Modeltrein

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Märklin locomotief in de schaal H0
Märklin Modelbaan in H0 met C-rails
Modelbaan in H0
Noch Modelbaan in H0 met Märklin M-rails

Een modeltrein is een schaalmodel van een trein, het is een vorm van modelbouw.

Introductie[bewerken]

Het zijn meestal mannen die zich aangetrokken voelen tot de treinenwereld in miniatuur. Dit treinbedrijf wordt voornamelijk binnenshuis bedreven, hoewel de grotere schalen soms ook geschikt zijn voor buitenshuis, met name als tuinspoor.

Spoorwegmodelbouw[bewerken]

Spoorwegmodelbouw is het zelf bouwen van modellen (locomotieven, rijtuigen en wagens) naar voorbeeld van de echte spoorwegen; modelspoorwegbouw is het bouwen van een modelspoorweg, zo realistisch mogelijk, op een schaal en het daarop laten rijden van gekochte modellen.

Schalen[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Lijst van modelspoorschalen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Voor modeltreinen worden diverse schaalverhoudingen gebruikt. De meeste schalen hebben een aanduiding in de vorm van een letter, een cijfer of een combinatie daarvan. De grote schalen hebben doorgaans een cijfer, de kleinere een letter. De schaal H0 (wat half nul betekent) vormt een overgang in dit systeem. Smalspoorvarianten van bepaalde schalen hebben vaak een e of een m als toevoeging.

De meest voorkomende schaal is H0 (half nul), de verhouding hiervan is 1:87. Daarnaast kent de N-schaal (1:160) veel aanhangers. Wisselstroomsystemen zijn uitsluitend in H0 te vinden. Gelijkstroomsystemen komen zowel in H0 als in de N-schaal voor. Naast genoemde schalen vallen nog de oorspronkelijke 0-schaal te noemen en de kleinste schaal Z. Schaal II of G is verkrijgbaar als tuinspoor dat bestand is tegen de weersomstandigheden. Een fabrikant van dit tuinspoor is Lehmann Gartenbahn (LGB), een onderdeel van Märklin.

Voor de nog grotere schalen geeft men de spoorwijdte aan in inches ("duim"). We vinden hier 3 1/2", 5", 7 1/4" en nog groter. De maatstaven zijn dan respectievelijk 1:16, 1:11, 1:8. Deze 'grotere' locomotieven kunnen worden aangedreven met verbrandingsmotoren of elektromotoren, maar meestal wordt stoom gebruikt die gemaakt wordt in een met kolenstook of gasgestookte verwarmde stoomketel. Overigens bestaan ook in spoor II modellocomotieven aangedreven door stoom. Ze worden onder andere door LGB, Roundhouse, Regner en Märklin geleverd en zijn aanmerkelijk duurder dan de elektrisch aangedreven modellen. De kleinere schalen zijn over het algemeen alleen leverbaar met elektrische aandrijving, maar bv. Hornby levert ook H0 stoomlocomotieven.

Te weinig ruimte[bewerken]

Een natuurgetrouwe miniatuurspoorweg met deze schalen is meestal onhaalbaar. Een trein met tien personenrijtuigen kan 300 meter lang zijn. Met schaal H0 is daarvoor 3,5 meter nodig en het station moet dus ook zo lang zijn. Voor een kort reistraject, bijvoorbeeld tien kilometer, is al een ruimte van meer dan honderd meter nodig. Wenst men een cirkelvormig spoor om rondjes te kunnen rijden, bijvoorbeeld met een straal van 1000 meter (dat is een scherpe boog), dan is er op schaal meer dan 20 meter nodig.

Een kleinere schaal biedt betrekkelijk weinig verbetering. In een tuin is meer ruimte, maar de kleine schalen zijn voor een tuinspoor niet geschikt.

De fabrikanten realiseren zich dit ook. Ze maken de rijtuigen wat korter dan ze eigenlijk zouden moeten zijn en bovendien bestaat een modeltrein meestal uit minder rijtuigen dan een echte trein. Bovendien zijn de bochten scherper en de wisselhoeken te groot. Dat wordt gedaan om binnen de beperkte ruimte van een woning een modelbaan te kunnen bouwen.

Tijdperken[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Tijdperken in modelbouw voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Om een indeling in tijdvakken te maken is in 1968 het Tijdperken-systeem bedacht. Hierdoor is een realistische indeling van treinen, gebouwen, auto's, etc. mogelijk. De tijdperken zijn: I, II, III, IV, V en VI.

Systemen[bewerken]

Een stoomloc op schaal 1:8 bij stoomgroep Turnhout
Detail van een modelbaan in een museum te Bornholm
Modellocomotief afgebeeld in schalen 1, H0 en Z
Doos van Jouef met onderdelen

2-rail en 3-rail systeem[bewerken]

Er zijn verschillende systemen voor de elektrische aandrijving van de locomotiefmotoren die niet door elkaar gebruikt kunnen worden: het 2-rail systeem en het 3-rail systeem. 2-rail systemen zijn het populairst en tellen de meeste fabrikanten. Het 3-rail systeem heeft zich echter een plaats weten te verwerven vooral door toedoen van Märklin. Deze fabrikant heeft een groot marktaandeel.
Bij 2-rail locomotieven zijn de wielen in het algemeen aan een as elektrisch geïsoleerd ten opzichte van elkaar. Via de beide spoorstaven bereikt de stroom de locomotief.
Bij 3-rail locomotieven geschiedt dit via de wielen en een sleepcontact tussen de wielen. De wielen op een as zijn niet elektrisch geïsoleerd ten opzichte van elkaar. Het sleepcontact glijdt over een staaf of een rij puntcontacten tussen de rails.
Vroeger werd dit onderscheid ook wel gemaakt als gelijkstroom- versus wisselstroomsysteem. Na de introductie van digitale systemen is dit onderscheid in stroomsoorten overbodig geworden. Feitelijk is alleen de wijze van stroomtoevoer van belang.

Trix Express[bewerken]

De locomotieven van Trix Express maakten gebruik van gelijkstroom en tevens van een sleepcontact in het midden. Doordat de wielen op een as eveneens elektrisch geïsoleerd zijn van elkaar, is het mogelijk om zonder elektronica twee locomotieven onafhankelijk van elkaar op een spoor te besturen. Met behulp van bovenleiding kunnen er zelfs drie locomotieven op één spoor onafhankelijk van elkaar worden bestuurd. Tegenwoordig wordt hier veelal elektronica voor gebruikt (zie onder Aspecten). Inmiddels is Trix onderdeel van het Märklin-concern en vormt als zodanig de 2-rail component ervan. Trix-Express wordt als systeem niet meer gemaakt.

Andere systemen[bewerken]

Sinds kort is het ook mogelijk om in de schaal 00 - 1:76 te rijden op stoom. Hornby heeft diverse locomotieven op de markt gebracht inclusief de digitale bediening. Er staat een constante spanning op de rails die ervoor zorgt dat het water gaat koken en dmv. een digitale besturing kunnen de kleppen in de loc worden bediend.

Daarnaast bestaan er ook treinen die op batterijen rijden en radiografisch aangestuurd worden. Hierbij staat er geen stroom op de rails. Dit systeem wordt gebruikt bij de startsets voor kinderen die vanwege deze techniek goedkoper zijn.

Merken[bewerken]

Vele merken hebben hun bakermat in Duitsland. Van oorsprong komen hier bijvoorbeeld de treinen van Märklin, Fleischmann, Trix en Piko vandaan. Veel producenten laten inmiddels een deel van hun productie in Oost-Europa en het Verre Oosten fabriceren. Een andere trend is dat veel merken zijn overgenomen door enkele grotere fabrikanten. De grootste fabrikanten zijn Modelleisenbahn Holding (met de merken Fleischmann en Roco), Gebr. Märklin & Cie GmbH (met de merken Märklin, Trix en LGB) en Hornby International (met de merken Arnold, Electrotren, Hornby, Jouef, Lima en Rivarossi). Andere bekende grotere merken zijn Brawa, Liliput (overgenomen door Bachmann) en ViTrain. Daarnaast zijn er naast kleinere aanbieders nog Britse, Japanse en Amerikaanse merken, evenals sommige (peperdure) Zwitserse merken zoals HAG en Fulgurex. LGB (ook uit Duitsland) levert modeltreinen op wat grotere schaal, 1:22,5 (IIm / G). Nederland komt er niet slecht af al zijn het geen grote fabrikanten. Genoemd moeten worden Philotrain, MKmodelbouwstudio, Phildie, THS, Kleinspoor en Artitec.

Op stoomgebied is er een aantal bekende fabrikanten voor 45mm-spoor, zoals Accucraft (USA), Aster (Japan), Regner (Duitsland), Roundhouse (UK) en Modelbouw Atelier Apeldoorn (Nederland) en als enige voor H0-spoor is Hornby (UK).

Ook zijn toebehoren verkrijgbaar, zoals huizen, stations en andere gebouwen (meest als bouwpakket), materiaal voor wegen en verkeer (zelfs met rijdende auto's, zoals van het Car System van Faller), bruggen, verlichting, bergbouw, imitatiewater en dergelijke. Bekende merken voor scenery zijn Auhagen, Busch, Faller, Kibri, Noch, Viessmann en Vollmer. Een aantal bedrijven is gespecialiseerd in het maken van modelauto's: Brekina, Herpa, Rietze en Wiking.

Aspecten[bewerken]

De modeltreinhobby kent globaal drie aspecten: technische, landschappelijke en logistieke. Daarnaast verzamelen veel mensen modeltreinen.

  • Tot de technische aspecten worden gerekend de elektrische installaties en schakelingen en de eigenlijke infrastructuur. Hier doet de moderne elektronica steeds meer haar intrede. Voor veel hobbyisten is ook software belangrijk geworden, zowel embedded (ingebouwd in de elektronica) als in de computer.
  • De landschappelijke aspecten omvatten de scenery zoals (zelfgebouwde) huisjes, stations en andere gebouwen, alsmede bergen, tunnels en allerlei andere denkbare landschapsvarianten. Sommige hobbyisten laten hun modellen als nieuw, vaak in een vitrine. Anderen voorzien zelfs rails en treinen van een zo natuurgetrouw mogelijke gebruikskleur (weathering).
  • De logistieke aspecten hebben betrekking op het rijden met de treinen. Door besturing daarvan met handregelaars, vastgelegde logica, computer of een combinatie daarvan kan de baan blijven boeien voor bouwers en toeschouwers. Het doel kan zijn zo veel mogelijk in beweging houden van de treinen (zolang er toeschouwers zijn) of (het nabootsen van) een dienstregeling voor zowel personen- als goederentreinen. Het rangeren van treinen, samenstellen van personentreinen door bijplaatsen of aftrappen van rijtuigen, het verdelen van goederenwagens over diverse sporen vormen de hoogtepunten bij het logistieke aspect van de hobby.

In verenigingsverband (Fremo) kunnen door het koppelen van modelspoordelen, modules genoemd, gigantische modelspoorwegen worden gebouwd. Rijden is dan uitsluitend mogelijk met digitaal toegerust materieel en, uiteraard, volgens dienstregeling. Een en ander gaat dan gepaard met echte administratieve "rompslomp", zoals dat in werkelijkheid ook het geval is. Een trein kan pas dan rijden als de dienstdoende machinist zijn codes van de dienstindeler heeft gekregen en de stapel wagenkaarten en vrachtbrieven waarop exact is aangegeven waar de wagens uit zijn trein heen moeten.

Grootte en vorm van de modelbaan[bewerken]

De modelbaan kan zo groot zijn dat er een apart vertrek voor nodig is. Dat betreft dan meestal modelbanen in H0 en grotere schalen. In vele woningen is deze ruimte niet aanwezig. De fabrikanten hebben om deze reden de schaal N ontwikkeld. Märklin is nog een stap verder gegaan en heeft schaal Z op de markt gebracht. Er zijn echter ook modelspoorbouwers die het een uitdaging vinden om te woekeren met de ruimte en ook in de grotere schalen (zeer) kleine modelbanen te bouwen waar toch nog interessante treinbewegingen mee kunnen worden uitgevoerd. Deze modelspoorbanen die soms passen in een schoenendoos of op een boekenplank worden micro lay-outs genoemd.

In de basis zijn modelbanen te onderscheiden in modelbanen op een plaat hout en op een frame. Een modelspoor op een plaat is aan de onderzijde niet open, meestal rechthoekig van vorm en is relatief snel te bouwen. Een modelbaan op een frame is complexer te bouwen, aan de onderzijde open en kan in allerlei vormen gemaakt worden. Bekende vormen zijn de L-, U-, O- of E-vorm.

Planning van de modelbaan[bewerken]

Belangrijkste aspecten van de planning van een model is de schaal, thematisering en het sporenplan. Bij het thema komen aspecten als tijdperk, soort spoor (bijvoorbeeld normaal- of smalspoor, hoofd- of lokale lijn), soort landschap en regio. De hobbyist is vrij om zich strak aan een bepaald thema te houden of niet. Een Amerikaanse stoomtrein door een modern Nederlands berglandschap is door creativiteit mogelijk. Het sporenplan kan op papier worden getekend, maar steeds vaker wordt gebruikgemaakt van speciale planningssoftware, zoals Wintrack, PC-Rail, Anyrail of TRAX.

Verzamelen[bewerken]

Naast het plannen en bouwen is het mogelijk om modeltreinen te verzamelen. Hierbij kan het gaan om bijvoorbeeld alle treinen van een bepaalde spoorwegonderneming of alleen treinen die de verzamelaar zelf het mooiste vindt. Meestal worden de verzamelde treinen opgesteld in speciale vitrinekasten. Voor het registreren van de verzameling is speciale software beschikbaar, zoals iCollect Trains, Modellbahnverwaltung (MobaVer), Trainbase (freeware) en Collection Verwaltung.


De combinatie van het technisch en creatief bezig zijn bij de treinenhobby, al of niet in combinatie met het verzamelen van modellen, maakt dat modeltreinen nog steeds geliefd zijn. De nabootsing van de werkelijkheid en de mogelijkheid een eigen werkelijkheid te creëren spelen hierbij eveneens een rol.

Techniek[bewerken]

Begin 20e eeuw waren er modeltreinen te koop, die rechtstreeks (of door tussenschakeling van gloeilampen) op het elektriciteitsnet, dus zonder transformator, werden aangesloten. Daarna varieerde de rijspanning van ca. 4 tot 16 volt. Van een voornamelijk elektrisch mechanisch begin is de ontwikkeling in gang gezet naar gecompliceerde elektronische schakelingen.

Modeltreinen zijn de laatste 40 jaar behoorlijk verbeterd. Door moderne spuitgiettechnieken en betere kunststoffen werden de modellen steeds meer gedetailleerder. Verder een andere kijk op de aandrijving, met een motor met een of twee vliegwielen voor een rustiger loop. Bij draaistellocomotieven wordt de motor nu vaak in het midden geplaatst en worden de draaistellen via cardanassen aangedreven. Bij stoomlocomotieven wordt de motor met aandrijving nu veelal in de tender gemonteerd waardoor de locomotief zelf niet meer wordt ontsierd door zichtbare tandwielen. Locomotieven en wagons kregen een kortkoppelmechanisme met speciale kortkoppelingen waardoor het mogelijk is "buffer-aan-buffer" te rijden. Eind jaren tachtig kwam daarbij de digitale techniek bij. Met deze digitale techniek staat er een constante wisselspanning op de baan (zowel 2rail (H0 & N) als 3 rail (H0)) met een spanning tussen de 18 en 24 volt. Voorheen waren de twee belangrijke elektrische systemen kenbaar: wisselstroom (fabrikant Märklin) en gelijkstroom (overige merken).

Digitale besturing[bewerken]

Stuurapparaat Twin-Center van Fleischmann voor de digitale modelbaan

De invoering van de digitale besturingssystemen maken een meertreinenbedrijf, al of niet computergestuurd, mogelijk. Door gebruik te maken van pulstechnieken en moderne motoren kunnen modeltreinen zeer werkelijkheidsgetrouw (dat betekent niet te snel) rijden. Daarnaast kunnen vele andere functies worden toegevoegd zoals geluiden en constante treinverlichting (onafhankelijk van de rijspanning).

Er zijn diverse systemen voor digitale modelbouw. DCC is een norm ontwikkeld door het bedrijf Lenz en is wereldwijd de meest verbreide standaard. Märklin heeft een eigen systeem ontwikkeld, namelijk Märklin Systems. Veel andere fabrikant-eigen systemen worden niet meer verkocht, zoals Motorola-formaat van Märklin, Selectrix van Trix en FMZ van Fleischmann. De bekende fabrikanten van digitale systemen zijn ESU, Lenz, Märklin, Uhlenbrock en Viessmann.

Een digitaal systeem bestaat altijd uit een digitale centrale waaraan velerlei modules gekoppeld kunnen worden, zoals wisseldecoders, terugmelddecoders en handregelaars. In de lokomotieven zit een lokdecoder die zijn opdrachten via de rails krijgt. De meest populaire standaard om digitale apparatuur met elkaar te verbinden is de LocoNet-bus dat is ontwikkeld door het Amerikaanse bedrijf Digitrax. Andere aansluitmethodes zijn s88 (Märklin), I2C (Märklin), Rs (Lenz), Sx (Selectrix), Can-Bus (Zimo) en XPressNet (voorheen XBus) (Lenz).

Ook kan een modeltrein via een computer bestuurd worden als deze wordt gekoppeld met de digitale centrale. Hiervoor is speciale besturingssoftware verkrijgbaar.

Spoorsystemen[bewerken]

Voor elke schaal zijn meerdere soorten railsystemen in de handel. De verschillen zitten met name in het verschil in de hoogte van de spoorstaaf. De normen voor de modelrails zijn vastgelegd in NEM-norm 120.

Er zijn twee manieren om een railsysteem aan te duiden: Profil en Code. De term Code wordt gevolgd door een getal dat de hoogte van de spoorstaaf aangeeft in duizendsten van een inch (1 inch = 25,4 mm). Bijvoorbeeld code 83 is 83/100 deel van 2,54 mm ( = 0,1 inch). De hoogte van de spoorstaaf is 2,1082 mm. De term Profil wordt gevolgd door een getal dat het tienvoudige van de hoogte van de spoorstaaf in mm uitdrukt. Dus Profil 20 heeft een spoorstaaf met een hoogte van ongeveer 20/10 = 2 mm.

Normen[bewerken]

Door het ontbreken van standaarden binnen de modeltreinen in de jaren '50 gingen nationale modelspoorverenigingen vanaf 1954 samenwerken binnen het samenwerkingsverband MOROP ("Verband der Modelleisenbahner und Eisenbahnfreunde Europas"). Het belangrijkste doel is het ontwikkelen en onderhouden van diverse normen om ervoor te zorgen dat materieel volgens dezelfde principes wordt geproduceerd en modelbanen volgens eenduidige principes worden gebouwd. Deze normen zijn vastgelegd in zogenaamde NEM-bladen (Normen Europäischer Modellbahnen). Zo is bijvoorbeeld in NEM 605 vastgelegd welke kleuren kabels op een modelspoor moeten hebben.

Huidige situatie en overige ontwikkelingen[bewerken]

Van kinderspeelgoed naar soms prijzige hobby[bewerken]

Lange tijd zijn modeltreinen voornamelijk beschouwd als speelgoed voor kinderen. Vergeleken met vroeger zijn modeltreinen minder populair onder jeugdigen. De oorzaken hiervan zijn wellicht de opkomst van andere vormen van vrijetijdsbesteding zoals computergebruik en het bekijken van televisieprogramma's. Maar ook de prijsontwikkeling speelt waarschijnlijk een rol. Modeltreinen zijn verfijnder in uitvoering, maar ook aanmerkelijk in prijs gestegen. Ze zijn voor minder mensen financieel bereikbaar.

Van "gewone" speelgoedwinkel naar "modelbouwspeciaalzaak"[bewerken]

Het karakter van de verkooppunten van nieuw en gebruikt materiaal is eveneens gewijzigd. Vroeger verkocht vrijwel elke speelgoedwinkel en warenhuisafdeling modeltreinen. De HEMA verkocht modeltreinen van het merk Lima, eerst nog onder de eigen merknaam Lucky Life en V&D verkocht lange tijd modeltreinen van Jouef. Tegenwoordig zijn het vooral modelbouwspeciaalzaken die modeltreinen aanbieden. Daarnaast zijn er regelmatig ruilbeurzen waar modeltreinen vooral worden verkocht tegen lagere prijzen of waar modellen te koop zijn die niet meer leverbaar zijn. En dat laatste tegen behoorlijke bedragen, zeker als er sprake is van een "Sonderserie". Fabrikanten brengen soms wagens of locomotieven in een kleine oplage uit. Deze zijn daardoor zeldzaam en in de regel kostbaarder. Een voorbeeld hiervan zijn de bierwagens. Eenzelfde wagon is met tientallen verschillende logo's van biermerken uitgebracht. Slechts een enkeling kan ze alle bemachtigen.

Terug naar de speelgoedwinkels[bewerken]

Bij de Intertoys zijn producten van Märklin verschenen. Het gaat om de zogenaamde 'My-World'-lijn. Het is de bedoeling dat dit permanent is en zo wordt hopelijk de hobby ook weer onder de jongere jeugd gezien.

Populariteit[bewerken]

De hobby is erg populair geworden in de drie decennia na de Tweede Wereldoorlog, toen de prijzen sterk daalden, de vrije tijd groeide, de liefhebbers welgestelder werden en de belangstelling voor treinen nog groot was. Intussen is het een hobby voor meest oudere mannen geworden, die soms niet schromen om er duizenden euro's in te steken - een locomotief van het tuinspoor LGB kost bijvoorbeeld al gauw 1500 euro. De tanende belangstelling voor de trein en de absurde prijzen in het algemeen wordt genoemd[bron?] als factor in het afnemen van de belangstelling voor de spoorwegmodelbouw.

De hobby heeft zich meer in de richting van werkelijkheidsgetrouwe modelbouw ontwikkeld, terwijl het in de jaren 50 en 60 meer ging om de speelwaarde. De prijzen zijn sindsdien, met de kwaliteit, sterk gestegen.

Er bestaan nog steeds clubs van spoorwegmodelbouwers, die soms een gezamenlijke baan onderhouden, zoals in Amsterdam (de Amsterdamse Modelbouwclub (AMC), sinds 1943, met nagebouwde delen van de stad, waaronder het Centraal Station).

Tijdschriften[bewerken]

Op dit gebied bestaan diverse bladen, waarvan het toonaangevende de Duitse "MIBA" (Miniaturbahnen) en "Eisenbahn Kurier" zijn en, in het Nederlands, Railhobby en Rail Magazine en de niet meer bestaande Miniatuurbanen en het Spoorwegjournaal, alle met informatie over zowel het echte als het modelspoor. In België wordt het Modelspoormagazine uitgegeven, zowel in het Nederlands als in het Frans.

Beurzen en exposities[bewerken]

Grootste modelbeurs van Europa: Intermodellbau in Dortmund

Er worden diverse beurzen en evenementen met opstellingen van modelspoorbanen gehouden. In Nederland wordt Eurospoor elk jaar in oktober gehouden in Utrecht. Tevens in Utrecht wordt ieder jaar On TraXS georganiseerd in het Spoorwegmuseum. Ook in Houten (Rail) worden meerdere keren per jaar grote beurzen gehouden. De grootste treinenbeurs van Europa is Intermodellbau die jaarlijks in Dortmund wordt gehouden. De grootste zakelijke beurs is de jaarlijkse Spielwarenmesse in Nürnberg, waar voor een aanzienlijk deel aandacht is voor modeltreinen.

Een bekende modelspoorbaan is Miniworld Rotterdam in het centrum van Rotterdam (vlakbij het centraal station). Ook in Nienoord, Leek en in het modelspoormuseum in Sneek zijn modelspoorbanen te zien. Ook in Deurne stond een modelspoorbaan te weten Modelspoorbaan Het Locomotiefje dat sinds mei 2000 tot en met 6 januari 2013 dagelijks te bezichtigen is geweest. Ook in de Efteling is een modelspoordiorama te zien, dat ooit met een exotische Märklin standaard bereden werd. Deze standaard was in de handel al lang niet meer verkrijgbaar, maar werd exclusief voor de Efteling door Märklin ondersteund. Tegenwoordig wordt het diorama bereden met standaard H0 gelijkstroomlocomotieven en rails. De grootste modelspoorbaan ter wereld is die van Miniatur Wunderland in Hamburg.

Trivia[bewerken]

Externe links[bewerken]