William Ewart Gladstone

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
William Ewart Gladstone
29 december 1809 - 19 mei 1898
Gladstone.jpg
Premier van het Verenigd Koninkrijk
Periode 1868-1874
Voorganger Benjamin Disraeli
Opvolger Benjamin Disraeli
Premier van het Verenigd Koninkrijk
Periode 1880-1885
Voorganger Benjamin Disraeli
Opvolger Robert Arthur Talbot Gascoyne-Cecil
Premier van het Verenigd Koninkrijk
Periode 1886-1886
Voorganger Robert Arthur Talbot Gascoyne-Cecil
Opvolger Robert Arthur Talbot Gascoyne-Cecil
Premier van het Verenigd Koninkrijk
Periode 1892-1894
Voorganger Robert Arthur Talbot Gascoyne-Cecil
Opvolger Archibald Philip Primrose

William Ewart Gladstone (Liverpool, 29 december 1809Hawarden, Wales, 19 mei 1898) was een Brits liberaal staatsman en premier van 1868–1874, 1880–1885, 1886 en 1892–1894.

In de periode van ca. 1850 tot ca. 1880 vormde de rivaliteit tussen Gladstone en Benjamin Disraeli een belangrijk element van het Britse politieke leven.

Gladstone was de zoon van een koopman uit Liverpool en aanvankelijk heel conservatief gezind, maar werd gaandeweg steeds liberaler. In een kabinet van de conservatieve premier Robert Peel diende hij als minister van handel (1843-1845) en van oorlog en koloniën (1845-1846). Hij kon toen al slecht overweg met zijn toenmalige partijgenoot Disraeli. Na een scheuring binnen de conservatieve partij volgde Gladstone de vrijhandelsvoorstander Robert Peel en werd na diens dood (1850) leider van diens factie (vaak de "Peelites" genaamd).

Van 1852-1855 was Gladstone minister van Financiën in een coalitie regering van Whigs en "Peelites".

In 1859 fuseerde Gladstones fractie van de Conservatieven met de oppositiepartij der Whigs, waardoor de Liberale Partij ontstond. Van 1859 tot 1866 was hij opnieuw minister van Financiën. Zijn steun voor een voorstel om de inkomensdrempel voor het kiesrecht te verlagen bracht hem in 1864 in conflict met premier Palmerston en koningin Victoria.

Het liberale voorstel was nu van de baan, maar de regering van zijn tegenstander Disraeli keurde in 1867 een ander, minder vergaand, voorstel tot uitbreiding van het kiesrecht goed.

Mede dankzij deze kieshervorming wonnen Gladstones Liberalen de parlementsverkiezingen van 1868. Gladstone werd vervolgens voor de eerste maal premier. Zijn liberale politiek had verlaging van de belastingen en het voorkomen van kostbare oorlogen als prioriteiten. Een ander belangrijk politiek punt in zijn tijd was de verhouding tot Ierland, waar de katholieke meerderheid zeer ontevreden was over de overheersing door Engeland. Gladstones kabinet hield het uit tot 1874, toen de Liberalen de verkiezingen verloren en Disraeli weer premier werd.

In 1876, toen hij in de oppositie was, voerde Gladstone campagne opdat Engeland invloed zou uitoefenen op het Ottomaanse Rijk, dat toen op bloedige wijze een opstand in Bulgarije onderdrukte. Premier Disraeli weigerde echter gehoor te geven aan zijn aandrang. Gladstone bekritiseerde de regering fel op dit punt en uitte ook kritiek op het koloniale beleid ten aanzien van Afghanistan en Zuid-Afrika.

In 1880 wonnen de Liberalen de verkiezingen en kon Gladstone opnieuw een regering vormen, ook al had koningin Victoria liever een partijgenoot van hem als premier gezien. Gladstones regering zou uiteindelijk vallen op een koloniale kwestie. Onder het tweede kabinet Gladstone had Engeland in 1882 zich laten meeslepen in een interventie in Egypte, waardoor het een grote mate van controle had verworven over dit land. De in Egyptische dienst zijnde Britse generaal Gordon had in opdracht van de Egyptische onderkoning een poging ondernomen om de wankelende macht van Egypte over Soedan te herstellen, maar was daarbij gestuit op het islamitisch-nationalistische verzet van een fanatieke profeet, Mohammed Ahmad ibn Abd Allah, die zichzelf de Mahdi liet noemen. Toen hij door de troepen van de Mahdi in Khartoem werd ingesloten, ging er van de publieke opinie in Engeland de roep uit dat er een expeditie moest worden gestuurd om Gordon te ontzetten. Gladstone vond dat dit een interne Egyptische kwestie was, waarin Groot-Brittannië zich niet moest mengen. Toen Khartoem in handen van de aanhangers van de Mahdi viel en Gordon daarbij het leven verloor, gaf de publieke opinie Gladstone hiervan de schuld en werd hij uitgemaakt voor "moordenaar van Gordon". Gladstone werd hierdoor genoopt om af te treden.

William Gladstone tijdens een debat over Iers zelfbestuur in het House of Commons op 8 april 1886. Uit: Illustrated London News.

In 1886 wist Gladstone weer de verkiezingen te winnen, ditmaal met steun van de Ierse nationalisten. Zijn derde kabinet zou echter maar een kort leven beschoren zijn. De Liberale Partij raakte ernstig verdeeld over Gladstones voorstel voor "Home Rule" (zelfbestuur) voor Ierland en het wetsvoorstel werd door het parlement verworpen, waarna Gladstone aftrad als premier.

In 1892 werd Gladstone voor de vierde en laatste maal premier. Hij probeerde toen weer een wet te laten goedkeuren voor het zelfbestuur van Ierland. De wet werd door het Lagerhuis goedgekeurd, maar sneuvelde in het Hogerhuis, dat vond dat de wet te ver ging (1894). De al zeer bejaarde Gladstone trad toen, diep teleurgesteld, af als premier.

Gladstone had problematische betrekkingen met koningin Victoria, die hem een Houten Klaas vond en veel meer voelde voor de geboren charmeur Disraeli. Zij klaagde eens over Gladstone: "Hij spreekt mij altijd toe, alsof ik een openbare vergadering ben."