Meekrap

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Meekrap
Rubia tinctorum - Köhler–s Medizinal-Pflanzen-123.jpg
Taxonomische indeling
Rijk: Plantae (Planten)
Stam: Embryophyta (Landplanten)
Klasse: Spermatopsida (Zaadplanten)
Clade: Bedektzadigen
Clade: 'nieuwe' Tweezaadlobbigen
Clade: Lamiiden
Orde: Gentianales
Familie: Rubiaceae (Sterbladigenfamilie)
Geslacht: Rubia
soort
Rubia tinctorum
L. (1753)
Meekrap
Portaal  Portaalicoon   Biologie

De meekrap (Rubia tinctorum), ook wel mee of mede (zie ook wede) is een plant die behoort tot de sterbladigenfamilie (Rubiaceae). Meekrap werd vroeger gebruikt als grondstof voor de rode kleurstof alizarine. Daarnaast wordt aan meekrap ook een medicinale werking toegeschreven.

De plant wordt 60-90 cm hoog en heeft kleine gele bloemen. In de grond bevinden zich wortelstokken, die 50-100 cm in de grond steken.

Herkomst[bewerken]

Meekrap komt van nature voor in Klein-Azië en in het oostelijke deel van het Middellandse Zeegebied. Vanaf de 15e eeuw komt meekrap in Nederland voor, vooral op de goed bemeste kleigronden van Zeeland en de Zuid-Hollandse Eilanden. Pogingen om de plant te telen in andere delen van Nederland, zoals de Betuwe, Friesland, Groningen en Noord-Holland mislukten echter. Rond 1870 verdween de soort in relatief korte tijd als gewas toen er een procedé was gevonden waarmee de verfgrondstof relatief eenvoudig op chemische wijze uit koolteer kon worden gewonnen (zie verder).

Toepassingen[bewerken]

Meekrap werd als landbouwproduct vooral geteeld voor de rode kleurstof alizarine, die werd gebruikt voor het kleuren van textiel en leer. Ook werd meekrap gebruikt in de miniatuurschilderkunst, als pigment om olieverf of lijmverf te kleuren. Daarnaast wordt er al sinds de oudheid een medicinale werking aan deze plant toegeschreven.

Turks Rood[bewerken]

De rode verfstof die uit de meekrapplant werd gewonnen, staat onder diverse namen bekend, afhankelijk van het bij de winning toegepaste proces. Een handelsnaam is Turks Rood, een andere is kraplak.

De verfstof werd gewonnen uit de wortelstok van de meekrapplant. Nadat de wortels van de 3-jarige meekrapplant in de maanden september tot november waren gedolven, werden ze opgeslagen in meekrapstoven die in de onmiddellijke nabijheid van de meekrapvelden waren gelegen. Een meekrapstoof bestond uit drie gedeelten: een schuur (de koude stoof) waarin de wortels bij aankomst werden gestort; een droogtoren waarin een oven aanwezig was die voor een snelle droging zorgde en waarin de wortels werden gezuiverd, en een stamphuis waarin de wortels werden verpulverd met behulp van grote stampers die met paardenkracht werden aangedreven. Vanwege de hoge investeringskosten hadden meerdere boeren (meestal zestien) samen één meekrapstoof, een zeer vroege vorm van landbouwcoöperatie. Het meekrappoeder werd verhandeld op de stapelmarkt van Rotterdam; daarvandaan werd het verfpoeder verkocht aan ververijen en katoendrukkerijen.

Vanaf het midden van de negentiende eeuw werden er fabrieken opgericht die niet langer eigendom waren van de boeren zelf, maar van zelfstandige firma's. In die fabrieken werden stoommachines ingezet voor het malen van de wortels.

Een volgende grote innovatie was de introductie van garancinefabrieken, waarin ongezuiverd meekrappoeder via een chemisch proces met water en zwavelzuur werd gefilterd. Daardoor ontstond er uiteindelijk garancine, dat een hogere concentratie kleurstof bevatte dan het traditionele meekrappoeder. Nadeel van de garancinefabricage was de enorme milieu-overlast die het veroorzaakte. Het afgewerkte zwavelzuur werd direct op het oppervlaktewater geloosd, wat niet alleen een grote watervervuiling, maar ook een ondraaglijke stank veroorzaakte.

Toen in 1868 in Duitsland werd ontdekt hoe alizarine langs synthetische weg kon worden bereid, ging het snel bergafwaarts met de meekrapteelt. Begin 21e eeuw is ze weer in opmars, onder meer vanwege de toxische eigenschappen van synthetische alizarine. De milieuproblemen bij garancineproductie uit meekrap zijn bij het huidige extractieproces niet meer aan de orde.[1]

Medicinale claims[bewerken]

Van preparaten van de plant wordt geclaimd dat ze zijn te gebruiken bij:

Verder wordt de oertinctuur uit de wortelstok in de fytotherapie gebruikt bij:

Omdat op basis van wetenschappelijk onderzoek aan meekrap ook een carcinogene en genotoxische werking wordt toegeschreven, is het gebruik van de meekrap in Nederland en in andere Europese landen verboden.

Trivia[bewerken]

Omdat het wortelgestel van de meekrap nogal uitgebreid is, en de wortels zo compleet mogelijk voor verwerking aangeleverd moesten worden, was het delven een zwaar karwei. Een oude Zeeuwse uitdrukking is dan ook "hij eet als een meedelver".

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • RIVM-advies inzake opname van 7 kruiden in bijlage III van de Warenwet