Tony Blair

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Tony Blair
Anthony Charles Lynton Blair
Anthony Charles Lynton Blair
Geboren 6 mei 1953
Edinburgh, Schotland,
Vlag van Verenigd Koninkrijk Verenigd Koninkrijk
Politieke partij Labour Party
Partner Cherie Blair
Beroep Politicus
Diplomaat
Advocaat
Religie Rooms-katholiek
Premier van het Verenigd Koninkrijk
Aangetreden 2 mei 1997
Einde termijn 27 juni 2007
Monarch Elizabeth II
Vicepremier(s) John Prescott
Voorganger John Major
Opvolger Gordon Brown
Lid Lagerhuis voor Sedgefield
Aangetreden 9 juni 1983
Einde termijn 27 juni 2007
Opvolger Phil Wilson
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Anthony Charles Lynton (Tony) Blair (Edinburgh, 6 mei 1953) is een Brits politicus en adviseur. Hij was premier van het Verenigd Koninkrijk van 1997 tot 2007 voor de Labour Party. Hij is daarmee de langst regerende Labour-premier uit de Britse geschiedenis. Op 27 juni 2007 trad hij af op eigen initiatief. Van 1983 tot zijn afscheid als premier was hij parlementslid voor het district Sedgefield.

Parlementslid[bewerken]

Blair was parlementslid sinds 1983. In 1994 volgde hij de plotseling overleden John Smith op als leider van de partij. Onder zijn leiding schoof de partij, onder de noemer New Labour, sterk op naar het midden van het politieke spectrum, in lijn met de ideologie van de Derde Weg. Labour werd, na jarenlange oppositie, weer in de regering gekozen.

Eerste termijn als premier[bewerken]

Bij de verkiezingen van 1997 behaalde New Labour een monsterzege en Blair begon aan zijn eerste ambtstermijn als premier. Hij werd bijgestaan door twee invloedrijke adviseurs: de voormalige journalist Alastair Campbell (bijgenaamd: 'de echte vicepremier') en minister Peter Mandelson, die vanwege hun talent om de publieke opinie te bespelen ook wel als zijn spindoctors werden aangeduid.[1][2] Een andere belangrijke factor in Blairs regering was Chancellor of the Exchequer Gordon Brown. De invloed van deze vriend/rivaal van Blair was zo groot dat commentatoren in de loop der jaren gingen spreken over Blairites en Brownites om de machtsverhoudingen binnen het kabinet aan te geven.

Een hoogtepunt in Blairs eerste termijn waren de onderhandelingen met de partijen in het conflict in Noord-Ierland, die in 1998 leidden tot het Goede Vrijdag-akkoord.

Toen Blair benoemd was, waren zijn prioriteiten naar eigen zeggen: "onderwijs, onderwijs en onderwijs". In de aanloop naar de verkiezingen van 2001 breidde hij deze lijst uit met andere publieke voorzieningen, met name de gezondheidszorg (National Health Service).

Tweede termijn als premier[bewerken]

Bij de verkiezingen van 2001 handhaafde Labour zijn grote meerderheid in het parlement.

Na 11 september 2001 werd Blairs agenda gedomineerd door buitenlandse zaken. Het Verenigd Koninkrijk vormde een alliantie met de VS om de Iraakse dictator Saddam Hoessein ten val te brengen. Deze beschikte volgens Bush en Blair over massavernietigingswapens en was daarom een bedreiging voor de wereldvrede. Vanuit zijn eigen partij werd Blair om deze beslissing fel bekritiseerd en zijn populariteit onder het electoraat liep fors terug, zeker nadat in Irak geen massavernietigingswapens werden aangetroffen. Blair werd ervan beschuldigd op basis van leugens een oorlog te zijn aangegaan. Het leidde onder andere tot een affaire rondom wapenexpert David Kelly en tot het terugtreden van Alastair Campbell.

In diverse parlementaire onderzoeken werd geconcludeerd dat Blair in de aanloop naar de oorlog in Irak naar eer en geweten had gehandeld, zij het op grond van onjuiste informatie. De vraag of Blair wel te vertrouwen was, werd echter in de aanloop naar de verkiezingen van 2005 regelmatig door zijn politieke tegenstanders opgeworpen.

Eind 2009 zei Blair in een interview met de BBC dat hij het gerechtvaardigd vond Saddam ten val te brengen los van de kwestie van de massavernietigingswapens. Dat jaar gingen steeds meer stemmen op om hem te vervolgen voor oorlogsmisdaden.[3][4] Van juli 2009 tot februari 2011 heeft een onderzoekscommissie onder leiding van Sir John Chilcot opnieuw onderzoek gedaan naar de aanloop van de Irakoorlog.

Derde termijn als premier[bewerken]

Op 5 mei 2005 behaalde Blair zijn derde achtereenvolgende verkiezingszege (een unicum voor een Labourpoliticus). Wel liep de meerderheid van Labour in het Lagerhuis sterk terug.

Bij het aanvaarden van zijn laatste ambtstermijn kondigde Blair nieuwe speerpunten van zijn beleid aan. Een daarvan was: meer aandacht voor fatsoen.

Op 7 juli 2005 was Blair gastheer van een conferentie van de G8 in Perthshire in Schotland, waar onder ander een plan van Blair en Brown voor verlichting van de schuldenlast van derdewereldlanden aan de orde kwam. De bijeenkomst werd overschaduwd door een reeks bomaanslagen in Londen. De suggestie dat deze aanslagen, en de daarop volgende aanslagen van 21 juli 2005, een direct gevolg zouden zijn van Blairs beleid met betrekking tot Irak werd door hem van de hand gewezen. Na de eerste aanslagen bleek tijdens een enquête dat voor het eerst sinds vijf jaar een meerderheid van de Britten een positief oordeel over de premier had. Daarnaast was 65% van de ondervraagden ervan overtuigd dat de aanslagen een gevolg waren van Blairs Irakbeleid.

In november 2005 lanceerde Blair een voorstel voor een antiterreurwet, volgens welke terreurverdachten 90 dagen konden worden vastgehouden zonder aanklacht. Deze werd door het Lagerhuis weggestemd; onder de tegenstemmers waren ook 49 Labourparlementariërs. Een wet om terreurverdachten 28 dagen zonder proces vast te zetten kwam wel door het parlement.[5]

Tony Blair en de Amerikaanse president George W. Bush schudden elkaar de handen tijdens een persconferentie in het Witte Huis

De gemeenteraadsverkiezingen van 4 mei 2006 werden als een zware klap voor Labour beschouwd. Als reactie voerde Blair drastische veranderingen in de bezetting van zijn kabinet door, waarbij onder andere de omstreden minister Charles Clarke het veld moest ruimen. Ook minister van Buitenlandse Zaken Jack Straw werd vervangen en wel door minister van Milieu, Margaret Beckett. Dergelijke reshuffles zijn in de Britse politiek niet ongebruikelijk, maar in dit geval spraken veel commentatoren van een paniekreactie die volgens deze critici vooral bedoeld was om de aandacht af te leiden van Blairs eigen functioneren.

Opvolging[bewerken]

Al voor de verkiezingen van 2005 kondigde Blair aan dat dit zijn laatste verkiezingen als partijleider zouden zijn. Na de verkiezingen gaf hij te kennen dat hij zijn volledige derde termijn wilde uitzitten.

Op 5 september 2006 werd de kwestie actueel omdat een brief uitlekte waarin 17 Labour-parlementsleden Blair opriepen op korte termijn de datum van zijn vertrek bekend te maken. 49 andere parlementsleden reageerden met een eigen brief waarin ze een dergelijke oproep afwezen. Blair reageerde op dit conflict tussen blairites en brownites met de mededeling dat het jaarlijkse partijcongres van september 2006 zijn laatste congres als Labourleider zou zijn en dat hij het verdere tijdschema voor de overdracht van de macht tijdig bekend zou maken. De toespraak die hij op het congres gaf had alle kenmerken van een afscheidsspeech. Hij eindigde met de vaderlijke woorden "Nu zijn jullie de toekomst. Maak er het beste van."

Op 10 mei 2007 maakte Blair bekend dat hij op 27 juni 2007 zijn ontslag als premier zou nemen en tevens het partijleiderschap van de Labour Party neer zou leggen. De enige kandidaat voor zijn opvolging was Gordon Brown.

Huidige functies[bewerken]

Om zijn aftreden als parlementslid mogelijk te maken kreeg Blair op 27 juni 2007 de ceremoniële functie Steward of the Chiltern Hundreds. Van meer betekenis is echter zijn benoeming tot speciaal gezant van de Verenigde Naties, de Europese Unie, de Verenigde Staten en Rusland, belast met het uitdragen van de door die vier voorgestelde Routekaart voor Vrede in het Midden-Oosten.

In de periode dat het Verdrag van Lissabon nog geratificeerd moest worden door Tsjechië, was Blair een van de kandidaten om de eerste president van Europa te worden.[6][7]

Blair heeft sinds zijn aftreden als premier enkele liefdadigheidsinstellingen opgezet. Hierbij is niet zelden sprake van conflicterende belangen: zijn werk als afgezant combineert hij met zijn zakelijke doelstellingen. Zijn hoofdonderneming Tony Blair Associates (TBA) geeft advies aan buitenlandse regeringen en ondernemingen, waarbij hij zich vooral richt op landen in het Midden-Oosten. Bij zijn bezoeken aan leiders in de regio laat hij zich vergezellen door Jonathan Powell die bij TBA werkt.[8] Volgens de Daily Mail was de supermarktketen Tesco in gesprek met Tony Blair om met diens hulp voet aan de grond te krijgen in het Midden-Oosten. Blair zou hiervoor een miljoen pond krijgen, maar de gesprekken liepen spaak.[9] In 2010 ging Blair op bezoek bij de Libische leider Qadhafi voor geheime besprekingen, onder meer over lucratieve zakendeals. Ook gaf hij adviezen. In 2007 heeft hij als premier een deal bewerkstelligd tussen BP en Libiës National Oil Corporation ter waarde van 450 miljoen pond. BP heeft toegegeven indertijd bij de regering Blair te hebben gelobbyd om een gevangenenruil te bewerkstelligen, zodat het zaken kon doen met Libië. Het ging onder meer om een verdachte in de Lockerbie-zaak.[10] Blair heeft tweehonderd mensen in dienst en bezit een vermogen van £ 60 miljoen.[bron?]

De ex-premier is tevens adviseur van de bank JPMorgan Chase (volgens de Daily Mail voor 2 miljoen pond per jaar, onder meer met het oog op zakenmogelijkheden in Libië) en Zurich Financial Services. Daarnaast is hij actief in het lezingencircuit. In 2009 noteerde The Telegraph dat hij de duurste public speaker was. Zo zou hij voor twee toespraken van een halfuur in de Filipijnen in totaal 400.000 pond hebben gekregen.[11]

Privé[bewerken]

Hij is getrouwd met de advocaat Cherie Blair, sinds 29 maart 1980. Ze hebben vier kinderen, drie zoons en een dochter (Euan, Nicky, Leo en Kathryn). Eind 2007 werd bekend dat hij van de Anglicaanse Kerk was overgestapt naar de rooms-katholieke Kerk, het kerkgenootschap van zijn vrouw Cherie en hun vier kinderen. Onverwacht kwam deze stap niet, al langer was bekend dat hij veel belangstelling toonde voor deze kerk; zo was hij in 2006 op audiëntie bij paus Benedictus XVI.[12][13]

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. (en) Spin doctor makes his own headlines, BBC News, 12 april 2001
  2. (en) Picture gallery: Peter Mandelson, BBC News, 24 januari 2001
  3. Intoxicated by power, Blair tricked us into war, Ken Macdonald in London Times, 14 december 2009
  4. War crime case against Tony Blair now rock-solid, Neil Clark in The First Post, 14 december 2009
  5. (en) Blair defeated over terror laws, BBC News, 9 november 2005
  6. President Blair: Former PM set to become EU chief as Sarkozy battles to win him the post, Daily Mail, 8 februari, 2009
  7. Blair steps up fight to be crowned first 'President of EU', The Independent, 5 april 2009
  8. Inside the shadowy (and very lucrative) world of Blair Inc: How the ex-PM has become a one-man multinational money-making machine, MailOnline, 31 oktober 2009
  9. Tony Blair in talks with Tesco over £1m deal as supermarket eyes Middle East, Mail Online, 1 november 2009
  10. Blair in secret talks with Gadaffi: Lockerbie families' fury as ex-Premier is treated like a 'brother' by dictator just days after denying links with Libya, Mail Online, 16 juli 2010
  11. Tony Blair earns nearly £400.000 for two 30-minute speeches, The Telegraph, 5 april 2009
  12. Tony Blair bekeert zich tot katholicisme, De Morgen, 22 december 2007
  13. Blair bekeert zich tot het katholicisme, Elsevier, 22 december 2007