Boerenbond (Vlaanderen)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Boerenbond richt zich tot de familiale ondernemers in land- en tuinbouw en hun beroepsactieve gezinsleden in Vlaanderen en Oost-België. De organisatie werd opgericht in Leuven op 20 juli 1890 als de Belgische Boerenbond.

In dialoog met de maatschappij bouwt Boerenbond aan een levenskrachtige duurzame land- en tuinbouw. Zij doet dit via belangenverdediging, vorming en voorlichting, vertegenwoordiging en samenwerking inzake productie, toelevering en afzet.

Leden[bewerken]

Boerenbond en Landelijke Gilden vormen een eenheid in verscheidenheid. Boerenbond is de landbouworganisatie; Landelijke Gilden brengt boeren, tuinders en plattelandsbewoners samen.

Boerenbond en Landelijke Gilden verenigen 70.000 gezinnen. Zowel Boerenbond als Landelijke Gilden steunen op de inzet van vrijwillige bestuursleden. Boerenbond telt 16.000 leden waarvan 3.500 bestuursleden.

Structuur[bewerken]

Boerenbond en Landelijke Gilden zijn democratisch opgebouwde organisaties. De standpuntvorming gebeurt trapsgewijs.

De basisstructuur van Boerenbond zijn de bedrijfsgilden. Zij verenigen op fusiegemeentelijk of regionaal niveau de leden-boeren of –tuinders. Met 211 bedrijfsgilden beschikt de organisatie over een fijnmazig netwerk waarmee het werkgebied volledig bestreken wordt. Twintig regioraden komen tegemoet aan de nood om regionale dossiers te bespreken en de bedrijfsgilden te ondersteunen. De provinciale besturen bereiden de agenda van het Hoofdbestuur voor. Het Hoofdbestuur neemt de sectoroverschrijdende standpunten van Boerenbond in. Er zijn acht nationale sectorvakgroepen (melkvee, varkens, pluimvee, groenten, fruit, akkerbouw, vleesvee, sierteelt). Zij verzorgen de belangenverdediging voor hun sector. Het Hoofdbestuur is samengesteld door vertegenwoordigers vanuit de provincie (een per provincie), vanuit de vakgroepen (een per vakgroep) en vanuit de bedrijven van Groep Boerenbond, vanuit Groene Kring (de jonge land- en tuinbouwers), KVLV-Agra (de meewerkende echtgenotes). In het Hoofdbestuur hebben de agrarische leden de meerderheid. In de studiekringen (95 in Vlaanderen) ontmoeten de leden elkaar per sector voor vorming en kennisuitwisseling. Alle bestuursorganen kunnen tijdelijke, themagebonden werkgroepen oprichten. De Bondsraad is een forum dat het draagvlak voor beslissingen van het Hoofdbestuur verbreedt en de werking van de bestuursorganen evalueert. De Bondsraad bestaat uit de leden van alle provinciale besturen.

Belangenverdediging[bewerken]

De belangenverdediging van Boerenbond is gebaseerd op een grondige dossierkennis, gericht op haalbare oplossingen via dialoog en overleg, maar, indien nodig, via aangepaste acties.

De organisatie ondersteunt de syndicale werking van 211 bedrijfsgilden, 20 regioraden en 6 provinciale besturen (de Vlaamse provincies en de Oostkantons). Zij ijveren in plaatselijke, streekgebonden of provinciale dossiers voor het behoud van de leefbaarheid van de betrokken agrarische bedrijven. Voorbeelden van dergelijke dossiers zijn onteigeningen, wildschade, bosuitbreiding, erfgoedlandschap …

Verder neemt Boerenbond op Vlaams, federaal en internationaal vlak de belangenverdediging van de hele sector op. Dit gebeurt via politiek overleg en deelname aan diverse instellingen en adviesorganen. Hierbij kan de organisatie rekenen op een goed uitgebouwde studiedienst. Dossiers die hier aan de orde zijn, zijn onder meer het Europees Gemeenschappelijk Landbouwbeleid, de ruimtelijke ordening, het landbouwinkomen, de milieu- en natuurdossiers, vergunningswetgeving en sectorale dossiers.

Dienstverlening[bewerken]

Innovatiebegeleiding[bewerken]

Het Innovatiesteunpunt, een initiatief van Boerenbond in partnerschap met Cera en KBC, biedt advies, begeleiding en ondersteuning aan innovatieve bedrijfsleiders in land- en tuinbouw. Door het uitdragen van “good practices” stimuleert het Innovatiesteunpunt de innovatie in de sector. De werking focust op bedrijfsontwikkeling, technologische ontwikkeling en plattelandsontwikkeling.

Bedrijfsontwikkeling[bewerken]

De innovatieconsulenten begeleiden bedrijfsleiders bij de opmaak van een strategie voor hun bedrijf.

  1. Verbredingsactiviteiten (produceren en verkopen van hoeveproducten; recreatie en toerisme op de boerderij; bioland- en tuinbouw …)
  2. Afzetstrategie en marketing (verkoopadvies; inrichting van een hoevewinkel; online verkoop …)
  3. Productontwikkeling en –innovatie
  4. Samenwerking en partnersearch (met bedrijven binnen en buiten de agrarische sector)
  5. Ondernemersvaardigheden (informaticagebruik; personeelsbeleid; kostprijsberekening; good governance…)

Milieutechnische innovatie[bewerken]

Hier komen vooral twee thema’s aan bod: kringloop sluiten en cleantech

  1. Energiebesparing en energieproductie (zonne-energie; windenergie; biogas …)
  2. Doorlichting energiegebruik (energiescans)
  3. Valorisatie rest- en nevenstromen
  4. Geurhinder en fijn stof
  5. Samenwerking met niet-agrarische bedrijven en onderzoekscentra

Bedrijfseconomische boekhouding[bewerken]

Inzicht in zijn kosten en opbrengsten is voor een boer of tuinder cruciaal. Hij moet rekenen en voortdurend optimaliseren om voldoende marges over te houden. Een degelijke bedrijfseconomische boekhouding is hierbij zeer nuttig. Boerenbond biedt onder de merknaam TIBER een boekhoudingspakket aan waarbij de informatieve waarde en de voorlichting centraal staat. De geregistreerde gegevens worden verwerkt tot een uitgebreid en gebruiksvriendelijk resultaat. Dit dient als basis voor een advies op maat van het bedrijf door een gespecialiseerde consulent. Dit gesprek gaat verder dan een vergelijking met gemiddelden van de sector of de streek. Vooral de bijsturing naar de toekomst heeft een meerwaarde.

Dienstbetoon[bewerken]

Leden van Boerenbond kunnen advies vragen rond een zeer breed gamma van onderwerpen: pachtwetgeving, ruimtelijke ordening, bouw- en milieuvergunning, sociaal statuut … Met een netwerk van wekelijkse of tweewekelijkse zitdagen kunnen de leden vlug advies krijgen. Het dienstbetoon van Boerenbond is in eerste instantie gratis voor leden en richt zich op eerstelijnsadvies. Voor gespecialiseerde dienstverlening wordt doorverwezen naar SBB. De dienstbetoonconsulenten leveren ook een stevige bijdrage tot de collectieve voorlichting van Boerenbond.

Vorming en voorlichting[bewerken]

Er worden hoge eisen gesteld aan boeren en tuinders. Zij moeten de teelttechnieken van planten en dieren beheersen en vertrouwd zijn met bedrijfsbeheer. Zij dienen een uitgebreide administratie te voeren, op de hoogte te zijn van de wetgeving inzake natuur en milieu, het landbouwbeleid en de ontwikkelingen inzake de commercialisatie van hun producten te volgen enzovoort. Zij hebben dan ook nood aan actuele informatie en permanente bijscholing. Boerenbond zorgt via het NCBL (Nationaal Centrum voor Beroepsvorming in de Landbouw) voor een aanbod. De bedrijfsgilden zijn de eerste organisatoren van studievergaderingen. Daarnaast is er een aanbod op provinciaal en centraal niveau. Verder bestaat er in de studiekringen en vakgroepen een sterk sectoriaal aanbod. In de vormingswijzers worden de thema’s en mogelijke lesgevers kenbaar gemaakt aan de organisatoren. De vorming wordt aangeboden in een avond- of namiddagbijeenkomst of in een cursus van meerdere bijeenkomsten. Voorbeelden van vormingsthema’s zijn ondernemersvaardigheden (personeelsbeleid, bedrijfsmanagement …), milieuwetgeving, Europees landbouwbeleid, energie, verkeerswetgeving en specifieke sectorgebonden topics. Met een brede waaier aan publicaties, aan online en offline media wordt dit vormingspakket verder aangevuld.

Vertegenwoordiging[bewerken]

Boerenbond doet aan vertegenwoordiging op alle beleidsniveau’s. Standpunten ontstaan binnen de organisatie op basis van breed overleg. Daarna worden ze, als met één stem, naar buiten vertolkt. Vertegenwoordigers van Boerenbond - vrijwillige bestuursleden zowel als beroepskrachten - nemen deel aan de werkzaamheden van diverse instellingen, adviesraden, overlegorganen en samenwerkingsverbanden binnen en buiten de agrarische sector.

Samenwerking[bewerken]

Voedsel wordt geproduceerd door meerdere schakels. Land- en tuinbouwers produceren de grondstoffen. De voedingsindustrie verwerkt ze en via allerlei distributiekanalen komt het voedsel bij de consument terecht. De land- en tuinbouw is vaak de zwakste schakel. Kosten kunnen niet worden doorgerekend, de verwachtingen van de consument zijn te weinig gekend en de individuele boer staat in zijn onderhandelingen niet sterk genoeg tegenover zijn (vaak veel grotere) afnemers. Daarom heeft Boerenbond alle betrokken actoren in de agrovoedingsketen rond de tafel gebracht. Op de agenda staan drie prioriteiten: een gedragscode voor goede handelspraktijken, een meerprijs voor bovenwettelijke kwaliteit en een algemeen kader voor interprofessionele akkoorden per sector.

De aankoop en verkoop van heel wat land- en tuinbouwproducten (melk, fruit, groenten) gebeurt via coöperaties, samenwerkingsverbanden en telersverenigingen. Boerenbond is er van overtuigd dat coöperatieve structuren de beste garantie zijn voor een eerlijke prijsvorming. In coöperaties beslissen de boeren over boerenrechten en -plichten. De organisatie is dan ook erg betrokken op de goede werking van de coöperaties. Zij stimuleert (bestuurs)leden tot actieve deelname aan coöperatieve structuren. Ook rond andere thema’s die land- en tuinbouw aanbelangen (milieu, natuur, dierenwelzijn …) zoekt Boerenbond op dossiergebonden basis naar samenwerking. Ook met minder voor de hand liggende partners.

Duurzame landbouw[bewerken]

Als beroepsorganisatie van familiale agrarische ondernemers wil Boerenbond bijdragen tot een duurzame land- en tuinbouw. Daarin moeten vier aspecten evenwaardig aan bod komen: de ecologische draagkracht, de economische haalbaarheid, de sociale duurzaamheid en de maatschappelijke integratie. Een ecologisch duurzame landbouw betekent dat de landbouwactiviteiten geen onomkeerbare schade toebrengen aan de kwaliteit van lucht, water en bodem. Een ecologisch duurzame landbouw respecteert de natuurlijke elementen in zijn omgeving en het welzijn van de landbouwdieren. Land- en tuinbouw zijn economische activiteiten. Boeren en tuinders streven naar economische duurzaamheid want ze willen hun inkomen kunnen halen uit hun bedrijfsvoering en hun bedrijf doorgeven aan de volgende generatie. De uitbating van een land- of tuinbouwbedrijf moet de bedrijfsleider en zijn gezin in staat stellen om met voldoening te werken en om volwaardig deel te nemen aan het maatschappelijk leven. De land- en tuinbouwbedrijven moeten dus ook sociaal duurzaam zijn. Ten slotte is er de maatschappelijke integratie. De agrarische ondernemers willen erkend en gerespecteerd worden voor hun bijdrage in de welvaart en het welzijn van Vlaanderen.

Geschiedenis[bewerken]

De Belgische Boerenbond (nu 'Boerenbond') werd opgericht in 1890.

Een bescheiden begin: 1890-1902[bewerken]

In 1890 maakte de maatschappij een zware crisis door. De inlandse landbouw die eeuwenlang voor de voedselvoorziening had ingestaan, werd plots uit de markt geduwd door goedkope landbouwproducten uit alle werelddelen. De grootgrondbezitters vreesden voor de ontwaarding van hun gronden. De boeren zagen hun inkomsten dalen. De katholieke kerk en de katholieke partij vreesden de vlucht van de verarmde boeren naar de 'zondige' stad en naar het opkomende socialisme.

In 1890 stichtten pastoor Jacob-Ferdinand Mellaerts en de katholieke volksvertegenwoordigers Joris Helleputte en Franz Schollaert in Leuven 'een Boerenbond' om “een christelijke en machtige boerenstand” te bekomen. Op tien jaar tijd richtte Mellaerts tientallen lokale boerengilden op, begon met het bondsblad 'De Boer', startte met beroepsvoorlichting en met de uitbouw van coöperatieve aankoopafdelingen, Raiffeissenspaarkassen en verzekeringen.

Organiseren en groeien: 1903-1934[bewerken]

De opvolger van Mellaerts, priester Luytgaerens, zette de interne organisatie op punt. In 1907 begon hij met de beweging voor de boerinnen. In 1911 met de tuinders, in het begin van de jaren 20 met de boerenjeugd. In deze periode bracht Boerenbond de boeren en tuinders de basisbegrippen bij van de moderne grondbewerking, zaadveredeling, veevoeding en veeverbetering, stalhygiëne en zuivelverwerking; De opvallende rendementsverbetering van de Belgische land- en tuinbouw in die jaren was voor een groot stuk aan de beroepsvorming van Boerenbond te danken. In 1920 telde Boerenbond 88.000 leden, in 1930 ca 128.000.

Kwade dagen: 1935-1945[bewerken]

In de jaren 30 trof een nieuwe internationale crisis de landbouw. De boeren morden en keerden zich tegen 'hun' bond. Die bleek immers niet in staat het tij te keren. De landarbeiders sloten zich aan bij de christelijke arbeidersbeweging. De middenstand protesteerde tegen de concurrentie van de aan- en verkoopafdelingen. Voor de Vlaams-nationalisten was Boerenbond niet Vlaams genoeg, voor de Walen was hij te Vlaams … Midden deze discussies raakte de bank van Boerenbond, de Middenkredietkas, in de problemen en ging failliet.

De landbouw bleef met moeilijkheden kampen tot aan de Tweede Wereldoorlog. En tijdens de oorlog dreigde de Nationale Landbouw- en Voedingscoöperatie Boerenbond te verstikken in een staatsgeleide landbouweconomie naar Duits model.

Vergroten, investeren, moderniseren, specialiseren: 1941-1970[bewerken]

Na de oorlog was de modernisering en de internationalisering van de landbouwmarkten niet meer te stoppen. Na een aanvankelijk verzet tegen de Benelux werd de oprichting van de EEG (de voorloper van de Europese Unie) als een nieuwe kans gezien. Maar er waren ook problemen. Het kleine gemengde landbouwbedrijf was niet opgewassen tegen de hoge eisen van de marktvergroting. Wie wilde blijven boeren moest zwaar investeren, moderniseren en specialiseren. De economische afdelingen van Boerenbond - Aveve, ABB en Cera - hadden in de naoorlogse jaren hun doelpubliek en activiteitenpakket gevoelig uitgebreid. Die economische expansie maakte uiteindelijk ook de expansie van de beroepsorganisatie en de sociaalculturele werking mogelijk.

Het platteland komt in beeld: 1971-1990[bewerken]

De snelle daling van het aantal boeren en tuinders kon niet zonder gevolgen blijven voor Boerenbond. De organisatie moest zich aanpassen aan de veranderende realiteit op het platteland. Tussen 1964 en 1971 was het aantal niet-boeren in het ledenbestand verdrievoudigd. In 1971 kwam er dan ook een ontdubbeling van de ledenstructuur in een landelijke beweging en een beroepsorganisatie. De landelijke beweging groepeerde KVLV, KLJ en de nieuw opgestarte Landelijke Gilden. Die waren op het lokale vlak de opvolgers van de parochiale boerengilden, maar stonden nu open voor iedereen. De beroepsgerichte werking werd overgenomen door de bedrijfsgilden, die samen met Agra-kringen (voor de meewerkende echtgenotes) en Groene Kring (voor de jonge en toekomstige boeren en tuinders) de beroepsorganisatie uitmaakten.

In deze periode werd de trend naar schaalvergroting op de agrarische bedrijven verder gezet. Nieuwe technologieën deden hun intrede. De landbouwsector werd geconfronteerd met een groeiende maatschappelijke bevraging rond het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen, zorg voor de kwaliteit van water en bodem, dierenwelzijn, productieoverschotten, Europese subsidies ...

Streven naar duurzaamheid: 1990-2013[bewerken]

Op syndicaal vlak waren de jaren 1990 voor Boerenbond vaak turbulent. De landbouwsector had een slecht imago. In de organisatie groeide het besef dat er nood was aan een landbouw die zowel op economisch, ecologisch als sociaal vlak duurzaam zou zijn. Vooral de mestoverschotten dwongen de overheid – onder druk van milieu- en natuurverenigingen - tot ingrijpende maatregelen. De regelgeving in de opeenvolgende mestactieplannen ging de meeste boeren te snel. Voor Boerenbond kwam hiermee de economische duurzaamheid van de sector in het gedrang. Dit leidde verschillende jaren na elkaar tot acties, betogingen en tractorenoptochten. Een ander constant aandachtspunt was de hervorming van het Europees landbouwbeleid. Landbouw was/is bij uitstek een Europese materie, maar sinds 1990 is er veel veranderd. Het oorspronkelijke markt- en prijzenbeleid met minimumprijzen voor de boer veroorzaakte vanaf het einde van de jaren 70 productieoverschotten. Vanaf 1984 probeerde Europa het aanbod opnieuw in overeenstemming met de vraag te brengen via productiequota. Later kwam er directe inkomenssteun voor de boeren, losgekoppeld van de productie, maar als instrument voor een meer milieuvriendelijke landbouw. Met Agenda 2000 werd plattelandsontwikkeling de tweede pijler van het Europees landbouwbeleid. In 2013 werd een hervormd Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB) goedgekeurd dat in 2014 van start zal gaan.

Tijdens het eerste decennium van de 21ste eeuw toonde Boerenbond zich ook een gangmaker voor de innovatie in land- en tuinbouw. Landbouw met verbrede doelstellingen (hoevetoerisme, groene zorg …) won steeds meer veld; bedrijven gingen zich opnieuw op de productie en verkoop van eigen producten richten; naast hoogtechnologische bedrijven kwamen er arbeidsintensieve biobedrijven van de grond … De tijd van het alleenzaligmakend bedrijfsmodel is voorbij. De Vlaamse land- en tuinbouw vandaag wordt gekenmerkt door een brede waaier van bedrijfstypes die het ondernemerschap van de bedrijfsleider weerspiegelen. Door het aanscherpen en vormen van de managerscapaciteiten van de leden en door de werking van het Innovatiesteunpunt (een initiatief van Boerenbond in samenwerking met Cera en KBC) ondersteunt Boerenbond deze evolutie op een krachtige manier.

Voorzitters van Boerenbond[bewerken]

Een breed netwerk[bewerken]

Boerenbond vormt een breed netwerk met eigen en verwante organisaties.

Eigen organisaties zijn

  • Innovatiesteunpunt vzw
  • Internationale Werktuigendagen voor Land- en tuinbouw vzw
  • Plattelandsklassen vzw

Boerenbond is partner in

  • Agro|bedrijfshulp cvba
  • Agroservices cvba
  • Agro|aanneming cvba
  • Agrobeheercentrum ECO²
  • NCBL (Nationaal Centrum voor Beroepsvorming in Land- en Tuinbouw)
  • Agriflora cvba
  • Steunpunt Groene Zorg vzw
  • Logeren in Vlaanderen vzw

Inzake de belangenverdediging voor land- en tuinbouw is Boerenbond verbonden met

  • Groene Kring (beweging voor jonge en toekomstige boeren en tuinders)
  • KVLV-Agra (beweging voor de medewerkende echtgenotes)

Externe link[bewerken]

Referenties[bewerken]