Jean-Luc Dehaene
Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Jean-Luc Joseph Marie Dehaene
uitspraak (info·uitleg) (Montpellier, 7 augustus 1940) was van 1992 tot 1999 premier van België. Hij was lid van de de toenmalige CVP (nu CD&V). Onder zijn regering werd België een volwaardige federale staat. Dehaene leidde twee coalitieregeringen met de socialisten en bekleedde verschillende ministerposten voor hij in 1992 eerste minister werd. Tussen 2000 en 2007 was hij burgemeester van Vilvoorde. In 2002 werd hij voorgedragen als vicevoorzitter van de Europese Conventie.
Inhoud |
[bewerk] Biografie
[bewerk] Jeugd en vroege carrière
Dehaene werd in Montpellier (Frankrijk) geboren in 1940. Datzelfde jaar keerde hij echter terug naar Brugge, waar hij het grootste deel van zijn jeugd doorbracht.
Jean-Luc Dehaene doorliep gedeeltelijk zijn klassieke humaniora aan het gerenommeerde Sint-Jozefscollege te Aalst, geleid door de paters jezuïeten. Aan de universiteiten van Namen en Leuven behaalde Jean-Luc Dehaene de diploma's Licentiaat in de Rechten en Licentiaat in de Economie. Hij was gedurende zijn jeugd actief bij de chiro en de scouts en was gedurende vier jaar verbondscommissaris van het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts. Hij zou er later meermaals op wijzen dat scouting voor hem een belangrijke leerschool betekende.
In 1965 verhuisde hij naar Brussel, huwde er met Celie Verbeke en werd vader van vier kinderen, met zoon Tom Dehaene als politicus.
[bewerk] De lange weg naar de toppolitiek
Jean-Luc Dehaene maakte zijn opgang in de politiek niet via verkiezingen maar via de partijcenakels van de voormalige CVP (nu CD&V). Via de studiedienst van het ACW (de koepelorganisatie van de Belgische christelijke arbeidersbeweging) en als ondervoorzitter van de CVP jongeren, belandde hij vanaf 1971 eerst als medewerker, later als kabinetschef, bij verschillende ministeriële kabinetten. Daar leerde Jean-Luc Dehaene de spelregels van de macht kennen en vormde hij de netwerken die later een belangrijke rol zouden spelen in zijn vermogen om politieke crisissen op te lossen. Zijn stevige dossierkennis en intelligentie deden zijn invloed snel stijgen en in 1981 werd hij minister van Sociale en Institutionele zaken.
[bewerk] Sire, geef me honderd dagen
Vanaf augustus 1987 maakte België één van de moeilijkste politieke crisissen uit de naoorlogse geschiedenis. De splijtzwam was de zaak Happart, die Franstaligen en Nederlandstaligen lijnrecht tegenover elkaar zette en op 19 oktober 1987 tot de val van de regering-Martens VI leidde. Na de verkiezingen van 13 december 1987 ontstond een feitelijke patstelling. Langs Vlaamse kant tekenden de christendemocraten (CVP) en de liberalen (PVV) voor een voortzetting van de huidige coalitie en vormden de Vlaamse executieve. In Wallonië stapten de socialisten (PS) en christendemocraten (PSC) in de gewestregering.
Nationaal was een nieuwe staatshervorming nodig om de communautaire problemen op te lossen. Dit veronderstelde een tweederdemeerderheid. Maar enerzijds was het wederzijdse wantrouwen tussen Vlaamse liberalen (PVV) en Waalse socialisten (PS) zo groot, dat samenwerking onmogelijk leek. Anderzijds dachten de Vlaamse socialisten (SP) er niet aan om in een nationale regering te stappen, zonder medezeggenschap in de Vlaamse executieve. De situatie leek hopeloos. Op 22 januari 1988 vroeg de koning aan Jean-Luc Dehaene om de taak van informateur op zich te nemen om deze moeilijke knoop te ontrafelen. Waarop Dehaene antwoordde: "Sire, geef me honderd dagen".
106 dagen later, op 6 mei 1987, had Dehaene de onmogelijke klus geklaard. Er was een akkoord over een verregaande staatshervorming en de regering-Martens VIII kon van start gaan. Hoewel Wilfried Martens opnieuw eerste minister werd, was Dehaene de feitelijke sterke man in deze regering. Doordat hij de crisis opgelost had won hij het vertrouwen en gezag van zijn politieke tegenstrevers. De volgende 12 jaar werd Dehaene 'incontournable' in de Belgische politiek. In 1990 ondertekende en bekrachtigde hij samen met 14 andere regeringsleiders de abortus-wet.
[bewerk] Dehaene I - de hervorming van België (1992-1995)
In 1992 nam Jean-Luc Dehaene de leiding over een coalitie van christendemocraten en socialisten, de regering-Dehaene I. Hij legde de basis voor het Sint-Michielsakkoord, mede dankzij het vertrouwen en gezag dat hij bij alle regeringspartijen had verworven en zijn talent als verzoener. Het ging om de tot dan toe meest verregaande staatshervorming die van België een volwaardige federale staat maakte.
Daarnaast voerde de regering een stringent begrotingsbeleid, waardoor de jarenlange aangroei van de Belgische staatsschuld een halt werd toegeroepen. De sterke reputatie van Jean-Luc Dehaene begon nu ook buiten de landsgrenzen te groeien en in 1994 werd hij de voornaamste kandidaat om Jacques Delors als voorzitter van de Europese commissie op te volgen. Op de top van Korfoe kreeg de kandidatuur van Dehaene 11 van de 12 lidstaten achter zich. Maar John Major stelde zijn veto. Uiteindelijk werd Santer van Luxemburg als consensus kandidaat verkozen. Verhofstadt die, met zijn ondertussen tot VLD hervormde partij, gedurende 4 jaar een bikkelharde oppositie voerde, slaagde er niet in om bij de verkiezingen van 1995 de meerderheid van christendemocraten en socialisten te doorbreken.
[bewerk] Dehaene II - op weg naar de euro (1995-1999)
Ook Dehaene II werd een coalitie van christendemocraten en socialisten. Deze legislatuur stond volledig in het teken van de sanering van de overheidsfinanciën. De Belgische overheidsschuld was één van de hoogste van West-Europa en daardoor dreigde België de toelating om tot de eurozone toe te treden mis te lopen. Het tekort op de begroting moest absoluut teruggebracht worden tot de 3% norm, en dit streven beheerste het doen en laten van deze regering. De regering Dehaene II volbracht deze moeilijke opdracht met succes, maar dit ging ten koste van een gebrek aan visie en oog voor maatschappelijke ontwikkelingen.
In de zomer van 1996 brak het Dutroux-schandaal uit, dat uitmondde in de massaal bijgewoonde "Witte Mars" en een totaal wantrouwen van de Belgische bevolking in de justitie. De reactie van Jean-Luc Dehaene op deze emotionele gebeurtenissen was heel afstandelijk. Twee jaar later gebeurde het onvoorstelbare: diezelfde Dutroux kon op eenvoudige wijze uit het gerechtsgebouw ontsnappen.
Het adagium van Dehaene, "een probleem moet je pas oplossen als het zich stelt", begon zich tegen hem te keren. Dehaene werd meer en meer afgeschilderd als de "loodgieter", de man die oplossingen in elkaar knutselde, misschien een goede beheerder maar zeker geen visionair.
Enkele weken voor de parlementsverkiezingen van 1999 brak de dioxinecrisis uit. In de korte periode tot aan de verkiezingen slaagde de regering er niet meer in om uit deze crisis te geraken. Doordat het dossier stuntelig verdedigd werd bij de Europese gemeenschap werd België bovendien een uitvoerverbod van zuivel- en vleesproducten opgelegd met ernstige economische gevolgen. De daaropvolgende verkiezingen leidden tot de zwaarste nederlaag van de CVP uit de naoorlogse geschiedenis. Voor het eerst sinds 1945 was de CVP niet meer de grootste partij van het land.
[bewerk] Na 1999
Na de zware verkiezingsnederlaag van 1999 nam Jean-Luc Dehaene de verantwoordelijkheid voor de nederlaag op zich en trok zich terug uit de nationale politiek. Hiermee wou hij een "nacht van de lange messen" in zijn eigen partij voorkomen. Hij bleef wel senator maar hield zich nadrukkelijk op de achtergrond. In 2000 kwam hij op bij de gemeenteraadsverkiezingen, en werd burgemeester van Vilvoorde, een stad vlakbij Brussel. Tot verrassing van velen werd hij een jaar later door Verhofstadt voorgedragen als ondervoorzitter van de Europese conventie, een denktank die zich moest buigen over de toekomst van de EU en een grondwet voor de Unie moest voorbereiden. Toen in 2004 duidelijk werd dat zijn ondertussen tot CD&V hervormde partij onder leiding van Yves Leterme een nieuw elan had gevonden, wierp Jean-Luc Dehaene zich opnieuw in de verkiezingsstrijd, ditmaal als lijsttrekker voor de Europese verkiezingen. Het werd een prestigestrijd tussen hem en Guy Verhofstadt, die Jean-Luc Dehaene overtuigend won (met meer dan 650.000 voorkeurstemmen tegenover 388.000 voor Guy Verhofstadt).
[bewerk] Benoeming tot bemiddelaar des Konings in juli 2007
Na de informatieronde met verkennende gesprekken door informateur Didier Reynders werd Dehaene op 5 juli 2007 door Koning Albert II belast met een bemiddelings- en onderhandelingsopdracht om de weg te openen tot de aanduiding van een formateur.[1] Als de informateur onvoldoende ver is geraakt of als er nog ontmijnend werk nodig is vooraleer de formateur het veld in kan en er nog obstakels dienen weggenomen te worden, treedt een onderhandelaar in opdracht van de koning in actie. Op 15 juli beëindigt hij zijn opdracht waarna partijgenoot Yves Leterme tot formateur wordt benoemd.
[bewerk] Status
Dehaene staat in het politieke milieu bekend als een kundig en geduldig onderhandelaar die op voorhand doelen vooropstelt en die onmogelijk geachte compromissen uit de hoed kan toveren. Zijn methode komt er op neer om bedachtzaam, zakelijk en onderbouwd door grote dossierkennis de grenzen af te tasten van de positie der onderhandelende politieke partijen. Elke partij dient zijn borst nat te maken en dan gaat hij met hen stapsgewijs verder het water in tot er een compromis rond is. Het levert hem de reputatie op van sleutelaar en "meester-loodgieter" van werkbare regeringsmeerderheden, evenwel zonder visie. De politicus bezit door zijn jarenlange ervaring als geen ander een groot inzicht in het Belgisch institutioneel kluwen en is daarbij bijzonder creatief als "problem solver".
Naar eigen zeggen ziet Dehaene deze bemiddelingsopdracht als een "mission impossible". Hij zag deze kelk liever aan hem voorbijgaan. Zijn loyauteit aan zijn partij, de CD&V, is echter bijzonder groot.
Op 27 juli 2007 is Dehaene effectief opgestapt als burgemeester van Vilvoorde. Volgens eigen zeggen gaat hij niet meteen met pensioen maar blijft politiek actief als parlementslid op Europees niveau. Hij werkt aan zijn memoires die tegen 2010 zouden moeten verschijnen.[2]
[bewerk] Trivia
- Dehaene is een groot supporter van voetbalclub Club Brugge.
- Hij had enkele cameo's in de stripreeks Nero (strip) door Marc Sleen:
- In "De Verloren Zee" (1989) komt Nero in een museum terecht dat zich op de bodem van de zee bevindt. Aan de muur hangen portretten van verschillende politici, waaronder Dehaene (strook 49)
- In stroken 6 en 9 van "Wonderboy" (1993) en strook 62 van "De Muurloper" (1995) staat hij bij Jan Spier's frietkraam. Tijdens de wafelenbak in strook 146 van "Wonderboy" zegt de Amerikaanse miljardair Spendepenny dat hij België fantastisch vindt en Dehaene als butler wil aannemen en Jean-Pierre van Rossem als buitenwipper.
- In "De Kolbak van How" (1993-1994) staat in strook 82 een voodoopoppetje met zijn beeltenis bij de vliegvelddouane. Later zit hij als passagier in het vliegtuig (strook 90).
- In een bekende sketch van Alles Kan Beter doen Mark Uytterhoeven, Guy Mortier en Tom van Dyck alsof ze zijn brein besturen.
- Het blad Deng nomineerde hem in 2005 voor de titel Ergste Belg.
[bewerk] Curriculum
[bewerk] Studies
- Oude Humaniora aan het Jezuïetencollege te Aalst
- Licentiaat in de Rechten en Economie, Universiteit van Namen en K.U. Leuven
[bewerk] Beroepsactiviteiten
- 1963-1967: Verbondscommissaris voor het Vlaams Verbond van Katholieke Scouts
- 1965-1972: Verbonden aan de Studiedienst van het ACW
[bewerk] Politieke activiteiten
- 1967-1971 - Nationaal Ondervoorzitter van de C.V.P.-Jongeren
- Sinds 1972 - Lid van het National C.V.P.-Bureau
- 1977-1981 - C.V.P.-Voorzitter van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde
- 1972-1973 - Adviseur bij het Kabinet van Openbare Werken (Minister Jos De Saeger)
- 1973-1974 - Adviseur bij het Kabinet van Volksgezondheid (Minister Jos De Saeger)
- 1974-1977 - Adviseur en daarna Kabinetschef bij het Kabinet van Economische Zaken (Ministers Oleffe en Herman)
- 1977-1978 - Kabinetschef bij de Minister van Vlaamse Aangelegenheden (Mevrouw Rika De Backer-Van Ocken)
- 1979-1981 - Kabinetschef bij de Eerste Minister (Wilfried Martens)
- 1981 - Kabinetschef bij de Minister van Institutionele Hervormingen (Minister Jos Chabert)
[bewerk] Regeringsfuncties
- 1981-1988 - Minister van Sociale Zaken en Institutionele Hervormingen (N) (1981-1988)
- 1988-1992 - Vice-eersteminister en minister van Verkeerswezen en Institutionele Hervormingen
- 1992-1995 - Eerste Minister (Dehaene I)
- 1995-1999 - Eerste Minister (Dehaene II)
[bewerk] Andere functies
- 1999-2000 - Senator
- 2000 - Voorzitter van de Raad van Bestuur van het Europacollege
- 2000-2007 - Burgemeester van Vilvoorde (tot 1 augustus 2007)
- 2001 - Ondervoorzitter van de Europese Conventie (met ontwerptekst Europese grondwet)
- 2004 - Europees parlementslid
- 2007 - Lid van de Amatogroep (Actiecomité voor Europese Democratie)
- Bestuurder van verschillende vennootschappen
[bewerk] Eretitels
- 1999 - Minister van Staat
- 2000 - Doctor Honoris Causa (K.U.Leuven)
[bewerk] Uitspraken
- "Let the beast go." (uitgedost als cowboy op een pneumatische stier)
- "Geen commentaar."
- "Een probleem moet je pas oplossen als het zich stelt."
- "Ik antwoord niet op hypothetische vragen."
- "Een nederlaag van Club Brugge vind ik erger dan de val van de regering."
| Wikiquote heeft een collectie citaten gerelateerd aan Jean-Luc Dehaene. |
[bewerk] Publicaties
- Sleutels voor morgen, Esopus, Hasselt, 1995, 111 p.
- Sporen naar 2000, Icarus, Antwerpen, 1999, 173 p.
- Er is nog leven na de 16, Van Halewyck, Leuven, 2002, 208 p.
- De Europese Uitdaging: van uitbreiding tot integratie, Van Halewyck, Leuven, 2004, 237 p.
[bewerk] Externe links
- Website van de Belgische federale overheid
- Interview met Dehaene over zijn ondervoorzitterschap bij de Europese Conventie
- Homepagina van Jean-Luc Dehaene
| Voorganger: Wilfried Martens |
Premier van België 1992-1999 |
Opvolger: Guy Verhofstadt |
| Voorganger: Luc Dhoore |
Minister van Sociale Zaken 1981-1988 |
Opvolger: Philippe Busquin |
| Voorganger: Jos Chabert |
Minister van Institutionele Hervormingen 1981-1992 |
|
| Voorganger: Herman De Croo |
Minister van Verkeerswezen 1988-1992 |
Opvolger: Guy Coëme |
| Bronnen, noten en/of referenties: |
|

