Rotterdamse tram

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rotterdamse tram
Basisgegevens
Locatie Rotterdam
Vervoerssysteem Tram
Startdatum 1878
Aantal lijnen 9 (12)
Aantal voertuigen 125
Spoorwijdte 1.435 mm
Eigenaar RET
Uitvoerder(s) RET
Operationele gegevens
Gem. snelheid 18 km/h
Maximumsnelheid 60 km/h
Portaal  Portaalicoon   Openbaar vervoer
Rotterdamse tram
2  Charlois - Keizerswaard
4  Molenlaan - Marconiplein
7  Woudestein - Willemsplein
8  Kleiweg - Spangen
10  Museumlijn/Citytour
 (Rondrit door de stad)
12  Rotterdam Centraal - Beverwaard
 (Rijdt tijdens grote evenementen in de Kuip)
18  Rotterdam Centraal - Pelgrimsstraat
 (Rijdt alleen tijdens het Dunya Festival)
20  Lombardijen - Rotterdam Centraal
21  De Esch - Schiedam Woudhoek
23  Beverwaard - Marconiplein
24  De Esch - Vlaardingen Holy
25  Carnisselande - Schiebroek
Het Rotterdamse tramnet in 1904 en de daaropvolgende uitbreidingen tot 1910.
Het Rotterdamse tramnet in 1927 en de daaropvolgende wijzigingen tot 1931.

Het tramnetwerk in en rondom Rotterdam telt 9 lijnen die dagelijks rijden en 3 die op speciale gelegenheden rijden. Het tramnetwerk wordt geëxploiteerd door de Rotterdamse Elektrische Tram (RET). Het is het kleinste stadstrambedrijf van Nederland. De spoorwijdte is 1435 millimeter (normaalspoor), de bovenleidingspanning is 600 volt en het tramnet is geschikt voor eenrichtingtrams.

Geschiedenis[bewerken]

De RET heeft twee tramwegmaatschappijen in Rotterdam als voorganger gehad, respectievelijk de RTM en de RETM. In 1878 werd de RTM (Rotterdamsche Tramweg Maatschappij) opgericht. De eerste paardentram in Rotterdam reed in 1879. De RTM reed tot 1904 met paardentrams en stoomtrams in en om de nog niet uitgebreide stad. Behalve de RTM waren er in en om Rotterdam nog twee kleinere trammaatschappijen. De Schielandsche Tramweg-Maatschappij opende in 1882 een paardentramlijn met 1067 mm spoorwijdte van het Hofplein via de Schiekade en Bergweg naar Hillegersberg. De Schiedamsche Tramweg-Maatschappij opende in 1902 een paardentramlijn in Schiedam van het station via de Koemarkt naar het Hoofdplein. Deze tramlijn had een spoorwijdte van 1000 mm.

Een nieuwe vorm van stadsvervoer, de elektrische tram, kwam met de oprichting van de nieuwe RETM (Rotterdamsche Electrische Tramweg Maatschappij) in 1904. Op 18 september 1905 nam de RETM de eerste elektrische tramlijn in gebruik, lijn 1 Honingerdijk – Beurs – Park. De elektriciteit werd tijdelijk geleverd door een noodcentrale. Op 15 oktober 1906 begon de gemeente met levering van elektriciteit uit de nieuwe centrale en ging de looptijd, 21 jaar, van de concessie in. Hetzelfde jaar kwamen er al vijf lijnen bij. In 1907 en 1908 kwamen er nog meer lijnen bij en kwam het totaal op negen lijnen. Het maximum werd bereikt in 1930 toen de Rotterdamse tram 25 lijnen had. De rijtuigen waren in het begin donkerblauw, later crème en vanaf de jaren 30 okergeel.

Sinds 27 maart 1907 was de paardentram naar Overschie de enig overgebleven niet-elektrische lijn van de RETM. De paardentrams naar Hillegersberg en in Schiedam bleven ook nog rijden. Deze maakten geen deel uit van het net van de RETM. De paardentram in Schiedam werd op 31 december 1917 zonder vervanging opgeheven. De lijn naar Hillegersberg werd in 1919 eigendom van de RETM. Deze verbouwde de lijn in de jaren 1922 en 1923 tot elektrische tramlijn op normaalspoor. Op de lijn naar Overschie werden de paardentrams in de jaren 1924 en 1925 geleidelijk vervangen door trams met benzinemotoren. In 1928 werd deze lijn vervangen door een buslijn.

In deze jaren verzorgde de RTM uitsluitend het vervoer naar en van de Zuid-Hollandse en Zeeuwse eilanden.

De RETM heeft na enkele jaren onderhandelen het trambedrijf aan de gemeente overgedragen. Op 4 april 1927 valt het Raadsbesluit en op 15 oktober van dat jaar wordt de RETM een gemeentelijk vervoerbedrijf en krijgt het de naam RET (Rotterdamse Elektrische Tram), de 1903 werknemers komen in dienst van de gemeente.

Materieelgeschiedenis motorwagens[bewerken]

Tweeassers[bewerken]

Tweeramers[bewerken]

RETM motorwagen 11 (bouwjaar 1905) als museumtram bij Diergaarde Blijdorp, 1983.

In 1905 arriveerden de eerste elektrische trams in Rotterdam, de serie 1-20. Deze motorwagens met twee van boven licht gebogen ramen en in blauw geschilderde wagenbakken met bruine zijpanelen en veel Jugendstil motieven, zijn gebouwd door de Belgische firma Metallurgique uit Henegouwen. Zij hebben een grote gelijkenis met de eerste Haagse elektrische trams (ook serie 1-20). De balkons zijn open zodat de bestuurder aan al het goede en slechte weer wordt blootgesteld. 12 wagens hadden langsbanken met in totaal 20 zitplaatsen en de andere dwarsbanken met in totaal 19 zitplaatsen. In 1912 werden deze trams crème geschilderd en kregen een gesloten balkon. In 1922 werden de 2 gebogen zijramen vervangen door 6 kleine raampjes. Deze trams gingen in 1931 uit dienst. De motorwagens 1 en 11 zijn als museumtrams voor het nageslacht bewaard gebleven en rijvaardig. De serie bestond uit twee delen, t.w. 1 - 12 en 13 - 20. wagen 11 die nog aanwezig is heeft dwarsbanken maar het is oorspronkelijk wagen 17 geweest. In afwijking zoals bij de RET normaal was dat het baknummer het rijtuignummer bepaalde heeft bij wagen 11 het trucknummer het rijruignummer bepaald.

Drieramers[bewerken]

RETM motorwagen 119 (bouwjaar 1907).

Net als in Den Haag is de volgende serie trams voor Rotterdam wegens de enorme uitbreiding van het tramnet (zie kaart) groot. De trams uit de serie 21-126 hebben drie zijramen en nog wel langsbanken, in dit geval met in totaal 18 zitplaatsen. De ""serie 21-70"" is geleverd door de Belgische firma Ragheno in 1906. Een andere Belgische firma leverde hetzelfde jaar de ""serie 71-90"" en de firma Metallurgique ook nog in 1906 de ""serie 91-106"". In 1907 levert Allan uit Rotterdam de ""serie 107-126"". Al deze trams worden in blauwe kleur afgeleverd maar ze worden later ook crème geschilderd. Van het begin aan hebben deze trams al een afgeschermd balkon. Al deze trams gingen in de jaren 1931 tot en met 1934 uit dienst. In 1908 wordt door de tramfabrikant Allan uit Rotterdam een vervolgserie gebouwd: 127-151. Ook deze waren eerst blauw en later crème. Deze serie werd in de jaren 1931 en 1932 gemoderniseerd door de RET. Ze kregen toen de RET-kleuren zwart en okergeel. In de jaren tussen 1938 en 1941 werden de meeste omgebouwd tot bijwagen. De laatsten gingen in 1950 buiten dienst. De motorwagens 86 en 119 zijn als museumtrams bewaard gebleven en rijvaardig. Het is vermeldenswaard dat ook mr.119 in de okergeel met zwarte outfit heeft gereden.

Vierramers, Parkwagens, Delmez-wagens[bewerken]

RETM motorwagen 210 (bouwjaar 1924).

In 1913 kwam de serie 152-176 in dienst. Dit waren trams met 4 zijramen en boven ieder raam twee kleine ventilatieraampjes. Zij hadden 18 zitplaatsen op dwarsbanken. Wegens materiaal tekort veroorzaakt door de Eerste Wereldoorlog werd de ""serie 177-201"" pas afgeleverd in 1921. Het betrof het twee deelseries die van elkaar verschilden door een gering lengteverschil en een grotere afstand tussen de twee assen. Hun bijnaam ‘Parkwagens’ kregen zij omdat zij allereerst in dienst kwamen op de toen nette lijn 1 naar het Park. In 1930 werden de wagens verbouwd en kregen de bekende zwart en okergele uitrusting, deuren en een pantograaf als stroomafnemer in plaats van een sleepbeugel. In de Tweede Wereldoorlog werden 7 wagens gewijzigd in bijwagens en kregen een 1 voor het wagennummer. In 1946 werden 14 motorwagens verkocht aan de HTM. De overige trams gingen rond 1950 uit dienst. Als museumtram is de 192 bewaard gebleven en rijvaardig (ex-zandmotorwagen 2403).

In 1924 werd de Delmez-serie afgeleverd, genummerd 202-221 en gebouwd door Allan. Zij lijken wat betreft uiterlijk wat op de Haagse serie 800 met hun 3 grote en 2 driekwart zijramen. Ze werden afgeleverd met twee eenassige draaistellen maar tijdens de verbouwing in de jaren 1930 kregen zij een vast tweeassig onderstel. Zij waren dan ook de langste tweeassers die bij de RET dienst hebben gedaan. De meeste trams van deze serie gingen in 1956 en 1957 uit dienst. De motorwagens 210 en 220 zijn als museumtrams bewaard gebleven, alleen de 220 is rijvaardig.

1rightarrow blue.svg Zie Rotterdamse tweeasser-trams voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Vierassers[bewerken]

Vierassige motorwagen RET 520 (bouwjaar 1931).

Tussen 1929 en 1931 schafte de Rotterdamse Electrische Tram totaal 170 vierassige elektrische motorwagens aan. De laatste Rotterdamse vierassers deden dienst in de jaren tachtig. Enkele wagens deden nog dienst als werkwagens, enkele zijn bewaard als museumtrams.

De RET, die de RETM opvolgde, kreeg in haar nieuwe directeur Dr. Ing. J.G.J.C. Nieuwenhuis een zeer vooruitstrevend man. Hij moderniseerde de Rotterdams tram met een grote serie vierassige trams op twee draaistellen. In 1929 arriveerde de serie 401-450, 12 meter lange trams, geschilderd in zwart en okergeel met een groot middenbalkon waardoor in- en uitstappen werd versneld. Allan te Rotterdam, Talbot te (Aken) en Werkspoor te Utrecht bouwden en leverden de trams af. Twintig bijwagens (1001-1020) werden bijgeleverd. Deze werden in 1931 tot de motorwagens serie 451-470 verbouwd.

In 1931 volgde nog een grote bestelling, de serie 471-570, zodat de RET nu 170 identieke motorwagens had die op alle lijnen konden worden ingezet. De 551-570 zijn gebouwd door Beijnes te Haarlem. Op de zwaarst bezette lijnen werden de bijwagens serie 1001-1020 (tweede serie, gebouwd in 1931) meegevoerd. Deze trams golden als een van de modernste in het vooroorlogse Europa. In 1943 volgde nog een kleine serie nieuwe motorwagens, als eenrichtingswagens, zij werden de serie 301-304. Twee door brandschade in 1943 vernielde motorwagens werden in 1946 als eenrichtingswagens herbouwd, dit werden de 305 en 306. Vier motorwagens overleefden de Tweede Wereldoorlog niet. Tot in de jaren zestig vormden deze trams de ruggengraat van het Rotterdamse trambedrijf. Veel wagens hebben een museale bestemming gekregen, ook bij de Electrische Museumtramlijn Amsterdam en de Tramlijn Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem. In Amsterdam verblijft de 507, in Arnhem verblijven de 520, 535 en 536.

1rightarrow blue.svg Zie Rotterdamse vierasser-trams voor het hoofdartikel over dit onderwerp.
Vierassige motorwagen RET 123 (bouwjaar 1951).

Na de bevrijding schafte de RET in 1948 twee prototypes aan van een moderner type vierassers, de motorwagens 571-572, in 1950 vernummerd in 100-101. Men borduurde voort op het vooroorlogse succes van de vierassers. In 1950-1951 volgde de serie 102-135. In feite was dit door Allan gebouwde tramtype al verouderd omdat er toen al volop met andere tramtypes werd geëxperimenteerd, waaronder vierassers en gelede trams met passagierscirculatie. Alleen het gebruik van aluminium de wagenbakken in deze serie kan als modern worden gezien. De serie had mooie bijwagens, de tussen 1948 en 1951 afgeleverde serie 1021-1056. Zij werden tussen 1968 en 1983 buiten dienst gesteld. De motorwagens 109, 115, 123 en 130 zijn als museumtrams bewaard gebleven, alleen de 123 en 130 zijn rijvaardig. Van de bijwagens zijn er drie bewaard gebleven: de 1040, 1042 en 1050. De 1042 is rijvaardig als bijwagen bij de 123, de 1050 is rijvaardig bij de Tramlijn Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem.

1rightarrow blue.svg Zie Rotterdamse Allanstellen voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Schindlers[bewerken]

Zesassige Schindler RET 237 (bouwjaar 1957).

In de jaren 1950 zocht de RET naar vervangende trams om de laatste tweeassers te kunnen afvoeren. Dit werden de serie 1-15 (1956; vierassers) en 231-244 (1957; zesassers). Deze twee series werden gebouwd door Wagonfabrik Schindler A.G. in Pratteln, (Zwitserland). Bij de RET had men soortgelijke lichtgewicht trams in Bazel gezien die grote indruk maakten en tevens wilde men passagierscirculatie – achter instappen, langs een zittende conducteur gaan en voor of in het midden uitstappen – invoeren. De wagens waren ook de eerste met een verlaagde instap. Waren voor de klassieke vierassers nog twee grote stappen nodig om in te stappen, bij de Schindlers konden passagiers volstaan met één kleine stap. Door de meerdere deuren konden passagiers ook niet meer elkaar hinderen bij het in- en uitstappen wat de dienstuitvoering versnelde. Helaas vielen zij op door hun onrustige loop; ze schommelden. Tussen 1982 en 1985 werden deze trams afgevoerd. Twee zijn er voor het museum bewaard gebleven, de 15 en 242.

1rightarrow blue.svg Zie Rotterdamse Schindlers voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Düwags[bewerken]

Dubbelgelede Rotterdamse Düwagtram RET 361 (bouwjaar 1964).

Na de Schindlers werd de Düsseldorfse tramfabriek Düwag hoofdleverancier van de RET. De serie 351-386 was de eerste dubbelgelede serie volgens dit toen reeds beproefde recept. Zij werden afgeleverd in 1964. De serie 251-274 werd in 1965 als enkelgelede variant afgeleverd. In 1975 werd deze serie verbouwd tot dubbelgelede trams en vernummerd in 301-324. De door Werkspoor gebouwde enkelgelede rijtuigen uit de serie 601-635 van enkele jaren later (1969) werden bijna alle ook in de jaren tachtig verbouwd tot dubbelgelede exemplaren; die kregen een "1" voor hun nummer en vormden aldus de serie 1600. Vele van de trams uit de series 251-274, 351-386 en 600/1600 zijn nog veelvuldig verbouwd en overgeschilderd. De meeste werden afgevoerd in de jaren tachtig en negentig; in 2003 reden ze voor het laatst in dienst van de RET. Enkele trams van de serie 1600 zijn na afvoer in Roemenië terechtgekomen. Als museumtrams zijn in Rotterdam bewaard gebleven de 385, 608 en 1624. Bij de Tramlijn Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem bevindt zich de 631. Op het NDSM-terrein in Amsterdam-Noord staat de 319 (ex-269).

1rightarrow blue.svg Zie Rotterdamse Düwag-trams voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

ZGT - Zwevend Geleed Tramrijtuig[bewerken]

Zesassige motorwagen RET 714 (bouwjaar 1982).

In de jaren tachtig werden 100 nieuwe gelede trams in openbaar-vervoer geel afgeleverd. Deze trams werden genummerd in de 700 en 800-serie en vervingen de oude gelede trams uit de jaren vijftig en zestig. Deze series waren van een nieuw concept, het voor de RET Zwevend Geleed Tramrijtuig (ZGT) ontwikkelde type. De serie 700 is volledig nieuw gebouwd, terwijl bij de serie 800 gebruik is gemaakt van het tractie- en besturingssysteem van de series 301-324 en 351-386. Bijna alle 700-en deden tot 2012 nog dienst. De laatste van de serie vijftig wagens van de serie 800 zijn in juni 2012 buiten dienst gesteld. Van de 700-en zullen 15 exemplaren als reserve achter de hand worden gehouden. De rest wordt afgevoerd. Een deel van de rijtuigen van de 800-serie is verkocht aan Galati in Roemenië.

In de jaren 90 werd als huiskleur de Rotterdamse kleuren groen en wit ingevoerd (later vervangen door groen en zilver). Als museumtram is in Rotterdam bewaard de 819.

Van de 700-serie zijn de 741 (groen-wit) en de 742 (geel-bruin) bewaard als museumwagens.

1rightarrow blue.svg Zie Zwevend Geleed Tramrijtuig voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Citadis[bewerken]

Een Rotterdamse Citadis (bouwjaar 2003) bij station Schiedam.

In het kader van het HOV-concept "Tramplus", heeft de RET voor 100 miljoen euro 60 Citadis 302-trams (5-delig) aangeschaft. Op 25 augustus 2003 werd de Citadis officieel gepresenteerd aan het publiek. Sindsdien worden deze trams ingezet op tramlijn 20, later ook op de lijnen 21, 23, 25 en op 2. De Rotterdamse versie van de Citadis heeft een 100% lage vloer, is 2,40 meter breed en biedt aan 63 reizigers een zitplaats. Met 31,5 meter zijn dit momenteel (medio 2006) de langste trams van Nederland. In 2007 is de Citadis 2 besteld, die iets korter zijn dan de Citadis 302/rijtuigen en die daardoor geschikt voor de lijnen die niet (volledig) op tram-plusniveau gebracht zijn, de lijnen 4, 7 en 8. Deze trams begonnen te rijden in 2011 en zijn genummerd in de 2100-serie. In voorjaar 2012 was de hele serie afgeleverd en de RET beschikt nu over 113 exemplaren van de citadis 302 en de citadis 2.

1rightarrow blue.svg Zie Rotterdamse Citadis voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Materieelgeschiedenis bijwagens[bewerken]

Open bijwagens[bewerken]

Een aantal kleine series open bijwagens geschikt voor mooi zomerweer. De 201-208 waren voormalige paardentrams, de 209-210 waren hieraan gelijk maar nieuw gebouwd in 1905 door Allan. Deze serie werd in 1920 vernummerd tot 291-300 en in 1931 buiten dienst gesteld. De serie 211-240 werd in 1907 gebouwd door Ragheno en in 1920 vernummerd in 261-290. Twaalf wagens werden omstreeks 1930 gemoderniseerd terwijl de rest buiten dienst ging. De meeste van de gemoderniseerde wagens gingen in 1942 naar Bremen. Als museumtram is bewaard gebleven de 284.

Gesloten bijwagens[bewerken]

Gesloten bijwagens kende de RET(M) in de volgende series:

  • Serie 301-350: wagens die eerst als paardentram hadden gefungeerd. Kleine tweeassers met drie kleine zijramen en open balkons. Deze wagens gingen in 1931 uit dienst. Als museumtram is bewaard gebleven de 327.
  • Serie 351-360 (later 1351-1360). Mooie tweeassige wagens met drie grote, lang naar beneden doorlopende ramen die later zodanig werden gemonteerd dat ze geheel neer beneden konden zakken. Deze wagens werden in de jaren 1930 vernummerd en overgeschilderd en deden nog tot ver in de jaren 1950 dienst. Als museumtram is bewaard gebleven de 1355.
  • Serie 361-406 (later 1361-1406) waren tussen 1915 en 1921 afgeleverde tweeassige bijwagens, merendeels door Allan gebouwd, met 4 ramen. Ze leken qua uiterlijk sterk op de Delmez-motorwagens en waren er visueel een mooi geheel mee.
  • Voorts waren er twee series 1001-1020. De eerste serie uit 1929 was voorbereid om tot motorwagens te worden verbouwd. Dit werd motorwagenserie 451-470. De tweede serie 1001-1020 uit 1931 is tot het begin van de jaren zestig in dienst geweest, voornamelijk op lijn 2 (CS – Charlois) en is toen volledig gesloopt. Als museumtram is bewaard gebleven de 1008 (herbouwd uit motorwagen 545). De huidige bijwagens met nummers uit de serie 1001-1020 zijn gereconstrueerd uit andere wagens van de serie 471-570.
  • De series 1127-1151 en 1152-1201 waren tot bijwagen verbouwde motorwagens (127-151 en 152-201) die in de jaren 1930 werden gemoderniseerd en de kleuren zwart met okergeel kregen. Deze bijwagens reden veelvuldig in combinatie met de vierassige motorwagens. Zij werden afgevoerd in de jaren veertig en vijftig.
  • De serie 1021-1056 schafte de RET aan na de Tweede Wereldoorlog in 1948-1950, behorend bij de nieuwe Allan-motorwagens. Dit waren ook bijwagens die visueel een mooie combinatie waren met die motorwagens. Zij werden tussen 1968 en 1983 buiten dienst gesteld. De bijwagens 1040, 1042 en 1050 zijn als museumtrams bewaard gebleven, de 1042 is rijvaardig. Voorts de 1050 bij de Tramlijn Nederlands Openluchtmuseum te Arnhem.

TramPlus[bewerken]

Twee Rotterdamse Citadis te Barendrecht Carnisselande.

Begin jaren negentig was het voortbestaan van de tram onzeker. De metro was een grote concurrent van de tram. Het TramPlus-plan voorziet in de omzetting van de belangrijkste lijnen in TramPluslijnen (HOV-lijnen). Ook worden er nieuwe TramPlus-lijnen aangelegd.

In 1996 werd als eerste tramlijn 20 geopend. Deze lijn verbindt het Station Rotterdam Centraal van Rotterdam via de in 1996 geopende Erasmusbrug met Rotterdam-Zuid.

In maart 2001 werd tramlijn 23, de IJsselmondelijn, geopend van Centraal Station naar het Stadion Feijenoord, met name om het traject beschikbaar te hebben voor Euro 2000, de Europese voetbalkampioenschappen die in 2000 in Nederland en België werden gehouden. In de jaren daarna is de lijn geleidelijk verlengd, zuidwaarts naar IJsselmonde en westwaarts naar Vlaardingen-Holy; het is thans de langste tramlijn van Nederland met een enkele-reistijd van vijf kwartier. In november 2004 werd de Carnisselandelijn (tramlijn 25) geopend, die het Rotterdam Centraal verbindt met de nieuwe wijk Carnisselande in Barendrecht.

Tegenwoordig rijdt lijn 25 tot Rotterdam Centraal de oorspronkelijke route, om vervolgens via de oude route van lijn 5 door te rijden tot Schiebroek.

Tramlijn 2 is inmiddels verbouwd tot Trampluslijn. Het kan zijn dat lijn 2 tramlijn 22 zal gaan heten, het is dan een echte Trampluslijn.

Aan de Schiedam-Vlaardingenlijn werd de laatste hand gelegd in Rotterdam, Schiedam en Vlaardingen. Op 31 oktober 2005 is de lijn officieel geopend, de nieuwe tak naar Vlaardingen als verlenging van lijn 23, lijn 1 werd omgedoopt in lijn 21. Op 18 augustus 2008 is de route in het centrum van Schiedam verlegd zodat de tram nu ook bij het belangrijke knooppunt Station Schiedam Centrum komt, lijn 21 wordt later nog doorgetrokken naar Station Schiedam Spaland.

In juni 2005 ging de gemeente Ridderkerk akkoord met de voorkeur van de stadsregio Rotterdam om een TramPlus-lijn naar Ridderkerk aan te leggen, daarmee kan de planning hiervoor beginnen. Er komt een zijtak van lijn 23.

Voor onder andere het TramPlus-project en ter vervanging van oud materieel werden 60 trams van het type Citadis van Alstom besteld. Zij kwamen in dienst vanaf 2002. De trams worden voornamelijk ingezet op de TramPlus-lijnen. Lijn 2 is ook geschikt voor dit tramtype, maar daar worden ze niet vaak op ingezet.

In juli 2007 werd bekend dat de RET nog 53 trams van het type Citadis II zou bestellen bij Alstom. Deze trams rijden ook op de tramlijnen die buiten het TramPlus project vallen, en hebben de resterende trams uit de serie 800 geheel en de serie 700 grotendeels vervangen. De eerste Citadis II-trams zijn in het voorjaar van 2011 gaan rijden. Een jaar later was de hele serie afgeleverd en de RET beschikt nu over 113 van deze trams. Daarnaast worden nog vijftien 700-en als reserve achter de hand gehouden.

Toekomstige uitbreidingen[bewerken]

  • Begin 2014 is de aanleg van de 'Binnenlus Keizerswaard' begonnen. Dit is een traject lopend vanaf de kruising Groeninx van Zoelenlaan - Reyerdijk / Groene Tuin, via de Herenwaard en de Palmentuin naar het bestaande traject aan de Groene Tuin. Hiermee worden lijnen 2 en 23 dichterbij het winkelcentrum Keizerswaard gebracht, waardoor er een OV-knooppunt ontstaat.
  • Er wordt al een paar jaar over een TramPlus-lijn naar Ridderkerk gesproken. Deze lijn zal bij de tramremise Beverwaard aftakken van het bestaande tramnet, waarna deze de Rotterdamseweg zal volgen. Na de kruising met de Populierenlaan worden de sportvelden overgestoken, waarna de tram via de Koninginneweg naar het centrum van Ridderkerk rijdt. De route door het centrum is nog niet helemaal duidelijk, waarschijnlijk zal de tram hier via Willem Dreesstraat, Koningsplein, Schoutstraat, Verlengde Kerkweg en vervolgens over een bedrijventerrein naar de Vlietlaan rijden. Aan het eind van de Vlietlaan slaat de lijn af naar rechts om de Rotterdamseweg te volgen tot aan het eindpunt P+R Oudelande. Er wordt verwacht tussen 2015 en 2020 met de aanleg te beginnen. Er is echter veel tegenstand in Ridderkerk, dus de aanleg is niet volledig zeker.
  • Er wordt gespeculeerd over hoe de Ridderkerklijn in het centrum van Rotterdam gaat komen. Een optie is lijn 23 naar Ridderkerk te laten rijden (waarbij hoogstwaarschijnlijk lijn 2 het traject in de Beverwaard overneemt), maar er wordt ook gesproken over een volledig nieuwe lijn. Omdat het Wilhelminaplein zoveel trams niet aan zou kunnen, zou er in het geval van een nieuwe lijn er een traject via de Rosestraat, een nieuwe brug over de Koningshaven en over de Willemsbrug gerealiseerd worden. Een probleem hierbij is de bocht in de Willemsbrug aan de noordzijde, waar de tram enorm zou gaan piepen.
  • Op 12 maart 2014 werd bekendgemaakt dat zowel Stadsregio Rotterdam als Stadsgewest Haaglanden een tramverbinding met Rotterdam Airport willen. Deze tramverbinding moet in 2020 af zijn en zal volgens de huidige plannen de Haagse tramlijn 1 en de Rotterdamse tramlijn 25 samenvoegen, waarbij Den Haag en Delft met het vliegveld worden verbonden, maar Rotterdam ook met de TU Delft en Scheveningen. Wie de exploitatie van deze lijn in handen krijgt, is nog niet zeker.
  • Verder zijn er plannen voor kleinere projecten, zoals verbindingsbogen tussen de Kruiskade en de Henegouwerlaan en keerlussen bij het Wilhelminaplein en de Langenhorst.

Rotterdamse trams elders[bewerken]

Een deel van het in de afgelopen jaren afgevoerde trammaterieel is aan andere bedrijven verkocht. Deze trams bevinden zich op de volgende plaatsen:

  • Bij Risk (trainingscentrum voor (brand)ongevallen) Maasvlakte: ZGT wagen 841 (voorheen 1626, deze is geruild met de 841 die opgeknapt is door RoMeO; de 1626 is vervolgens door RoMeO in Rotterdam geplukt en gesloopt.
  • Bij Ricas Zoetermeer: gelede wagen 1602
  • In Brăila (Roemenië): gelede wagens 1601, 1604, 1611, 1612, 1613, 1615, 1618, 1619, 1621 en 1634
  • In Galati (Roemenië): gelede wagens 801, 803, 804, 807, 814, 817, 824, 832, 836, 837, 838, 842, 844, 845 846 (849 is daar reeds gesloopt) tevens zijn naar Galati verhuisd de nrs: 805, 812, 815, 818, 820, 822, 823, 828, 830, 835 en 848, waarvan de 815 bestemd is voor onderdelen.
  • In Craiova (Roemenië): gelede wagens 651, 652, 653, 654, 655, 657, 658, 659 en 660 (ex-Wenen)

Museumtrams[bewerken]

Vierasser uit 1931 rijdend in het Nederlands Openluchtmuseum.

De stichting RoMeO houdt zich bezig met de geschiedenis van het openbaar vervoer in Rotterdam en beheert twee musea en onderhoudt historische trams en bussen. Hiermee worden ook regelmatig ritten gemaakt.

Op 18 september 2005 werd het eeuwfeest van de elektrische tram in Rotterdam gevierd met een tramoptocht waaraan trams uit 1905 t/m 2005 deelnamen. De eerste elektrische tram reed op 18 september 1905 tussen Het Park en de Honingerdijk.

RoMeO onderhoudt een tramlijn, die rijdt op feestdagen en in schoolvakanties:

1rightarrow blue.svg Zie Rotterdamse Museumtrams voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Remises[bewerken]

Zowel op de rechter als op de linker Maasoever beschikt de RET anno 2012 over één tramremise. Op de rechter Maasoever is dit remise Kralingen. De diensten van de lijnen 4, 7, 8, 21 en 24 worden van hieruit gereden. Op de linker Maasoever staat de nieuwe remise Beverwaard die gecombineerd is met een P+R voorziening met 500 parkeerplaatsen. De lijnen 2, 20, 23 en 25 vinden hier hun onderdak. Deze remise heeft in augustus 2011 de remise Hilledijk vervangen omdat deze te weinig capaciteit had en omdat daar woningbouw gepland is. De remise Beverwaard vervangt ook de remise Kleiweg voor de opslag van trams, aan de kleiweg vindt vooral nog onderhoud aan trams en bussen plaats. Deze is in gebruik sinds 1960, voorheen was hier de fabriek van Allan Rotterdam gevestigd. De RET(M) had zijn werkplaats voor 1960 aan de Isaac Hubertstraat.

Een andere remise, remise Hillegersberg aan de Kootsekade, wordt niet meer voor de normale dienst gebruikt en is niet meer in beheer bij de RET; ze is in gebruik voor restauratie en berging van museumtrams. Hier bevindt zich tegenwoordig het Trammuseum Rotterdam, waar vele museumtrams staan opgesteld, worden onderhouden en gerestaureerd. Vroeger had de RET ook een remise in Charlois aan het Maastunnelplein en remise Delfshaven aan de Nieuwe Binnenweg; deze laatste was tot 2011 in gebruik als trammuseum. De voormalige remise van de paardentram naar Overschie aan de Schiekade bood onderdak aan de railreinigers en zoutwagens.

Dienstregeling 2015[bewerken]

Lijn Route Via Bijzonderheden
 2  Charlois - Keizerswaard Maasstad Ziekenhuis, Station Lombardijen,Hillevliet - Maashaven, Charlois
 4  Molenlaan - Marconiplein Station Noord, Rotterdam Centraal, Eendrachtsplein, Delfshaven
 7  Woudestein - Willemsplein Erasmus Universiteit, Voorschoterlaan, Oostplein, Rotterdam Centraal, Eendrachtsplein
 8  Kleiweg - Spangen Station Noord, Rotterdam Centraal, Beurs, Leuvehaven, Erasmus MC, Delfshaven, Marconiplein
 10  Citytour Rotterdam Centrum, Erasmus MC Rijdt alleen in de zomer als toeristische tram, daarnaast als afhuurbare tram. Wordt gereden met historische Rotterdamse trams.
 12  Rotterdam Centraal - (Stadion Feijenoord) - Beverwaard Beurs, Leuvehaven, Wilhelminaplein Rijdt alleen tijdens grote evenementen in de Kuip. Rijdt tot aan de Kuip als '12 Feyenoord Stadion', daarna als '12 Beverwaard' / '12 Rotterdam Centraal'.
 18  Rotterdam Centraal - Pelgrimsstraat Rijdt alleen tijdens het Dunya Festival.
 20  Lombardijen - Rotterdam Centraal Maasstad Ziekenhuis, Station Lombardijen, Wilhelminaplein, Leuvehaven, Beurs, Lijnbaan Rijdt niet voor 07:00 uur, tussen 09:00 uur en 14:00 uur en na 19.00 uur en in het weekend.
 21  De Esch - Schiedam, Woudhoek Woudestein, Oostplein, Station Blaak, Beurs, Rotterdam Centraal, Marconiplein, Station Schiedam Centrum, Station Nieuwland Rijdt niet 's avonds na 20.00 uur en zondagochtend.
 23  Beverwaard - Marconiplein Keizerswaard, Stadion Feijenoord, Wilhelminaplein, Leuvehaven, Beurs, Rotterdam Centraal
 24  De Esch - Vlaardingen, Holy Woudestein, Oostplein, Station Blaak, Beurs, Rotterdam Centraal, Marconiplein, Station Schiedam Centrum, Station Nieuwland
 25  Carnisselande - Schiebroek Eramus MC-Daniël Den Hoedkliniek,Randweg, Beijerlandselaan, Wilhelminaplein, Leuvehaven, Beurs, Rotterdam Centraal, Sint Franciscus Gasthuis, Melanchthonweg

Zie ook[bewerken]

Literatuur

  • H.J.A. Duparc, H.P. Kaper, L. Stigter: Trammend naar de Metro. Brill, Leiden, 1968.
  • Jan van Huijksloot: Van Allan tot Citadis. Uquilair, Rosmalen, 2005. ISBN 90 71513 53 X

Externe links