Algemeen Belgisch Vakverbond

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Algemeen Belgisch Vakverbond
(ABVV)
ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw geeft een speechin Leuven naar aanleiding van de Dag van de Arbeid.
ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw geeft een speech
in Leuven naar aanleiding van de Dag van de Arbeid.
Ontstaansdatum 1898
Voorzitter Rudy De Leeuw
Secretaris-generaal Anne Demelenne
Land Vlag van België België
Europees lidmaatschap EVV
Internationaal lidmaatschap IVV
Ledenaantal 1 503 748 (2010)[1]
Slogan Samen sterk
Website www.abvv.be
www.vlaamsabvv.be
Portaal  Portaalicoon   Werk

Het Algemeen Belgisch Vakverbond (ABVV) in het Frans Fédération Générale du Travail de Belgique (FGTB) is een socialistische vakbond met een sociaaldemocratische filosofie. De vakbond maakt deel uit van de Socialistische Gemeenschappelijke Actie (SGA).

Ideologie[bewerken]

Het ABVV is een socialistische vakbond die het sociaal overleg centraal plaatst. Haar basiswaarden steunen op de vier pijlers gelijkheid, rechtvaardigheid, democratie en solidariteit. Deze vormen de leidraad op de verschillende syndicale actieterreinen.

Geschiedenis[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Geschiedenis van de sociale zekerheid in België

Ontstaan van het syndicalisme[bewerken]

Het syndicalisme vindt zijn oorsprong in de industrialisatie van West-Europa in de tweede helft van de 19de eeuw. De artisanale productie werd in een recordtempo vervangen door nieuwe fabrieken en machines. Meteen ontstond ook een nieuwe beroepscategorie, de fabrieksarbeider.

Thuisarbeid was niet meer rendabel dus trokken mensen massaal naar de steden om werk te zoeken in de vele fabrieken, aanvankelijk vooral in de textielindustrie. Arbeiders werkten en leefden er in erbarmelijke omstandigheden. Ze klopten werkdagen van 14 uur in ongezonde werkplaatsen en tegen een hongerloon. Onder de arbeiders waren ook veel kinderen. De arbeiders en hun gezinnen hadden te kampen met huisvestingsproblemen. Bovendien was er geen enkele vorm van sociale bescherming. Wie ontslagen werd of getroffen werd door een arbeidsongeval of ziekte, viel van de ene op de andere dag zonder inkomen.

De wantoestanden veroorzaakten groeiend ongenoegen en geregeld braken rellen uit. Alleen waren de arbeiders nauwelijks georganiseerd en veranderde er in de praktijk weinig aan hun situatie. Stilaan groeide echter bij de arbeiders het besef dat ze zich moesten verenigen om hun leef- en arbeidsomstandigheden te kunnen verbeteren. Op 4 maart 1857 werd in Gent de "Broederlijke Maatschappij der Wevers" opgericht. Een maand later hielden de spinners hun "Maatschappij der Noodlijdende Broeders" boven de doopvont. Die eerste vakverenigingen stelden zich relatief gematigd op en stonden ook open voor alle arbeiders, ongeacht de politieke strekking of levensbeschouwing waartoe ze zich bekenden.[2]

Vakbondsstrijd[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Syndikale Kommissie en Belgisch Vakverbond

Die eensgezindheid was echter van korte duur. Al snel viel de arbeidersbeweging uiteen in een socialistische en een christelijke vleugel. Hierbij kozen de socialisten voor de klassenstrijd als strategie om sociale vooruitgang te boeken in tegenstelling tot de christelijke vakbeweging die zich afzette tegen de 'goddeloze' socialisten, onder impuls van de Rooms-katholieke Kerk. Deze ondersteunde de uitbouw van een christelijke arbeidersbeweging, enerzijds om de arbeiders uit het vaarwater van het vrijzinnige socialisme te houden en anderzijds omdat ook zij de nood inzag van sociale vooruitgang voor de werkende massa. Zo werd in 1886 de "Antisocialistische Katoenwerkersbond" opgericht, waaruit later het Algemeen Christelijk Vakverbond zou groeien.

De economische depressie van 1873 tot 1895 maakte de arbeidersmisère nog dramatischer. Het Belgische patronaat, dat reeds bekendstond voor zijn uitgesproken lage lonen, verscherpte die strategie nog om zo zijn concurrentiekracht te handhaven. De werkloosheidsgraad nam in deze periode onwezenlijke proporties aan en de situatie verslechterde zienderogen. Door artikel 310 van het strafwetboek was het zo goed als onmogelijk hiertegen syndicale actie te ondernemen en van de politiek moest ook geen heil verwacht worden. Door het cijnskiesrecht bestond de arbeidersklasse immers niet. Deze politieke onmondigheid leidde tot de oprichting van de Belgische Werklieden Partij (BWP) in 1885.

In de schoot van deze politieke partij werd op 11 april 1898 de Syndikale Kommissie opgericht, als antwoord op de wet van 31 maart 1898 die de beroepsverenigingen legaal maakte. De hoofdtaak van deze organisatie was de eenheid van de verschillende beroepsfederaties en afzonderlijke vakbonden te bewerkstelligen en het coördineren van de vakbondsactiviteiten binnen de socialistische zuil. Zij was ook verantwoordelijk voor de explosieve groei van het socialistische syndicalisme tijdens het Interbellum.

Op 1 januari 1938 werd de commissie omgevormd tot het Belgisch Vakverbond (BVV) of Confédération générale du Travail de Belgique (CGTB).

Op 22 november 1940 verplicht de Duitse bezetter de vakbonden op te gaan in een gemeenschappelijke organisatie met het Vlaams-nationalistische Arbeidsorde wat leidde tot de oprichting van de Unie van Hand- en Geestesarbeiders (UHGA).

Een Algemene Vakbond[bewerken]

Vanaf oktober 1944 bereidden het BVV en enkele andere linkse vakbonden de oprichting van een nieuwe syndicale eenheidsorganisatie voor. Ook het Algemeen Christelijk Vakverbond (ACV) werd uitgenodigd maar haakte af. De onderhandelingen verliepen moeizaam omwille van de rivaliteit tussen het BVV en het BVES. Daar kwam bij dat het BVV pas na lange onderhandelingen er mee instemde de directe banden met de socialistische partij op te zeggen. Het tot stand komen van het ABVV onder zijn huidige benaming gebeurde op 29 april 1945 na succesvolle fusiegesprekken tussen het Belgische Vakverbond (BVV) en een aantal andere linkse vakverenigingen die ontstaan waren tijdens de Duitse bezetting en Wereldoorlog II. Zo traden naast het BVV het communistische Belgisch Verbond der Eenheidssyndicaten (BVES), het onafhankelijke Algemeen Geünifieerd Syndicaat der Openbare Diensten (ASOD) en de Mouvement Syndical Unifié (MSU) van André Renard toe tot het ABVV. Deze houding verandert echter na de oprichting van de Socialistische Gemeenschappelijke Actie (SGA) in 1949 en de BSP een deel van het ABVV-programma overnam. Daarnaast werd er met de partij samengewerkt tegen de terugkeer van koning Leopold III. Hoewel de communistische tendens in oorsprong zeer sterk was, heeft na verloop van tijd de sociaaldemocratie de overhand gehaald. In sommige gevallen werden de communistische vakbondsleiders uitgesloten. De groep rond Renard integreerde beter in de structuren, maar bleef zich linkser en onafhankelijker opstellen. Ze verdedigde de syndicale onafhankelijkheid en de directe actie en had vooral invloed in Wallonië.

Bij de oprichting van het ABVV eisten de voorstanders van de directe actie een cumulatieverbod tussen een politiek en een syndicaal mandaat. Zelfs algemeen secretaris Louis Major hield zich er echter niet aan, waardoor er een intern conflict ontstond dat pas in 1964 opgelost geraakte. De macht van de beroepscentrales werd beetje bij beetje ingeperkt en de gewestelijke afdelingen van de centrales moesten zich aansluiten bij een interprofessionele gewesten. Deze laatste namen dan de meeste administratie over. De vakcentrales van hun kant kregen zitting in de bestuursorganen van het ABVV.[3]

vakbond aantal leden
BVV 250.000
BVES 165.969
MSU 59.535
ASOD 51.535

Koningskwestie[bewerken]

In 1950 ontketende de socialistische vakbond een grote staking omtrent de koningskwestie. Dit was één van de eerste grote ideologische strijden in België tussen vrijzinnigen (liberalen, socialisten en communisten) versus katholieken. In een volksraadpleging in datzelfde jaar had (katholiek) Vlaanderen massaal voor de terugkeer van Leopold III op de troon gestemd, (vrijzinnig) Wallonië en Brussel massaal tegen. In het totaal was er hierdoor een kleine meerderheid pro terugkeer. Dit zorgde voor ongenoegen in Franstalig België en lokte een luide roep voor een Waalse republiek uit. Ook het ABVV is tegen en legt hierom de Waalse industriebekkens lam. Al snel breidt de staking ook uit naar Vlaanderen. Leopold III ziet zich hierdoor gedwongen alsnog af te treden ten gunste van Boudewijn. Datzelfde jaar komen vrijzinnigen en katholieken in de schoolstrijd wederom lijnrecht tegenover elkaar te staan.

Oprichting van de ABVV-gewesten[bewerken]

Toen de arbeidersbewegingen een cruciale rol kregen toebedeeld bij de uitbetaling van de sociale uitkeringen. Besloten werd dat de mutualiteiten de ziekte- en invaliditeitsuitkeringen voor hun rekening zouden nemen en de vakbonden de uitbetaling van de werkloosheidsuitkeringen. Alzo ontstond de noodzaak aan een regionale structuur, die in 1952 leidde tot de oprichting van de gewestelijke afdelingen. Onder voorzitter Louis Major (1952-1968) werden ze verder organisatorisch uitgebouwd en gaandeweg kregen zij er ook interprofessionele vakbondstaken bij.

Recessie van de jaren 50[bewerken]

Doordat de Belgische economie relatief ongeschonden uit de Tweede Wereldoorlog was gekomen, kon de overheid op minder financiële steun uit het Marshallplan rekenen dan de buurlanden. Deze moderniseerden hun economie in sneltreinvaart, waardoor de verouderde Belgische industrie niet meer kon concurreren. België zakte hierdoor in een diepe structurele economische crisis. Doordat de zwaarst getroffen industriële sectoren voornamelijk in Wallonië gelegen waren, werd deze regio het hardst getroffen. De regering-G. Eyskens III had zich immers voorgenomen de helft van de Waalse mijnen te sluiten, wat leidde tot een algemene mijnstaking in Henegouwen op 13 februari 1959. Al snel breidde deze zich uit over de andere mijnbekkens en ook de metaalarbeiders uit onder andere Charleroi sloten zich aan. De staking was wederom succesvol en leverde de Waalse mijnwerkers een reconversieplan op.

Eenheidswet[bewerken]

De rooms-blauwe regering Gaston Eyskens III trachtte de crisis te bekampen met een soort vijfjarenplan. Deze "Wet voor de economische expansie, de sociale vooruitgang en het financieel herstel" (ook wel de eenheidswet genoemd), moest een oplossing bieden voor zowel de stijgende werkloosheid, als de sluiting van de Waalse mijnen, als de oplopende staatsschuld en tenslotte ook nog voor de financiële gevolgen van het verlies van Belgisch Congo. Om dit te realiseren besloot de regering Eyskens III de fiscale druk te verhogen en terzelfder tijd te snoeien in de overheidsfinanciën. Zo werden de indirecte belastingen verhoogd, een "staat van behoefte" ingevoerd, een verscherpte controle op de werkloosheidsverzekering doorgevoerd, een herziening van de lonen en het statuut van het overheidspersoneel opgelegd en tenslotte ingrijpende besparingen in de ziekte- en invaliditeitsverzekering doorgevoerd.

De Staking van 1960-'61[bewerken]

De dramatische gevolgen van deze beslissing werden al snel zichtbaar en de socialistische partij en de vakbonden hekelden de beslissing, des temeer daar er zich begin 1960 een licht economisch herstel aftekende. Het ABVV legde een alternatief voor de Eenheidswet op tafel van André Renard waarin gepleit werd voor structuurhervormingen zoals de controle op holdings, nationalisering van bedrijven en de oprichting van een nationale gezondheidsdienst om meer economische democratie te realiseren. Op 29 januari 1960 brak dan het echte verzet uit tegen de eenheidswet door middel van een 24-urenstaking waaraan maar liefst 700.000 werknemers deelnamen. Op 27 maart 1960 volgde dan een grote protestbetoging die opgezet was door het ACOD waarbij het stakingsrecht in de publieke sector centraal stond.

In oktober van datzelfde jaar zette de Socialistische Gemeenschappelijke Actie een brede informatiecampagne op rond de socialistische alternatieven op de eenheidswet door middel van een zeventigtal meetings, gevolgd door een werkonderbreking te Luik die gevolgd werd door 50.000 arbeiders. Tijdens de nationale actie legden maar liefst 140.000 werknemers het werk neer in de provincies Luik en Henegouwen. Het protest monde uit in een algemene staking op 20 december 1960 die was uitgeroepen door ACOD en waarbij de andere bonden zich al snel aansloten. In Wallonië werd de staking gedragen door het intergewestelijke "Coördinatiecomité van Waalse gewestelijke afdelingen", in Vlaanderen waar zo'n orgaan nog niet was opgericht, beperkte de grote staking zich in eerste instantie tot de openbare sector te Antwerpen en Gent.

Toen het ACV op 27 december 1960 besloot zich definitief afzijdig te houden, kwam het tot massabijeenkomsten in de voornaamste Waalse steden en Brussel. Een dag later werd de actie overgedaan te Gent waarbij het tot gewelddadige confrontaties kwam met de ordediensten, hierdoor besloten steeds meer Vlamingen de staking te steunen en bereikte het aantal stakers een hoogtepunt op 30 december.

Op 3 januari 1961 kreeg de staking in Wallonië een regionalistische dimensie, dit was de dag dat André Renard het ABVV-programma van economische structuurhervorming koppelde aan de hervorming van de staat, waardoor men alvast in Wallonië, zo stelde hij, het vakbondsgedachtegoed in de praktijk kon omzetten. Dezelfde dag hernam de Kamer van Volksvertegenwoordigers de discussie over de Eenheidswet. André Renard dreigde met het stilleggen van de hoogovens in de metaalnijverheid, het ultieme middel om de werkgevers en overheid op de knieën te krijgen.

Hoewel in Vlaanderen en Brussel de actie luwde en de eerste gedeeltelijke werkhervattingen volgden, hield de staking in Wallonië stand ondanks de straatgevechten met en sabotageacties van de ordediensten. Op 6 januari bestormde een massa betogers het Station Luik-Guillemins, hierbij lieten twee betogers het leven. Daarna luwden ook de acties in Wallonië en volgden de eerste werkhervattingen. Op 13 januari stemde de Kamer de Eenheidswet, toch was dit slechts een pyrrusoverwinning: de regering viel op 19 januari en kondigde vervroegde verkiezingen af. De acties van de vakbond werden opgeschort op 22 januari 1961.[4]

Federalisme[bewerken]

Nuvola single chevron right.svg Zie ook: Vlaams ABVV en Waals ABVV

Toch komt ook de vakbond niet ongeschonden uit de strijd, zo verlaat André Renard eind februari ontgoocheld het ABVV om met zijn Mouvement Populaire Wallon (MPW) de economische structuurhervormingen en het federalisme te verdedigen. De MPW profileerde zich als drukkingsgroep die bij de linkerzijde van de Waalse Socialistische Beweging op veel sympathie en bijval kon rekenen. Hier voelde de Belgische Socialistische Partij (BSP) zich echter zo door bedreigd dat ze het lidmaatschap van de MPW als onverenigbaar met het eigen lidmaatschap achtte.

Bij het ABVV werd de vraag van André Renard en Wallonië wel gehoord en werd er dan ook tijdens het statutair congres van 22 tot 24 april 1968 beslist tot de oprichting van intergewestelijke afdelingen voor Vlaanderen, Wallonië en Brussel. Toch veroorzaakte deze evolutie heel wat discussie over de manier waarop het socialistisch syndicalisme in het federale België georganiseerd moest worden. De intergewestelijken kregen de taak mee de gezamenlijke problemen te onderzoeken en werden na de ondertekening van het Egmontpact in februari 1978 de syndicale tegenmacht voor de overheid en de werkgevers op het niveau van de gewesten en gemeenschappen.

Generatiepact[bewerken]

In 2005 vatte de Regering-Verhofstadt II het plan op om de eindeloopbaan grondig te hervormen. Dit mondde uit in de wet van 30 december 2005, het zogenaamde generatiepact. Dit pact maakte van het voormalige recht op outplacement een plicht voor de werknemer en paste de voorwaarden voor het brugpensioen aan. Door gerichte acties van onder andere het ABVV konden de brugpensioenen gevrijwaard worden, doch verwachtte de wetgever van de bruggepensioneerden dat ze voortaan beschikbaar zouden blijven voor de arbeidsmarkt en trok ze de brugpensioenleeftijd op tot 60 jaar en met de voorwaarde dat de werknemer een loopbaan van 38 voltijdse jaren achter de rug heeft.[5][6] [7]

Indeling[bewerken]

Voorzitters[bewerken]

ABVV-voorzitter Rudy De Leeuw

De huidige voorzitter is Rudy De Leeuw en de algemeen-secretaris is Anne Demelenne.

Voorzitter Aangetreden Afgetreden
André Vanden Broucke 1982 1989
François Janssens 1989 1995
Michel Nollet 1995 2002
Mia De Vits 2002 2004
André Mordant 2004 2006
Rudy De Leeuw 2006
Algemeen-secretaris Aangetreden Afgetreden
Paul Finet 1947 1952
Louis Major 1952 1968
Georges Debunne 1968 1982
x
Mia De Vits 1989 2002
André Mordant 2002 2004
Xavier Verboven 2006 2006
Anne Demelenne 2006

Interprofessionele structuur[bewerken]

De interprofessionele structuur van het ABVV volgt min of meer de staatsstructuur. Zo zijn er binnen het Federaal ABVV het Federaal Congres, het Federaal Comité, het Federaal Bureau en het Federaal Secretariaat. Daarnaast is het ABVV, op interprofessioneel vlak opgedeeld in 3 intergewestelijken en 17 gewestelijke afdelingen. Tenslotte is het ABVV, net als alle andere Belgische vakbonden, lid van het Internationaal Verbond van Vrije Vakverenigingen (IVVV) en het Europees Vakverbond (EVV).

Federaal Niveau[bewerken]

Federaal Congres
Het Federaal Congres is een orgaan binnen het ABVV dat vierjaarlijks samenkomt. Het is samengesteld uit afgevaardigden van de aangesloten vakcentrales (à ratio van 1 afgevaardigde per 2000 leden), afgevaardigden uit de Intergewestelijken (à ratio 1 afgevaardigde per 2 afgevaardigden uit de vakcentrales) en de leden van het federaal bureau.
De bevoegdheden zijn de benoeming van de leden van het Federaal Bureau en het Federaal Secretariaat, de benoeming van de Algemeen Voorzitter en Algemeen Secretaris, het vakbondsbeleid, de minimumbijdrage per vakcentrale, de wijziging der statuten en de bespreking van het activiteitsverslag van het Federaal Secretariaat.
Federaal Comité
Het Federaal Comité is een orgaan binnen het ABVV en dat acht maal per jaar bijeen komt. Het is samengesteld uit de leden van het Federaal Bureau, afgevaardigden van de vakcentrales (à ratio van 1 afgevaardigde per 10.000 leden) en afgevaardigden van de Intergewestelijken ( à ratio van 1 afgevaardigde per 20.000 leden).
De bevoegdheden zijn de afbakening van de bevoegdheden tussen vakcentrales en gewestelijke afdelingen en de algemene vakbondsagenda.
Federaal Bureau
Het Federaal Bureau is een leidinggevend orgaan binnen het ABVV dat tweewekelijks samenkomt. Het is samengesteld uit de leden van het federaal congres, vertegenwoordigers van de intergewestelijken en vertegenwoordigers uit de vakcentrales.
De bevoegdheden zijn de algemene leiding van het ABVV, de uitvoering van de beslissingen van het Federaal Congres en het Federaal Comité, het fondsenbeheer binnen het ABVV, de toepassing van de statuten en de taakverdeling binnen het Federaal Secretariaat.
Federaal Secretariaat
Het federaal secretariaat is een leidinggevend orgaan binnen het ABVV dat wekelijks samenkomt. Het is samengesteld uit de Voorzitter, Algemeen Secretaris, de 2 federale Secretarissen, de 3 Intergewestelijke Secretarissen.
Het is bevoegd voor het dagelijks bestuur van de vakbond en zijn diensten (studiedienst, perscommunicatie, werkloosheid, gender, documentatiecentrum, boekhouding, audit, etc)
Lid Federaal Secretariaat Functie
Rudy De Leeuw Voorzitter Federaal ABVV & Vlaams Intergewestelijk ABVV
Anne Demelenne Algemeen Secretaris Federaal ABVV & Voorzitster Waals Intergewestelijk ABVV
Jef Maes Federaal Secretaris ABVV
Jean-François Tamellini Federaal Secretaris ABVV
Caroline Copers Algemeen Secretaris Vlaamse Intergewestelijke ABVV
Thierry Bodson Algemeen Secretaris Waalse Intergewestelijke ABVV
Philippe Van Muylder Algemeen Secretaris Brusselse Intergewestelijke ABVV

Intergewestelijk Niveau[bewerken]

De Intergewestelijken - één voor elk bestuurlijk gewest - zijn bevoegd voor de Gewest- en Gemeenschapsmateries binnen het ABVV. Ze vormen dus de syndicale tegenmacht ten overstaan van de werkgevers en Gewest- en Gemeenschapsregeringen.
Voorbeeld Vlaams ABVV, maar idem opgebouwd voor het Waalse & Brusselse ABVV:
Intergewestelijk Congres
Het Intergewestelijk Congres is een orgaan binnen het Vlaams ABVV dat vierjaarlijks samenkomt. Het is evenredig samengesteld uit afgevaardigden van de aangesloten vakcentrales en afgevaardigden vanuit de ABVV-gewesten.
De bevoegdheden zijn de benoeming van de leden van het Intergewestelijk Bureau en het Intergewestelijk Secretariaat, de benoeming van de Algemeen Voorzitter en Algemeen Secretaris, het vakbondsbeleid en de bespreking van het activiteitsverslag van het Intergewestelijk Secretariaat.
Intergewestelijk Comité
Het Intergewestelijk Comité is een orgaan binnen het Vlaams ABVV dat minstens 2 maal per jaar bijeen komt, op initiatief van het Intergewestelijk Bureau. Het is evenredig samengesteld uit afgevaardigden van de ABVV-gewesten en afgevaardigden van de vakcentrales.
De bevoegdheid is het bepalen van de standpunten over actuele syndicale thema's. Daarnaast organiseert het beleidsvoorbereidende studiedagen.
Intergewestelijk Bureau
Het Intergewestelijk Bureau is een leidinggevend orgaan binnen het Vlaams ABVV dat tweewekelijks samenkomt. Het is evenredig samengesteld uit vertegenwoordigers van de Vlaamse ABVV-gewesten en vertegenwoordigers uit de vakcentrales.
De bevoegdheden zijn de algemene leiding van het Vlaams ABVV, de uitvoering van de beslissingen van het Intergewestelijk Congres en het Intergewestelijk Comité.
Intergewestelijk Secretariaat
Het Intergewestelijk secretariaat is een leidinggevend orgaan binnen het Vlaams ABVV dat het dagelijks bestuur waarneemt en uitoefent. Het is samengesteld uit de voorzitter en algemeen secretaris van het Vlaams ABVV.

Gewestelijk Niveau[bewerken]

De 17 Gewestelijken - één voor elk ABVV-gewest - zijn bevoegd voor de locale samenwerking tussen de centrales en ABVV-werkingen. Ze vertegenwoordigen het ABVV ten overstaan van de lokale openbare besturen (Provincies en gemeenten) en instellingen. Ze organiseren de diensten voor de leden, militanten en centrales op gewestelijk niveau en betalen de werkloosheidsvergoedingen uit via de werkloosheidskas.
Op gewestelijk niveau wordt een Gewestelijk Congres, Gewestelijk Comité, Gewestelijk Secretariaat en Gewestelijk Bureau ingericht.

Hiërarchisch overzicht[bewerken]

Federaal ABVV[bewerken]
Vlaamse Intergewestelijke ABVV[bewerken]
Gewestelijke Gewestelijk Secretaris
ABVV Antwerpen Dirk Schoeters
ABVV Mechelen-Kempen Joeri Hens
ABVV Vlaams-Brabant Steven Marchand
ABVV Oost-Vlaanderen Chris van de Wijgaert
ABVV West-Vlaanderen Erik Van Deursen
ABVV Limburg Bart Henckaerts
Brusselse Intergewestelijke ABVV/FGTB[bewerken]
Gewestelijke Gewestelijk Secretaris
ABVV/FGTB Brussel Philippe van Muylder
Waalse Intergewestelijke FGTB[bewerken]
Gewestelijke Gewestelijk Secretaris
FGTB Waals-Brabant Pierre Levêque
FGTB Centrum (regio la Louvière) Ahmed Ryadi
FGTB Charleroi en Zuid-Henegouwen Daniel Piron
FGTB Luik, Hoei & Waremme Jean-François Ramquet
FGTB Luxemburg Joël Thiry
FGTB Bergen-Borinage Sandra Goret
FGTB Moeskroen-Komen Alain Vanoosthuyse
FGTB Namen Guy Fays
FGTB Doornik, Ath & Lessines Ronal Duval
FGTB Verviers Daniel Richard

Professionele structuur[bewerken]

De professionele structuur is een indeling per arbeidssector, deze zijn vervolgens ingedeeld in zeven vakcentrales.

Centrales[bewerken]

Centrale Afkorting Voorzitter Ledenverdeling Ledenverdeling %
Bond van Bedienden, Technici en Kaderleden BBTK Erwin De Deyn 382.291 26%
Algemene Centrale AC Alain Clauwaert 376.768 26%
Algemene Centrale der Openbare Diensten ACOD Karel Stessens 302.084 21%
Centrale der Metaalindustrie van België CMB Herwig Jorissen 178.943 12%
Centrale van de Voeding, Horeca en Diensten HORVAL Alain Detemmerman & Tangui Cornu (Co-voorzitters) 109.391 7,5%
Belgische Transportarbeidsbond BTB Ivan Victor 42.312 3%
ABVV Textiel, Kleding en Diamant TKD Dominique Meyfroot 36.905 2,5%

Organogram[bewerken]

Organogram Vakcentrales

Werking[bewerken]

Elke vakcentrale bestaat uit:

Statutair Congres
Het Statutaire Congres komt elke vier jaar samen en bestaat uit de syndicale afgevaardigden. De bevoegdheden zijn de politieke lijn bepalen door middel van het goedkeuren van resoluties. Daarnaast verkiest het de leden van het Federaal Bureau.
Controle Commissie
De Controle Commissie is een orgaan binnen de vakcentrale dat toezicht houdt op de boekhouding en financiën van de vakcentrale. Het is samengesteld uit 4 verkozenen door het Congres en 1 verkozene door het Federaal Bestuur.
Federaal Bestuur
Het federaal bestuur is een orgaan binnen de vakcentrale dat waakt over de naleving van de statuten en de uitvoering van de beslissingen van het Federaal Bestuur en het Congres. Het komt bijeen om de zes maanden en is samengesteld uit leden van het Federaal Secretariaat en vertegenwoordigers van de gewestelijke afdelingen.
Uitvoerend Bestuur
Het uitvoerend bestuur is een orgaan binnen de vakcentrale en komt tweewekelijks samen. Het is samengesteld uit leden van het Federaal Secretariaat en de negen verkozenen van het Federaal Bestuur. De bevoegdheden zijn de financiën, het beheer en de werking van de Gewestelijke Afdelingen.
Federaal Secretariaat
Het Federaal secretariaat is een orgaan dat het dagelijks bestuur van de vakcentrale organiseert. Het bestaat uit de Voorzitter, Algemeen Secretaris en 6 federale secretarissen.
Gewestelijke Afdelingen
De gewestelijke afdelingen vormen de basis van de vakcentrale en organiseren dienstverlening, probleemoplossing en communicatie met de leden en syndicaal afgevaardigden.
Vakcongres
Is een orgaan binnen de vakcentrale dat elke vier jaar georganiseerd wordt voor elke belangrijke sector.
Vakcommissie
Dit orgaan binnen de vakcentrale wordt ingesteld door het Federaal bestuur voor elke belangrijke sector. Ze komt naar noodzaak bijeen en is belast met de voorbereiding en organisatie van de vakbondswerking in de betrokken sector.
Syndicale Afvaardiging
Daarnaast zijn er militanten en delegees die verkozen zijn bij de sociale verkiezingen door de werknemers in de bedrijven. Deze verdedigen de rechten van de aangesloten leden binnen hun bedrijf volgens twee verschillende modellen:

Andere organisatie binnen het ABVV[bewerken]

Sociale verkiezingen[bewerken]

Uitslagen[bewerken]

2008[bewerken]

Leden[bewerken]

2/3de van de 1 455 454 leden (2008) behoort tot de actieve beroepsbevolking. Hiervan is 48% arbeider, 26% bediende en 21% ambtenaar. 1/3de van de leden behoort tot de niet-actieve beroepsbevolking, dit zijn (brug-) gepensioneerden, werklozen en studenten.

Uit een studie van de VUB in opdracht van De Nieuwe Werker uit 2004 blijkt dat 42% van de leden lid van het ABVV is omwille van de dienstverlening, 33% van thuis uit en 24% uit ideologische overweging. De prioriteiten van de leden gaan volgens dezelfde studie uit naar meer jobs (57%), hogere lonen, hogere pensioenen en minder stress op het werk.

Ledenbladen[bewerken]

Het ledenblad van het ABVV "De Nieuwe Werker" is een tweewekelijks magazine. Het werd opgericht in 1945.

Bekende (ex-) leden[bewerken]

Gelieerde organisaties uit de socialistische zuil[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bron

Referenties