Lets

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Icoontje doorverwijspagina Zie Lets (doorverwijspagina) voor andere betekenissen van Lets.
Lets (Latviešu valoda)
Gesproken in Letland
Sprekers 2.000.000
Rang zeker niet in de top 100
Taalfamilie

Indo-Europees

Officiële status
Officieel in

Vlag van Letland Letland
Vlag van Europa Europese Unie

Taalcodes
ISO 639-1 lv
ISO 639-2 lav
ISO 639-3 lav/lvs
Portaal  Portaalicoon   Taal

Het Lets (Lets: Latviešu) is een Indo-Europese taal, behorend tot de Baltische taalgroep binnen die grote familie. Het is de officiële taal van Letland.

Het Lets is nauw verwant met het Litouws. Beide talen hebben zeven naamvallen: nominatief, genitief, datief, accusatief, instrumentalis, locatief en vocatief. Wel is het Lets in verschillende opzichten verder geëvolueerd. Onder invloed van naburige Finoegrische talen ligt in het Lets de klemtoon steeds op de eerste lettergreep. De dualis (tweevoud) is in het Lets verloren gegaan, evenals het onzijdige grammaticale geslacht (de taal maakt wel onderscheid tussen mannelijke en vrouwelijke woorden).

Behouden is het onderscheid tussen bepaalde en onbepaalde vormen van het bijvoeglijk naamwoord. Het Lets, dat geen lidwoorden heeft, maakt derhalve door middel van verschillende vormen van het woord voor 'groot' onderscheid tussen 'een grote stad' en 'de grote stad'.

De oudste Letse tekst is een katholieke catechismus en dateert uit 1585. Een jaar later werd deze door een lutherse catechismus gevolgd.

Opvallende elementen in het Letse schrift zijn liggende streepjes boven de klinkers, die lengte of intonatie aangeven. Daarnaast kent het Lets de cedille: de Ģ, Ķ, Ļ en Ņ worden hierdoor gepalataliseerd en worden uitgesproken met een lichte j-klank erna.

Als een van de weinige talen is het Lets een pitch-accenttaal: de beklemtoonde lettergreep in een woord kan anders worden geïntoneerd, waardoor betekenisverschil ontstaat.

Naamvallen[bewerken]

  functie
nominatief onderwerp, predicaat
accusatief lijdend voorwerp, bepaling van tijdsduur, bepaling na bepaalde voorzetsels in het enkelvoud
genitief bezitter (van), bepaling na bepaalde voorzetsels in het enkelvoud
datief meewerkend voorwerp, bepaling na bepaalde voorzetsels in het enkelvoud en elk voorzetsel in het meervoud
vocatief aanspreking
locatief bepaling van plaats en tijdstip
instrumentalis bepaling van middel

opmerkingen

1. Het is een twistpunt of de instrumentalis wel of niet bestaat in het Lets. De instrumentalis is immers in feite het voorzetsel "ar"(met), dat in het enk. de accusatief gebruikt en in het mv. de datief. Omdat dit voorzetsel af en toe wordt weggelaten, zien velen dit toch als een aparte naamval.

2. De datief kan bij bepaalde ww. ook de functie lijdend voorwerp hebben. Enkele voorbeelden van werkwoorden waarbij de datief gebruikt worden zijn klausīt (gehoorzamen), palīdzēt (helpen) en ticēt (geloven).

Suns klausa manam tēvam. De hond gehoorzaamt mijn vader. Mēs jums palīdzēsim. Wij zullen jullie helpen.

Bij sommige werkwoorden wordt voor het onderwerp een datief gebruikt. Het lijdend voorwerp is dan nominatief.

Mums ir divi kaķi. Wij hebben 2 katten. Lindai negaršo tomāti. Linda lust geen tomaten.

Wikipedia-logo-v2.svg Zie de Letse uitgave van Wikipedia.