Spoorwegrijtuig

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
HSM Diligence-rijtuig 4 in het Nederlands Spoorwegmuseum
Plan D-rijtuig AB7709 in het Nederlands Spoorwegmuseum
Plan E-rijtuig B6609 van de Veluwsche Stoomtrein Maatschappij te Beekbergen
DDM-Bv-rijtuig in de Intercity Haarlem – Heerlen/Maastricht
ICK-rijtuig van de NS
Avmz-rijtuig in een trein tussen Amersfoort en Amsterdam Centraal
Bewaard NMBS-M2 2e klasse/bagagerijtuig in originele groene kleuren
Een NMBS-M5-dubbeldeksrijtuig, (2e klasse)
Interieur van een NMBS-I11-rijtuig (2e klasse)

Een spoorwegrijtuig (in België ook spoorwegwagon genoemd, in Nederland ook bak of (niet in spoorjargon) wagon genoemd) is een niet-aangedreven railvoertuig, bestemd voor het vervoer van reizigers en/of post, dit in tegenstelling tot een wagen, die uitsluitend gebruikt wordt voor het vervoer van goederen.

Rijtuigen worden getrokken of geduwd door locomotieven. Ook komt het voor dat rijtuigen door een motorrijtuig worden getrokken of geduwd. Rijtuigen met een eigen aandrijving worden motorrijtuigen genoemd. In Nederland worden rijtuigen voornamelijk ingezet in intercity's, bijvoorbeeld op de trajecten Den HaagVenlo, RoosendaalZwolle en AmsterdamBrussel-Zuid).

Rijtuigen hebben als nadeel dat de hieruit samengestelde getrokken treinen moeilijk van lengte en samenstelling te veranderen zijn en meer tijd nodig hebben bij het kopmaken (het van richting veranderen op een station) doordat de locomotief voorop naar achteren moet rijden of een tweede locomotief aan de achterkant moet worden vastgekoppeld, nadat de locomotief aan de voorzijde is afgekoppeld.

Als oplossing daarvoor zijn er trek-trektreinen en trek-duwtreinen. Bij "trek-trektreinen" zit er zowel voorop als achterop de trein een locomotief waarbij alleen de vooroplopende loc voor tractie zorgt, zodat de trein makkelijk kan kopmaken. Nadeel hiervan is dat er twee locomotieven nodig zijn voor een trein en de achteroplopende loc uitsluitend ballast is. Bij trek-duwtreinen rijdt aan het uiteinde een stuurstandrijtuig of een voor tractie zorgende locomotief mee. Nadeel daarvan is dat alle rijtuigen voorzien moeten worden van stuurstroomkabels om de locomotief achterop vanaf de stuurstand te kunnen bedienen. Bovendien is een stuurstandrijtuig in aanschaf duurder dan een gewoon rijtuig.

Geschiedenis[bewerken]

De bovenbouw van de oudste spoorwegrijtuigen werd van hout gemaakt, zoals gebruikelijk bij rijtuigen in de 19e eeuw. Een voorbeeld van rijtuigen uit de eerste generatie zijn de rijtuigen die door de Arend, de eerste Nederlandse trein in 1839, werden voortgetrokken. Een in 1939 gebouwde replicatrein is in het Nederlands Spoorwegmuseum te bezichtigen: een rijtuig 3e klasse no 10 "waggon", een rijtuig 2e klasse no 8 "char à bancs" en een rijtuig 1e klasse no 4 "diligence". Deze rijtuigen waren niet voorzien van een verwarming.

Naast zitrijtuigen werden er ook rijtuigen met slaapcoupés en buffet- en restauratierijtuigen gebouwd. Verder kwamen er speciale bagagerijtuigen en postrijtuigen. Aanvankelijk waren rijtuigen tweeassig. Later kwamen ook drieassige en vierassige rijtuigen, waardoor een grotere capaciteit kon worden geboden.

Na de houten rijtuigen kwamen vanaf de jaren twintig de stalen rijtuigen. Deze waren steviger en gaven de reizigers bij ongevallen meer veiligheid. Aanvankelijk werden stalen rijtuigen met klinknagels gemonteerd. Een voorbeeld hiervan zijn de Blokkendoosrijtuigen uit de jaren 1924-1931. Vanaf de jaren dertig werden stalen rijtuigen gelast. Gelaste rijtuigen waren lichter en goedkoper. In Nederland werden de laatste houten rijtuigen in 1956 buiten dienst gesteld.

Na de Tweede Wereldoorlog kwamen er ook dubbeldeksrijtuigen, vooral in Frankrijk werden zij op grote schaal ingezet in het forensenverkeer. In Nederland en België werden zij in de jaren tachtig geïntroduceerd. Met het drukker wordende reizigersverkeer kon zo een grotere capaciteit worden geboden zonder de trein te behoeven verlengen. Een dubbeldeksrijtuig heeft ongeveer anderhalf keer de capaciteit van een gewoon rijtuig.

De modernste rijtuigen op het Nederlandse en Belgische spoorwegnet zijn die van de TGV met speciale vering en luxueuze zitplaatsen.

Nederlandse rijtuigen[bewerken]

De volgende rijtuigen zijn in gebruik:

  • ICR (Intercityrijtuig)
  • DDM (dubbeldeksmaterieel, rijtuigen in trek-duwdienst)
  • DD-AR (dubbeldeksmaterieel, rijtuigen in trek-duwdienst, kunnen ook zelf rijden)

Belgische rijtuigen[bewerken]

De volgende rijtuigen zijn in gebruik:

  • M4 (meestal in trek-duwdienst, vooral ingezet voor IR-treinen en P-treinen)
  • M5 (dubbeldeksrijtuig, meestal in trek-duwdienst, wordt vooral ingezet voor P-treinen)
  • M6 (dubbeldeksrijtuig)
  • I6 (rijtuig met compartimenten, meestal te zien tussen Liers-Luxemburg/bij Benelux-treindiensten)
  • I10 (wordt vooral ingezet voor P-treinen, ook te zien op de verbinding Liers-Luxemburg/bij Benelux-treindiensten)
  • I11 (meestal in trek-duwdienst)
  • SR-3 speciaal bar-discorijtuig

Externe link[bewerken]