IV. Het deel van de Zuid-Willemsvaart vanaf Den Dungen door het centrum van 's-Hertogenbosch is slechts geschikt voor schepen van klasse II (type Kempenaar).

Als oplossing voor dit probleem is vanuit Den Dungen een negen kilometer lange aftakking naar de Maas gegraven, parallel aan de A2, tussen 's-Hertogenbosch en Rosmalen.[3] Twee nieuwe sluizen, sluis Hintham en sluis Empel, overbruggen het verschil in waterniveau en er zijn acht bruggen aangelegd over het kanaal.[3] De Zuid-Willemsvaart in het centrum van 's-Hertogenbosch wordt niet gedempt, maar zal niet meer gebruikt worden door de beroepsvaart. In augustus 2010 werd bekend dat de aannemerscombinatie WillemsUnie het kanaal om de stad mocht graven.[4] WillemsUnie is een samenwerkingsverband tussen Van Hattum en Blankevoort, KWS infra, GMB Civiel en Van den Herik Kust- en oeverwerken. In 2013 waren de omleidingswerkzaamheden in volle gang. Naar verwachting is het werk eind 2014 klaar. De nieuwe vaarwegverbinding aan de oostkant van 's-Hertogenbosch heet Máximakanaal.[3] Het nieuwe tracé is 4,2 meter diep en 46,5 meter breed. Het kanaalpeil tussen de sluizen Hintham en Empel is 2 meter boven NAP en ten zuiden van de sluis Berlicum 4,7 meter boven NAP. De doorvaarthoogte is ongeveer 7 meter, voldoende voor drie lagen containers.

Watersport[bewerken]

De Zuid-Willemsvaart wordt door verschillende sportverenigingen gebruikt voor recreatieve en wedstrijddoeleinden. Zo roeit de Maastrichtse Studentenroeivereniging Saurus er ten noorden van Maastricht.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Persbericht Rijkswaterstaat: 's-Hertogenbosch, 19 mei 2008
  2. De Scheepvaartkrant van woensdag 30 juni 2010, pag. 5
  3. a b c Rijkswaterstaat Rijkswaterstaat geeft nieuw kanaal de naam ‘Máximakanaal’, 20 september 2013, geraadpleegd op 27 januari 2014
  4. Gunning Zuid-Willemsvaart rond, cobouw.nl, 28 augustus 2010.