Lamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor andere betekenissen, zie LAMP vrije softwarepakketten
Bronzen olielamp uit Egypte. 8e-9e eeuw
Gaslamp, 19e eeuw

Een lamp is een samengesteld voorwerp bestaande uit een lichtbron in een armatuur, dat primair wordt gebruikt om ruimten en/of voorwerpen kunstmatig te verlichten.

Het woord "lamp", stamt af van "Lampas", een van de paarden van Eos (mythologie), de Griekse godin van het licht.

Toepassing[bewerken]

De voornaamste toepassingen vallen uiteen in zes hoofdgroepen:

  • Kunstmatige verlenging van de dag: door de beschikking over het kunstmatige licht is het levensritme van de mens minder afhankelijk van het ritme van het daglicht.
  • Het verhogen van de concentratie op de werkplek: voor veel werkzaamheden is een goede verlichting onontbeerlijk. Om deze reden brandt in veel kantoren het licht ook overdag. Werkplaatsen vragen een nog betere verlichting en waar mensen verfijnd handwerk verrichten is vaak sprake van individuele werkplek verlichting.
  • Verbetering van het beeldresultaat: het "uitlichten" van mensen en voorwerpen in musea of theater of als deze vastgelegd moeten worden op beeld in de fotografie en filmwereld.
  • Wetenschappelijk en medisch onderzoek: zoals o.a. bij microscopie en endoscopie
  • Het bijlichten van donkere ruimten en omgevingen: zoals bij koplamp(en) van voertuigen, de zaklamp of (op grotere schaal) het zoeklicht.
  • Het creëren van sfeereffecten: zoals kerstverlichting, de plasmalamp, de glitter- of lavalamp en de kleurveranderende ledlamp.

Historie[bewerken]

De oudste lampen waren de olielampen uit het oude Griekenland en Rome, die werden gevoed met olijfolie. Petroleumlampen werden in 1859 geïntroduceerd als opvolger van de olielamp. Daarnaast verscheen in diezelfde eeuw ook de gaslamp, met begin 20e eeuw, de Karbietlamp en de zeer succesvolle Petromaxlamp. Tegelijkertijd deden de prille vormen van elektrische verlichting hun intrede met eerst de booglamp, de Nernstlamp, al vrij snel gevolgd door de ons alom bekende gloeilamp. Deze ontwikkeling sloot goed aan bij het effect op gebruiksvoorwerpen van de tweede industriële revolutie waarbij door de scheiding tussen lichtbron en lamphouder (of armatuur) het onderhoud vereenvoudigd werd, maar ook de decoratieve kunst beter (en vooral goedkoper) kon worden toegepast. Zo ontstonden voor de verlichting binnenshuis naast de plafonnière en de hanglamp, ook de tafellamp, de bureaulamp, de (staande)schemerlamp en de kroonluchter.

Lampsoorten (qua werking)[bewerken]

Olielampen[bewerken]

Een olielamp produceert licht door verbranding van brandbare vloeistoffen, zoals petroleum (kerosine), Stookolie (of huisbrandolie) Dieselolie (of gasolie) en de schoonbrandende lampolie (of vloeibare paraffine).

Gaslampen[bewerken]

Een gaslamp produceert licht door verbranding van brandbaar gas, zoals propaan (lpg) en butaan ("campinggas"), veelal in combinatie met een gloeikousje

Oliedruklampen[bewerken]

Een oliedruklamp is een combinatie van beide. Hier wordt een brandbare vloeistof onder druk gebracht, via de eigen vlam verhit en door een sproeier verneveld. Dit leidt tot een snelle verdamping met als resultaat een brandbaar gas, dat de uiteindelijke brandstof vormt.

Elektrische lichtbronnen[bewerken]

Tegenwoordig wordt elektriciteit het meest gebruikt als energiebron voor verlichting waardoor men in deze groep, voor de lichtbron, de meeste diversiteit aantreft qua omzettingsmethoden. Op dit moment zijn er vier hoofdgroepen te onderkennen, welke hieronder (vergezeld van enkele voorbeelden) zijn opgesomd.

De begrippen lamp, verlichting, signalering en radiolamp[bewerken]

Voorwerpen die als doel hebben te verlichten maar niet vallen onder de categorie lampen zijn o.a. Lantaarn, Zaklantaarn, Lantaarnpaal en Noodverlichting.

We spreken doorgaans ook niet van een lamp wanneer het licht gebruikt wordt voor signaleringsdoeleinden dat tot doel heeft te instrueren of het trekken van de aandacht. Voorbeelden zijn: stoplichten, spoorseinen, signaallampen op schakelpanelen en apparatuur, maar ook verlichte reclame- en verkeersborden.

In de elektronica wordt de term radiolamp of Elektronenbuis gebruikt, die kortweg met de term lamp wordt aangeduid. Hoewel grotendeels in onbruik geraakt en op grote schaal vervangen door de transistor, hebben Elektronenbuizen als primaire doel elektrische signalen te versterken. Tegenwoordig worden deze nog mondjesmaat toegepast in b.v. high-end audio- en gitaarversterkers.

Het woord: "lamp", is bij de elektrische vorm verlichting enigszins diffuus geworden door het veelvuldig gebruik. Soms wordt de lichtbron bedoeld (zoals "de gloeilamp"), soms de armatuur (de behuizing van de lichtbron) en soms het decoratieve voorwerp (zoals de staande schemerlamp). Hierdoor kan bij de opmerking als "de bureaulamp is stuk", sprake zijn van een aantal oorzaken: of de glazen kap is gebroken, of de gloeilamp is stuk, of zit er een onderbreking in het snoer. Door te zeggen: "het bolletje van de bureaulamp is stuk", maakt men een duidelijk onderscheid tussen lichtbron en armatuur.

Afbeeldingen van enkele lampsoorten en decoratieve lamptypen[bewerken]