Elektronenvangst
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Elektronenvangst is een vervalproces dat een variant is op β verval. In plaats van een elektron uit te zenden wordt er een elektron, meestal uit de binnenste elektronenschil, van het atoom opgenomen in de kern. Elektronenvangst treedt op bij isotopen waarbij te veel protonen aanwezig zijn in de kern, en er te weinig energie is om een positron uit te zenden. Het komt echter ook wel voor bij isotopen waarbij positron-verval wel optreedt. Als het energieverschil tussen het ouderatoom en het dochteratoom minder dan 1,022 MeV is, dan treedt er per definitie geen positron-verval op. Er zal dan enkel elekronenvangst optreden. Voorbeeld: Rubidium-83 zal enkel en alleen via elektronenvangst vervallen tot Krypton-83; het energieverschil is namelijk slechts 0,9 MeV.
[bewerken] Proces
Bij elektronenvangst wordt een elektron, meestal afkomstig uit de K- of L-schil, door een proton opgenomen. Daarbij wordt het proton (met het opgenomen elektron) omgezet in een neutron en een neutrino. Het massagetal blijft daarbij gelijk, maar het atoomnummer wordt met één verlaagd. In sommige boeken wordt dit proces ook wel K-vangst genoemd, omdat het elektron dat ingevangen wordt meestal uit de K-schil afkomstig is (een voorbeeld van een boek dat deze term gebruikt is de BINAS).
[bewerken] Voorbeelden

| Radioisotoop | Halveringstijd |
|---|---|
| Beryllium-7 | 53,28 d |
| Argon-37 | 35,0 d |
| Calcium-41 | 1,03E5 j |
| Titanium-44 | 52 j |
| Vanadium-49 | 337 d |
| Chroom-51 | 27,7 d |
| Mangaan-53 | 3,7E6 j |
| Cobalt-57 | 271,8 d |
| Nikkel-56 | 6,10 d |
| Gallium-67 | 3,260 d |
| Germanium-68 | 270,8 d |
| Selenium-72 | 8,5 d |

