Neil Young

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Neil Young
Young tijdens een optreden in 2009 in Oslo.
Young tijdens een optreden in 2009 in Oslo.
Algemene informatie
Volledige naam Neil Percival Young
Alias Neiler[1]
Bernard Shakey
Joe Yankee
Phil Perspective
Flyface[2]
Bijnaam Dinosaur Sr.[3]
Godfather of Grunge[4][5][6][7]
Geboren 12 november 1945 te Toronto
Land Vlag van Canada Canada
Werk
Zangstem falsetto
Invloed(en) Elvis Presley[8]
Hank B. Marvin[9]
Label(s) Reprise Records
Geffen Records
Act(s) The Squires
The Mynah Birds
Buffalo Springfield
Crosby, Stills, Nash & Young
Verwante artiesten Crazy Horse
Pearl Jam
Bekende instrumenten
"Old Black"
Portaal  Portaalicoon   Muziek

Neil Percival Young (Toronto (Ontario), 12 november 1945) is een Canadees singer-songwriter.

Biografie[bewerken]

Jeugd[bewerken]

Neil Young is een zoon van schrijver en journalist Scott Young en diens vrouw Edna "Rassy" Ragland. Hij werd geboren op 12 november 1945 om kwart voor zeven 's ochtends in het Toronto General Hospital.[10] Het gezin woonde toen in een huisje aan Brooke Avenue in het noorden van Toronto.[11] Young kreeg op jonge leeftijd diabetes. In 1951 leed hij aan de virusziekte polio.[12] Hij groeide op in Omewee,[13] maar hij ging in New Smyrna, Florida naar de basisschool, de Faulkner Street Elementary School.[14] Op tienjarige leeftijd begon Young een bedrijfje, Neil Eggs. Hij hield kippen en werkte op een golfbaan om het voer te bekostigen.[15] Hij was toen van plan om zich later aan het Ontario Agricultural College te laten opleiden tot boer.[16]

Hij had een krantenwijk en stond 's ochtends vroeg op om de Globe and Mail te bezorgen. Voor het slapengaan luisterde hij naar de radiozender 1050-CHUM en raakte zo geïnteresseerd in muziek.[17] In 1958 kreeg Young zijn eerste muziekinstrument: een plastic ukelele, een kerstgeschenk van zijn ouders.[18] Toen hij twaalf jaar oud was, scheidden zijn ouders en verhuisde hij met zijn moeder naar Winnipeg.[12][19] Zijn adres daar was Grosvenor Avenue 1123.[20] Hij ging achtereenvolgens naar de Earl Grey Junior High School en de Kelvin High School.[21] Daar vormde hij ook zijn eerste bandje, The Jades.[21] Andere bandjes waarin hij in het begin speelde, waren The Esquires, The Stardusters en The Classics.[22]

Begin van muzikale loopbaan[bewerken]

The Squires[bewerken]

Zijn eerste succes boekte Young met The Squires, een rock-'n-rollgroep die verder uit drummer Ken Smyth, bassist Ken Koblun en slaggitarist Allan Bates bestond. Deze band maakte instrumentale muziek en coverde popliedjes van onder andere The Shadows.[9][22] The Squires oefenden een paar keer per week in Smyths kelder.[9] Young had zelf de versterkers in elkaar gezet. Hij speelde op een oranje Gretsch-gitaar.[20] De band toerde rond in de auto van Youngs moeder of in de Chrysler van Smyths vader.[23] Bij radio-dj Bob Bradburn namen ze op 23 juli 1963 onder meer de single "The Sultan" op, die V Records in november 1963 uitbracht.[9] Het was Youngs eerste opnamesessie en tijdens deze sessie werd ook voor het eerst zijn zang opgenomen, al bleven The Squires daarna louter instrumentale muziek spelen.[24]

Aanhalingsteken openen "I discovered I could yell and play really loud, and that was fun, I liked that".[25]
— Neil Young over zijn zang en gitaarspel als lid van The Squires.
Aanhalingsteken sluiten

In de zomer van 1964 gingen The Squires uit elkaar. Young deed het slecht op school en stopte ermee toen hij achttien jaar was.[26] In de herfst van 1964 richtte hij de groep opnieuw op met Koblun, schoolvriend Bill Edmundson en pianospeler Jeff Wuckert.[23] Ze traden sindsdien op als Neil Young & The Squires. Young kocht een gammele lijkwagen, een Buick Roadmaster uit 1948, waarmee de band rondreisde.[23] Ze speelden in het voorjaar van 1965 in het voorprogramma van Stephen Stills' band The Company.[27][28] In de zomer werd de band opgeheven en ging Young solo verder.[29] Hij verruilde zijn Gretsch-gitaar voor een twaalfsnarige akoestische gitaar.[30]

The Mynah Birds[bewerken]

In januari 1966 sloot hij zich op verzoek van bassist Bruce Palmer aan bij The Mynah Birds uit Toronto.[31] James Johnson Jr., die in de jaren tachtig een grote hit scoorde met het funknummer Super Freak, was leadzanger van deze band. Hij was uit de Amerikaanse marine gedeserteerd en werkte in Canada onder het pseudoniem Rick James om zich voor de autoriteiten te verbergen. James' oom, Melvin Franklin van The Temptations, bracht de band in contact met Motown.[32]

The Mynah Birds namen voor Motown zestien liedjes op. Ze combineerden rock-'n-roll met soul.[33] Young beschreef zelf de muziek van The Mynah Birds als "a Rolling Stones kind of R&B thing": "rhythm-and-blues zoals The Rolling Stones die speelden".[31] Hij gebruikte eerst nog zijn twaalfsnarige gitaar, maar zakenman John David Eaton schonk hem een elektrische gitaar van het merk Rickenbacker en een aantal versterkers.[31] De opnamen waren nog in volle gang toen James wegens zijn desertie werd gearresteerd, waardoor de band in maart 1966 uit elkaar ging. Hun platencontract werd ontbonden en Motown gaf hun muziek dus niet uit.[34] Een musicoloog wist de tapes in het begin van de jaren negentig in het Motown-archief terug te vinden.[31] Eén single, getiteld It's My Time, met op de B-kant Go On and Cry, werd pas in 2006 voor het eerst uitgegeven.[35]

Buffalo Springfield[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie Buffalo Springfield voor het hoofdartikel over dit onderwerp.

Palmer en Young verkochten de gitaar en de versterkers die Eaton hen had geschonken.[31] Met dit geld kocht Young weer een zwarte lijkwagen uit 1953 van het merk Pontiac.[36] Hiermee reisde het tweetal naar Californië om daar hun geluk te beproeven. Op 6 april 1966 kwamen Palmer en Young op de Sunset Boulevard in Los Angeles Stills tegen.[37][38] Young, Palmer, Stills en Richie Furay richtten de rockband The Herd op. Algauw vernoemden ze zich naar een stoomwals: Buffalo Springfield. Op 15 april dat jaar trad de band voor het eerst samen op, in het voorprogramma van The Byrds.[39] Daarna speelden ze als vaste groep in de uitgaansgelegenheid Whiskey A Go-Go.[40] Hun debuutalbum, Buffalo Springfield, werd in 1967 door Atlantic Records uitgegeven. De single For What It's Worth werd een grote hit.

Young had voortdurend ruzie met Stills. In mei 1967 verliet hij de band, maar al na vier maanden keerde hij terug. Tijdens zijn afwezigheid speelde Buffalo Springfield onder meer op het Monterey Pop Festival, waarbij Young vervangen werd door David Crosby van The Byrds.[40] De muziek die de band na hun debuutalbum met én zonder Young opnam, zou aanvankelijk door Atco Records worden uitgegeven als album met de titel Stampede, maar het album werd niet afgemaakt en is nooit uitgegeven.[41] In plaats daarvan werd Buffalo Springfield Again als opvolger van het debuut uitgegeven.

De hereniging van Young met Buffalo Springfield was van korte duur. In mei 1968 verliet hij opnieuw de band en een paar weken later hield Buffalo Springfield op te bestaan. Young was teleurgesteld. In een interview in februari 1969 verklaarde hij dat de band meer had kunnen bereiken, maar dat het gebrekkige succes het onmogelijk maakte nog langer samen te werken: "It's hard enough to live with yourself, when you've considered what you've done a failure rather than a succes (...), living with four other guys is even harder."[42] Op 5 februari 1968 nam Young zijn laatste liedje, I Am a Child, voor het derde album op in de Sunset Sound Studios.[43] De band trad op 5 mei dat jaar in de Long Beach Arena in Long Beach (Californië) voor het laatst op.[43] Het derde album, Last Time Around, werd op 30 juli 1968 uitgegeven.

Solocarrière en CSNY[bewerken]

Crazy Horse in 1972 met van links naar rechts: Danny Whitten, Jack Nitzsche, Billy Talbot en Ralph Molina.

Na Buffalo Springfield werkte Young aan zijn eerste soloalbum, Neil Young. Zijn manager Eliott Roberts en pianist Jack Nitzsche hielpen hem aan een platencontract bij Reprise Records, dat het album in november 1968 uitgaf.[43] Een maand later volgde de single The Loner met op de B-kant een liveopname van het liedje Sugar Mountain. Voor zijn tweede soloalbum, Everybody Knows This Is Nowhere uit 1969, werkte Young voor het eerst samen met de Amerikaanse band Crazy Horse. Deze band was oorspronkelijk een zanggroep en bestond destijds uit bassist Billy Talbot, drummer Ralph Molina, gitarist Danny Whitten, gitarist George Whitsell en violist Bobby Notkoff. Young speelde met The Rockets, zoals de band zich toen nog noemde, in de Whisky-a-Go-Go.[44]

CSNY[bewerken]

Na Everybody Knows This is Nowhere sloot Young zich aan bij de supergroep Crosby, Stills & Nash. Zij hadden al succes gehad met hun eerste album, CSN. Stills vroeg eerst John Sebastian van The Lovin' Spoonful, maar deze weigerde.[7] Crosby, Stills, Nash & Young, afgekort tot CSNY, traden op 16 augustus 1969 voor het eerst op. Twee dagen later speelden ze ook op het muziekfestival Woodstock.[45] In twee maanden namen ze het album Déjà Vu op. Het album was een groot succes. Er werden meer dan zeven miljoen exemplaren van verkocht. De liedjes Woodstock, geschreven door Mitchell, Teach Your Children en Our House werden als singles uitgebracht.

In de winter van 1969 toerden ze door Noord-Amerika en in 1970 door Europa. Op 6 januari dat jaar speelden ze in de Royal Albert Hall te Londen, met onder anderen Paul McCartney en Donovan als publiek. Dit was Youngs eerste optreden in Europa: "That was the first time we'd ever really been affected by nerves. (...) But when Neil gets nervous he plays very hard and puts his guitar out of tune and then has to tune back again", aldus Stills.[46] Door onenigheid tussen de bandleden eindigde de tournee vrij plotseling.[47] Naar aanleiding van het Kent State-bloedbad schreef Young het protestlied Ohio, waardoor het viertal toch weer even bij elkaar kwam om het nieuwe liedje op te nemen. Een live opgenomen versie werd in 1970 als single uitgebracht.[7] In april 1971 bracht Atlantic Records het livealbum 4 Way Street uit.

After the Gold Rush[bewerken]

Na deze tournee laste de groep een korte pauze in en nam elk bandlid een soloalbum op: After the Gold Rush van Young, If I Could Only Remember My Name van Crosby, Songs for Beginners van Nash en Stephen Stills van Stills. Young speelde op de albums van zowel Crosby als Nash. Voor zijn werk met Nash maakte hij gebruik van het pseudoniem Joe Yankee. After the Gold Rush nam Young op met Crazy Horse, waar sindsdien ook pianist Jack Nitzsche deel van uitmaakte,[48] piekte op de achtste plaats van de Amerikaanse hitlijst Billboard 200 en op de tweede plaats in de Nederlandse albumlijst.[49]

Doorbraak[bewerken]

Harvest[bewerken]

In 1970 beschadigde Young zijn rug toen hij op zijn ranch stukken hout optilde.[50] Hij had eerder al eens rugklachten gehad. Hij verbleef even in een ziekenhuis en een dokter adviseerde hem om voorzichtig te doen en tijdens optredens een medisch korset ter ondersteuning te dragen.[51] Op 4 december 1970 speelde Young in Carnegie Hall en hij had in januari 1971 een solotournee voor de boeg. Een paar weken na zijn optreden in Carnegie Hall was hij in verband met zijn rugklachten weer in het ziekenhuis. Hij dacht in deze periode voor het eerst na over de samenstelling van een compilatiealbum, dat uiteindelijk als Decade in oktober 1977 werd uitgegeven.[52] Ook tijdens zijn tournee door Canada en de Verenigde Staten in het najaar van 1971 droeg Young een korset. Het kostte hem moeite om een elektrische gitaar te dragen.[52][53]

In februari 1971 reisde Young naar Nashville (Tennessee) voor een optreden in een televisieprogramma van Johnny Cash. Hij speelde "The Needle and the Damage Done" en "Journey Through the Past". Na de televisieopnamen ging hij naar een feestje van muziekproducent Elliot Mazer, waarbij ook James Taylor, Linda Ronstadt en Tony Joe White aanwezig waren.[54] Mazer en Young besloten een dag later muziek op te nemen in de Quadrofonic Studios, waarvan Mazer mede-eigenaar was.[55] Met drummer Kenny Buttrey, bassist Troy Seals, gitarist Teddy Irwin en steel-gitarist Ben Keith werden de liedjes "Bad Fog of Loneliness" en "Dance Dance Dance" opgenomen, maar geen van beide werd uitgegeven. In hetzelfde weekend werden ook de liedjes "Heart of Gold", met achtergrondzang van Taylor en Ronstadt, en "Old Man" opgenomen.[55] De groep muzikanten uit Nashville met wie Young samenwerkte (Keith, Drummond, Buttrey en pianist Jack Nitzsche), werd aangeduid als The Stray Gators.[56] Ook Crosby en Nash werkten aan het album mee.[57]

Op 11 augustus 1971 onderging Young in het Cedars of Lebanon Hospital in Los Angeles een operatie aan zijn rug,[50] een tweevoudige laminectomie.[58] Hij verbleef hierna lange tijd op zijn ranch, die hij vernoemde naar het Buffalo Springfield-liedje "Broken Arrow", om van de ingreep te herstellen. De uitgave van zijn nieuwe album, Harvest, werd keer op keer uitgesteld, onder meer omdat Young het niet eens was met het ontwerp voor de albumhoes. Aanvankelijk zou hiervoor een foto van Young gebruikt worden, maar hij wilde niet zelf op de hoes staan.[59] Reprise Records gaf de elpee in februari 1972 met een albumhoes zonder foto uit. Het album betekende Youngs doorbraak als soloartiest. Er werden meer dan twee miljoen exemplaren van verkocht.[60] De single "Heart of Gold", met op de B-kant het liedje "Sugar Mountain", werd een Amerikaanse nummer één-hit.

Donkere periode[bewerken]

Human Highway[bewerken]

Na Harvest kwamen Crosby, Stills, Nash en Young weer bijeen. Ze gingen van eind mei tot begin juni 1973 met bassist Tim Drummond en drummer Johnny Barbata op vakantie naar het Hawaïaanse eiland Maui.[61] Daar namen ze enkele liedjes op, waaronder Human Highway, And So It Goes en Prison Song. Het album zou Human Highway heten en als albumhoes zou een foto van een ondergaande zon in Hawaï worden gebruikt.[62] Na de vakantie op Hawaï reisde het gezelschap naar Youngs ranch om verder aan het album te werken. Deze opnamesessies verliepen allesbehalve voorspoedig. Stills had te kampen met een cocaïneverslaving en Young hield zich vaak afzijdig van de rest van de groep.[61] Het album werd nooit uitgegeven.

The Ditch Trilogy[bewerken]

Aanhalingsteken openen "How many sensitive songs can you write, before you're just writing sensitive songs, and then it's not sensitive, because it's not real, so you can't live up to expectations."[63]
— Young wilde in deze periode niet eenzelfde album als Harvest maken, omdat hij toch niet aan de verwachtingen zou kunnen voldoen.
Aanhalingsteken sluiten

Young keerde zich af van het succes van Harvest door een aantal albums op te nemen die commercieel minder aantrekkelijk waren: Time Fades Away (1973), On the Beach (1974) en Tonight's the Night (1975). Dit drietal albums wordt ook wel aangeduid als The Ditch Trilogy.[64] Ze werden in november 1972 voorafgegaan door het soundtrackalbum Journey Through the Past, met muziek van Youngs eerste film. Het werd door Reprise Records uitgegeven als zogenaamde opvolger van Harvest. Young wilde eigenlijk niet dat dit album zou worden uitgegeven, maar hij zegde toe nadat Warner Bros. beloofde om zijn film uit te brengen.[65]

De muziek op de drie albums van The Ditch Trilogy is losjes of zelfs slordig gespeeld en de meeste liedjes zijn behoorlijk somber. In het begin van de jaren zeventig overleden Crazy Horse-lid Danny Whitten en roadie Bruce Berry. Deze gebeurtenissen drukten een stempel op met name Tonight's the Night,[66] een album dat de platenbazen niet geschikt vonden om uit te geven.[67] Reprise Records stelde de uitgave uit in de hoop dat Young in de tussentijd een album zou maken dat volgens de platenbazen meer succes zou opleveren. On the Beach, waarvan de muziek later werd opgenomen dan die van Tonight's the Night, werd daarom eerder uitgegeven.[68]

In een interview met Cameron Crowe, dat in augustus 1975 door Rolling Stone werd gepubliceerd, lichtte Young toe dat de aanzet voor deze donkere periode in zijn leven door het overlijden van Danny Whitten werd gegeven. Whitten kampte met een drugsverslaving. Bij een repeteersessie voor het begin van de Time Fades Away-tournee, waarbij verder Ben Keith, Jack Nitzsche, Tim Drummond en Kenny Buttrey aanwezig waren, stuurde Young hem naar huis omdat hij zo ver heen was dat hij niet meer in staat was om te spelen. Young werd nog diezelfde dag door een lijkschouwer gebeld met de boodschap dat Whitten aan een overdosis was overleden.[69]

Nieuw succes[bewerken]

Young met onder anderen Bob Dylan en Van Morrison tijdens het afscheidsconcert van The Band.

Na The Ditch Trilogy volgde in november 1975 weer een album met Crazy Horse, getiteld Zuma. Hierop staat één liedje met Crosby, Stills en Nash, "Through My Sails". Het album belandde op de 25ste plaats in de Amerikaanse hitlijst. Op het album staat ook het rocknummer "Cortez the Killer", dat door het muziekblad Rolling Stone op de 321ste plaats werd gezet in een lijst van de vijfhonderd beste liedjes aller tijden. Young zette in 1976 het succes van Zuma voort met Long May You Run, dat hij samen met Stephen Stills opnam. De samenwerking bleek echter wederom van korte duur toen Young plotseling een tournee met Stills afbrak. Op 25 november 1976 speelde Young tijdens het afscheidsconcert van The Band, The Last Waltz. Hierna volgde weer een soloalbum, getiteld American Stars 'n Bars. Linda Ronstadt werkte hieraan mee als achtergrondzangeres. In 1977 gaf Reprise Records ook het compilatiealbum Decade uit, met daarop vier niet eerder uitgebrachte liedjes. Met het folkalbum Comes a Time bereikte Young de zevende plaats in de Amerikaanse hitlijst.[70] In het najaar van 1978 toerde hij door de Verenigde Staten. De concerten van deze tournee bestonden uit twee delen: tijdens de eerste helft trad Young solo op en voor de tweede helft werd hij vergezeld door Crazy Horse. Op het podium stonden enorme, nagemaakte microfonen en geluidsboxen. Tijdens de tournee speelde hij voor het eerst liedjes van zijn nieuwe album Rust Never Sleeps, dat in juni 1979 werd uitgegeven. In november 1979 werd het livealbum Live Rust uitgegeven.[70]

Experimentele jaren[bewerken]

Periode bij Geffen Records[bewerken]

Young tekende in 1982 een platencontract bij het pas opgerichte Geffen Records.[70] Hiermee begon een experimentele periode van zijn loopbaan. Hij nam eerst een album vol elektronische muziek (Trans) op en vervolgens een album met rock-'n-roll (Everybody's Rockin'). David Geffen vorderde in juni 1984 drie miljoen dollar van Young, omdat hij geen typische "Neil Young-albums" zou maken.[71] Young verklaarde hierover dat hij, Neil Young, altijd Neil Young-albums maakt. Hij klaagde op zijn beurt Geffen aan voor contractbreuk, omdat hij door de platenmaatschappij zou worden beperkt in zijn artistieke vrijheid. Ondertussen toerde Young met de International Harvesters, een countrygroep met muzikanten uit Nashville. In 2012 werd het album A Treasure uitgebracht met daarop livemuziek van deze tournee. Bij Geffen Records verschenen in de jaren tachtig ook de albums Old Ways (1985), Landing On Water (1986) en Life (1987). Er waren plannen voor een reünie van Buffalo Springfield, maar na een repetitie zag Young hiervan af. Dewey Martin (drums) en Bruce Palmer (basgitaar) gingen toen als Buffalo Springfield Revisited op tournee.[72]

Terugkeer naar Reprise Records[bewerken]

In 1988, opnieuw onder contract bij Reprise Records, maakt hij met The Bluenotes het bluesgeoriënteerde album This Note's for You. Met het gelijknamige liedje bekritiseerde Young de commercialisering van de muziek: "Ain't singin' for Pepsi, ain't singin' for Coke, I don't sing for nobody, makes me look like a joke". In de door Julien Temple geregisseerde muziekvideo werden onder anderen Michael Jackson en Whitney Houston gepersifleerd. Zij prezen respectievelijk Pepsi en Coca-Cola aan. MTV weigerde deze video uit te zenden: het was niet toegestaan om in muziekvideo's merkproducten te tonen. Volgens persvoorlichter Tina Exarhos hanteerde MTV dit beleid om de muziekvideo's van de reclames te onderscheiden. Anderen, onder wie Temple en Young zelf, beweerden dat het MTV erom ging zijn adverteerders een plezier te doen. De beslissing leverde deze muziekzender veel kritiek op, waarna delen van de video alsnog vertoond werden in hun eigen nieuwsprogramma.[73] In de periode van april 1987 tot september 1988 nam Young zijn tweede studioalbum met Crosby, Stills & Nash op. Crosby kampte in de jaren tachtig met een ernstige cocaïneverslaving en Young had hem beloofd om mee te werken aan het album als hij zou afkicken. Geffen werkte het viertal tegen door van Ahmet Ertegün, de baas van Atlantic Records, vijftig procent van de opbrengsten te eisen vanwege Youngs deelname.[74] Het project werd nog eens uitgesteld toen Young in augustus 1988 aan een Amerikaanse solotournee begon voor zijn album Life.[75] Het album met Crosby, Stills en Nash, getiteld American Dream, werd uiteindelijk in november 1988 door Atlantic Records uitgegeven. Begin 1989 verscheen de mini-elpee Eldorado, maar alleen in Japan en Australië. Later dat jaar verscheen Freedom, waarmee hij terugkeerde naar zijn oude stijl. Het nummer "Rockin' in the Free World" werd een bescheiden hit, maar groeide voor velen onder invloed van de val van het IJzeren Gordijn en het einde van de Koude Oorlog uit tot een lijflied.

Jaren negentig[bewerken]

Gedurende de jaren negentig werkte Young gestaag door. In 1990 verscheen het met Crazy Horse opgenomen Ragged Glory, gevolgd door het live-album Weld. In 1992 werd Harvest Moon uitgebracht. Dit album werd met dezelfde muzikanten opgenomen als het in 1972 uitgebrachte album Harvest. In 1993 verscheen Unplugged, waarmee Neil zichzelf wederom in de belangstelling zette. Hij schreef een nummer voor de film Philadelphia en werkte samen met Randy Bachman. Met Crazy Horse werd Sleeps With Angels opgenomen. De titel zou verwijzen naar Kurt Cobain. In 1995 nam de inmiddels tot Godfather of Grunge omgedoopte zanger met Pearl Jam het album Mirror Ball op. Ook produceerde hij de soundtrack voor de Jim Jarmusch-film Dead Man, met Johnny Depp. De samenwerking met Jim Jarmusch leidde in 1997 tot de rockumentary Year Of The Horse, grotendeels een verslag van de toer die volgde na de release van Broken Arrow een jaar eerder. Aan het eind van 1999 werd Looking Forward, het derde album met Crosby, Stills & Nash, uitgebracht.

Jaren 2000-2009[bewerken]

Graham Nash, Stephen Stills, Neil Young en David Crosby in 2006.

In 2000 kreeg hij een ster op Canada's Walk of Fame. De albums Silver And Gold en Road Rocks, Vol. 1 werden uitgebracht. Naar aanleiding van de aanslagen op 11 september schreef Young het nummer "Let's Roll", dat in het voorjaar van 2002 verscheen op het album Are You Passionate?. Hij bracht tijdens een benefietconcert, America: A Tribute to Heroes, het door John Lennon geschreven liedje "Imagine" ten gehore. In 2003 kwam het conceptalbum Greendale uit, dat vergezeld werd door zijn ondertussen vierde, gelijknamige film. In 2005 bracht hij de ingetogen, persoonlijk getinte cd Prairie Wind uit, waarvan een live-registratie werd gefilmd door Jonathan Demme en uitgebracht als Heart of Gold, en in 2006 Living With War, een stevig rockende aanklacht tegen het Irak-beleid van president George W. Bush. De archieven werden dan eindelijk geopend met de albums Live at the Fillmore East 1970 met Crazy Horse en het akoestische album Live at Massey Hall 1971 als eerste uitgaven.

Eind 2007 verscheen Chrome Dreams II, vernoemd naar het dertig jaar eerder onuitgebrachte album Chrome Dreams. In februari 2008 toerde Neil Young door Europa waarbij hij kleine theaters aandeed. In juli keerde de zanger met zijn band, die naast Young bestond uit Ben Keith (gitaar), Ralph Molina (drums) en Rick Rosas (bas) terug naar Nederland en België. Op 4 juli speelden ze op Rock Werchter en op 11 juli op het Bospop-terrein in Weert. In de herfst werd de (concert)film Déjà Vu Live uitgebracht, een registratie van de twee jaar eerder gehouden Freedom Of Speech-tournee met Crosby, Stills & Nash, waarin hij felle kritiek uitte op de Irak-oorlog. November 2008 verscheen het derde deel uit de Neil Young Archives-series. Het betrof een van zijn eerste soloperformances na het uiteenvallen van Buffalo Springfield, getiteld Sugar Mountain. In april 2009 verscheen het 31e studioalbum Fork in the Road. In de zomer van 2009 kwam de langverwachte Neil Young Archives-box uit. Later dat jaar verscheen ook nog Dreamin' Man Live '92, een akoestische liveversie van het album Harvest Moon.

Jaren 2010-heden[bewerken]

Young tijdens een tournee met Crazy Horse in 2013.

In mei en juni 2010 ging Young op tournee door de Verenigde Staten. Bert Jansch stond in zijn voorprogramma. De tournee was getiteld de Twisted Road Tour. Hij speelde veel liedjes van zijn nieuwe soloalbum, dat aanvankelijk de titel Twisted Road zou krijgen.[76][77] Het kreeg uiteindelijk de titel Le Noise, naar de muziekproducent Daniel Lanois.[78] Young nam de muziek voor dit album op bij Lanois thuis in Los Angeles tijdens vier nachtelijke sessies. Het album werd op 28 september 2010 uitgebracht.[79]

Young, Stills en Richie Furay kwamen in oktober 2010 voor het eerst sinds 1968 weer bijeen voor een reünie van Buffalo Springfield. Ze traden op tijdens het Bridge School Benefit en begonnen met het liedje "On the Way Home".[80] In juni 2011 toerden ze kort door de Verenigde Staten en ze speelden ook op het Bonnaroo-festival. Een tweede Amerikaanse tournee zou plaatsvinden in het najaar van 2011, maar werd eerst uitgesteld en ging uiteindelijk helemaal niet door toen Young ervan af zag.[81] Young, die een van de optredens aankondigde met "We're Buffalo Springfield, and we're from the past" ('Wij zijn Buffalo Springfield en wij zijn van vroeger'), zei dat hij vooruit wilde en niet in het verleden wilde blijven hangen: "I'd be on a tour of my past for the rest of fucking time, which I can't do. I have to be able to move forward."[72]

In mei 2012 publiceerde het muziekblad SPIN een lijst van de honderd beste gitaristen aller tijden, waarin Young op de twintigste plaats stond.[82] Met Crazy Horse nam Young het album Americana op, dat begin juni 2012 werd uitgebracht. Er staan vertolkingen op van traditionals, zoals This Land Is Your Land en God Save the Queen. In februari 2012 kondigde Young aan dat hij nog een album met Crazy Horse zou opnemen. Dit dubbelalbum, Psychedelic Pill, werd in oktober 2012 uitgebracht.[83] Ter gelegenheid van het album toerde Young met Crazy Horse door Europa. De laatste zeven concerten van deze tournee werden echter afgelast omdat gitarist Frank Sampedro zijn hand had gebroken.[84] Ook een tournee door Noord-Amerika ging om deze reden niet door.[85]

In januari 2014 voerde Young actie tegen de ontginning van de teerzanden in het Athabascagebied in Canada. Aan de actie koppelde hij een tournee met de naam Honour the Treaties. De opbrengst van vier van deze concerten werd ingezet voor de juridische strijd van de Athabasca Chipewyan First Nation (ACFN), een vertegenwoordiging van de Indiaanse stam die in het Athabascagebied leeft, tegen de Canadese overheid, die Shell Canada (onderdeel van Royal Dutch Shell) toestemming had gegeven om de ontginning verder uit te breiden. De ACFN maakt zich zorgen over de gevolgen voor het milieu, terwijl voorstanders van het project de economische belangen benadrukken. Young zorgde onder meer voor ophef toen hij in september 2013 Fort McMurray vergeleek met Hiroshima.[86] Een lokaal radiostation weigerde daarom nog langer zijn muziek te draaien.[87]

Young nam met Jack White als muziekproducent het album A Letter Home op, dat in 2014 door Third Man Records werd uitgegeven. In de zomer van 2014 toert Young weer met Crazy Horse door Europa. Billy Talbot (basgitaar) kreeg in juni een lichte hartaanval en werd daarom vervangen door Rick Rosas.[88]

Persoonlijk leven en andere activiteiten[bewerken]

Neil Young is getrouwd met Pegi Morton. Samen hebben ze twee kinderen, dochter Amber en een ernstig gehandicapte, grotendeels verlamde zoon, Ben. Uit een vorige relatie begin jaren zeventig, met actrice Carrie Snodgress, werd zoon Zeke geboren, die met een hersenverlamming werd geboren.

Young is sinds midden jaren 70 een enthousiast verzamelaar van modeltreinen van het merk Lionel. Sinds 1994 heeft hij een substantieel aandelenpakket opgebouwd in de producent van deze treinen. Hij houdt zich ook actief met het management van het bedrijf bezig. Youngs interesse in het bouwen van modelbanen is grotendeels te danken aan het feit dat hij zo samen met zijn zoon Ben bezig kan zijn. Achter zijn huis heeft Young een hal laten bouwen, waarin hij, samen met zijn familie, een zeer grote modelbaan heeft gebouwd.

Neil Young is betrokken bij diverse goede doelen. Jaarlijks organiseert hij een benefiet-concert, waarvan de opbrengsten gaan naar de Bridge School in San Francisco. Hij heeft ook diverse bijdragen geleverd aan Farm Aid, een eveneens jaarlijks terugkerende actie om de aandacht te vestigen op de slechte financiële situatie waarin veel Amerikaanse boeren zich bevinden.

Stijl[bewerken]

Kenmerkend voor de muziek zijn Youngs hoge, onvaste falsetto en zijn afwisselend akoestische en elektrische gitaarspel. Allmusic-schrijver Stephen Thomas Erlewine onderscheidt twee stijlen in de muziek van Young: gevoelige folk en countryrock aan de ene kant en 'verpletterend luide' gitaarrock aan de andere kant.[89]

Discografie[bewerken]

Albums[bewerken]

Album met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Album Top 100
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Neil Young 1968 -
Everybody knows this is nowhere 1969 - met Crazy Horse
After the goldrush 1970 10-10-1970 2 29
Harvest 1972 05-02-1972 1(7wk) 26 met The Stray Gators
Journey through the past 1972 - Soundtrack
Time fades away 1973 20-10-1973 10 5
On the beach 1974 27-07-1974 8 14
Tonight's the night 1975 05-07-1975 6 10 met The Santa Monica Flyers
Zuma 1975 22-11-1975 6 16 met Crazy Horse
Long may you run 1976 25-09-1976 6 12 als Stills Young Band / met Stephen Stills
American Stars 'n Bars 1977 25-06-1977 5 10 met Crazy Horse
Chrome dreams 1977 -
Decade 1977 - Verzamelalbum
Comes a time 1978 14-10-1978 5 16
Rust Never Sleeps 1979 07-07-1979 19 11 met Crazy Horse
Live rust 1979 - met Crazy Horse / Livealbum
Where the buffalo roam 1980 - Soundtrack
Hawks & Doves 1980 22-11-1980 30 6
Re-ac-tor 1981 - met Crazy Horse
Trans 1983 15-01-1983 22 8
Everybody's rockin' 1983 13-08-1983 25 6 met The Shocking Pinks
Old ways 1985 31-08-1985 20 9
Landing on water 1986 09-08-1986 30 9
Life 1987 27-06-1987 24 11 met Crazy Horse
This note's for you 1988 23-04-1988 46 6 met The Bluenotes
El Dorado 1989 - met The Restless / ep
Freedom 1989 21-10-1989 18 26
Ragged glory 1990 22-09-1990 16 8 met Crazy Horse
Weld 1991 02-11-1991 33 6 met Crazy Horse
Arc 1991 - met Crazy Horse / Live ep
Harvest moon 1992 07-11-1992 13 18
Lucky thirteen 1993 23-01-1993 26 8 Verzamelalbum
Unplugged 1993 26-06-1993 12 17 Livealbum
Sleeps with angels 1994 27-08-1994 9 11 met Crazy Horse
Mirror ball 1995 08-07-1995 23 13 met Pearl Jam
Dead man 1996 - Soundtrack
Broken Arrow 1996 06-07-1996 25 11 met Crazy Horse
Year of the horse 1997 28-06-1997 40 6 met Crazy Horse
Silver and gold 2000 29-04-2000 25 9
Road rock vol. 1 2000 - met Friends & Relatives / Livealbum
Mystery train 2001 - Verzamelalbum
Are you passionate? 2002 13-04-2002 21 5 met Booker T. and the MG's
Greendale 2003 23-08-2003 20 7 met Crazy Horse
Greatest hits 2004 20-11-2004 49 11 Verzamelalbum
Prairie Wind 2005 08-10-2005 15 7
Living with war 2006 20-05-2006 24 7
Live at the Fillmore East 1970 2006 25-11-2006 64 1 met Crazy Horse / Livealbum
Living with war: "In the beginning" 2006 - met The Restless
Live at Massey Hall 1971 2007 17-03-2007 5 15 Livealbum
Chrome dreams II 2007 07-10-2007 14 16
Sugar mountain - Live at Canterbury House 1968 28-11-2008 06-12-2008 59 6 Livealbum
Fork in the road 03-04-2009 11-04-2009 23 6
Live at the Riverboat 1969 2009 -
Dreamin' man Live '92 04-12-2009 12-12-2009 74 1 Livealbum
Le noise 24-09-2010 02-10-2010 18 8
A treasure 10-06-2011 18-06-2011 22 7 met International Harvesters / Livealbum
Americana 01-06-2012 09-06-2012 15 7 met Crazy Horse
Psychedelic Pill 26-10-2012 03-11-2012 11 16 met Crazy Horse
A Letter Home 19-04-2014 31-05-2014 18 4
Album met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 200 albums
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Mirror ball 1995 08-07-1995 12 14 met Pearl Jam
Broken arrow 1996 06-07-1996 13 8 met Crazy Horse
Year of the horse 1997 28-06-1997 11 5 met Crazy Horse
Silver and gold 2000 06-05-2000 20 4
Are you passionate? 2002 13-04-2002 13 5 met Booker T. and the MG's
On the beach 2003 02-08-2003 17 8
Greendale 2003 23-08-2003 2 6 met Crazy Horse
Greatest hits 2004 20-11-2004 24 16 Verzamellabum
Prairie Wind 2005 08-10-2005 10 9
Living with war 2006 20-05-2006 14 11
Live at The Fillmore East 1970 2006 02-12-2006 71 3 met Crazy Horse / Livealbum
Live at Massey Hall 1971 2007 24-03-2007 20 9 Livealbum
Chrome dreams II 2007 27-10-2007 16 11
Sugar mountain - Live at Canterbury House 1968 2008 13-12-2008 57 2 Livealbum
Fork in the road 2009 11-04-2009 13 11
Archives vol. 1 (1963-1972) 2009 13-06-2009 72 1 Box-set
Le noise 2010 02-10-2010 13 9
A treasure 2011 18-06-2011 39 6 met International Harvesters / Livealbum
Americana 2012 09-06-2012 7 24 met Crazy Horse
Psychedelic pill 2012 03-11-2012 6 23 met Crazy Horse
A Letter Home 2014 31-05-2014 13 11*

Singles[bewerken]

Single met eventuele hitnotering(en)
in de Nederlandse Top 40
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Oh lonesome me 1970 11-07-1970 32 3 Nr. 28 in de Single Top 100
Only love can break your heart 1970 28-11-1970 18 5 Nr. 19 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Heart of gold 1972 12-02-1972 9 9 Nr. 8 in de Single Top 100
Old man 1972 29-04-1972 tip15 - met Crazy Horse
War song 1972 08-07-1972 tip7 - met Graham Nash
Long may you run 1976 04-09-1976 17 8 als Stills Young Band / met Stephen Stills /
Nr. 18 in de Single Top 100 / Alarmschijf
Comes a time 1978 21-10-1978 25 7 Nr. 30 in de Single Top 100
Single met hitnotering(en)
in de Vlaamse Ultratop 50
Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
Hoogste
positie
Aantal
weken
Opmerkingen
Heart of gold 1972 - Nr. 25 in de Radio 2 Top 30

Dvd's[bewerken]

Dvd's met hitnoteringen in de Nederlandse Music Top 30 Datum van
verschijnen
Datum van
binnenkomst
 Hoogste 
positie
 Aantal 
weken
 Opmerkingen 
Archives Vol. 1 (1963-1972) - Box set 2009 06-06-2009 7 3
Live in Chicago 1992 2011 21-05-2011 15 2
Hold back the tears - Live in concert 2012 2013 13-07-2013 25 1

Bootlegs (selectief)[bewerken]

  • 1976 - At the Roman Colosseum (Spaceward Records, Inc)
  • 1989 - Winterlong (2 cd, met Crazy Horse, Fillmore East 1970)
  • 1990 - In Concert
  • 1991 - Crime In The City
  • 1992 - The Lost Tapes (toegeschreven aan Neil Young, maar naar eigen zeggen niet van hem)
  • 1992 - Mirror Man
  • 1992 - Accoustic Young
  • 1993 - Keep On Rockin' In The Free World dubbel-cd met Booker T. & the M.G.'s
  • 2000 - Lucky Seventeen
  • 2003 - Young Dreams & Indians met het onuitgebrachte Chrome Dreams-album
  • 2006 - Going Back To Canada

Video's[bewerken]

  • 1994 - The Complex Sessions
  • 2000 - Silver & Gold
  • 2000 - Year of the Horse geregisseerd door Jim Jarmusch, met Crazy Horse
  • 2000 - Red Rocks Live met 'Friends & Relatives'
  • 2001 - In Berlin met Trans-Band
  • 2002 - Rust Never Sleeps (met Crazy Horse)
  • 2003 - Live at Vicar St. (bonusdvd bij cd 'Greendale')
  • 2004 - Greendale (film)
  • 2005 - Live (met Crazy Horse)
  • 2006 - Heart of Gold geregisseerd door Jonathan Demme; met documentaires
  • 2006 - Living with War met cd
  • 2006 - Under Review met Crazy Horse
  • 2006 - Live at The Fillmore East 1970 met cd, met Crazy Horse
  • 2007 - Live at Massey Hall 1971 met cd
  • 2008 - Déjà Vu Live met Crosby, Stills & Nash, geregisseerd door Neil Young

Radio 2 Top 2000[bewerken]

Nummer met notering(en)
in de Radio 2 Top 2000
'99 '00 '01 '02 '03 '04 '05 '06 '07 '08 '09 '10 '11 '12 '13
Alabama - 1201 1386 1189 1218 1019 1169 1106 1203 1147 1294 1312 1539 1074 1298
Harvest - - - - - - 751 538 641 917 524 483 673 660 655
Heart of gold 125 155 145 148 143 174 202 165 228 169 175 157 196 187 157
Like a hurricane - 98 - 115 87 106 102 86 84 91 103 93 149 146 166
Old man - 426 618 490 391 394 440 398 349 387 244 240 328 282 177
Only love can break your heart 704 - 1061 982 908 884 920 957 1137 968 - 1109 1404 1741 1194
Rockin' in the free world - - - - - - - - 491 1789 367 286 359 359 287

Trivia[bewerken]

  • Kurt Cobain heeft in zijn afscheidsbrief verwezen naar een lied van Neil Young "Hey Hey, My My" met de tekst "It's better to burn out than to fade away". Desondanks wordt het nummer "Hey Hey, My My" nog vaak door Neil Young gespeeld.
  • Zijn album "Tonight's the night" gaat vergezeld van 2 lange Nederlandstalige artikelen, die eerder in Muziekkrant Oor zijn gepubliceerd. Ook internationaal werd deze bijlage (onvertaald) bij het album gevoegd.
  • De Coverclub heeft een album met verschillende covers van Neil Young uitgebracht.

Externe links[bewerken]

Logo Wikiquote
Wikiquote heeft een verzameling Engelse citaten gerelateerd aan: Neil Young.

Bronvermelding[bewerken]

Literatuur[bewerken]

Documentaires (selectie)[bewerken]

  • Year of the Horse (1997)
  • Neil Young: Heart of Gold (2006)
  • Don't Be Denied (2009)
  • Neil Young Trunk Show (2009)
  • Neil Young Journeys (2011)

Verwijzingen[bewerken]

  1. Young 1984, p. 25.
  2. McDonough 2003, p. 9 van de fotobijlage.
  3. Kuijpers, Martijn (8 februari 2008). "Neil Young in de Lage Landen: 1993-2003", Kindamuzik.
  4. Echard 2005, p. 43.
  5. Rogan 2000, p. 594.
  6. Durchholz 2010, p. 156.
  7. a b c "Crosby, Stills, Nash and Young" in Rolling Stone's Encyclopedia of Rock & Roll (2001), p. 224-225. Uitg.: Rolling Stone Press, ISBN 9780743201209.
  8. Verbeke 1992, p. 11.
  9. a b c d Verbeke 1992, p. 13.
  10. McDonough 2003, p. 37.
  11. Young 1984, p. 21.
  12. a b Gulla, Bob (2008). Guitar Gods: The 25 Players Who Made Rock History, p. 236. Uitg.: ABC-CLIO, ISBN 9780313358067.
  13. Bernstein 2008, p. 5.
  14. Bernstein 2008, p. 8-9.
  15. Bernstein 2008, p. 12-13.
  16. Young 1984, p. 46 en 53.
  17. Young 1984, p. 48.
  18. Young 1984, p. 49.
  19. "Neil Young" in The Canadian Encyclopedia.
  20. a b Verbeke 1992, p. 12.
  21. a b Durchholz 2010, p. 14.
  22. a b Durchholz 2010, p. 15.
  23. a b c Chong 2005, p. 96.
  24. Young 2012, p. 263.
  25. Don't Be Denied 2009, 09:07-09:14.
  26. Young 1984, p. 61.
  27. Rogan 2000, p. 34.
  28. Chong 2005, p. 100.
  29. Young 1984, p. 65.
  30. Verbeke 1992, p. 16.
  31. a b c d e Unterberger, Richie. "The Mynah Birds". Allmusic. Geraadpleegd op 3 september 2012.
  32. "James, Rick (originally, Johnson, James Jr.)" in Baker’s Biographical Dictionary of Musicians (1 januari 2001). Geraadpleegd op 3 september 2012.
  33. Erlewine, Stephen Thomas. "The Complete Motown Singles, Vol. 6: 1966 - Various Artists". Allmusic. Geraadpleegd op 3 september 2012.
  34. Christensen, Thor (15 juli 2004). "Rock's unsung milestones". The Charleston Gazette.
  35. Wireless News (9 april 2012). "UMe to Roll Out New Set of Limited Edition Vinyl for National 'Record Store Day'". Geraadpleegd op 3 september 2012 via HighBeam.
  36. Verbeke 1992, p. 17.
  37. Einarson 1997, p. 11.
  38. Erlewine, Stephen Thomas. "Neil Young". Allmusic. Geraadpleegd op 1 september 2012.
  39. Einarson 1997, p. 12.
  40. a b "Buffalo Springfield" in Rolling Stone's Encyclopedia of Rock & Roll (2001), p. 127-128. Uitg.: Rolling Stone Press, ISBN 9780743201209.
  41. Einarson 1997, p. 175-176.
  42. This is Robert Fulford (11 februari 1969). Interview van Young met Robert Fulford. Canadian Broadcasting Corporation.
  43. a b c Schneider, Jason (2009). Whispering Pines: The Northern Roots of American Music . . . from Hank Snow to The Band. Uitg.: ECW Press, ISBN 9781550228748.
  44. Prato, Greg. "Crazy Horse". Allmusic. Geraadpleegd op 9 september 2012.
  45. Rogan 2000, p. 207.
  46. Rogan 2000, p. 223.
  47. Hillstrom, Kevin e.a. (1998). The Vietnam Experience: A Concise Encyclopedia of American Literature, Songs, and Films, p. 214. Uitg.: Greenwood Press.
  48. Rogan 2000, p. 224.
  49. "After the Gold Rush - Neil Young: Awards" op Allmusic. Geraadpleegd op 4 september 2012.
  50. a b Rogan 2000, p. 258.
  51. Young 1984, p. 142.
  52. a b Young 1984, p. 145.
  53. Verbeke e.a. 1992, p. 50.
  54. Rogan 2000, p. 261.
  55. a b Rogan 2000, p. 262.
  56. Greene, Andy (27 juli 2010). Neil Young Sideman Ben Keith Dies at 73". Rolling Stone. Geraadpleegd op 6 december 2010.
  57. Rogan 2000, p. 276.
  58. Young 2012, p. 176.
  59. Rogan 2000, p. 270.
  60. Rogan 2000, p. 272.
  61. a b McDonough 2003, p. 401-402.
  62. Rogan 2000, p. 295-296.
  63. Don't Be Denied 2009, ±29:26.
  64. Durchholz 2010, p. 93.
  65. Jones, Allan (mei 2010). "The 50 Greatest Lost Albums - Neil Young, Time Fades Away", Uncut, nr. 156, p. 59-62.
  66. Neelissen, Bernadette (juni 1997). "Neil Young: Altijd Een Geldig Kaartje", Samson All Areas, jg. 2, nr. 5, p. 12-13.
  67. Verbeke 1992, p. 60.
  68. Young 1984, p. 185.
  69. Crowe, Cameron (14 augustus 1975). "The Rebellious Neil Young". Rolling Stone.
  70. a b c "Neil Young" in Rolling Stone's Encyclopedia of Rock & Roll (2001), p. 1098-1100. Uitg.: Rolling Stone Press, ISBN 9780743201209.
  71. George M. Plasketes (1992), "Taking Care of Business: The Commercialization of Rock Music" in America's Musical Pulse: Popular Music in Twentieth-Century Society, p. 153. Uitg.: Praeger.
  72. a b Andy Greene (4 juni 2012), "Neil Young Explains Buffalo Springfield's Aborted Reunion", Rolling Stone.
  73. Banks, Jack (1996). Monopoly Television: MTV's Quest to Control the Music, p. 177 en 182. Uitg.: Westview Press.
  74. McDonough 2003, p. 624-625.
  75. Rogan 2001, p. 540.
  76. Simmons, Sylvie (2010). "Bay City rockers", Mojo, nr. 203, oktober 2010, p. 124.
  77. Inman, Davis (20 mei 2010). "Neil Young’s Twisted Road Tour Begins", American Songwriter.
  78. Andy Greene (29 juli 2010), "Neil Young Preps New Album, Box Set", Rolling Stone.
  79. Greene, Andy (20 augustus 2010). "Neil Young Releasing New Disc, ‘Le Noise,’ Next Month", Rolling Stone.
  80. Greene, Andy (24 oktober 2010). "Buffalo Springfield Bridge School Reunion a Triumph", Rolling Stone.
  81. Greene, Andy (30 juni 2011). "Buffalo Springfield Postpone Reunion Tour", Rolling Stone.
  82. SPIN (3 mei 2012). "SPIN's 100 Greatest Guitarists of All Time". Geraadpleegd op 23 juni 2012.
  83. Greene, Andy (24 augustus 2012). "Neil Young and Crazy Horse Double-Disc 'Psychedelic Pill' Due in October". Rolling Stone. Geraadpleegd op 26 augustus 2012.
  84. Greene, Andy (8 augustus 2013). "Neil Young and Crazy Horse Cancel Remaining European Tour Dates". Rolling Stone.
  85. Greene, Andy (19 augustus 2013). "Neil Young and Crazy Horse Cancel Four-City North American Tour". Rolling Stone.
  86. MacNeil, Jason (10 september 2013). "Neil Young Talks Oilsands, Compares Fort McMurray To Hiroshima", The Huffington Post.
  87. Sterritt, Angela (10 januari 2014). "Neil Young set to kick off Honour the Treaties tour", CBC.
  88. Kozinn, Allan (30 juni 2014). "Neil Young and Crazy Horse to Tour With a Substitute Bassist", The New York Times.
  89. Erlewine, Stephen Thomas. Biografie van Neil Young. Allmusic.
Neil Young
Studioalbums: Neil Young (1968) · Everybody Knows This is Nowhere (1969) · After the Gold Rush (1970) · Harvest (1972) · On the Beach (1974) · Tonight's the Night (1975) · Zuma (1975) · American Stars 'n Bars (1977) · Comes a Time (1978) · Rust Never Sleeps (1979) · Hawks & Doves (1980) · Re-ac-tor (1981) · Trans (1982) · Everybody's Rockin' (1983) · Old Ways (1985) · Landing on Water (1986) · Life (1987) · This Note's for You (1988) · El Dorado (1989) · Freedom (1989) · Ragged Glory (1990) · Harvest Moon (1992) · Sleeps with Angels (1994) · Mirror Ball (1995) · Broken Arrow (1996) · Silver & Gold (2000) · Are You Passionate? (2002) · Greendale (2003) · Prairie Wind (2005) · Living with War (2006) · Living with War: "In the Beginning" (2006) · Chrome Dreams II (2007) · Fork in the Road (2009) · Le Noise (2010) · Americana (2012) · Psychedelic Pill (2012) · A Letter Home (2014)
met Buffalo Springfield: Buffalo Springfield (1966) · Buffalo Springfield Again (1967) · Last Time Around (1968) · Retrospective: The Best of Buffalo Springfield (1969) · Buffalo Springfield (1973) · Buffalo Springfield (2001)
met Crosby, Stills, Nash & Young: Déjà Vu (1970) · 4 Way Street (1971) · So Far (1974) · American Dream (1988) · Looking Forward (1999) · Déjà Vu Live (2008)
met The Stills-Young Band: Long May You Run (1976)
Soundtracks: Journey Through the Past (1972) · Where the Buffalo Roam (1980) · Dead Man (1996)
Compilaties: Decade (1977) · Lucky Thirteen (1993) · Mystery Train (2001) · Greatest Hits (2004)
Livealbums: Time Fades Away (1973) · Live Rust (1979) · Weld (1991) · Arc (1991) · Unplugged (1993) · Year of the Horse (1997) · Road Rock Vol. 1 (2000)
Archives Series: Live at the Fillmore East New York 1970 (2006) · Live at Massey Hall 1971 (2007) · Sugar Mountain - Live at Canterbury House 1968 (2008) · Live at the Riverboat 1969 (2009) · The Archives Vol. 1 1963 – 1972 (2009) · Dreamin' Man Live '92 (2009) · A Treasure (2011)
Gerelateerde artikelen: Buffalo Springfield · Crazy Horse · Crosby, Stills, Nash and Young · Farm Aid · The Mynah Birds · The Stills-Young Band · The Stray Gators · Ben Keith · Nils Lofgren