Digital Command Control

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Digital Command Control (DCC) is een genormeerd systeem voor modelbaanbesturing.

Via slechts twee draden wordt zowel de energie als de besturing geleverd. Met DCC kunnen vele treinen (locomotieven) in één elektrisch circuit (dus op dezelfde rails) onafhankelijk van elkaar bestuurd worden. In navolging van de logische uitbreidingen, zoals besturing van wissels, seinen, bruggen en kranen, kan het systeem ook gebruikt worden om andere apparaten te besturen.

Het DCC-protocol is gedefinieerd en wordt onderhouden (met uitbreidingen e.d.) door de National Model Railroad Association (NMRA). NMRA heeft DCC gedeponeerd als handelsmerk.

Werking[bewerken]

Een kort voorbeeld van een DCC-signaal, dat laat zien hoe de informatie gecodeerd is

Een DCC-commandostation zet een elektrische spanning op de twee draden (op de rails). Een locomotief gebruikt een DCC-decoder om de commandocodes in deze spanning te herkennen en de energie van diezelfde spanning te regelen. De geregelde of geschakelde spanning wordt in een locomotief gebruikt om de motor te laten draaien, de verlichting te laten werken, geluiden te maken, te ontkoppelen, enzovoorts. Een ander apparaat aangesloten op een DCC-decoder kan op analoge wijze het bijbehorende gewenste gedrag vertonen, bijvoorbeeld: een wissel kan om gaan, een sein kan oplichten, een overweg kan open- of dichtgaan.

De spanning die het DCC-commandostation op de rails zet, is een bipolaire gelijkspanning, namelijk een gemoduleerde blokgolf. De spanning in de ene rail is dus (bijvoorbeeld) +15 volt ten opzichte van de andere rail, of -15 volt, en wisselt zeer snel van de ene polariteit naar de andere en weer terug. Dit kan gebruikt worden om energie van het DCC-commandostation naar de DCC-decoder te voeren, vanwaar het naar de motor, lamp, etc. gaat. De modulatie bestaat hieruit dat de fasen met +15 volt en -15 volt een bepaalde tijd duren, precies zoals in de DCC-norm is vastgelegd (ook de toelaatbare afwijkingen in tijd zijn precies beschreven). Een puls/blok met twee fasen van 58 μs (microseconde) wordt gebruikt om een logische 1 te coderen; een puls van minstens 100 μs betekent een logische 0. Een DCC-commandostation heeft dus circa 116 μs nodig om een 1 te versturen en minstens 200 μs om een 0 te versturen.

Protocol[bewerken]

Norm S-9.2 beschrijft welke betekenis aan de enen en nullen moeten worden toegekend. In grote lijnen komt het hier op neer dat er een synchronisatiemethode is gedefinieerd (waar de eerste commandopakketten beginnen na een start of herstart) en pakketten met een startbit, een adresbyte en een of meer databytes gevolgd door een eindebit. De betekenis van de databytes kan natuurlijk eindeloos gevarieerd en uitgebreid worden en dat gebeurt ook. Gelukkig is er een basiscommandoverzameling die alle DCC-decoders moeten herkennen (anders mogen ze die naam niet dragen). En voor de meer geavanceerde commando's zijn er aanbevelingen (Recommended Practices). Desondanks is er enige wildgroei: sommige fabrikanten proberen klanten te lokken en binden met merkspecifieke uitbreidingen.

Geschiedenis[bewerken]

Het DCC-systeem werd oorspronkelijk ontwikkeld door Lenz Elektronik GmbH in de jaren tachtig voor twee fabrikanten, Märklin en Arnold. Het eerste systeem dat door Lenz werd geproduceerd, verscheen op de markt in het voorjaar van 1989 voor Arnold (N) en midden 1990 voor Märklin (Z, H0 en 1).[1] Märklin en Arnold zegden de overeenkomst op wegens problemen met de octrooien, maar Lenz ging verder met ontwikkelen. In 1992 onderzocht Stan Ames het systeem als een mogelijke kandidaat voor een NMRA-norm. Na rijp beraad besloot een commissie het systeem van Lenz in licentie te nemen en uit te breiden. Later werd de naam DCC erop geplakt. Het voorstel voor een norm werd gepubliceerd in het tijdschrift Model Railroader van oktober 1993.

In 2006 begon Lenz, samen met Kühn, Zimo en Tams, te werken aan een uitbreiding van het DCC-protocol om communicatie mogelijk te maken van de decoders naar het commandostation. Dit terugvoerkanaal, dat gebruikt kan worden voor bezetmeldingen of de werkelijke snelheid van een trein, heeft de naam Railcom en werd genormeerd in 2007 als NMRA RP 9.3.1.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Werner Kraus. (1991). Modellbahn Digital Praxis: Aufbau, Betrieb und Selbstbau. Düsseldorf: Alba. 10-ISBN 3-87094-567-2