Lavalamp

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Een lavalamp

Een lavalamp is een zogenoemde sfeerlamp, uitgevonden in de jaren 60 maar veelal bekend geworden in de jaren 70. In koude toestand bevindt zich een klomp gestolde was of vettig materiaal op de bodem van de verder met een waterige oplossing gevulde fles, die bij aanzetten van een lamp onder de fles wordt verlicht en opgewarmd en na enige tijd smelt. Bij verder opwarmen zet de hydrofobe olie uit tot deze een lager soortelijk gewicht krijgt dan de omringende waterige oplossing. Bellen van de olie stijgen op, koelen bovenin de fles af en zakken weer langzaam naar beneden waar ze met de achtergebleven olie versmelten.

Om te zorgen dat de gestolde olie zwaarder is dan de waterige oplossing is er meestal een hoeveelheid van een zware gechloreerde koolwaterstof aan toegevoegd zoals tetrachloormethaan. Zowel het water als de olie kunnen met kleurstoffen zijn gekleurd. In het water zijn vaak middelen als ethyleenglycol opgelost om het uitzettingsgedrag bij hogere temperaturen te beïnvloeden, evenals de oppervlaktespanning die moet zorgen dat de vette component niet aan het glas kleeft en niet emulsifieert na langdurig gebruik.

De lavalamp werd in het jaar 1963 uitgevonden door Edward Craven Walker, een Engelse ingenieur. Of hij het per toeval ontdekte of dat het een vooropgezet idee was, is niet bekend.

De eerste lavalamp bestond uit een glazen fles met olie en water deze werd verhit door een gloeilamp. Dit gaf het nu wel zo bekende effect dat de olie opsteeg en weer neerzakte. De tegenwoordige lavalamp bevat echter een polair mengsel van polyethyleenglycol met water en een apolair mengsel van paraffine (kaarsvet) en gechloreerde paraffine.