Kempen (streek)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Ligging van de Kempen in Nederland en België
Overzichtskaart De Kempen, ingezoomd
Kaart Noord-Brabantse Kempen
De markt in het Kempische Bergeijk Noord-Brabant
Sahara in Lommel
Bewegwijzering in de Brabantse Kempen (Reusel en Bergeijk)
Typische weg door de Brabantse Kempen
Het Kempenland gelegen in het Hertogdom Brabant (kaart van Mercator, 1632)

De Kempen (ook Kempenland, adjectief Kempens, ook Kempisch) is een geografische streek in het noordoosten van België en het zuidoosten van de Nederlandse provincie Noord-Brabant, ten zuiden van de lijn Eindhoven-Tilburg.

Ligging[bewerken]

Het Vlaamse Kempenland neemt het grootste deel van de Belgische provincies Antwerpen en Limburg in, en het uiterste noorden van Vlaams-Brabant. Als begrenzing van de Kempen in België kan men beschouwen : in het westen de Scheldevallei en de Scheldepolders, en de lijn Wijnegem-oostrand van Lier-Boortmeerbeek ; in het oosten de Maasvallei ; in het zuiden de lijn Demer-Dijle-Rupel en de lijn Munsterbilzen-Lanaken. Er is geen eensgezindheid over de echte ligging van de grenzen van de Kempen, vaak vergeet men het noorden van Vlaams-Brabant en laat men de grens van de Kempen gewoon samenvallen met de provinciegrenzen. Wel is het zo dat de woondorpen Langdorp, Gijmel, Wolfsdonk, Begijnendijk, Betekom, Molenstede, Werchter, Averbode, Testelt, Okselaar, Keerbergen, Tremelo en Baal (allemaal gemeenten in het uiterste noorden van de provincie Vlaams-Brabant alsook ten noorden van Demer en Dijle) ontegensprekelijk Kempens zijn. Hoegaarden, Landen en Zoutleeuw zijn dan weer Haspengouws. Zo'n twijfelgeval is bijvoorbeeld de gemeente Rotselaar, waar de Demer en Dijle samenvloeien. Men kan stellen dat de deelgemeente Werchter, nog ten noorden van de Demer, tot de Zuiderkempen behoort. Wezemaal en Rotselaar-Heikant behoren tot het Hageland, en Rotselaar-Centrum, ten westen van de Dijle, maakt deel uit van Binnen-Vlaanderen of ook Dijleland genoemd.

In het noorden, in weerwil van de staatsgrens met Nederland, zetten de Kempen zich voort door de zandgronden van het zuidoosten van Noord-Brabant (Nederlandse Kempen) tot voorbij Eindhoven, en in Nederlands Limburg (Peel, Weert), en vormen er één geheel mee. Bij Weert ligt hier ook het Nationaal Park De Groote Peel.

Het Kempenland ligt dus in het hart van het vroegere hertogdom Brabant en in het noordelijk deel van het voormalige graafschap Loon. Het moet overigens niet verward worden met het kwartier van Kempenland, dat weliswaar tot de Kempen behoort, maar er slechts een klein onderdeel van is.

Er zijn landbouwkundig drie substreken in het Vlaamse Kempenland te onderscheiden:

  • (1) de Noorderkempen, met (a) het gebied van Hoogstraten, (b) de Turnhoutse Kempen en (c) de Antwerpse Voorkempen
  • (2) de Zuiderkempen met (a) de riviervlakte der beide Neten (ook Centrale of Verbeterde Kempen genoemd), met (b) de Brabantse Kempen in het westen (langs de Dijle), met (c) tussen Grote Nete en Demer de eigenlijke Zuiderkempen, tot aan de lijn Oostham-Lummen in (d) het westen van Belgisch Limburg (deel van Luikse Kempen). Noorder- en Zuiderkempen vormen geomorfologisch de Kempische Laagvlakte.
  • (3) de Limburgse Kempen of Oude Kempen (geomorfologisch: het Kempens Plateau). Sinds de winning van steenkool in de Limburgse Kempen is er ook sprake van de Mijnstreek oftewel het Kempens Bekken.

De volgende gemeenten uit het zuiden van de Noorderkempen en uit het noorden van de Zuiderkempen worden soms gebundeld onder de term Middenkempen (een term die agronomisch of geomorfologisch echter zinledig is): Balen, Geel, Herentals, Kasterlee, Lille, Lommel, Meerhout, Mol, Olen, Ranst, Retie, Vorselaar, Westerlo, Zandhoven en Zoersel.

Natuur en klimaat[bewerken]

Hét kenmerk van de Kempen is hun zanderige bodem, waardoor de Kempen tot omstreeks 1860 grotendeels bedekt waren met heide, eikenbos, vennen en veengebieden. Nu komen er nog een aantal bossen, vennen, heides en weilanden voor, maar deze zijn stilaan een eerder kleinschalig landschap door zware bemesting en lintbebouwing geworden. De relictgebieden bevinden zich vaak op de grens tussen gemeentes of te midden van inmiddels grootschalig verkavelde landbouwgronden. Meestal omvatten ze moerassen, donken en/of heidegebieden, vaak inmiddels bebost met dennenbomen.

Her en der komen nog tot meerdere tientallen hectare grote heide- en bosrelicten voor, zoals in België de Kalmthoutse Heide (Kalmthout), het Turnhouts Vennengebied (Turnhout), landschap De Liereman (Oud-Turnhout), natuurgebieden "De Teut" (Zonhoven), "het Hageven" (Neerpelt) en "Tenhaagdoornheide" (Houthalen-Helchteren), De Maten (Genk) en natuurlijk het Nationaal Park Hoge Kempen. Daarbij zijn er ook plaatsen waar duinen ontstaan zijn, zoals in Kasterlee en Lichtaart, "de Sahara" in Lommel, het Gruitroderbos in Opglabbeek en natuurlijk de Loonse- en Drunense duinen.

In Nederland ligt tussen Boxtel en Oisterwijk het meer dan 1200 ha grote natuurgebied Kampina. Het omvat dennenbossen en de Kampinase Heide en de Beerze en de Rosep stromen er meanderend doorheen. In de gemeenten Eersel, Bladel en Reusel-De Mierden ligt het natuurgebied De Kempen. Dit natuurgebied van meer dan 2000 ha omvat onder andere de Bladelse Heide en de Cartierheide. Het grootste deel van het gebied is als Boswachterij De Kempen in bezit van Staatsbosbeheer. Het Leenderbos en de Groote Heide vormen een aaneengesloten natuurgebied van meer dan 3000 ha. Het natuurgebied ligt voor het grootste deel in de gemeente Heeze-Leende, kleinere gedeelten in de gemeenten Waalre en Valkenswaard. De Achelse Kluis ligt vlak bij de Groote Heide.

De Limburgse Kempen zijn in de zomer de warmste plek van Vlaanderen. Zo werd er eens 39,5 °C gemeten in Kleine Brogel. In de winter zijn de Limburgse Kempen dan weer de koudste plek van Vlaanderen. Ook in Nederland zijn de Kempen, in het bijzonder het gebied rond Eindhoven, vaak in de zomer de warmste streek.

Geschiedenis[bewerken]

Naam[bewerken]

De naam van de streek is een vervorming van het Latijnse Campinia of Campina, hetgeen 'open ruimte' betekent (campus = vlakte). In het Frans wordt de streek overigens nog steeds la Campine genoemd en in het Engels the Campine. Ook worden de Kempen soms als Toxandrië of Taxandria aangeduid, een naam die uit de Romeinse tijd stamt. De inwoners van de Kempen worden Kempenaars genoemd, wat ook de naam van een scheepstype is.

Cultuur[bewerken]

De Kempense bevolking leefde hoofdzakelijk van de landbouw, ook al bracht die niet veel op. De boerderijen waren de typische Kempense langgevelboerderijen die in een aantal Kempense dorpen nog te bezichtigen zijn of bewaard zijn gebleven als woonhuis. Veel van het Kempens bouwkundig, agrarisch en cultuurhistorisch erfgoed wordt bewaard in het openluchtmuseum van Bokrijk. Maar naast boeren hebben er in de middeleeuwen ook handelaars en ambachtslieden gewoond. De teuten ondernamen handelsreizen naar Nederland, Duitsland, Frankrijk, Luxemburg of zelfs Denemarken.

De Kempen fungeerden ook vaak als decor voor schilders, waarvan Genk het bekendste voorbeeld is. Museum Kempenland te Eindhoven bezit een aanzienlijke en historisch belangrijke collectie kunst van schilders, tekenaars, beeldhouwers, edelsmeden en andere handwerk(st)ers uit deze regio.

De vroegere Kempische leefgewoonten en dialecten zijn onderwerp geweest van veel wetenschappelijk onderzoek en daardoor in diverse publicaties uitvoerig beschreven, o.a door A.P. de Bont ('Dialekt van Kempenland'). Het gebied is rijk aan verhalen over onder andere de Bokkenrijders en Kabouterkoning Kyrië met zijn kaboutervolkje.

Romeinse tijd[bewerken]

Toen de Romeinse veldheer Julius Caesar deze contreien bezette, werd 'Toxandria' bewoond door Eburonen, en nadat die uitgeroeid waren ten gevolge van de opstand onder Ambiorix vestigden zich hier Toxandriërs, die hun naam gaven aan het gebied. In 358 na Chr. vestigden de Salische Franken zich als Laeti in Toxandria. Het maakte deel uit van het Romeinse Keizerrijk tussen 12 v.Chr. en 406/407 na Chr.

Ook de Romeinen hebben dus hun sporen nagelaten in de Kempen. In Hoogeloon heeft men de resten van een Romeinse villa ontdekt uit de 2e eeuw. Deze villa maakte deel uit van een agrarische nederzetting. Langs een weg tussen Hapert en Casteren is een Romeinse muntschat met 2598 munten uit de 3e, 4e en 5e eeuw gevonden. Er zaten munten tussen van o.a. Tetricus I, Julianus, Valentinianus I, Honorius en Arcadius. Van Postumus wordt vermoed dat hij uit Deusone kwam, dat wellicht nu het hedendaagse Diessen is. In Diessen zelf zijn een fragment van een Romeinse dakpan, terra sigillata en een bronzen munt van Constantijn gevonden. In Veldhoven zijn een terracotta beeldje van de godin Diana en de resten van een Romeinse wachttoren ontdekt.

Middeleeuwen[bewerken]

Reeds voor de vestiging van de abdijen in de Kempen in de twaalfde eeuw, zoals die van Tongerlo, Postel en Averbode, waren er grote ontginningen. De vita van Sint-Dimpna maakte gewag van het kappen van hout in de omgeving van Geel. In de eerste helft van de dertiende eeuw werden door Hendrik I van Brabant vrijheden gesticht, waaronder Herentals in 1209, en in 1212 Turnhout, Arendonk, Hoogstraten en ten noorden van de Kempen Oisterwijk. Eindhoven kreeg pas vrijheidsrechten in 1232 en Lommel in 1332. Herentals zou uitgroeien tot een omwalde stad. De woeste gronden rond de dorpen en vrijheden in de Kempen gebruikte men als gemeenschappelijke heide voor plaggenlandbouw en het telen van schapen. De Kempense wol werd gebruikt in de oudere steden buiten de Kempen als grondstof voor de lakenindustrie. Er ontstond ook een lakenindustrie in de Kempen zelf. Het laken van Herentals werd uitgevoerd naar het buitenland en ook in de dorpen waren er weefgetouwen. De lakenhal op de Grote Markt van Herentals is nog een getuige van de economische bedrijvigheid uit die periode.

Nieuwe tijd[bewerken]

In de zestiende eeuw kwam de lakenindustrie ten val. Enkele locaties zoals Turnhout legden zich toe op het vervaardigen van linnen en tijk uit linnen. Na de Opstand werd Noord en Zuid van elkaar gescheiden door een staatsgrens. Vooral het mercantilisme werd echt nadelig voor de regio. De tijd bleef voortaan stilstaan in de Kempen.

Industrialisatie[bewerken]

Tot voor de Eerste Wereldoorlog was de streek dunbevolkt. Er was veel armoede omdat de grond niet veel opbracht en er nauwelijks bemest werd. Pas eind 19e eeuw vatte de Industriële Revolutie er aan. Om die reden werd Limburg lange tijd als de meest achterstaande provincie van België beschouwd.Turnhout werd in de negentiende eeuw een industriestadje in de Kempen. Belangrijk voor Turnhout en omgeving zijn de papiernijverheid, chemische en farmaceutische industrie en steenbakkerijen.

Er waren opnieuw stichtingen van verschillende abdijen voor monniken die er rust konden vinden. Zo kwamen er onder meer de abdijen van Achel, Zundert, Postel, Westmalle. Maar de grote open ruimte werd ook benut voor de eerste nucleaire installatie in België en diverse militaire terreinen, zoals het kamp Leopoldsburg, de vliegbasis Kleine-Brogel, het voormalig schietveld van Brasschaat en Cooppal met bijhorende oefenterreinen in Kaulille.

Omdat de Kempen bovendien in het midden van de IJzeren Rijn liggen, vestigde zich hier ook vervuilende industrie, waaronder veel metaalverwerkende industrie. Er waren zinkfabrieken in Balen, Lommel, Overpelt en Rotem. Na 1900 werden de Kempische steenkoolmijnen gesticht ter ontginning van de Limburgse Kempen. Vanwege de snelle industrialisatie werd de provincie ontsloten en ontstonden er (vooral na de Tweede Wereldoorlog) nieuwe kernen, waaronder Geel, Beringen en Genk.

Veel Kempische dorpen hebben zich dan ook van veel historische elementen ontdaan. De meest pittoreske dorpen in de Noord-Brabantse Kempen zijn Oirschot, Bergeijk, Eersel en Hilvarenbeek. Hier liggen ook een aantal dorpen die bekendstaan als de "Acht zaligheden". Ook in de Antwerpse en Limburgse Kempen zijn er nog mooie heidegebieden bewaard gebleven en ook hier heeft men zijn "Acht zaligheden", maar dan wel in de vorm van een merkwaardige dennenboom, de Achtzalighedenboom. Vooral de streken rond Kasterlee, Lommel en Mol zijn belangrijke toeristische trekpleisters.

Plaatsen[bewerken]

Antwerpen[bewerken]

De plaatsen in de provincie Antwerpen die tot de Noorder- (NK) en Zuiderkempen (ZK) behoren zijn:[1]

Noorderkempen:

Zuiderkempen:

Noorder- en Zuiderkempen:

Vlaams-Brabant[bewerken]

Noord-Brabant[bewerken]

De Noord-Brabantse plaatsen in de Kempen zijn:

Belgisch-Limburg[bewerken]

De Belgisch-Limburgse plaatsen in de Kempen zijn:

* = gedeeltelijk
Bronnen, noten en/of referenties