Het Spoorwegmuseum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Het Spoorwegmuseum
Nederlands Spoorwegmuseum
Nederlands Spoorwegmuseum na de renovatie in 2005
Nederlands Spoorwegmuseum na de renovatie in 2005
Opgericht 1927
Locatie Het Maliebaanstation te Utrecht
Thema Spoorwegen
Personen
Directeur Paul van Vlijmen
Overig
Monumentstatus Rijksmonument
Monumentnummer 36180
Architect A.L. van Gendt (1874) / Arc2 architecten (nieuwbouw 2005)
Aantal bezoekers 362.000 (2013)[1]
Website www.spoorwegmuseum.nl
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur
Openbaar vervoer
Voorzijde van de nieuwbouw (2005) van het Spoorwegmuseum met industrieel karakter
Achterzijde nieuwbouw met spoorlandschap
Overdekte hal voor de collectie locomotieven en treinen
Verbouwing Nederlands Spoorwegmuseum in 2004
"De Werkplaats"
In "De Werkplaats", bij de entree van de nieuwbouw, is loc NRS 107 ook van onderen te bezichtigen
Replica uit 1938 van stoomlocomotief 'De Arend' uit 1839; waarmee de spoorweggeschiedenis in Nederland begon.
Stoomlocomotief HSM 89 Nestor
Langs het perron van het Maliebaanstation staat historisch spoorwegmaterieel, zoals stoomlocomotief NS 2104
Elektrische locomotief 1010 van de serie NS 1000.
Elektrische locomotief 1125 van de serie NS 1100.
Elektrische locomotief 1202 van de serie NS 1200.
Elektrische locomotief 1312 van de serie NS 1300.
Elektrische locomotief 1856 (1656) van de serie NS 1600.
Locomotor 103 van de serie NS 100.
Locomotor 345 van de serie NS 200.
Diesellocomotief 512 van de serie NS 500 op de draaischijf.
Diesellocomotief 2498 van de serie NS 2400 op draaischijf van de nieuwbouw met 5,5 meter hoge deuren.
Tramlocomotief RSTM 2, bouwjaar 1881.

Het Spoorwegmuseum, voorheen Nederlands Spoorwegmuseum (NSM), is sinds 1954 gevestigd in het in 1874 gebouwde Maliebaanstation aan de Oosterspoorweg in de stad Utrecht.

Geschiedenis van het museum[bewerken]

Op 7 januari 1927 werd de Stichting Nederlandsch Spoorwegmuseum opgericht. De collectie werd ondergebracht in een nu verdwenen gebouw van de Nederlandse Spoorwegen in Utrecht, waar op 1 december 1928 het Nederlandsch Spoorwegmuseum officieel werd geopend. De collectie bevatte voornamelijk afbeeldingen, documentatie en spoorattributen. In 1935 verhuisde het museum naar NS-Hoofdgebouw I aan het Moreelsepark. In de jaren dertig werden de eerste initiatieven genomen tot behoud van oud spoorwegmaterieel van historisch belang. Als gevolg van de oorlogsomstandigheden ging een deel hiervan alsnog verloren.

Na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog was er in oktober 1941 geen ruimte meer voor een museum in Hoofdgebouw I. Een andere locatie werd gevonden in de oostvleugel van het Rijksmuseum te Amsterdam, waar de collectie vanaf 30 mei 1942 te bezichtigen was[2]. In september 1944 moest het Rijksmuseum sluiten. Na de oorlog werd de collectie van het Spoorwegmuseum in afwachting van het vinden van een nieuwe locatie opgeborgen op een bovenverdieping van het Amsterdamse Centraal Station.

In 1951 wees F.Q. den Hollander, toenmalig president-directeur van de NS, het in 1939 gesloten Maliebaanstation in Utrecht aan als nieuwe locatie voor het museum. Na verbouwing werd het museum op 5 november 1954 officieel geopend. Er was hier veel meer ruimte om de collectie aan het publiek te tonen, en historisch materieel kon op de sporen van het voormalige station opgesteld worden. Tot 2003 was de lange rij historische stoomlocomotieven langs het eerste perron het meest in het oog springende deel van deze collectie.

Uitbreidingen en verbouwingen[bewerken]

In de jaren vijftig en zestig kwam ook het voorterrein vol te staan met rollend materieel, dat sterk te lijden had onder de weersomstandigheden. In 1975 werd op het achterterrein een perron met overkapping gebouwd; in 1977 kwam nog een uitbreiding met een tweede perron tot stand. Met een loopbrug over de nog in gebruik zijnde goederensporen kon het publiek het achterterrein bereiken. Het voorterrein werd ingericht tot parkeerplaats.

In het stationsgebouw was in de rechtervleugel de historische afdeling ondergebracht en in de linkervleugel de 'moderne' afdeling. Zeer tot de verbeelding spraken de brugmodellen uit de begintijd van de spoorwegen en de modellen van diverse treintypen. Voorts waren er schilderijen, prenten en attributen te bezichtigen. In de jaren tachtig werd deze laatste afdeling heringericht om ook de nieuwste ontwikkelingen te kunnen tonen. Zo werd er onder andere een sprinterkop opgesteld.

In 1988-'89 vond een grote verbouwing plaats. De inrichting van het stationsgebouw werd geheel vernieuwd en volgens de toen moderne inzichten ingericht. Deze inrichting heeft tot 2003 bestaan. Ook het achterterrein werd meer bij het museum getrokken en nieuw ingericht met een 'spoorlandschap'. Het was nu mogelijk om rondjes te rijden, zowel op schaal als op ware grootte. Ook werden enkele gebouwtjes opgesteld, zoals het seinhuis uit Hoogezand-Sappemeer en een overweghuisje uit Elst (Gelderland). Ook een van de oudste Nederlandse spoorbrugjes (uit Halfweg) was hier aanwezig. Voorts werd een pendeldienst ingesteld tussen het Utrechtse Centraal Station en Station Maliebaan (via Lunetten).

Latere toevoeging uit de jaren negentig was de goederenloods uit Nijverdal van 1881, waar onder andere een restaurant in kwam en het nieuwe gebouw op het achterterrein met een grote modelspoorbaan. De in de loop der jaren gegroeide materieelcollectie werd in de jaren negentig voor een groot deel gerestaureerd en voor een deel in rijvaardige toestand gebracht. Stalling (gedeeltelijk) in de openlucht deed deze treinen geen goed. Daarom werd er naar gestreefd een geheel overdekte museumruimte te bouwen.

De laatste grote verbouwing[bewerken]

In 2002 werd besloten het museum opnieuw ingrijpend te verbouwen. Het stationsgebouw uit 1874 werd na de sluiting in september 2003 weer geheel leeggehaald en nu grotendeels teruggebracht in de 19e-eeuwse staat, aangevuld met de Koninklijke wachtkamer afkomstig uit het in 1973 gesloopte station Den Haag Staatsspoor. De restauratiearchitect was Leo Wevers van Bureau Vlaardingerbroek & Wevers te Utrecht.

Onderdelen van het stationsgebouw:

  • Stationshal
  • Bestelgoederengang
  • Restauratiezaal
  • Wachtkamer 3e klasse
  • Wachtkamer 1e en 2e klasse
  • Koninklijke wachtkamer

Het achterterrein, met de voormalige rangeerterreinen en werkplaatsen van de NS, werd ook voor het grootste deel ontruimd en geheel nieuw ingericht. Er kwam een groot nieuw museumgebouw met het industriële karakter van een negentiende-eeuwse spoorwerkplaats. Het nieuwe gebouw, ontworpen door Gert-Jan de Jong biedt onderdak aan de gehele collectie aan treinen en locomotieven van het museum.

Het landschap rond het gebouw is vormgegeven als een spoorlandschap waarin diverse publieke functies een plek hebben gekregen. Zo is er onder meer een terras aanwezig, een kinderspeelplaats, de jumbo-express, een draaischijf, een labyrint met oude stationsbeelden en een evenemententerrein. Nabij het bestaande seinhuis uit Hoogezand-Sappemeer is tevens een watertoren verschenen.

Onderdelen van het nieuwe gebouw:

  • Bedrijfsschool en foyer
  • Theater
  • De Werkplaats
  • De Remise
  • Centrale
  • Werelden met exposities
  • Open depots
  • Bibliotheek
  • Museumwinkel
  • Modelzolder
  • Enkele kantoren

Museumformule[bewerken]

In het voorjaar van 2005 werd door Het Spoorwegmuseum een geheel nieuwe museumformule gepresenteerd. De formule is geïnspireerd op de wetenswaardigheid dat men het station in de negentiende eeuw ook wel de poort naar de wereld noemde. Het station werd ervaren als het beginpunt van een ontdekkingsreis.

In Het Spoorwegmuseum maakt de bezoeker via verschillende Werelden een reis door de geschiedenis. De werelden vertegenwoordigen elk een belangrijke tijdspanne in de ontwikkeling van het spoor ingedeeld in historisch, maatschappelijk, romantisch of technologisch opzicht. De werelden 1, 3 en 5 zijn hierbij ingericht als pretparkattractie zoals een walkthrough (wereld 1), darkride (wereld 3) en simulator (wereld 5).

  • Wereld 1 - Zwarte Magie 1800-1850: De Grote Ontdekking
  • Wereld 2 - La belle époque 1860-1900: Droomreizen (de hoogtijdagen van de internationale treinen rond 1900)
  • Wereld 3 - Modern Times 1918-1945: Stalen Monsters
  • Wereld 4 - Op weg naar vandaag 1950-2005: De Werkplaats (de grote hal met treinen)
  • Wereld 5 - 1800-toekomst: De Vuurproef

De presentatie is veel meer dan vroeger sterk gericht op het vermaken van een groot publiek met kinderen en voor personeelsfeestjes etc. De inhoudelijke kant van het museum is daar ondergeschikt aan gemaakt. De collectie is een soort achtergrond hiervoor. Dit geldt ook voor de schilderijen, prenten en attributen. De achtergrondinformatie staat vermeld in de museumgids. De museumgids is te koop bij de kassa van Het Spoorwegmuseum. Verder lopen er 'eduTRAINers' rond in het museum om de bezoekers te informeren over de collectie.

Er is veel aandacht besteed aan de aankleding met decorstukken. Er is duidelijk een keuze gemaakt van 'van alles een beetje' om een groot publiek te vermaken. Dat deze doelstelling bereikt is, blijkt uit de na de heropening in juni 2005 sterk gestegen bezoekersaantallen.

In december 2013 werd spoor 1, langs het stationsgebouw, van bovenleiding voorzien, zodat elektrische (pendel)treinen ook van hier kunnen vertrekken en aankomen.[3]

Pretparkattracties[bewerken]

De Grote Ontdekking is ingericht als walkthrough. Na het verlaten van de mijnlift wandelen bezoekers door een replica van een Brits dorp en worden zij hierbij begeleid door een audiotour.

Stalen Monsters is ingericht als darkride, een attractietype dat vaak alleen te vinden is in grote attractieparken, aangezien de onderhoudskosten van een darkride hoog op kunnen lopen. Bezoekers nemen plaats in een voertuig gedecoreerd als mijntrein en worden langs verschillende scènes geleid die te maken hebben met de spoorwegen in de periode 1918 tot en met 1945.

De Vuurproef is een virtuele reis door bijna twee eeuwen treingeschiedenis door middel van een interactieve show en simulator. Tijdens deze reis wordt in beeld gebracht wat de komst van de trein voor de wereld heeft betekend. Daarbij komen de ingrijpende maatschappelijke en economische veranderingen, de ontwikkelingen die de trein onderging, de aansprekende momenten in de spoorweggeschiedenis en de rol die de trein tegenwoordig speelt aan bod.

Collectie spoorwegmaterieel[bewerken]

Het Spoorwegmuseum beschikt inmiddels over een grote en gevarieerde collectie rollend materieel. De materieelcollectie is te groot om op de toch nog beperkte ruimte geheel getoond te worden. Daarom is een groot deel van de collectie tramrijtuigen in het afgelopen decennium afgestoten en een deel van het spoorwegmaterieel is elders in depot ondergebracht of in bruikleen bij museumspoorlijnen. Het wel aanwezige materieel staat niet meer zoals vroeger soort bij soort maar vrij willekeurig door elkaar.

De collectie rollend materieel bevat onder meer stoomlocomotieven, elektrische locomotieven, locomotoren, diesellocomotieven, motorrijtuigen, treinstellen, rijtuigen, goederenwagons en enkele trams.

Materieeloverzicht van Het Spoorwegmuseum, met tussen haakjes de oorspronkelijke eigenaar indien dit niet de Nederlandse Spoorwegen was:

Stoomlocomotieven[bewerken]

Elektrische locomotieven[bewerken]

Locomotoren[bewerken]

Diesellocomotieven[bewerken]

  • 508, 512, 629, 673 (diesel-elektrisch) uit 1944 en 1954, bijnaam "Hippel".
  • 2215, 2264 (diesel-elektrisch) uit 1955 en 1956.
  • 2498 (diesel-elektrisch) uit 1956.

Motorrijtuigen[bewerken]

Treinstellen[bewerken]

Rijtuigen[bewerken]

Goederenwagens[bewerken]

  • Bagagewagens: Dg 2162 (ex-D 6 SS), Dg 2696, ombouw uit 1958; in bruikleen bij Stichting De Locomotor.
  • Gesloten wagens: CHD 9807 (HSM 33208), GW 463, S-CHRP 34411, S-CHO 7498, Gs 951 3 744, Gbs 978 1 981, 982, Hbis 225 0 071.
  • Postwagen: Hbbkkss 242 2 043 (PTT/NS) uit 1979.
  • Dwarsliggerwagen: 29045 (HSM).
  • Zandwagen: 172384.
  • Veewagen: FO 3517 (SS) uit 1864.
  • Rongenwagens: LWGK 87583, LWRK 87915.
  • Kolenwagens: GTUW 65248, GTMK 59221.
  • Silowagen: Ubcs 99625 uit 1961.
  • Ketelwagen: 515615 P.
  • Vuilwagen: Takkls 566 9 025 (in bruikleen bij de STAR).
  • Koelwagen: Ibces 980 1 980 (in bruikleen bij de STAR).
  • Divers: kraan 400 met kraanwagen 941 1 525, 482 met 974 1 503 (in bruikleen bij de STAR) en giekwagen 944 1 516 (in bruikleen bij de STAR), kraan 970 1 816 uit 1957.

Trammaterieel[bewerken]

  • Stoomlocomotief: 2 (RSTM) uit 1881.
  • Elektrische bijwagens: 42, 44 (beide WLB).
  • Koppelwagen: K9 (NTM) (in bruikleen bij de Stoomtram Hoorn-Medemblik).
  • Paardentramwagens: 16 (STM), Dk2, G1 (beide NTM).

In de loop der jaren werden diverse trams in de collectie opgenomen. Omdat Het Spoorwegmuseum zich tegenwoordig concentreert op de spoorwegen is inmiddels een groot deel waarvan overgedragen aan de diverse museumtramorganisaties in Nederland. Al in de jaren negentig gingen de Amsterdamse, Haagse en Rotterdamse trams, die voorheen (deels in bruikleen) in het Maliebaanstation verbleven, terug naar hun plaatsen van herkomst. Dit betrof de GVB 144; HTM 830, 756, 1227 en RETM 1, 11, 86, 119, 284, 327, 296 en 514.

In april 2009 werden dertien trams, die al in bruikleen elders verbleven, officieel overgedragen. Dit betrof:

Koninklijke rijtuigen[bewerken]

Met een bijdrage van de BankGiro Loterij in 2009 kon Het Spoorwegmuseum een replica gaan bouwen van de Sr 1, een koninklijk rijtuig uit 1864. Het werk werd uitgevoerd door de Firma Kloosterboer en het is sinds april 2010 in het museum te bezichtigen. De keuze is op de Sr 1 gevallen omdat van dit rijtuig de meeste tekeningen en gegevens bewaard zijn gebleven. Het oorspronkelijke rijtuig werd gebouwd door de HIJSM voor koningin-moeder Anna Paulowna. Tot in de jaren tachtig van de negentiende eeuw werd het regelmatig gebruikt door haar zwager Prins Frederik. De huidige replica geeft het rijtuig weer zoals het er uitzag na de verbouwing van 1884. De enige en oudste nog bestaande koninklijke rijtuigen die in het Spoorwegmuseum staan zijn de rijtuigen Sr 8 en Sr 9 van Juliana en Bernhard uit de jaren vijftig.

Woensdag 14 april 2010 opende koningin Beatrix de tentoonstelling 'Royal Class, vorstelijk reizen' in Het Spoorwegmuseum. Zij bracht haar koninklijke rijtuig (Sr 10) om de tentoonstelling compleet te maken. De tentoonstelling die van 15 april t/m 5 september 2010 te bezoeken was liet onder andere 10 koninklijke rijtuigen zien. Naast de al in het museum aanwezige rijtuigen Sr 8 en Sr 9, is speciaal voor dit museum een replica gebouwd van het Salonrijtuig HSM Sr 1 van Koningin Anna Paulowna.

Tijdelijke tentoonstellingen[bewerken]

Sporen naar het front[bewerken]

In het kader van 300 jaar Vrede van Utrecht organiseerde het museum van 30 maart tot 1 september 2013 de tentoonstelling Sporen naar het front.[4] Hier wordt de invloed van de spoorwegen getoond op de manier van oorlog voeren en hoe de verschillende treinen werden ingezet bij gewapende conflicten. De trein bood logistieke voordelen, met name als het ging om het transporteren van soldaten, materieel, voedsel en paarden naar de frontlinies. De expositie omvat een groot aantal internationale bruiklenen, waaronder oorlogslocomotieven, leger- en pantsertreinen.[4] Het grootste stuk in bruikleen is een Britse 18-inch houwitser, de L1 Houwitser. Het stuk werd gebouwd tijdens de Eerste Wereldoorlog, maar kwam te laat gereed om een rol te spelen. Het stuk heeft, behalve voor de beproeving, nooit een granaat afgevuurd.[4]

Vrienden van Het Spoorwegmuseum[bewerken]

Op 26 mei 1970 werd de Vereniging Vrienden van Het Spoorwegmuseum opgericht. Deze vriendenvereniging stelt het museum o.a. in staat om aankopen voor de collectie te kunnen doen. Daarnaast adviseert zij de directie in het te voeren beleid.

Foto's van rijtuigen en treinstellen[bewerken]

Zie ook[bewerken]

Externe links[bewerken]

Portal.svg Portaal Openbaar vervoer

Literatuur[bewerken]

  • Marie-Anne Asselberghs: Nederlands Spoorwegmuseum. Een wandeling langs de verzameling, Utrecht 1987
  • Een valies vol dromen, de ontwikkeling van het nieuwe Spoorwegmuseum, Utrecht 2005
  • Royal Class, Koninklijk reizen per trein, door Ben Speet; Uitgeverij Waanders, Zwolle, 2010. ISBN 978-90-400-7674-9
  • Sporen naar het front, treinen in oorlogstijd. Auteur: A.J. Veenendaal. Uitgeverij Wbooks, april 2013. ISBN 978-90-6630-094-1
Bronnen en noten
  1. Succesjaar voor spoorwegmuseum
  2. NVBS: Op de Rails. J.J.K.: Het Spoorwegmuseum in het Rijksmuseum. 1942.
  3. Spoorwegmuseum leslokaal voor monteurs, www.prorail.nl
  4. a b c Persbericht Spoormuseum Enorm spoorgeschut onderweg naar Spoorwegmuseum, 25 maart 2013, geraadpleegd op 15 juni 2013