Schaal (verhouding)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

De schaal is de verhouding tussen het originele object en de afbeelding of het model ervan.

Algemeen[bewerken]

De schaal is de vergrotings- of verkleiningsfactor. Deze wordt uitgedrukt in een breuk. Als het model 10 × kleiner is dan het origineel, dan is de (verkleinings)factor 0,1. Of anders geschreven \tfrac{1}{10}, of nog anders 1 : 10. Deze laatste schrijfwijze is de meest gebruikelijke. De 'schaal' 1 : 10 geeft dus aan dat 1 cm van het model 10 cm van het origineel betreft.

Het is gebruikelijk de teller van de breuk de waarde 1 te geven, zoals hier boven in het voorbeeld is te zien. De noemer wordt dan ook wel het schaalgetal genoemd. In het bovenstaande voorbeeld is het schaalgetal 10. Een kleine schaal (en dus een groot schaalgetal) geeft een sterke verkleining weer van het origineel. Bij een vergroting is het schaalgetal kleiner dan 1, bijvoorbeeld 0,25. Men schrijft dan 4 : 1, omdat het is ongebruikelijk om in een breuk een decimale breuk als noemer te gebruiken. Samenvattend:

  • schaal 1 : 1 betekent ware grootte
  • schaal 1 : X betekent dat verkleind is afgebeeld
  • schaal X : 1 betekent dat vergroot is afgebeeld

Zie ook[bewerken]