Spoorwegsein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Armsein bij seinpost in Engeland, beide nog in gebruik in 2003

Een spoorwegsein geeft de treinbestuurder of machinist van een trein opdrachten, toestemmingen en informatie. Seinen hebben veel verschijningsvormen: een bord, een gekleurd licht of een beweegbare arm langs de spoorbaan; lichten aan de voor- of achterzijde van een trein; auditieve signalen en gebaren.

Seinen kunnen ook in de treincabine zichtbaar gemaakt worden. Dit wordt cabineseingeving of cabinesignalering genoemd. Seinen langs de spoorbaan worden in België wel 'laterale seinen' genoemd.

Inhoud

Armseinen of mechanisch sein [bewerken]

Een armsein bestaat uit een paal met een beweegbare arm. Deze arm wordt elektrisch of met trekdraden bediend. Een groot nadeel van armseinen ten opzichte van lichtseinen is de slechte zichtbaarheid bij mist, de mogelijkheid op vastvriezen in de winter en de grotere slijtage. Een voordeel van een mechanisch bediend armsein is dat het geen last kan hebben van een computerstoring of van een stroomstoring. In België en Nederland (sinds 1985) komen armseinen (vrijwel) niet meer voor. In Duitsland komen armseinen nog veel voor.

Borden langs spoorwegen in Nederland en België [bewerken]

De belangrijkste borden zijn de snelheidsborden, die aangeven wat de maximale snelheid is waarmee mag worden gereden. De afbeeldingen en de betekenissen van de borden en enkele andere staan in de tabel hieronder.

Snelheidsborden
Nederland België Snelheidsbeperkingen die door een lichtsein worden aangegeven, gaan altijd boven snelheidsborden.
Dutch railway sign groen13.svg
Panneau vitesse sncb référence.svg
Groen met zwart getal (Nederland) of wit getal (België), driehoek met de punt omhoog Baanvaksnelheidsbord; dit bord geeft de baanvaksnelheid aan; de snelheid mag worden verhoogd naar de op het bord aangegeven snelheid. Groen 13 betekent snelheid verhogen tot maximaal 130 km/h
Dutch railway sign geel4.svg
Panneau vitesse sncb annonce.svg
Geel met zwart getal, driehoek met de punt omlaag Snelheidsverminderingsbord; snelheid begrenzen tot de aangegeven snelheid. 4 betekent maximaal 40 km/h. Bij het nu volgende witte snelheidsbord (hieronder) mag die snelheid niet overschreden worden.
Dutch railway sign wit4.svg
Panneau vitesse sncb origine.svg
Wit met zwart cijfer, vierkant bord (in België staat er om het cijfer een cirkel) Snelheidsbord; maximaal toegestane snelheid. Na het bord 'geel 4' volgt het bord 'wit 4'. Voorbij het witte bord mag de snelheid van 40 km/h niet overschreden worden.
Overige borden
Dutch railway sign overweg.svg
Wit met zwart getal, rond bord. Aankondiging van overweg; dit bord staat ter hoogte van de treindetectie behorende bij een automatische overweg. Op het bord staat de kilometeraanduiding van de overweg, de overweg bevindt zich in het voorbeeld dus op km 13,4.
Dutch railway sign blauw4.svg
Blauw met wit getal, ruitvormig bord (in Nederland) of wit rechthoekig bord met zwart cijfer (in België). Cijferbord; deze borden staan langs perronsporen. Een passagierstrein met het aantal bakken (rijtuigen) dat op het bord is aangegeven, dient juist vóór het bord tot stilstand gebracht te worden. De hele trein staat dan langs het perron of zo dicht mogelijk bij de toegang tot het perron.
Dutch railway sign blauw0.svg
(Alleen Nederland, in België wordt deze opdracht gegeven door een wit rechthoekig bord met een zwarte H) Blauw, ruitvormig bord. Cijferbord zonder getal; een passagierstrein, die stopt op het station, moet stoppen bij dit bord, als hij niet al eerder moest stoppen bij een cijferbord mét getal. Dit bord staat meestal bij het einde van het perron.
Dutch railway sign einde bovenleiding.svg
Fin de caténaire.svg
Blauw met wit, ruitvormig bord, in België wit met zwart. Einde van bovenleiding; Na dit bord houdt de bovenleiding op. Niet voorbijrijden wanneer de stroomafnemers opgezet zijn.
Dutch railway sign tractiestroom uit.svg
Blauw met wit, ruitvormig bord (Nederland, ander uitzicht in België) Uitschakelen tractiestroom; Na dit bord moet de tractiestroom uitgeschakeld zijn. Wordt onder meer toegepast bij beweegbare bruggen waar de stroomafnemer niet hoeft te worden neergelaten, maar het contact wel verbroken wordt en dus een vlamboog zou kunnen optreden.
Dutch railway sign tractiestroom in.svg
(Alleen Nederland) Blauw met wit, ruitvormig bord. Inschakelen tractiestroom; Na dit bord kan de tractiestroom weer ingeschakeld worden. Het onderbord geeft de lengte van de trein aan waarbij mag worden ingeschakeld.

Lichtseinen [bewerken]

Een Nederlands hoog geplaatst lichtsein
Een laag geplaatst sein wordt ook wel dwergsein genoemd. Deze staat bij Station Obdam
Hooog geplaatst lichtsein bij De Haar-aansluiting

Bij een lichtsein wordt het seinbeeld gevormd door lichten. Bij steeds meer lichtseinen worden de gloeilampen vervangen door leds. Leds zijn onderhoudsvriendelijker en hebben een veel langere levensduur.

Sinds het begin van de twintigste eeuw zijn vrijwel overal in de wereld de kleuren rood, geel en groen de standaardkleuren voor spoorwegseinen. De kleuren zijn zo gekozen dat ze maximaal van elkaar verschillen, zodat de kans op verwarring minimaal is. De kleur die geel wordt genoemd is om die reden eigenlijk amber of oranje. De kleuren hebben de volgende basisbetekenissen:

  • groen: voorbijrijden met maximaal de baanvaksnelheid
  • geel: snelheid verminderen
  • rood: stop

Nederland [bewerken]

In vergelijking met spoorwegseinen in het buitenland zijn Nederlandse lichtseinen buitengewoon eenvoudig. Seinen laten gewoonlijk slechts één licht zien, soms in combinatie met een verlicht cijfer. De betekenissen van seinen zijn daardoor gemakkelijk af te lezen. Nederlandse lichtseinen kennen twee verschijningsvormen:

  • Hoog geplaatste seinen, waarbij de lampen boven elkaar geplaatst zijn, het rode licht onderaan.
  • Dwergseinen: laag geplaatste seinen, waarbij de lampen in een driehoek geplaatst zijn. Deze seinen worden alleen gebruikt op emplacementen waar treinen niet harder dan 40 km/h mogen rijden.

Afbeeldingen en betekenissen van Nederlandse lichtseinen staan in de tabel hieronder.

Lichtseinen in Nederland
Hoog geplaatste seinen Omschrijving Betekenis Laag geplaatste seinen
Lichtsein-NS54-hoog groen.svg Hoog geplaatst groen licht. Voorbijrijden toegestaan met de maximaal de plaatselijke snelheid. De plaatselijke snelheid is aangegeven met een snelheidsbord (zie boven).

Het volgende sein zal groen of geel tonen.

Groen-knipper.gif Hoog geplaatst knipperend of laag geplaatst groen licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/h. Laag-groen.svg
Groen-8.gif Hoog geplaatst knipperend groen licht met een door een wit licht gevormd getal. Voorbijrijden toegestaan met maximaal de door het getal aangegeven snelheid in tientallen km/h.
Lichtsein-NS54-hoog geel.svg Hoog of laag geplaatst geel licht. Snelheid begrenzen tot 40 km/h of zoveel minder als nodig is om voor het eerstvolgende ‘stop’ tonende sein te kunnen stoppen.

Bij slecht zicht, bijvoorbeeld mist, zal de machinist het volgende sein pas op het laatste moment zien, en dan zal de snelheid lager zijn dan 40 km/h.[1]

Laag-geel.svg
Lichtsein-NS55-hoog geel-6.svg Hoog geplaatst geel licht met een door wit licht gevormd getal. Snelheid begrenzen tot de door het getal aangegeven snelheid in tientallen km/h. Bij een volgend lichtsein deze snelheid niet overschrijden.
Geel-4-knipper.gif Hoog geplaatst geel licht met een door knipperend wit licht gevormd getal. Snelheid begrenzen tot de door het getal aangegeven snelheid in tientallen km/h. Bij een volgend lichtsein deze snelheid niet overschrijden. Een ingezette remming niet onderbreken als het volgende lichtsein een verdere vermindering van de snelheid gebiedt.
Geel-knipper.gif Hoog of laag geplaatst knipperend geel licht. Voorbijrijden toegestaan met maximaal 40 km/h of zoveel minder als nodig is om vóór een belemmering te kunnen stoppen.

Er is geen garantie dat het spoor tot het volgende sein vrij is. Dit seinbeeld wordt bijvoorbeeld gebruikt als een trein aan een andere vast moet koppelen of bij het naderen van een onbeveiligd emplacement.[2]

Laag-geel-knipper.gif
Lichtsein-NS54-hoog rood.svg Hoog of laag geplaatst rood licht. Stoppen voor het sein. Laag-rood.svg

Er zijn meer spoorwegseinen. Alle lichtseinen en borden zijn te vinden in bijlage 4 van de Regeling spoorverkeer.

België [bewerken]

Drie Belgische lichtseinen in station Ieper geven rood aan.

Het Belgische lichtsein bestaat meestal uit vijf lichten. Van boven naar beneden: groen, rood, geel en wit. Rechts (of links) van het bovenste, groene licht, zit nog een geel licht. Afbeeldingen en betekenissen van Belgische lichtseinen staan in de tabel hieronder.

Lichtseinen in België
Regime normaalspoor (linker spoor) Omschrijving Betekenis Regime tegenspoor (rechter spoor)
Signal sncb V.svg Groen. Voorbij rijden met plaatselijke snelheid toegestaan. De plaatselijke snelheid is aangegeven met een snelheidsbord (zie boven). Signal sncb V CCV.gif
Signal sncb VJV.svg Groen-geel (verticaal). Het volgende sein is dubbel geel, maar de afstand tussen dat sein en het daaropvolgende sein is te kort om te stoppen. Of het volgende sein is groen-geel (horizontaal), maar de afstand tussen dat sein en het daaropvolgende sein is te kort om de snelheidsvermindering te eerbiedigen. Daarom moet in beide gevallen al vanaf het groen-geel verticale sein worden vertraagd. Signal sncb VJV CCV.gif
Signal sncb VJH.svg Groen-geel (horizontaal). Het volgende sein staat open maar legt een snelheidsbeperking op. De hoogte van de beperking kan met een cijferbord worden aangegeven. Als er geen snelheid is aangegeven moet de treinbestuurder er van uit gaan dat de verminderde snelheid 40 km/h zal zijn. Signal sncb VJH CCV.gif
Signal sncb 2J.svg Dubbel geel (diagonaal). Afremmen om tijdig te kunnen stoppen voor het volgende mogelijk rode sein. Signal sncb 2J CCV.gif
Signal sncb R.svg licht. Stop voor het sein. Dit sein mag niet gepasseerd worden, tenzij met een bevel. Signal sncb R CCV.gif
Signal sncb R+B.svg Rood-wit. Voorbij rijden toegestaan in kleine beweging. (Meestal bij bezetspoor, doodlopend spoor of rangering). Signal sncb R+B CCV.gif

Vast brandende seinen geven de bestuurder aan dat hij onder het regime normaalspoor (links) rijdt. Deze seinen staan gewoonlijk links van het spoor. Knipperende seinen geven de bestuurder aan dat hij onder het regime tegenspoor rijdt (rechts). Deze staan rechts van het spoor. Indien seinen niet aan de normale kant van het spoor (kunnen) staan, worden ze uitgerust met een blauwe pijl die naar het spoor wijst waarvoor het sein geldt.

Cabineseingeving [bewerken]

Cabineseingeving wordt ook stuurpostsginalisatie genoemd. Cabineseingeving is de jongste ontwikkeling van spoorwegseinen. In de trein wordt dan een cabinesein geplaatst, dat in de plaats komt van laterale seinen, seinen langs de spoorbaan. Cabineseingeving heeft belangrijke voordelen boven laterale seinen.

  • Weersinvloeden (mist, regen, sneeuw) spelen nauwelijks een rol bij de seinwaarneming. Alleen lichtinval kan het zicht op het cabinesein in enige mate beïnvloeden.
  • Obstakels langs het spoor spelen geen rol bij de seinwaarneming. Laterale seinen kunnen verscholen gaan achter obstakels, waardoor ze minder lang waarneembaar zijn.
  • Cabineseinen worden niet gepasseerd. Een lateraal sein is slechts waarneembaar tot het is gepasseerd. Bij hoge snelheden in combinatie met slechte weersomstandigheden is een lateraal sein niet altijd meer lang genoeg waarneembaar om betrouwbaar afgelezen te kunnen worden. Onder andere in Nederland en België mag daarom zonder cabineseingeving niet sneller gereden worden dan 160 km/h.
  • De treinbestuurder of machinist kan doorlopend zien wat het geldende seinbeeld is.
  • Er is maar één cabinesein, dus er is geen verwarring mogelijk over welk sein van toepassing is. Bij situaties met veel sporen en veel laterale seinen kan onduidelijk zijn welk sein van toepassing is.
  • Cabineseingeving is eenvoudig te integreren met treinbeïnvloeding.
  • Als cabineseingeving is geïntegreerd met treinbeïnvloeding krijgt de machinist of treinbestuurder éénduidige informatie. Bij de combinatie van laterale seinen en treinbeïnvloeding kan de informatie van de laterale seinen wel afwijken van de informatie van de treinbeïnvloeding.
  • Cabineseingeving biedt de mogelijkheid om naast visuele signalen óók geluidsignalen (audiosignalen) te geven. De geluidsignalen geven dan aan dat er nieuwe informatie is, of dat er reactie van de machinist of treinbestuurder wordt verwacht. Systemen voor treinbeïnvloeding geven overigens ook zowel visuele als geluidsignalen.

Voorbeelden van cabineseingeving met treinbeïnvloeding zijn het Duitse LZB en het Franse TVM. Deze systemen zijn specifiek ontwikkeld voor respectievelijk Duitse en Franse hogesnelheidstreinen. Andere voorbeelden zijn het Europese ERTMS/ETCS en het Amerikaanse (en) Positive Train Control. Deze zijn gebaseerd op standaarden, waardoor het mogelijk is de apparatuur van meerdere leveranciers te betrekken. Dat leidt weer tot een grotere markt en een breder gebruik. Ook de bestuurders van de Rotterdamse metro rijden vrijwel volledig op cabineseinen. Op lijnen waar volledig op cabineseinen wordt gereden zijn lichtseinen langs de baan bijna niet meer te vinden.

Formeel kunnen ook de signalering van het centrale deursluitingssysteem en de dodemansvoorziening als cabineseinen beschouwd worden, en zelfs de aanduiding van de maximaal toegelaten voertuigsnelheid is te zien als een statische vorm van cabineseingeving. Gewoonlijk wordt met cabinesignalering echter bedoeld dat de signalering voor de beveiliging van het treinverkeer met seinen langs de baan wordt vervangen door signalering in de cabine.

ERTMS/ETCS-cabineseingeving [bewerken]

1rightarrow.png Zie European Rail Traffic Management System en European Train Control System voor de hoofdartikelen over dit onderwerp.

Het ERTMS/ETCS-cabinesein is een schermpje. Het is ofwel een aanraakscherm, ofwel er zijn knoppen rond het scherm geplaatst. Dit ETCS-scherm is ook bekend als DMI, de driver machine interface. Het ETCS-scherm toont onder andere een snelheidsmeter met een forse naald. Die naald, en een band rond de snelheidsmeter kunnen verschillende kleuren tonen. Die kleuren hebben dezelfde functie als de gekleurde lichten van seinen langs de baan. De kleuren dan de naald en de band rond de snelheidsmeter wijken af van de kleuren van seinen langs de baan. Het ETCS-scherm gebruikt geen groen. Rood en oranje hebben andere basisbetekenis. Daarnaast gebruikt het ETCS-scherm geel, wit en grijs. Hoewel de kleuren oranje, geel, wit en grijs dichter bij elkaar liggen dan rood, amber/oranje en groen is dit geen probleem omdat de waarneembaarheid van het ETCS-scherm vrijwel onafhankelijk is van weersinvloeden. De ETCS-kleuren hebben de volgende basisbetekenis:

  • grijs: normale status, rijden toegestaan met maximaal de aangegeven snelheid (bij deze kleur is de band rond de snelheidsmeter donkerder dan de naald)
  • wit: pre-indicatiestatus, aankondiging van de indicatiestatus
  • geel: indicatiestatus, afremmen tot de aangegeven snelheid
  • oranje: waarschuwingsstatus, de trein rijdt te hard
  • rood: interventiestatus, de trein wordt stopt omdat de snelheid van de trein nog boven het maximum van de waarschuwingsstatus kwam


Hieronder enkele voorbeelden van de snelheidsinformatie van de DMI (driver machine interface, ofwel ETCS-scherm)[3]. Op de afbeeldingen staat niet de hele DMI, maar het linkerbovendeel, waar de DMI de snelheidsinformatie toont. In de tabel hieronder staan drie voorbeelden die het ETCS-scherm toont als de trein te snel gaat rijden.

ERTMS/ETCS-cabineseingeving: voorbeeld van een trein die te snel gaat rijden
Status Betekenis van de status Opmerkingen Afbeelding DMI
Normale status Rijden toegestaan met maximaal de snelheid die de band rond de snelheidsmeter aangeeft. Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 148 km/h. Snelheidsinformatie ETCS-scherm in normale status
Waarschuwings-status Trein rijdt te snel. Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 167 km/h. De trein rijdt dus te hard. Snelheidsinformatie ETCS-scherm, waarschuwingsstatus
Interventiestatus De trein rijdt of reed sneller dan het maximum van de waarschuwingsstatus en wordt tot stilstand gebracht. Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 174 km/h, wat sneller is dan toelaatbaar.

Het rood/grijze symbool linksonder geeft aan dat de ETCS-boordapparatuur de trein automatisch tot stilstand brengt.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, waarschuwingsstatus

De ETCS-boordapparatuur komt natuurlijk ook in de waarschuwingsstatus en in de interventiestatus als de machinist of treinbestuurder onvoldoende reageert op een opdracht om snelheid te verminderen.


In onderstaande tabel staan voorbeelden die het ETCS-scherm toont als een trein eerst de snelheid moet verminderen naar 60 km/u en daarna moet stoppen.

ERTMS/ETCS-cabineseingeving: voorbeeld van een trein die eerst snelheid moet minderen en daarna stoppen
Status Betekenis van de status Opmerkingen Afbeelding DMI
Normale status Rijden toegestaan met maximaal de snelheid die de band rond de snelheidsmeter aangeeft. Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 148 km/h. Snelheidsinformatie ETCS-scherm in normale status
Pre-indicatiestatus Over enige seconden volgt de indicatie (opdracht) om af te remmen tot de snelheid die wordt aangegeven door het grijze deel van de band rond de snelheidsmeter. Rijden toegestaan met maximaal 160 km/h; de snelheid van de trein is 148 km/h. Over enige seconden moet de machinist of treinbestuurder beginnen de trein tot 60 km/h af te remmen.

Links van de snelheidsmeter is aangegeven dat het punt waarop de doelsnelheid van 60 km/h moet zijn bereikt nog 1320 meter is verwijderd.

Deze status is vergelijkbaar met een trein die een sein langs de baan zo dicht is genaderd dat de machinist of treinbestuurder dat sein kan aflezen en er op kan anticiperen.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, aankondiging indicatiestatus
Indicatiestatus Indicatie (opdracht) om af te remmen tot de snelheid die wordt aangegeven door het grijze deel van de band rond de snelheidsmeter. Rijden toegestaan met maximaal 118 km/h; de snelheid van de trein is 108 km/h. De treinbestuurder of machinist moet de trein afremmen tot 60 km/h. De gele band wordt geleidelijk korter.

Links van de snelheidsmeter is aangegeven dat het punt waarop de doelsnelheid van 60 km/h moet zijn bereikt nog 510 meter is verwijderd.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, Indicatiestatus
Normale status Rijden toegestaan met maximaal de snelheid die de band rond de snelheidsmeter aangeeft. Rijden toegestaan met maximaal 60 km/h; de snelheid van de trein is 59 km/h. Snelheidsinformatie ETCS-scherm in normale status
Pre-indicatiestatus Over enige seconden volgt de indicatie (opdracht) om af te remmen tot de snelheid die wordt aangegeven door het grijze deel van de band rond de snelheidsmeter. Rijden toegestaan met maximaal 60 km/h; de snelheid van de trein is 59 km/h. Over enige seconden moet de machinist of treinbestuurder beginnen de trein tot stilstand te brengen.

Links van de snelheidsmeter is aangegeven dat het punt waarop stilstand moet zijn bereikt nog 440 meter is verwijderd.

Deze status is vergelijkbaar met een trein die een sein langs de baan zo dicht is genaderd dat de machinist of treinbestuurder dat sein kan aflezen en er op kan anticiperen.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, aankondiging indicatiestatus
Indicatiestatus Indicatie (opdracht) om af te remmen tot de snelheid die wordt aangegeven door het grijze deel van de band rond de snelheidsmeter. Rijden toegestaan met maximaal 48 km/h; de snelheid van de trein is 43 km/h. De treinbestuurder of machinist moet de trein afremmen tot stilstand. De gele band wordt geleidelijk korter.

Links van de snelheidsmeter is aangegeven dat het punt waarop stilstand moet zijn bereikt nog 190 meter is verwijderd.

Snelheidsinformatie ETCS-scherm, Indicatiestatus
Normale status Rijden niet toegestaan. Verder rijden niet toegestaan want de band rond de snelheidsmeter reikt niet verder dan 0 km/h. De snelheid van de trein is ook 0 km/h, de trein staat dus stil. Snelheidsinformatie ETCS-scherm in normale status

Front- en sluitseinen [bewerken]

De lichten op de voor- en achterzijde van een trein worden respectievelijk front- en sluitsein genoemd. Sluitseinen kunnen ook de vorm van bordjes hebben.

Nederland België
Normaal frontsein (voor) drie witte of gele lichten: twee lichten op gelijke hoogte en een licht midden daarboven twee witte lichten op gelijke hoogte
Rangeersein (voor en achter) een wit of geel licht twee witte lichten op gelijke hoogte
Gevaarsein (voor) [4] twee rode lichten op gelijke hoogte en een of drie witte of gele lichten twee wisselend knipperende witte lichten
Sluitsein (achter) twee rode lichten op gelijke hoogte twee rode lichten op gelijke hoogte

Zie ook [bewerken]

Externe links [bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. P. Jooren, Inzicht seinstelsel en beveiligingssysteem), Utrecht, 1974, p. 15
  2. Dit seinbeeld betekent niet ROZ (rijden op zicht). De opdracht is vrijwel hetzelfde maar met het grote verschil dat de machinist bij ROZ wissels voorzichtig moet berijden met een snelheid van ten hoogste 10 km/h. Bij "geel knipperend" hoeft dit niet. Het seinenboek van de machinisten geeft dit in de tekst aan. In het oude seinenboek staat bij het seinbeeld "geel knipperend" wél ROZ. Omdat het voorzichtig berijden van de wissels veel tijd kost maar vrijwel nooit nodig is (meestal betekent "geel knipperend" dat een rijweg staat ingesteld naar mogelijk bezet spoor) is het seinenboek aangepast.
  3. De specificatie van de DMI (driver machine interface, ofwel ETCS-scherm); document ERA ERTMS 015560, Operational DMI information
  4. De machinist kan het gevaarsein tonen als hij een probleem zag op het andere spoor, bijvoorbeeld een auto die het spoor blokkeert. Het is een waarschuwing aan de tegenligger om direct te stoppen.