Neil Young
| Neil Young | ||||
| Young tijdens een optreden in 2009 in de Noorse stad Oslo. | ||||
| Algemene informatie | ||||
| Volledige naam | Neil Percival Young | |||
| Alias | Neiler[1] Bernard Shakey Joe Yankee Phil Perspective Flyface[2] |
|||
| Bijnaam | Godfather of Grunge[3][4][5][6] | |||
| Geboren | 12 november 1945 te Toronto | |||
| Land | ||||
| Werk | ||||
| Zangstem | falsetto | |||
| Invloed(en) | Elvis Presley[7] Hank B. Marvin[8] |
|||
| Label(s) | Reprise Records Geffen Records |
|||
| Act(s) | The Squires The Mynah Birds Buffalo Springfield Crosby, Stills, Nash & Young |
|||
| Verwante artiesten | Crazy Horse Pearl Jam |
|||
| Bekende instrumenten | ||||
| "Old Black" | ||||
|
||||
Neil Percival Young (Toronto, Ontario, 12 november 1945) is een Canadees singer-songwriter.
Inhoud
|
Biografie[bewerken]
Jeugd[bewerken]
Neil Young is een zoon van schrijver en journalist Scott Young en diens vrouw Edna "Rassy" Ragland. Hij werd geboren op 12 november 1945 om kwart voor zeven 's ochtends in het Toronto General Hospital.[9] Het gezin woonde toen in een huisje aan Brooke Avenue in het noorden van Toronto.[10] Young kreeg op jonge leeftijd diabetes. In 1951 leed hij aan de virusziekte polio.[11] Hij groeide op in Omewee,[12] maar hij ging in New Smyrna, Florida naar de basisschool, de Faulkner Street Elementary School.[13] Op tienjarige leeftijd begon Young een bedrijfje, Neil Eggs. Hij hield kippen en werkte op een golfbaan om het voer te bekostigen.[14] Hij was toen van plan om zich later aan het Ontario Agricultural College te laten opleiden tot boer.[15]
Hij had een krantenwijk en stond 's ochtends vroeg op om de Globe and Mail te bezorgen. Hij luisterde voor het slapengaan naar de radiozender 1050-CHUM en raakte zo geïnteresseerd in muziek.[16] In 1958 kreeg Young zijn eerste muziekinstrument. Het was een plastic ukelele, die hij voor kerstmis van zijn ouders had gekregen.[17] Toen hij twaalf jaar oud was, scheidden zijn ouders en verhuisde hij met zijn moeder naar Winnipeg.[11][18] Zijn adres daar was Grosvenor Avenue 1123.[19] Hij ging achtereenvolgens naar de Earl Grey Junior High School en de Kelvin High School.[20] Daar vormde hij ook zijn eerste bandje, The Jades.[20] Andere bandjes waarin hij in het begin speelde, waren The Esquires, The Stardusters en The Classics.[21]
Begin van muzikale loopbaan[bewerken]
The Squires[bewerken]
Zijn eerste succes boekte Young met The Squires, een rock-'n-rollgroep, met verder drummer Ken Smyth, bassist Ken Koblun en slaggitarist Allan Bates. Deze band maakte instrumentale muziek en coverde popliedjes van onder andere The Shadows.[21][8] The Squires oefenden een paar keer per week in Smyths kelder.[8] Young had zelf de versterkers in elkaar gezet. Hij speelde een oranje Gretsch-gitaar.[19] Bij radio-dj Bob Bradburn namen ze de single The Sultan op, die V Records in november 1963 uitbracht.[8] De band toerde rond in de auto van Youngs moeder of in de Chrysler van Smyths vader.[22] Young begon in 1964 of 1965 met zingen:
|
"I discovered I could yell and play really loud, and that was fun, I liked that".[23] |
In de zomer van 1964 gingen The Squires uit elkaar. Young deed het slecht op school en stopte ermee toen hij achttien jaar was.[24] In de herfst van 1964 richtte hij de groep opnieuw op met Koblun, schoolvriend Bill Edmundson en pianospeler Jeff Wuckert.[22] Ze traden sindsdien op als Neil Young & The Squires. Young kocht een gammele lijkwagen, een Buick Roadmaster uit 1948, waarmee de band reisde.[22] Ze speelden in het voorjaar van 1965 in het voorprogramma van Stephen Stills' band The Company.[25][26] In de zomer werd de band opgeheven en ging Young solo verder.[27] Hij verruilde zijn Gretsch-gitaar voor een twaalfsnarige, akoestische gitaar.[28]
The Mynah Birds[bewerken]
In januari 1966 sloot hij zich op verzoek van bassist Bruce Palmer aan bij The Mynah Birds uit Toronto.[29] James Johnson Jr., die in de jaren tachtig een grote hit scoorde met het funknummer Super Freak, was leadzanger van deze band. Hij was uit de Amerikaanse marine gedeserteerd en werkte in Canada onder het pseudoniem Rick James om zich voor de autoriteiten te verbergen. James' oom, Melvin Franklin van The Temptations, bracht de band in contact met Motown.[30]
The Mynah Birds namen voor Motown zestien liedjes op. Ze combineerden rock-'n-roll met soul.[31] Young beschreef zelf de muziek van The Mynah Birds als "a Rolling Stones kind of R&B thing": "rhythm-and-blues zoals The Rolling Stones die speelden".[29] Hij gebruikte eerst nog zijn twaalfsnarige gitaar, maar zakenman John David Eaton schonk hem een elektrische gitaar van het merk Rickenbacker en een aantal versterkers.[29] De opnamen waren nog in volle gang toen James wegens zijn desertatie werd gearresteerd, waardoor de band in maart 1966 uit elkaar ging. Hun platencontract werd ontbonden en Motown gaf hun muziek dus niet uit.[32] Een musicoloog wist de tapes in het begin van de jaren negentig in het Motown-archief terug te vinden.[29] Eén single, getiteld It's My Time, met op de B-kant Go On and Cry, werd pas in 2006 voor het eerst uitgegeven.[33]
Buffalo Springfield[bewerken]
Palmer en Young verkochten de gitaar en versterkers die Eaton hen had geschonken.[29] Met dit geld kocht Young weer een zwarte lijkwagen uit 1953 van het merk Pontiac.[34] Hiermee reisde het tweetal naar Californië om daar hun geluk te beproeven. Op 6 april 1966 kwamen Palmer en Young op de Sunset Boulevard in Los Angeles Stills tegen.[35][36] Young, Palmer, Stills en Richie Furay richtten de rockband The Herd op. Al gauw vernoemden ze zich naar een stoomwals: Buffalo Springfield. Op 15 april dat jaar trad de band voor het eerst samen op, in het voorprogramma van The Byrds.[37] Daarna speelden ze als vaste groep in de uitgaansgelegenheid Whiskey A Go-Go.[38] Hun debuutalbum, Buffalo Springfield, werd in 1967 door Atlantic Records uitgegeven. De single For What It's Worth werd een grote hit.
Young had voortdurend ruzie met Stills. In mei 1967 verliet hij de band, maar al na vier maanden keerde hij terug. Tijdens zijn afwezigheid speelde Buffalo Springfield onder meer op het Monterey Pop Festival, waarbij Young vervangen werd door David Crosby van The Byrds.[38] De muziek die de band na hun debuutalbum met én zonder Young opnam, zou aanvankelijk door Atco Records worden uitgegeven als album met de titel Stampede, maar het album werd niet afgemaakt en is nooit uitgegeven.[39] In plaats daarvan werd Buffalo Springfield Again als opvolger van het debuut uitgegeven.
De hereniging van Young met Buffalo Springfield was van korte duur. In mei 1968 verliet hij opnieuw de band en een paar weken later hield Buffalo Springfield op te bestaan. Young was teleurgesteld. In een interview in februari 1969 verklaarde hij dat de band meer had kunnen bereiken, maar dat het gebrekkige succes het onmogelijk maakte nog langer samen te werken: "It's hard enough to live with yourself, when you've considered what you've done a failure rather than a succes (...), living with four other guys is even harder."[40] Op 5 februari 1968 nam Young zijn laatste liedje, I Am a Child, voor het derde album op in de Sunset Sound Studios.[41] De band trad op 5 mei dat jaar in de Long Beach Arena in Long Beach (Californië) voor het laatst op.[41] Het derde album, Last Time Around, werd op 30 juli 1968 uitgegeven.
Solocarrière en CSNY[bewerken]
Eerste soloalbum[bewerken]
Na Buffalo Springfield werkte Young aan zijn eerste soloalbum, Neil Young. Zijn manager Eliott Roberts en pianist Jack Nitzsche hielpen hem aan een platencontract bij Reprise Records, dat het album in november 1968 uitgaf.[41] Een maand later volgde de single The Loner met op de B-kant een liveopname van het liedje Sugar Mountain. Voor zijn tweede soloalbum, Everybody Knows This Is Nowhere uit 1969, werkte Young voor het eerst samen met de Amerikaanse band Crazy Horse. Deze band was oorspronkelijk een zanggroep en bestond destijds uit bassist Billy Talbot, drummer Ralph Molina, gitarist Danny Whitten, gitarist George Whitsell en violist Bobby Notkoff. Young speelde met The Rockets, zoals de band zich toen nog noemde, in de Whisky-a-Go-Go.[42]
CSNY[bewerken]
Na Everybody Knows This is Nowhere sloot Young zich aan bij de supergroep Crosby, Stills & Nash. Zij hadden al succes gehad met hun eerste album, CSN. Stills vroeg eerst John Sebastian van The Lovin' Spoonful, maar deze weigerde.[6] Crosby, Stills, Nash & Young, afgekort tot CSNY, traden op 16 augustus 1969 voor het eerst op. Twee dagen later speelden ze ook op het muziekfestival Woodstock.[43] In twee maanden namen ze het album Déjà Vu op. Het album was een groot succes. Er werden meer dan zeven miljoen exemplaren van verkocht. De liedjes Woodstock, geschreven door Mitchell, Teach Your Children en Our House werden als singles uitgebracht.
In de winter van 1969 toerden ze door Noord-Amerika en in 1970 door Europa. Op 6 januari dat jaar speelden ze in de Royal Albert Hall te Londen, met onder anderen Paul McCartney en Donovan als publiek. Dit was Youngs eerste optreden in Europa: "That was the first time we'd ever really been affected by nerves. (...) But when Neil gets nervous he plays very hard and puts his guitar out of tune and then has to tune back again", aldus Stills.[44] Door onenigheid tussen de bandleden eindigde de tournee vrij plotseling.[45] Naar aanleiding van het Kent State-bloedbad schreef Young het protestlied Ohio, waardoor het viertal toch weer even bij elkaar kwam om het nieuwe liedje op te nemen. Een live opgenomen versie werd in 1970 als single uitgebracht.[6] In april 1971 bracht Atlantic Records het livealbum 4 Way Street uit.
After the Gold Rush[bewerken]
Na deze tournee laste de groep een korte pauze in en nam elk bandlid een soloalbum op: After the Gold Rush van Young, If I Could Only Remember My Name van Crosby, Songs for Beginners van Nash en Stephen Stills van Stills. Young speelde op de albums van zowel Crosby als Nash. Voor zijn werk met Nash maakte hij gebruik van het pseudoniem Joe Yankee. After the Gold Rush nam Young op met Crazy Horse, waar sindsdien ook pianist Jack Nitzsche deel van uitmaakte,[46] piekte op de achtste plaats van de Amerikaanse hitlijst Billboard 200 en op de tweede plaats in de Nederlandse albumlijst.[47]
Doorbraak[bewerken]
Harvest[bewerken]
In 1970 beschadigde Young een wervelkolom toen hij op zijn ranch stukken hout optilde.[48][49] Tijdens zijn tournee door Canada en de Verenigde Staten in het najaar droeg hij een korset ter ondersteuning.[50] Het kostte hem moeite om een elektrische gitaar te dragen. Na zijn tournee ging Young in februari 1971 naar Nashville, Tennessee voor een optreden in een televisieprogramma van Johnny Cash. Hij speelde The Needle and the Damage Done en Journey Through the Past. Na de opnamen ging Young naar een feestje van muziekproducent Elliot Mazer, waarbij ook James Taylor, Linda Ronstadt en Tony Joe White aanwezig waren.[51] Mazer en Young besloten een dag later muziek op te nemen in de Quadrofonic Studios, waarvan Mazer mede-eigenaar was.[52] Met drummer Kenny Buttrey, bassist Troy Seals, gitarist Teddy Irwin en steel-gitarist Ben Keith werden de liedjes Bad Fog of Loneliness en Dance Dance Dance opgenomen, maar geen van beide werd uitgegeven. In hetzelfde weekend werden ook de liedjes Heart of Gold, met achtergrondzang van Taylor en Ronstadt, en Old Man opgenomen.[52] De groep muzikanten uit Nashville met wie Young samenwerkte: Keith, Drummond, Buttrey en pianist Jack Nitzsche, werden aangeduid als The Stray Gators.[53] Ook Crosby en Nash werkten aan het album mee.[54]
Op 11 augustus 1971 werd Young in het Cedars of Lebanon Hospital in Los Angeles aan zijn rug geopereerd.[48] Hij verbleef hierna lange tijd op zijn ranch, die hij noemde naar het Buffalo Springfield-liedje Broken Arrow, om van de ingreep te herstellen. De uitgave van zijn nieuwe album, Harvest, werd keer op keer uitgesteld, onder meer omdat Young het niet eens was met het ontwerp voor de hoes. Aanvankelijk zou hiervoor een foto van Young worden gebruikt, maar hij wilde niet zelf op de hoes staan.[55] Reprise Records gaf de elpee in februari 1972 met een hoes uit zonder foto. Het album betekende Youngs doorbraak als soloartiest. Er werden meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.[56] De single Heart of Gold, met op de B-kant het liedje Sugar Mountain, werd een Amerikaanse nummer één-hit.
Donkere periode[bewerken]
Human Highway[bewerken]
Na Harvest kwamen Crosby, Stills, Nash en Young weer bijeen. Ze gingen van eind mei tot begin juni 1973 met bassist Tim Drummond en drummer Johnny Barbata op vakantie naar het Hawaiiaanse eiland Maui.[57] Daar namen ze enkele liedjes op, waaronder Human Highway, And So It Goes en Prison Song. Het album zou Human Highway heten en als albumhoes zou een foto van een ondergaande zon in Hawaii worden gebruikt.[58] Na de vakantie op Hawaii reisde het gezelschap naar Youngs ranch om verder aan het album te werken. Deze opnamesessies verliepen allesbehalve voorspoedig. Stills had te kampen met een cocaïneverslaving en Young hield zich vaak afzijdig van de rest van de groep.[57] Het album werd nooit uitgegeven.
The Ditch Trilogy[bewerken]
Young keerde zich af van het succes van Harvest door een aantal albums op te nemen die commercieel minder aantrekkelijk waren: Time Fades Away (1973), On the Beach (1974) en Tonight's the Night (1975). Dit drietal albums wordt ook wel aangeduid als The Ditch Trilogy.[59] Ze werden in november 1972 voorafgegaan door het soundtrackalbum Journey Through the Past. De muziek op deze vier albums is losjes of zelfs slordig gespeeld en de meeste liedjes zijn behoorlijk somber. Young wilde in deze periode niet weer net zo'n album als Harvest maken, want hij zou niet aan de verwachtingen hebben kunnen voldoen:
|
"How many sensitive songs can you write, before you're just writing sensitive songs, and then it's not sensitive, because it's not real, so you can’t live up to expectations."[60] |
Zuma[bewerken]
Na The Ditch Trilogy volgde weer een album met Crazy Horse, Zuma.
Experimentele jaren[bewerken]
Periode bij Geffen[bewerken]
Young tekende een platencontract bij Geffen Records. Hiermee begon een experimentele periode van zijn loopbaan. Begin jaren tachtig experimenteert Young met een aantal verschillende muziekstijlen, variërend van country, folk, blues, rock tot techno. In 1982 komt Young met een derde film, Human Highway, waarin ook de newwavegroep Devo te zien is. Vlak daarna ziet Trans het licht, een heftig techno-album, in 1983 gevolgd door een slechts 25 minuten durend ouderwets rock-'n-roll-album Everybody's Rockin', waarbij hij zichzelf afficheert als Neil & the Shocking Pinks. Dit album is uitgebracht omdat zijn toenmalige platenmaatschappij Geffen Records eiste dat hij een echt Neil Young-rock-'n-roll-album zou uitbrengen. Neil Young antwoordde daarop met het statement dat wanneer een platenmaatschappij gaat bepalen wat hij moest doen, het product exact is wat er wordt gevraagd. Geffen vorderde in juni 1984 drie miljoen dollar van Young, omdat hij geen typische 'Neil Young-albums' zou maken.[61] Young won deze rechtszaak, door simpelweg te verklaren dat hij, Neil Young, altijd Neil Young-albums maakt. Bij Geffen Records verschijnen vervolgens nog Old Ways (1985), Landing On Water (1986) en Life (1987).
"This Note's for You"[bewerken]
In 1988, opnieuw onder contract bij platenmaatschappij Reprise, die hij eerder had verruild voor Geffen, maakt hij met The Bluenote het bluesgeoriënteerde album This Note's For You. Met het liedje This Note's for You van het gelijknamige album (1988) bekritiseerde Young de commercialisering van de muziek: "Ain't singin' for Pepsi, ain't singin' for Coke, I don't sing for nobody, makes me look like a joke". In de door Julien Temple geregisseerde muziekvideo werden onder anderen Michael Jackson en Whitney Houston geparodieerd. Zij prezen respectievelijk Pepsi en Coca-Cola aan. MTV weigerde deze video uit te zenden: het was niet toegestaan om in muziekvideo's merkproducten te tonen. Volgens persvoorlichter Tina Exarhos hanteerde MTV dit beleid om de muziekvideo's van de reclames te onderscheiden. Anderen, onder wie Temple en Young zelf, beweerden dat het MTV erom ging haar adverteerders een plezier te doen. De beslissing leverde deze muziekzender veel kritiek op, waarna delen van de video alsnog vertoond werden in hun eigen nieuwsprogramma.[62] Ook zag American Dream, een hereniging met Crosby, Stills & Nash het levenslicht. Begin 1989 verschijnt de mini-LP Eldorado, maar alleen in Japan en Australië. Later dat jaar verschijnt Freedom, waarmee hij terugkeert naar zijn oude stijl. Het nummer Rockin' In The Free World wordt een bescheiden hit, maar groeit voor velen onder invloed van de val van het IJzeren Gordijn en het einde van de Koude Oorlog uit tot een lijflied.
Jaren negentig[bewerken]
Gedurende de jaren negentig werkt Young gestaag door. In 1990 verschijnt het met Crazy Horse opgenomen Ragged Glory, gevolgd door het live-album Weld. In 1992 wordt Harvest Moon uitgebracht. Dit album werd met dezelfde muzikanten opgenomen als het in 1972 uitgebrachte album Harvest. In 1993 verschijnt Unplugged, waarmee Neil zichzelf wederom in de belangstelling zet. Hij schrijft een nummer voor de film Philadelphia en werkt samen met Randy Bachman. Met Crazy Horse wordt Sleeps With Angels opgenomen. De titel zou verwijzen naar Kurt Cobain. In 1995 neemt de inmiddels tot Godfather of Grunge omgedoopte zanger met Pearl Jam het album Mirror Ball op. Ook produceert hij de soundtrack voor de Jim Jarmusch-film Dead Man, met Johnny Depp. De samenwerking met Jim Jarmusch leidt in 1997 tot de rockumentary Year Of The Horse, grotendeels een verslag van de toer die volgde na de release van Broken Arrow een jaar eerder. Aan het eind van 1999 wordt Looking Forward, het derde album met Crosby, Stills & Nash, uitgebracht.
Vanaf 2000[bewerken]
In 2000 krijgt hij een ster op Canada's Walk of Fame. De albums Silver And Gold en Road Rocks, Vol. 1 worden uitgebracht. Naar aanleiding van 11 september schrijft Young het nummer Let's Roll, dat in het voorjaar van 2002 verschijnt op het album Are You Passionate?. In 2003 verschijnt een conceptalbum, Greendale, dat vergezeld wordt door zijn ondertussen vierde, gelijknamige film. In 2005 brengt hij de ingetogen, persoonlijk getinte cd Prairie Wind uit, waarvan een live-registratie wordt gefilmd door Jonathan Demme en uitgebracht als Heart Of Gold, en in 2006 Living With War, een stevig rockende aanklacht tegen het Irak-beleid van president George W. Bush. De archieven worden dan eindelijk geopend. De albums Live At The Fillmore East 1970 met Crazy Horse en het akoestisch album Live at Massey Hall 1971 verschijnen. Eind 2007 verschijnt Chrome Dreams II, vernoemd naar het dertig jaar eerder onuitgebrachte album Chrome Dreams. In februari 2008 toert Neil Young door Europa waarbij hij kleine theaters aandoet. In juli keert de zanger met zijn band, die naast Young bestaat uit Ben Keith (gitaar), Ralph Molina (drums) en Rick Rosas (bas) terug naar Nederland en België. Op 4 juli spelen ze op Rock Werchter en op 11 juli op het Bospop-terrein in Weert. In de herfst wordt de (concert)film Déjà Vu Live uitgebracht, een registratie van de twee jaar eerder gehouden Freedom Of Speech-tournee met Crosby, Stills & Nash, waarin hij felle kritiek uit op de Irak-oorlog. November 2008 verschijnt het derde deel uit de Neil Young Archives-series. Het betreft een van zijn eerste soloperformances na het uiteenvallen van Buffalo Springfield, getiteld Sugar Mountain. In april 2009 verschijnt het 31e studioalbum Fork in the Road. In de zomer van 2009 komt de lang verwachte Neil Young Archives box uit. Later dat jaar verschijnt ook nog Dreamin' Man Live '92, een akoestische live versie van het album Harvest Moon.
Op 28 september 2010 verscheen het album Le Noise.[63] Dit album werd geproduceerd door Daniel Lanois en bij de opnamen werd geen gebruik gemaakt van een begeleidingsband. Aanvankelijk zou het album de naam Twisted Road krijgen.[64]
In mei 2012 publiceerde het muziekblad SPIN een lijst van de honderd beste gitaristen aller tijden, waarin Young op de twintigste plaats stond.[65] Met Crazy Horse nam Young het album Americana op, dat begin juni 2012 werd uitgebracht. Er staan vertolkingen op van traditionals, zoals This Land Is Your Land en God Save the Queen. In februari 2012 kondigde Young aan dat hij nog een album met Crazy Horse opnam. De uitgave van dit dubbelalbum, Psychedelic Pill, staat gepland voor oktober 2012.[66]
Privé[bewerken]
Neil Young is getrouwd met Pegi Morton. Samen hebben ze 2 kinderen, dochter Amber en een ernstig gehandicapte, grotendeels verlamde zoon, Ben. Uit een vorige relatie begin jaren zeventig, met actrice Carrie Snodgress, werd zoon Zeke geboren, die met een hersenverlamming werd geboren.
Young is sinds midden jaren 70 een enthousiast verzamelaar van modeltreinen van het merk Lionel. Sinds 1994 heeft hij een substantieel aandelenpakket opgebouwd in de producent van deze treinen. Hij houdt zich ook actief met het management van het bedrijf bezig. Youngs interesse in het bouwen van modelbanen is grotendeels te danken aan het feit dat hij zo samen met zijn zoon Ben bezig kan zijn. Achter zijn huis heeft Young een hal laten bouwen, waarin hij, samen met zijn familie, een zeer grote modelbaan heeft gebouwd.
Samenwerking[bewerken]
Neil Young is betrokken bij diverse goede doelen. Jaarlijks organiseert hij een benefiet-concert, waarvan de opbrengsten gaan naar de Bridge School in San Francisco. Hij heeft ook diverse bijdragen geleverd aan Farm Aid, een eveneens jaarlijks terugkerende actie om de aandacht te vestigen op de slechte financiële situatie waarin veel Amerikaanse boeren zich bevinden.
Young werkte samen met vele muzikanten, onder wie Bruce Springsteen, Willie Nelson, Jerry Lee Lewis, Rick James, Pearl Jam, Nils Lofgren en de Pixies.
Bob Dylan, U2, Tori Amos, Johnny Cash, Boney M., The Mission, Nick Cave, Pearl Jam en Stereophonics zijn slechts enkele namen van artiesten die Young-nummers op hun repertoire hebben gezet.
Stijl[bewerken]
Kenmerkend voor de muziek zijn Youngs hoge, onvaste falsetto en zijn afwisselend akoestische en elektrische gitaarspel. Allmusic-schrijver Stephen Thomas Erlewine onderscheidt twee stijlen in de muziek van Young: gevoelige folk en countryrock aan de ene kant en 'verpletterend luide' gitaarrock aan de andere kant.[67]
Discografie[bewerken]
- Zie ook discografie Buffalo Springfield.
- Zie ook discografie Crosby, Stills, Nash & Young.
Albums[bewerken]
| Album(s) met eventuele hitnoteringen in de Nederlandse Album Top 20/50/75/100 |
Datum van verschijnen |
Datum van binnenkomst |
Hoogste positie |
Aantal weken |
Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Neil Young | 1969 | - | |||
| Everybody knows this is nowhere | 1969 | - | met Crazy Horse | ||
| After the goldrush | 1970 | 10-10-1970 | 2 | 29 | |
| Harvest | 1972 | 05-02-1972 | 1(7wk) | 26 | met The Stray Gators |
| Journey through the past | 1972 | - | Soundtrack | ||
| Time fades away | 1973 | 20-10-1973 | 10 | 5 | |
| On the beach | 1974 | 27-07-1974 | 8 | 14 | |
| Tonight's the night | 1975 | 05-07-1975 | 6 | 10 | met The Santa Monica Flyers |
| Zuma | 1975 | 22-11-1975 | 6 | 16 | met Crazy Horse |
| Long may you run | 1976 | 25-09-1976 | 6 | 12 | als Stills Young Band / met Stephen Stills |
| American stars 'n bars | 1977 | 25-06-1977 | 5 | 10 | met Crazy Horse |
| Chrome dreams | 1977 | - | |||
| Decade | 1977 | - | Verzamelalbum | ||
| Comes a time | 1978 | 14-10-1978 | 5 | 16 | |
| Rust never sleeps | 1979 | 07-07-1979 | 19 | 11 | met Crazy Horse |
| Live rust | 1979 | - | met Crazy Horse / Livealbum | ||
| Where the buffalo roam | 1980 | - | Soundtrack | ||
| Hawks and doves | 1980 | 22-11-1980 | 30 | 6 | |
| Re-ac-tor | 1981 | - | met Crazy Horse | ||
| Trans | 1983 | 15-01-1983 | 22 | 8 | |
| Everybody's rockin' | 1983 | 13-08-1983 | 25 | 6 | met The Shocking Pinks |
| Old ways | 1985 | 31-08-1985 | 20 | 9 | |
| Landing on water | 1986 | 09-08-1986 | 30 | 9 | |
| Life | 1987 | 27-06-1987 | 24 | 11 | met Crazy Horse |
| This note's for you | 1988 | 23-04-1988 | 46 | 6 | met The Bluenotes |
| El Dorado | 1989 | - | met The Restless / ep | ||
| Freedom | 1989 | 21-10-1989 | 18 | 26 | |
| Ragged glory | 1990 | 22-09-1990 | 16 | 8 | met Crazy Horse |
| Weld | 1991 | 02-11-1991 | 33 | 6 | met Crazy Horse |
| Arc | 1991 | - | met Crazy Horse / Live ep | ||
| Harvest moon | 1992 | 07-11-1992 | 13 | 18 | |
| Lucky thirteen | 1993 | 23-01-1993 | 26 | 8 | Verzamelalbum |
| Unplugged | 1993 | 26-06-1993 | 12 | 17 | Livealbum |
| Sleeps with angels | 1994 | 27-08-1994 | 9 | 11 | met Crazy Horse |
| Mirror ball | 1995 | 08-07-1995 | 23 | 13 | met Pearl Jam |
| Dead man | 1996 | - | Soundtrack | ||
| Broken arrow | 1996 | 06-07-1996 | 25 | 11 | met Crazy Horse |
| Year of the horse | 1997 | 28-06-1997 | 40 | 6 | met Crazy Horse |
| Silver and gold | 2000 | 29-04-2000 | 25 | 9 | |
| Road rock vol. 1 | 2000 | - | met Friends & Relatives / Livealbum | ||
| Mystery train | 2001 | - | Verzamelalbum | ||
| Are you passionate? | 2002 | 13-04-2002 | 21 | 5 | met Booker T. and the MG's |
| Greendale | 2003 | 23-08-2003 | 20 | 7 | met Crazy Horse |
| Greatest hits | 2004 | 20-11-2004 | 49 | 11 | Verzamelalbum |
| Prairie wind | 2005 | 08-10-2005 | 15 | 7 | |
| Living with war | 2006 | 20-05-2006 | 24 | 7 | |
| Live at the Fillmore East 1970 | 2006 | 25-11-2006 | 64 | 1 | met Crazy Horse / Livealbum |
| Living with war: "In the beginning" | 2006 | - | met The Restless | ||
| Live at Massey Hall 1971 | 2007 | 17-03-2007 | 5 | 15 | Livealbum |
| Chrome dreams II | 2007 | 07-10-2007 | 14 | 16 | |
| Sugar mountain - Live at Canterbury House 1968 | 28-11-2008 | 06-12-2008 | 59 | 6 | Livealbum |
| Fork in the road | 03-04-2009 | 11-04-2009 | 23 | 6 | |
| Live at the Riverboat 1969 | 2009 | - | |||
| Dreamin' man Live '92 | 04-12-2009 | 12-12-2009 | 74 | 1 | Livealbum |
| Le noise | 24-09-2010 | 02-10-2010 | 18 | 8 | |
| A treasure | 10-06-2011 | 18-06-2011 | 22 | 7 | met International Harvesters / Livealbum |
| Americana | 01-06-2012 | 09-06-2012 | 15 | 7 | met Crazy Horse |
| Psychedelic pill | 26-10-2012 | 03-11-2012 | 11 | 2* | met Crazy Horse |
| Album(s) met hitnoteringen in de Vlaamse Ultratop 50/100/200 |
Datum van verschijnen |
Datum van binnenkomst |
Hoogste positie |
Aantal weken |
Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Mirror ball | 1995 | 08-07-1995 | 12 | 14 | met Pearl Jam |
| Broken arrow | 1996 | 06-07-1996 | 13 | 8 | met Crazy Horse |
| Year of the horse | 1997 | 28-06-1997 | 11 | 5 | met Crazy Horse |
| Silver and gold | 2000 | 06-05-2000 | 20 | 4 | |
| Are you passionate? | 2002 | 13-04-2002 | 13 | 5 | met Booker T. and the MG's |
| On the beach | 2003 | 02-08-2003 | 17 | 8 | |
| Greendale | 2003 | 23-08-2003 | 2 | 6 | met Crazy Horse |
| Greatest hits | 2004 | 20-11-2004 | 24 | 16 | Verzamellabum |
| Prairie wind | 2005 | 08-10-2005 | 10 | 9 | |
| Living with war | 2006 | 20-05-2006 | 14 | 11 | |
| Live at The Fillmore East 1970 | 2006 | 02-12-2006 | 71 | 3 | met Crazy Horse / Livealbum |
| Live at Massey Hall 1971 | 2007 | 24-03-2007 | 20 | 9 | Livealbum |
| Chrome dreams II | 2007 | 27-10-2007 | 16 | 11 | |
| Sugar mountain - Live at Canterbury House 1968 | 2008 | 13-12-2008 | 57 | 2 | Livealbum |
| Fork in the road | 2009 | 11-04-2009 | 13 | 11 | |
| Archives vol. 1 (1963-1972) | 2009 | 13-06-2009 | 72 | 1 | Box-set |
| Le noise | 2010 | 02-10-2010 | 13 | 9 | |
| A treasure | 2011 | 18-06-2011 | 39 | 6 | met International Harvesters / Livealbum |
| Americana | 2012 | 09-06-2012 | 7 | 22* | met Crazy Horse |
| Psychedelic pill | 2012 | 03-11-2012 | 6 | 2* | met Crazy Horse |
Singles[bewerken]
| Single(s) met eventuele hitnoteringen in de Nederlandse Top 40 |
Datum van verschijnen |
Datum van binnenkomst |
Hoogste positie |
Aantal weken |
Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Oh lonesome me | 1970 | 11-07-1970 | 32 | 3 | Nr. 28 in de Single Top 100 |
| Only love can break your heart | 1970 | 28-11-1970 | 18 | 5 | Nr. 19 in de Single Top 100 / Alarmschijf |
| Heart of gold | 1972 | 12-02-1972 | 9 | 9 | Nr. 8 in de Single Top 100 |
| Old man | 1972 | 29-04-1972 | tip15 | - | met Crazy Horse |
| War song | 1972 | 08-07-1972 | tip7 | - | met Graham Nash |
| Long may you run | 1976 | 04-09-1976 | 17 | 8 | als Stills Young Band / met Stephen Stills / Nr. 18 in de Single Top 100 / Alarmschijf |
| Comes a time | 1978 | 21-10-1978 | 25 | 7 | Nr. 30 in de Single Top 100 |
| Single(s) met hitnoteringen in de Vlaamse Ultratop 50 |
Datum van verschijnen |
Datum van binnenkomst |
Hoogste positie |
Aantal weken |
Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Heart of gold | 1972 | - | Nr. 25 in de Radio 2 Top 30 |
Dvd's[bewerken]
| Dvd's met hitnoteringen in de Nederlandse Music Top 30 | Datum van verschijnen |
Datum van binnenkomst |
Hoogste positie |
Aantal weken |
Opmerkingen |
|---|---|---|---|---|---|
| Archives Vo. 1 (1963-1972) - Box set | 2009 | 06-06-2009 | 7 | 3 | |
| Live in Chicago 1992 | 2011 | 21-05-2011 | 15 | 2 |
Bootlegs (selectief)[bewerken]
- 1976 At the Roman Colosseum (Spaceward Records, Inc)
- 1989 Winterlong (2 cd, met Crazy Horse, Fillmore East 1970)
- 1990 In Concert
- 1991 Crime In The City
- 1992 The Lost Tapes (toegeschreven aan Neil Young, maar naar eigen zeggen niet van hem)
- 1992 Mirror Man
- 1992 Accoustic Young
- 1993 Keep On Rockin'In The Free World dubbel-cd met Booker T. & the M.G.'s
- 2000 Lucky Seventeen
- 2003 Young Dreams & Indians met het onuitgebrachte Chrome Dreams-album
- 2006 Going Back To Canada
Dvd - film[bewerken]
- 2000 Silver & Gold
- 2000 Year of the Horse geregisseerd door Jim Jarmusch, met Crazy Horse
- 2000 Red Rocks Live met 'Friends & Relatives'
- 2001 In Berlin met Trans-Band
- 2002 Rust Never Sleeps (met Crazy Horse)
- 2003 Live at Vicar St. (bonus dvd bij cd 'Greendale')
- 2004 Greendale (film)
- 2005 Live (met Crazy Horse)
- 2006 Heart of Gold geregisseerd door Jonathan Demme; met documentaires
- 2006 Living with War met cd
- 2006 Under Review met Crazy Horse
- 2006 Live at The Fillmore East 1970 met cd, met Crazy Horse
- 2007 Live at Massey Hall 1971 met cd
- 2008 Déjà Vu Live met Crosby, Stills & Nash, geregisseerd door Neil Young
Radio 2 Top 2000[bewerken]
| Nummer(s) met noteringen in de Radio 2 Top 2000 |
'99 | '00 | '01 | '02 | '03 | '04 | '05 | '06 | '07 | '08 | '09 | '10 | '11 | '12 |
|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|---|
| Alabama | - | 1201 | 1386 | 1189 | 1218 | 1019 | 1169 | 1106 | 1203 | 1147 | 1294 | 1312 | 1539 | 1074 |
| Harvest | - | - | - | - | - | - | 751 | 538 | 641 | 917 | 524 | 483 | 673 | 660 |
| Heart of gold | 125 | 155 | 145 | 148 | 143 | 174 | 202 | 165 | 228 | 169 | 175 | 157 | 196 | 187 |
| Like a hurricane | - | 98 | - | 115 | 87 | 106 | 102 | 86 | 84 | 91 | 103 | 93 | 149 | 146 |
| Old man | - | 426 | 618 | 490 | 391 | 394 | 440 | 398 | 349 | 387 | 244 | 240 | 328 | 282 |
| Only love can break your heart | 704 | - | 1061 | 982 | 908 | 884 | 920 | 957 | 1137 | 968 | - | 1109 | 1404 | 1741 |
| Rockin' in the free world | - | - | - | - | - | - | - | - | 491 | 1789 | 367 | 286 | 359 | 359 |
Trivia[bewerken]
- Kurt Cobain heeft in zijn afscheidsbrief verwezen naar een lied van Neil Young "Hey Hey, My My" met de tekst "It's better to burn out than to fade away". Desondanks wordt het nummer "Hey Hey, My My" nog vaak door Neil Young gespeeld.
- Zijn album "Tonight's the night" gaat vergezeld van 2 lange Nederlandstalige artikelen, die eerder in Muziekkrant Oor zijn gepubliceerd. Ook internationaal werd deze bijlage (onvertaald) bij het album gevoegd.
- De Coverclub heeft een album met verschillende covers van Neil Young uitgebracht.
Externe links[bewerken]
- Officiële website
- Artikelen over Neil Young in The New York Times
- Artikelen over Neil Young in The Guardian
- Neil Young op Allmusic
- Sugar Mountain met overzichten van Youngs optredens
- Trasher's Wheat
Bronvermelding[bewerken]
Literatuur[bewerken]
- Bernstein, Joel; e.a.. Neil Young Archives · Volume 1 (1963-1972), 2008 ISBN 9781553651161.
- Chong, Kevin Neil Young Nation: A Quest, an Obsession (and a True Story), Greystone Books, 2005 ISBN 9781553651161.
- Durchholz, Daniel; Gary Graff. Neil Young: Long May You Run: The Illustrated History, Voyageur Press, 2010 ISBN 9780760336472.
- Echard, William Neil Young and the Poetics of Energy, Indiana University Press, 2005 ISBN 9780253217684.
- Einarson, John Neil Young: Don't Be Denied, Quarry Press, 1992 ISBN 9781550820447.
- Einarson, John; Richie Furay. There's Something Happening Here: The Story of Buffalo Springfield, Music Sales Distributed, 1997 ISBN 9780952954033.
- McDonough, Jimmy Shakey: Neil Young's Biography, 2003
- Rogan, Johnny Neil Young: Zero to Sixty : a Critical Biography, Music Sales Distributed, 2000 ISBN 9780952954040.
- Simmons, Sylvie Neil Young: Reflections in Broken Glass, Canongate U.S., 2003 ISBN 9781841953175.
- Verbeke, Herman; Lucien van Diggelen. Neil Young, een portret, Kempen Pers, 1992 ISBN 9070427966.
- Williamson, Nigel Journey Through the Past: The Stories Behind the Classic Songs of Neil Young, Backbeat Books, 2002 ISBN 9780879307417.
- Young, Scott Neil and Me, McClelland & Stewart, 1984 ISBN 0771070594.
- Young, Neil Waging Heavy Peace, Penguin Group US, 2012 ISBN 9781101594094.
- Zimmer, Dave Crosby, Stills & Nash: The Biography, Da Capo Press, 2008 ISBN 9780306816154.
Documentaires (selectie)[bewerken]
- Year of the Horse (1997)
- Neil Young: Heart of Gold (2006)
- Don't Be Denied (2009)
- Neil Young Trunk Show (2009)
- Neil Young Journeys (2011)
Verwijzingen[bewerken]
- ↑ Young 1984, p. 25.
- ↑ McDonough 2003, p. 9 van de fotobijlage.
- ↑ Echard 2005, p. 43.
- ↑ Rogan 2000, p. 594.
- ↑ Durchholz 2010, p. 156.
- ↑ a b c "Crosby, Stills, Nash and Young" in Rolling Stone's Encyclopedia of Rock & Roll (2001), p. 224-225. Uitg.: Rolling Stone Press, ISBN 9780743201209.
- ↑ Verbeke 1992, p. 11.
- ↑ a b c d Verbeke 1992, p. 13.
- ↑ McDonough 2003, p. 37.
- ↑ Young 1984, p. 21.
- ↑ a b Gulla, Bob (2008). Guitar Gods: The 25 Players Who Made Rock History, p. 236. Uitg.: ABC-CLIO, ISBN 9780313358067.
- ↑ Bernstein 2008, p. 5.
- ↑ Bernstein 2008, p. 8-9.
- ↑ Bernstein 2008, p. 12-13.
- ↑ Young 1984, p. 46 en 53.
- ↑ Young 1984, p. 48.
- ↑ Young 1984, p. 49.
- ↑ "Neil Young" in The Canadian Encyclopedia.
- ↑ a b Verbeke 1992, p. 12.
- ↑ a b Durchholz 2010, p. 14.
- ↑ a b Durchholz 2010, p. 15.
- ↑ a b c Chong 2005, p. 96.
- ↑ Don't Be Denied 2009, 09:07-09:14.
- ↑ Young 1984, p. 61.
- ↑ Rogan 2000, p. 34.
- ↑ Chong 2005, p. 100.
- ↑ Young 1984, p. 65.
- ↑ Verbeke 1992, p. 16.
- ↑ a b c d e Unterberger, Richie. "The Mynah Birds". Allmusic. Geraadpleegd op 3 september 2012.
- ↑ "James, Rick (originally, Johnson, James Jr.)" in Baker’s Biographical Dictionary of Musicians (1 januari 2001). Geraadpleegd op 3 september 2012.
- ↑ Erlewine, Stephen Thomas. "The Complete Motown Singles, Vol. 6: 1966 - Various Artists". Allmusic. Geraadpleegd op 3 september 2012.
- ↑ Christensen, Thor (15 juli 2004). "Rock's unsung milestones". The Charleston Gazette.
- ↑ Wireless News (9 april 2012). "UMe to Roll Out New Set of Limited Edition Vinyl for National 'Record Store Day'". Geraadpleegd op 3 september 2012 via HighBeam.
- ↑ Verbeke 1992, p. 17.
- ↑ Einarson 1997, p. 11.
- ↑ Erlewine, Stephen Thomas. "Neil Young". Allmusic. Geraadpleegd op 1 september 2012.
- ↑ Einarson 1997, p. 12.
- ↑ a b "Buffalo Springfield" in Rolling Stone's Encyclopedia of Rock & Roll (2001), p. 127-128. Uitg.: Rolling Stone Press, ISBN 9780743201209.
- ↑ Einarson 1997, p. 175-176.
- ↑ This is Robert Fulford (11 februari 1969). Interview van Young met Robert Fulford. Canadian Broadcasting Corporation.
- ↑ a b c Schneider, Jason (2009). Whispering Pines: The Northern Roots of American Music . . . from Hank Snow to The Band. Uitg.: ECW Press, ISBN 9781550228748.
- ↑ Prato, Greg. "Crazy Horse". Allmusic. Geraadpleegd op 9 september 2012.
- ↑ Rogan 2000, p. 207.
- ↑ Rogan 2000, p. 223.
- ↑ Hillstrom, Kevin e.a. (1998). The Vietnam Experience: A Concise Encyclopedia of American Literature, Songs, and Films, p. 214. Uitg.: Greenwood Press.
- ↑ Rogan 2000, p. 224.
- ↑ "After the Gold Rush - Neil Young: Awards" op Allmusic. Geraadpleegd op 4 september 2012.
- ↑ a b Rogan 2000, p. 258.
- ↑ Young 1984, p. 142.
- ↑ Verbeke e.a. 1992, p. 50.
- ↑ Rogan 2000, p. 261.
- ↑ a b Rogan 2000, p. 262.
- ↑ Greene, Andy (27 juli 2010). Neil Young Sideman Ben Keith Dies at 73". Rolling Stone.
- ↑ Rogan 2000, p. 276.
- ↑ Rogan 2000, p. 270.
- ↑ Rogan 2000, p. 272.
- ↑ a b McDonough 2003, p. 401-402.
- ↑ Rogan 2000, p. 295-296.
- ↑ Durchholz 2010, p. 93.
- ↑ Don't Be Denied 2009, ±29:26.
- ↑ Plasketes, George M. (1992). "Taking Care of Business: The Commercialization of Rock Music" in America's Musical Pulse: Popular Music in Twentieth-Century Society, p. 153. Uitg.: Praeger.
- ↑ Banks, Jack (1996). Monopoly Television: MTV's Quest to Control the Music, p. 177 en 182. Uitg.: Westview Press.
- ↑ Greene, Andy (20 augustus 2010). "Neil Young Releasing New Disc, ‘Le Noise,’ Next Month". Rolling Stone.
- ↑ Greene, Andy (29 juli 2010). "Neil Young Preps New Album, Box Set". Rolling Stone.
- ↑ SPIN (3 mei 2012). "SPIN's 100 Greatest Guitarists of All Time". Geraadpleegd op 23 juni 2012.
- ↑ Greene, Andy (24 augustus 2012). "Neil Young and Crazy Horse Double-Disc 'Psychedelic Pill' Due in October". Rolling Stone. Geraadpleegd op 26 augustus 2012.
- ↑ Erlewine, Stephen Thomas. Biografie van Neil Young. Allmusic.
| Persoonsgegevens | |
|---|---|
| NAAM | Neil Young |
| KORTE OMSCHRIJVING | Canadees zanger, gitarist en liedschrijver |
| GEBOORTEDATUM | 12 november 1945 |
| GEBOORTEPLAATS | Toronto |