Hubert Pierlot

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Hubert Pierlot
Hubert Pierlot and Robert Sturges.jpg
Geboren 23 december 1883
Cugnon
Overleden 13 december 1963
Ukkel
Flag of Belgium.svg 41ste Premier van België Flag of Belgium.svg
Aangetreden 22 februari 1939
Einde termijn 12 februari 1945
Voorganger Paul-Henri Spaak
Opvolger Achille Van Acker
Portaal  Portaalicoon   Politiek

Hubert Marie Eugène Pierlot (Cugnon, 23 december 1883 - Ukkel, 13 december 1963) was de Belgische eerste minister van 1939 tot 1945.

Levensloop[bewerken]

Hubert Pierlot werd geboren in Cugnon in de provincie Luxemburg als zoon van Louis Pierlot en Léonie Haverland. Hij studeerde aan de Katholieke Universiteit Leuven en behaalde de diploma's van doctor in de rechten en van licentiaat in de politieke en sociale wetenschappen. Hij vestigde zich als advocaat.

In 1914 werd hij oorlogsvrijwilliger bij de Ardeense Jagers en zwaaide af in 1919 met de graad van luitenant. In het reservekader promoveerde hij tot majoor.

In 1919 trouwde hij met Marie-Louise Dekinder (1894-1980). Ze kregen zeven kinderen.

In 1919 en 1920 was hij kabinetschef van eerste minister Léon Delacroix.

Politieke loopbaan[bewerken]

Pierlot werd parlementslid:

  • 1925: gedurende enkele weken als volksvertegenwoordiger, tot aan de Kamerontbinding.
  • 1926-1946: als senator voor de Katholieke Partij (1926-1936: provinciaal senator voor Luxembourg - 1936-1946: senator voor het arrondissement Aarlen-Marche-Bastenaken-Neufchâteau-Virton)

In de vooroorlogse periode was hij minister:

Pierlot speelde ook een rol in de katholieke partij:

  • 1934: lid van de algemene vergadering van de Katholieke Unie van België als afgevaardigde van het arrondissementsverbond Neufchâteau,
  • 1935-1936 voorzitter van het Katholiek Verbond van België.

Eerste minister[bewerken]

In februari 1939 was hij één week premier: zijn coalitie met de socialisten kreeg te weinig steun voor haar deflatieprogramma. Daarop werd het parlement ontbonden.

Na de verkiezingen vormde Pierlot in april 1939 met de liberalen een kabinet dat na het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog op 3 september werd uitgebreid met enkele prominente socialisten als Hendrik de Man (vicepremier, tot 5 januari 1940) en Paul-Henri Spaak (Buitenlandse Zaken).

Pierlot en zijn regering kwamen in mei 1940 in scherp conflict met koning Leopold III, toen deze zonder instemming van zijn ministers op 28 mei besloot te capituleren en zich gevangen te laten nemen door de Duitsers. In een radioboodschap distantieerde Pierlot zich van de koning en nam geen verantwoordelijkheid voor diens houding: "Geen enkele houding van de koning kan enig effect hebben als die niet door de regering wordt gedekt. Door de band met de bevolking te verbreken, plaatst de koning zich onder het gezag van de bezetter. Hij is bijgevolg niet meer in staat te regeren, want de functie van staatshoofd kan niet worden uitgeoefend onder controle van de bezetter. In afwachting zal de grondwettelijke macht van de koning worden uitgeoefend door de regering, verenigd in raad en onder haar verantwoordelijkheid worden uitgeoefend". Volgens artikel 82 van de Grondwet gaat de macht van de koning over op de ministerraad als de koning in de onmogelijkheid verkeert te regeren.

Op 31 mei 1940 kwamen een aantal gevluchte Belgische parlementsleden bijeen in Limoges. Het was geen officiële vergadering van de Kamers, maar de bijeenkomst had een grote symbolische betekenis. Pierlot en Spaak legden uit wat er allemaal gebeurd was. De parlementsleden keurden hun houding unaniem goed. Sommigen eisten de afzetting van Leopold, maar daar verzette Pierlot zich tegen. Hij kondigde aan de strijd te zullen voortzetten aan de zijde van Frankrijk. Maar na de Frans-Duitse wapenstilstand en ook op basis van nieuwe informatie over de houding van de koning, zocht hij weer contact met Brussel. Maar Leopold hulde zich in stilzwijgen. De Duitsers verboden de terugkeer van de Belgische ministers naar Brussel.

Regering in Londen[bewerken]

Na lang aarzelen vluchtte Pierlot eind augustus 1940 naar Engeland, waar hij pas in oktober arriveerde, na een korte gevangenschap in Spanje. Tot 1944 leidde hij er de Belgische regering in ballingschap.

Gedurende vier jaar werd de terugkeer naar België voorbereid. Als minister van Landsverdediging leidde Pierlot het tot stand komen van een eigen Belgisch leger. Dit mondde uit in de oprichting van de 'Brigade Piron', terwijl ook een begin van Belgische Luchtmacht en Zeemacht tot stand kwam.

Als regeringsleider werkte hij, samen met Paul-Henri Spaak de naoorlogse politiek en diplomatie uit. Hierbij stapten ze voor goed af van het neutraliteitsprincipe dat hen niet meer toepasselijk leek en dat vervangen werd door allianties met de landen uit het geallieerde kamp. Nog net voor de regering naar Brussel terugkeerde, ondertekende Pierlot het BENELUX-verdrag, dat tot een nauwe samenwerking tussen Nederland, Luxemburg en België besliste.

De fundamentele meningsverschillen met de koning, verhinderden niet dat Pierlot de loyaliteit bleef belijden en de bevrijding van de koning in één adem noemde met die van het land. Dit was de boodschap die onder meer via de Belgische uitzendingen van Radio Londen werd gepropageerd.

Pierlot had persoonlijke drama's te verwerken. In april 1941 kwamen twee van zijn zoons om tijdens een treinramp, waarbij ze probeerden hun kameraden uit een vuurpoel te redden. Zijn schoonbroer François De Kinder, die hij naar België uitzond om contacten met de koning tot stand te brengen, werd door de Gestapo opgepakt en terechtgesteld.

Terug in België[bewerken]

Van einde september 1944 tot begin februari 1945 was Pierlot premier van de eerste naoorlogse Unie-regering. Het werd een regering van 'nationale unie' waar, naast christen-democraten, socialisten en liberalen, ook communisten deel van uitmaakten.

Het kwam er op aan de democratische instellingen weer aan het werk te zetten, de zuiveringsacties van wie gecollaboreerd had door te voeren en hierbij de onvermijdelijke uitspattingen in te perken, de voedselproblemen aan te pakken, de wederopbouw van het land aan te vatten, de communistische dreiging af te wentelen, enz. Pierlot moest ook ondervinden dat spanningen ontstonden tussen 'die van Londen' en diegenen die tijdens de bezetting in het land gebleven waren. Na vier maanden een regering van nationale eenheid te hebben geleid, gaf hij de fakkel door aan de socialist Achiel Van Acker die de oorlog in België had doorgebracht.

Koninklijke haat[bewerken]

De houding van Pierlot tegenover Leopold III werd in zijn partij slechts door een minderheid gedeeld, zodat hij zich terugtrok uit de politiek en opnieuw advocaat werd. De lectuur van het postuum verschenen 'politiek testament' van de koning, overtuigde hem er van dat de breuk onherstelbaar was. In weerwil van het feit dat Pierlot de monarchie overeind gehouden had, schreef Leopold: "Hubert Pierlot heeft de monarchie zulke schade berokkend dat ze dit waarschijnlijk nooit meer te boven komt. Bovendien heeft hij de eenheid van het land ondermijnd". De haatcampagnes van royalisten tegen Pierlot zijn blijven duren tot aan zijn dood. Zij werden gevoed door kroonprins Boudewijn die bij een plechtigheid in Aarlen weigerde hem de hand te drukken en later als koning nog meermaals zijn afkeer liet blijken.

Eerbetoon[bewerken]

Hubert, graaf Pierlot

In de zitting van de Verenigde Kamers op 19 september 1944, werd Pierlot langdurig toegejuicht en werd hulde gebracht aan het werk geleverd door de Belgische regering in Londen.

Op 3 september 1945 werd hij benoemd tot minister van Staat.

Het jaar daarop werd hij bij Regentsbesluit (door prins Karel, die hem wel waardeerde) in de erfelijke adelstand opgenomen met de bij eerstgeboorte overdraagbare titel van graaf. In 1948 lichtte hij de open brieven die de adelsverheffing bevestigden en nam als wapenspreuk Pro patria semper.

In 1990 werd in zijn Ardeens geboortedorp Cugnon een monument ter zijner eer opgericht.

Publicaties[bewerken]

  • La législation scolaire de la province de Québec, Brussel, 1911.
  • La crise de l'autorité dans l'Etat, in: Journal des Tribunaux, 25/11/1923, col. 704-717.
  • La réforme du régime parlementaire, in: La Revue générale, 09.1927, 338-350.
  • Aperçu d'une politique d'union catholique, in: La Revue générale, 05.1928, 558-566.
  • Les délais et prescriptions en matière de contributions directes, Brussel, 1929.
  • Pages d'histoire, in: Le Soir, 5, 6, 8, 9, 10, 11, 12, 13, 16, 17, 18, 19/07 en 10/08/1947.
  • Note complémentaire de la Commission d'information instituée par le Roi, en réponse aux "Pages d'Histoire" de M. Pierlot, in: Le Soir, 14 en 15/11/1947.
  • Réponse de M. Pierlot à la Commission royale, in: Le Soir, 28 en 29/11/1947.

Literatuur[bewerken]

  • A. TESTIBUS, Le parlement dans la tempête, 1941
  • Paul STRUYE, L'évolution du sentiment public en Belgique sous l'occupation allemande, Brussel,1945.
  • R. VAN OVERSTRAETEN, Albert I - Léopold III, vingt années de politique militaire belge, 1920-1940, Brugge, 1946.
  • Livre Blanc 1936-1946. I, Mémoire publié par le Secrétariat du Roi, Luxemburg, 1946
  • Robert CAPELLE, Au service du Roi. II, 1940-1945, Bruxelles, 1949.
  • Jacques PIRENNE, L'attitude de Leopold III de 1940 à la Libération, Paris, 1949.
  • Rapport présenté par le Secrétariat du Roi sur les événements politiques qui ont suivi la Libération, mai 1945 - octobre 1949 Brussel,
  • Recueil de documents établi par le Secrétariat du Roi concernant la période 1936-1949, 1950.
  • Daniel RYELANDT, In memoriam Hubert Pierlot, in: La Revue générale belge, 1964, 83-85.
  • Marcel-Henri JASPAR, Souvenirs sans retouche, Paris, 1968.
  • P.-H. SPAAK, Combats inachevés. De l'indépendance à l'Alliance, Paris, 1969.
  • Robert CAPELLE, Dix-huit ans auprès du Roi Leopold, Paris, 1970.
  • Luc SCHEPENS, Dagboek van een politiek conflict, Tielt, 1970.
  • J. GERARD-LIBOIS & José GOTOVITCH, L'An 40. la Belgique occupée, Brussel, 1971.
  • Camille GUTT, La Belgique au carrefour, 1940-1944, Paris, 1971.
  • Fernand VANLANGENHOVE, La Belgique et ses garants. L'été 1940, Brussel, 1972.
  • Paul VAN MOLLE, Het Belgisch parlement, 1894-1972, Antwerpen, 1972.
  • Jacques WILLEQUET, La politique intérieure de 1926 à 1965, in: Histoire de la Belgique contemporaine, 1914-1970, Bruxssel, 1974, blz. 101-174.
  • A. BOELARTS, Les archives secrètes de l’ambassade de Belgique à Londres au sujet des événements de mai-octobre 1945, Brussel, 1974
  • Jacques PIRENNE, Mémoires et Notes Politiques, Verviers, 1975.
  • Albert DE JONGHE, Hitler en het politieke lot van België, Brussel, 1976.
  • William UGEUX, Hubert Pierlot, in: Biographie nationale de Belgique, Deel XL, Nrussel, 1978, col. 704-715
  • F. VANLANGENHOVE, L'élaboration de la politique étrangère de la Belgique entre les deux Guerres Mondiales, Brussel, 1980.
  • Pierre VAN OUTRYVE D'YDEWALLE, Wijnendale, samedi 25 mai 1940: un roi et ses ministres, 1983
  • Paul JANSSENS & Luc DUERLOO, Wapenboek van de Belgische adel, Brussel, 1992
  • Pierre VAN OUTRYVE D'YDEWALLE, Mémoires 1912-1940. Aux avant-postes, Brussel, 1994 - idem in het Nederlands
  • Pierre VAN OUTRYVE D'YDEWALLE, Mijn oorlogsjaren, Tielt, 1997 - idem in het Frans
  • LEOPOLD III, Kroongetuige. Over de grote gebeurtenissen tijdens mijn koningsschap, Tielt, 2001.
  • H. VAN GOETHEM & J.VELAERS, Leopold III: de Koning, het land, de oorlog, Tielt, 2001.
  • Jean STENGERS, Léopold III et le Gouvernement: les deux politiques Belges de 1940, Brussel, 2002.
  • Joris VAN EETVELT, De kwestie-Jaspar. Het einde van een politieke carrière, licentiaatsthesis Katholieke Universiteit Leuven, 2002.
  • Thierry GROSBOIS, Pierlot 1930-1950, Brussel, 2007
  • Pierre VAN DEN DUNGEN, Hubert Pierlot, 1883-1963, 2011
  • Humbert DE MARNIX DE SAINTE ALDEGONDE, État présent de la noblesse belge, Annuaire de 2011, Brussel, 2011.

Externe link[bewerken]

Voorganger:
Paul-Henri Spaak
Premier van België
Regering-Pierlot 1939-1945
Opvolger:
Achille Van Acker
Voorganger:
Prosper Poullet
Minister van Binnenlandse Zaken
1934-1935
Opvolger:
Charles du Bus de Warnaffe
Voorganger:
Frans Van Cauwelaert
Minister van Landbouw
1935
Opvolger:
August De Schryver
Voorganger:
August De Schryver
Minister van Landbouw
1936-1938
Opvolger:
Paul Heymans
Voorganger:
François Bovesse
Minister van Justitie
1937
Opvolger:
Victor De Lavaleye
Voorganger:
Eugène Soudan
Minister van Buitenlandse Zaken
1939-1940
Opvolger:
Paul-Henri Spaak
Voorganger:
Henri Denis
Minister van Landsverdediging
1940-1944
Opvolger:
Fernand Demets
Voorganger:
Eugène Soudan
Minister van Openbaar Onderwijs
1940-1942
Opvolger:
Albert de Vleeschauwer