Booglamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Xenon booglamp in bedrijf.

Een booglamp is een lamp waarin een elektrische stroom een zeer hete boog van licht veroorzaakt, ook wel vlamboog genoemd.

De eerste serieuze pogingen om elektrische energie om te zetten in zichtbaar licht konden pas worden uitgevoerd na de uitvinding van de elektrische generator; pas toen kwam elektriciteit met voldoende vermogen beschikbaar. De booglamp was het werk van Sir Humphry Davy in de eerste jaren van de 19e eeuw. De Rus Pavel Jablochkoff verfijnt de techniek en verlicht er in 1878 enkele straten van Parijs mee.

De koolstofbooglamp werkt als volgt: twee koolstofstaven (de elektroden) worden met de punten tegen elkaar gezet in een zodanige opstelling dat naderhand de afstand tussen de twee staven met een schroef veranderd kan worden. Als er nu tussen de twee koolstofstaven een elektrische spanning wordt aangelegd, dan zal er een stroom gaan lopen. De plaats met de hoogste weerstand zal nu het warmst worden. Dit is de plaats waar de punten van de koolstofstaaf elkaar raken. Deze plek wordt eerst roodgloeiend. Als nu de afstand tussen de staven iets wordt vergroot ontstaat een boog van fel wit licht. Het uitgezonden licht bevat niet alleen het zichtbare gedeelte van het spectrum, maar juist ook een veel hogere intensiteit in het onzichtbare ultraviolet, met een maximum rond de golflengte van 220 nanometer.

Een moderne uitvoering hiervan is de xenon gasonladingslamp, die in stadionverlichting, film- en grote diaprojectoren wordt gebruikt, maar tegenwoordig ook in personenauto's. De gevaarlijke UV straling wordt voor een deel tegengehouden door de omhulling, maar is nog steeds gevaarlijk om direct in te kijken.