Jean-Luc Dehaene

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jean-Luc Dehaene
Jean-Luc Dehaene 675 (cropped).jpg
Geboren Montpellier, 7 augustus 1940
Overleden Quimper, 15 mei 2014
Partij CD&V
Religie Rooms-katholiek
Vlag van België premier van België Vlag van België
Aangetreden 7 maart 1992
Einde termijn 12 juli 1999
Regering Dehaene I
Dehaene II
Monarch Boudewijn
Albert II
Voorganger Wilfried Martens
Opvolger Guy Verhofstadt
Vicepremier
Aangetreden 9 mei 1988
Einde termijn 7 maart 1992
Regering Martens VIII
Martens IX
Minister van Sociale Zaken
Aangetreden 17 december 1981
Einde termijn 9 mei 1988
Regering Martens V
Martens VI
Martens VII
Voorganger Luc Dhoore (als minister van Sociale Voorzorg)
Opvolger Philippe Busquin
Minister van Verkeerswezen
Aangetreden 9 mei 1988
Einde termijn 7 maart 1992
Regering Martens VIII
Martens IX
Voorganger Herman De Croo
Opvolger Guy Coëme
Minister van Institutionele Hervormingen
Aangetreden 17 december 1981
Einde termijn 7 maart 1992
Regering Martens V
Voorganger Jos Chabert
Opvolger Geen
Minister van staat
Aangetreden 12 juli 1999
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek
Handtekening van Dehaene.

Jean Luc Joseph Marie Dehaene[1] Geluidsfragment uitspraak (info / uitleg) (Montpellier, 7 augustus 1940Quimper, 15 mei 2014) was van 1992 tot 1999 premier van België. Hij was lid van de toenmalige CVP (nu CD&V). Onder zijn regering werd België een volwaardige federale staat. Dehaene leidde twee coalitieregeringen met de socialisten en bekleedde verschillende ministerposten voor hij in 1992 eerste minister werd. Van 2000 tot 2007 was hij burgemeester van Vilvoorde. In 2002 werd hij voorgedragen als vicevoorzitter van de Europese Conventie.

Biografie[bewerken]

Jeugd en vroege carrière[bewerken]

Dehaene werd in Montpellier (Frankrijk) geboren in 1940 als zoon van een Brugse arts. Datzelfde jaar keerde hij echter terug naar Brugge, waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht.

Dehaene doorliep gedeeltelijk de klassieke humaniora aan het door de paters jezuïeten geleide Sint-Jozefscollege te Aalst. Aan de universiteiten van Namen en Leuven behaalde Dehaene de diploma's Licentiaat in de Rechten en Licentiaat in de Economie. Hij was gedurende zijn jeugd actief bij de chiro, het Olivaint Genootschap van België en de scouts en was gedurende tussen 1963 en 1967 verbondscommissaris van het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts. Hij zou er later meermaals op wijzen dat scouting voor hem een belangrijke leerschool betekende.

In 1965 verhuisde hij naar Brussel, huwde er met Celie Verbeke en werd vader van vier kinderen, met later zoon Tom Dehaene als politicus.

De lange weg naar de toppolitiek[bewerken]

Jean-Luc Dehaene maakte zijn opgang in de politiek niet via verkiezingen maar via de partijcenakels van de voormalige CVP (nu CD&V). Via de studiedienst van het Algemeen Christelijk Werknemersverbond (de koepelorganisatie van de Belgische christelijke arbeidersbeweging) en als ondervoorzitter van de CVP jongeren, belandde hij vanaf 1971 eerst als medewerker, later als kabinetschef, bij verschillende ministeriële kabinetten. Daar leerde Jean-Luc Dehaene de spelregels van de macht kennen en vormde hij de netwerken die later een belangrijke rol zouden spelen in zijn vermogen om politieke crisissen op te lossen. Zijn stevige dossierkennis en intelligentie deden zijn invloed snel stijgen en in 1981 werd hij minister van Sociale en Institutionele zaken.

Sire, geef me honderd dagen[bewerken]

Vanaf augustus 1987 maakte België één van de moeilijkste politieke crisissen uit de naoorlogse geschiedenis mee. De splijtzwam was de zaak Happart, die Franstaligen en Nederlandstaligen lijnrecht tegenover elkaar zette en op 19 oktober 1987 tot de val van de regering-Martens VI leidde. Na de verkiezingen van 13 december 1987 ontstond een feitelijke patstelling. Langs Vlaamse kant tekenden de christendemocraten (CVP) en de liberalen (PVV) voor een voortzetting van de huidige coalitie en vormden de Vlaamse executieve. In Wallonië stapten de socialisten (PS) en christendemocraten (PSC) in de gewestregering.

Nationaal was een nieuwe staatshervorming nodig om de communautaire problemen op te lossen. Dit veronderstelde een tweederdemeerderheid. Het wederzijdse wantrouwen tussen Vlaamse liberalen (PVV) en Waalse socialisten (PS) was zo groot dat samenwerking onmogelijk leek. De Vlaamse socialisten dachten (SP) er niet aan om in een nationale regering te stappen, zonder medezeggenschap in de Vlaamse executieve. De situatie leek hopeloos. Op 22 januari 1988 vroeg de koning aan Jean-Luc Dehaene om de taak van informateur op zich te nemen om deze moeilijke knoop te ontrafelen. Waarop Dehaene antwoordde: "Sire, geef me honderd dagen".

106 dagen later, op 6 mei 1988, had Dehaene de onmogelijke klus geklaard. Er was een akkoord over een verregaande staatshervorming en de regering-Martens VIII kon van start gaan. Dehaene had het vertrouwen van zijn politieke tegenstrevers gewonnen en werd een van de sterkhouders van de regering. De volgende 12 jaar werd Dehaene 'incontournable' in de Belgische politiek. In 1990 ondertekende en bekrachtigde hij samen met 14 andere regeringsleiders de abortus-wet.

Dehaene I - de hervorming van België (1992-1995)[bewerken]

In 1992 nam Jean-Luc Dehaene de leiding over een coalitie van christendemocraten en socialisten, de regering-Dehaene I. Hij legde de basis voor het Sint-Michielsakkoord, mede dankzij het vertrouwen en gezag dat hij bij alle regeringspartijen had verworven en zijn talent als verzoener. Het ging om de tot dan toe meest verregaande staatshervorming die van België een volwaardige federale staat maakte.

Na de dood van 10 Belgische blauwhelmen in Rwanda, besloot de regering de terugtrekking van het contingent Belgen waardoor de Hutus vrij spel kregen met de volkerenmoord.[2]

Daarnaast voerde de regering een streng begrotingsbeleid. Aan de jarenlange aangroei van de Belgische staatsschuld werd een halt toegeroepen. De sterke reputatie van Jean-Luc Dehaene begon nu ook buiten de landsgrenzen te groeien en in 1994 werd hij de voornaamste kandidaat om Jacques Delors als voorzitter van de Europese commissie op te volgen. Op de top van Korfoe kreeg de kandidatuur van Dehaene 11 van de 12 lidstaten achter zich. Maar John Major stelde zijn veto. Uiteindelijk werd Santer van Luxemburg als consensuskandidaat verkozen. Verhofstadt die, met zijn ondertussen tot VLD hervormde partij, gedurende 4 jaar een bikkelharde oppositie voerde, slaagde er niet in om bij de verkiezingen van 1995 de meerderheid van christendemocraten en socialisten te doorbreken.

Dehaene II - op weg naar de euro (1995-1999)[bewerken]

Ook Dehaene II werd een coalitie van christendemocraten en socialisten. Deze legislatuur stond volledig in het teken van de sanering van de overheidsfinanciën. De Belgische overheidsschuld was één van de hoogste van West-Europa en daardoor dreigde België de toelating om tot de eurozone toe te treden mis te lopen. Het tekort op de begroting moest absoluut teruggebracht worden tot de 3% norm, en dit streven beheerste het doen en laten van deze regering. De regering Dehaene II volbracht deze moeilijke opdracht met succes, maar dit ging ten koste van een gebrek aan visie en oog voor maatschappelijke ontwikkelingen.

In de zomer van 1996 brak het Dutroux-schandaal uit dat uitmondde in de massaal bijgewoonde "Witte Mars" en een totaal wantrouwen van de Belgische bevolking in de justitie. De reactie van Jean-Luc Dehaene op deze emotionele gebeurtenissen was heel afstandelijk. Twee jaar later gebeurde het onvoorstelbare: diezelfde Dutroux kon op eenvoudige wijze uit het gerechtsgebouw ontsnappen.

Het adagium van Dehaene, "een probleem moet je pas oplossen als het zich stelt", begon zich tegen hem te keren. Dehaene werd meer en meer afgeschilderd als de "loodgieter", de man die oplossingen in elkaar knutselde, misschien een goede beheerder maar zeker geen visionair.

Enkele weken voor de parlementsverkiezingen van 1999 brak de dioxinecrisis uit. In de korte periode tot aan de verkiezingen slaagde de regering er niet meer in om uit deze crisis te geraken. Doordat het dossier stuntelig verdedigd werd bij de Europese gemeenschap werd België bovendien een uitvoerverbod van zuivel- en vleesproducten opgelegd met ernstige economische gevolgen. De daaropvolgende verkiezingen leidden tot de zwaarste nederlaag van de CVP uit de naoorlogse geschiedenis. Voor het eerst sinds 1945 was de CVP niet meer de grootste partij van het land.

Na 1999[bewerken]

Na de zware verkiezingsnederlaag van 1999 nam Jean-Luc Dehaene de verantwoordelijkheid voor de nederlaag op zich en trok zich terug uit de nationale politiek. Hiermee wou hij een "nacht van de lange messen" in zijn eigen partij voorkomen. Hij bleef wel senator maar hield zich nadrukkelijk op de achtergrond. In 2000 kwam hij op bij de gemeenteraadsverkiezingen en werd burgemeester van Vilvoorde, een stad vlak bij Brussel. Tot verrassing van velen werd hij een jaar later door Verhofstadt voorgedragen als ondervoorzitter van de Europese conventie, een denktank die zich moest buigen over de toekomst van de EU en een grondwet voor de Unie moest voorbereiden. Toen in 2004 duidelijk werd dat zijn ondertussen tot CD&V hervormde partij onder leiding van Yves Leterme een nieuw elan had gevonden, wierp Jean-Luc Dehaene zich opnieuw in de verkiezingsstrijd, ditmaal als lijsttrekker voor de Europese verkiezingen. Het werd een prestigestrijd tussen hem en Guy Verhofstadt, die Jean-Luc Dehaene overtuigend won (met meer dan 650.000 voorkeurstemmen tegenover 388.000 voor Guy Verhofstadt).

Benoeming tot bemiddelaar des Konings in juli 2007[bewerken]

Na de informatieronde met verkennende gesprekken door informateur Didier Reynders werd Dehaene op 5 juli 2007 door Koning Albert II belast met een bemiddelings- en onderhandelingsopdracht om de weg te openen tot de aanduiding van een formateur.[3] Als de informateur onvoldoende ver is geraakt of als er nog ontmijnend werk nodig is vooraleer de formateur het veld in kan en er nog obstakels dienen weggenomen te worden, treedt een onderhandelaar in opdracht van de koning in actie. Op 15 juli beëindigde hij zijn opdracht waarna partijgenoot Yves Leterme tot formateur wordt benoemd.

Naar eigen zeggen zag Dehaene deze bemiddelingsopdracht als een "mission impossible". Hij zag deze kelk liever aan hem voorbijgaan. Hij vermeldde 'zijn bijzonder grote loyaliteit aan de partij, de CD&V' als reden waarom hij de opdracht aannam.

Koninklijk opdrachthouder[bewerken]

Eind november 2009 kreeg Dehaene nog een nieuwe politieke opdracht als koninklijk opdrachthouder met een welomlijnde opdracht. Dehaene had de opdracht een plan uit te werken dat als basis zou dienen voor de communautaire onderhandelingen die door Yves Leterme zouden gevoerd worden. De communautaire tegenstellingen tussen Vlamingen en Walen "gijzelden" de regering immers reeds sinds de verkiezingen van 2007. De onderhandelingen mislukten echter en enkele dagen later viel de regering.

Vier CVP-premiers op rij: v.l.n.r. Jean-Luc Dehaene, Leo Tindemans, Wilfried Martens en Mark Eyskens (2005)

Overlijden[bewerken]

Begin 2014 werd alvleesklierkanker vastgesteld en daarom werd Dehaene geopereerd. Aanvankelijk was deze operatie succesvol, maar op 29 maart 2014 moest hij opnieuw in het ziekenhuis opgenomen worden.

Op 15 mei 2014 werd Dehaene onwel toen hij een bezoek bracht aan de koekjesfabriek Le Glazik van de Lotus-groep te Briec in Bretagne. Hij werd nog naar het ziekenhuis van Quimper overgebracht, waar hij evenwel overleed.

Status[bewerken]

Dehaene stond in het politieke milieu bekend als een kundig en geduldig onderhandelaar die op voorhand doelen vooropstelt en die onmogelijk geachte compromissen uit de hoed kan toveren. Zijn methode kwam er op neer om bedachtzaam, zakelijk en onderbouwd door grote dossierkennis de grenzen af te tasten van de positie der onderhandelende politieke partijen. Elke partij diende zijn borst nat te maken en dan gaat hij met hen stapsgewijs verder het water in tot er een compromis rond is. Het leverde hem de reputatie op van sleutelaar en "meester-loodgieter" van werkbare regeringsmeerderheden, evenwel zonder visie. De politicus bezat door zijn jarenlange ervaring als geen ander een groot inzicht in het Belgisch institutioneel kluwen en is daarbij bijzonder creatief als "problem solver".

Op 27 juli 2007 stapte Dehaene definitief op als burgemeester van Vilvoorde. Volgens eigen zeggen ging hij niet meteen met pensioen maar blijft politiek actief als parlementslid op Europees niveau. Hij schreef zijn memoires die in 2012 uitgegeven zijn.[4][5]

Recent werd Jean-Luc Dehaene naar aanleiding van de kredietcrisis aangesteld door de regering Leterme I als voorzitter van de raad van bestuur van Dexia. Hij diende zich voor een falend beleid van Dexia, samen met de gewezen CEO te verantwoorden voor een parlementaire onderzoekscommissie. In die opdracht is hij, naar eigen zeggen, gefaald.

Curriculum[bewerken]

Studies[bewerken]

Beroepsactiviteiten[bewerken]

Politieke activiteiten[bewerken]

  • 1967-1971 - Nationaal Ondervoorzitter van de C.V.P.-Jongeren
  • Sinds 1972 - Lid van het National C.V.P.-Bureau
  • 1977-1981 - C.V.P.-Voorzitter van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
  • 1972-1973 - Adviseur bij het Kabinet van Openbare Werken (Minister Jos De Saeger)
  • 1973-1974 - Adviseur bij het Kabinet van Volksgezondheid (Minister Jos De Saeger)
  • 1974-1977 - Adviseur en daarna Kabinetschef bij het Kabinet van Economische Zaken (Ministers Oleffe en Herman)
  • 1977-1978 - Kabinetschef bij de Minister van Vlaamse Aangelegenheden (Mevrouw Rika De Backer-Van Ocken)
  • 1979-1981 - Kabinetschef bij de Eerste Minister (Wilfried Martens)
  • 1981 - Kabinetschef bij de Minister van Institutionele Hervormingen (Minister Jos Chabert)

Regeringsfuncties[bewerken]

  • 1981-1988 - Minister van Sociale Zaken en Institutionele Hervormingen (N) (1981-1988)
  • 1988-1992 - Vice-eersteminister en minister van Verkeerswezen en Institutionele Hervormingen
  • 1992-1995 - Eerste Minister (Dehaene I)
  • 1995-1999 - Eerste Minister (Dehaene II)

Andere functies[bewerken]

Honoraria[bewerken]

Trivia[bewerken]

  • Dehaene was een groot supporter van voetbalclub Club Brugge.
  • Hij had enkele cameo's in de stripreeks Nero door Marc Sleen:
    • In De Verloren Zee (1989) komt Nero in een museum terecht dat zich op de bodem van de zee bevindt. Aan de muur hangen portretten van verschillende politici, waaronder Dehaene (strook 49)
    • In stroken 6 en 9 van Wonderboy (1993) staat hij bij Jan Spiers frietkraam. Tijdens de wafelenbak in strook 146 van Wonderboy zegt de Amerikaanse miljardair Spendepenny dat hij België fantastisch vindt en Dehaene als butler wil aannemen en Jean-Pierre Van Rossem als buitenwipper.
    • In De Kolbak van How (1993-1994) staat in strook 82 een voodoopoppetje met zijn beeltenis bij de vliegvelddouane. Later zit hij als passagier in het vliegtuig (strook 90).
    • Hij staat in strook 61-62 van het album De Muurloper (1995) samen met Bolleke aan Jan Spiers frietkraam.
    • In het album De Roos van Sakhti (1996) zegt de Indische vrouw Sakthi België beter te willen kennen. Ze houdt van biefstuk met frieten, het Atomium, de lekkere bieren en Brusselse pralines en Jean-Luc Dehaene (strook 3). Aan het einde van het album belt Dehaene Adhemar om te vragen of die Herman Van Rompuy de Midasziekte wil bezorgen (waarmee alles wat hij aanraakt in goud verandert) zodat de staatsschuld kan worden opgelost.
    • Dehaenes gezicht staat ook op de cover van een tijdschrift in strook 2 van De Held der Helden (1996). Later in het album brengt Dehaene samen met Bill Clinton diverse geschenken op het verjaardagsfeest van de koning van Marrakesh.
    • In strook 138 van Operatie Ratsjenko (1997) staat hij samen met Johan Vande Lanotte aan diens fritkot. Vandelanotte pikt enkele frieten van hem af, wat Dehaene niet kan appreciëren.
    • Nero droomt in strook 114-115 van De Blauwe Woestijn (1997) dat Dehaene hem een grote verjaardagstaart aanbiedt.
  • In de politieke cartoons van Erik Meynen heeft hij vaak een vete met Luc Van den Brande.
  • In een bekende sketch van Alles kan beter doen Mark Uytterhoeven, Guy Mortier en Tom Van Dyck alsof ze zijn brein besturen.
  • Hij werd soms ook het "Brabants trekpaard" genoemd of "de loodgieter" omdat hij naar eigen zeggen problemen pas oploste als ze zich voordeden.
  • Hij was een verzamelaar van hanen.
  • Op 10 september 2013 verkocht hij een deel van zijn grote collectie hanen. Hij voorzag op pensioen te gaan in 2014. Hij verhuisde intussen naar een appartement dat te klein blijkt om alle hanen te huisvesten.

Uitspraken[bewerken]

  • "Let the beast go." (uitgedost als cowboy op een pneumatische stier)
  • "Geen commentaar."
  • "Een probleem moet je pas oplossen als het zich stelt."
  • "Ik antwoord niet op hypothetische vragen."
  • "Een nederlaag van Club Brugge vind ik erger dan de val van de regering."

Publicaties[bewerken]

  • Sleutels voor morgen, Esopus, Hasselt, 1995, 111 p.
  • Sporen naar 2000, Icarus, Antwerpen, 1999, 173 p.
  • Er is nog leven na de 16, Van Halewyck, Leuven, 2002, 208 p.
  • De Europese Uitdaging: van uitbreiding tot integratie, Van Halewyck, Leuven, 2004, 237 p.
  • Memoires, Van Halewyck, Leuven, 2012, 958 p.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • Sire, geef me honderd dagen, Het verhaal van de langste politieke crisis die België ooit kende en hoe Jean-Luc Dehaene hiervoor een oplossing vond. Hugo De Ridder, 1989
Wikiquote Wikiquote heeft een of meer citaten gerelateerd aan Jean-Luc Dehaene.
Voorganger:
Wilfried Martens
Premier van België
1992-1999
Opvolger:
Guy Verhofstadt
Voorganger:
Luc Dhoore
Minister van Sociale Zaken
1981-1988
Opvolger:
Philippe Busquin
Voorganger:
Jos Chabert
Minister van Institutionele Hervormingen
1981-1992
Voorganger:
Herman De Croo
Minister van Verkeerswezen
1988-1992
Opvolger:
Guy Coëme