Julianus Apostata

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Julianus Apostata
Foto Classical Numismatic Group, Inc. (CNG)
Foto Classical Numismatic Group, Inc. (CNG)
Geboortedatum 6 november 331
Sterfdatum 26 juni 363
Tijdvak Constantijnse dynastie
Periode 361-363
Voorganger Constantius II
Opvolger Jovianus
Staatsvorm dominaat
Persoonlijke gegevens
Naam bij geboorte Flavius Claudius Julianus
Naam als keizer Flavius Claudius Julianus
Bijnaam Apostata (de Afvallige)
Zoon van Julius Constantius
Broer van Constantius Gallus (half-)
Neef van Constantijn de Grote
Crispus
Constantijn II
Constantius II
Constans
Romeinse keizers
Portaal  Portaalicoon   Romeinse Rijk
Julianus op een gouden solidus geslagen in Sirmium

Flavius Claudius Julianus (6 november 331 - 26 juni 363), ter onderscheiding van de eerdere (vrijwel onbekende) keizer Julianus I (284-285) beter bekend als Julianus II, Julianus de Afvallige of Julianus Apostata, was een Romeins keizer van november 361 tot 26 juni 363. Hij is vooral bekend geworden door het terugschroeven van de bevoorrechting van christenen en pogingen de Romeinse godenverering te herstellen, nadat de eerdere keizers Constantijn de Grote en Constantius II het christendom sterk hadden bevoordeeld, onder meer op fiscaal vlak.

Leven[bewerken]

Hij was de jongste zoon van Julius Constantius (een halfbroer van keizer Constantijn de Grote), en zijn vrouw Basilina. Toen na de dood van Constantijn (337) diens mannelijke verwanten door soldaten werden vermoord, waren Julianus en zijn oudere broer (Flavius Claudius) Constantius Gallus vrijwel de enige overlevenden. Tot 351 leefde hij rustig op het familiegoed in Klein-Azië, waar hij de invloed onderging van de ariaanse bisschop Eusebius. Nadat zijn broer, Constantius Gallus, door keizer Constantius II, onder druk van de omstandigheden, tot Caesar was verheven, kreeg Julianus zelf meer bewegingsvrijheid: hij werd een liefhebber van boeken en ging studeren, eerst te Milaan en vervolgens te Athene, waar hij nog werd gesterkt in zijn reeds eerder gewekte liefde voor de Griekse cultuur en de filosofie.

Opkomst[bewerken]

In 354 werd Constantius Gallus echter op bevel van de keizer uit de weg geruimd wegens wanbeleid, waarna Julianus hem in november 355 als Caesar opvolgde, een titel die sinds de bestuurlijke hervormingen van Diocletianus de functie van 'onderkeizer' aanduidde; de keizer zelf droeg de titel Augustus. Julianus trad in het huwelijk met Helena, de jongste zuster van Constantius II. Als Caesar werd hij opperbevelhebber van het Romeinse leger in Gallia en heel het Westen. Hij trachtte de Salische Franken die het Rijn- en Scheldegebied in bedwang hadden, te pacificeren en verdedigde de grenzen van het Romeinse Rijk tegen de invallen van de Alemannen. Daarbij trok hij tot driemaal toe over de Rijn. Hoewel hij geprezen werd als overwinnaar, moest hij in 358 aan de Franken toch een groot deel afstaan van wat nu Vlaanderen en Nederland beneden de rivieren is en toen Toxandria genoemd werd. De Franken werden daarmee de eerste Germaanse bondgenoten (foederati) die op het Romeinse grondgebied een stuk land kregen toegewezen.

Keizer Constantius bezag Julianus' succesvolle optreden echter met groot wantrouwen. In 360 verordende hij dan ook dat Julianus een deel van zijn troepen aan hem moest afstaan: hij wilde deze strijdkrachten inzetten in zijn eigen campagne tegen Perzië. De soldaten, die erg op Julianus gesteld waren, kwamen in verzet en riepen hem in zijn residentie te Lutetia (= Parijs) uit tot tegenkeizer. Omdat Constantius elk compromis afwees, was de burgeroorlog een feit. Een groot debacle werd alleen voorkomen door de plotselinge dood van keizer Constantius op 3 november 361, die (mogelijk pas op zijn sterfbed) zijn neef Julianus, vrijwel zijn laatste mannelijke familielid, als zijn legitieme opvolger aanwees.

Op 11 december 361 hield Julianus zijn intocht in Constantinopel. Tijdens zijn kortstondige regering als keizer behandelde Julianus de senaat altijd met respect. Hij bestreed de corruptie onder de ambtenaren en probeerde ook de inflatie het hoofd te bieden, onder meer door een hervorming van het muntstelsel. Maar vooral op godsdienstig vlak trof hij ingrijpende maatregelen. Hij kondigde weliswaar een algemene geloofsvrijheid af, maar de christenen legde hij beperkingen op. Ondanks zijn christelijke opvoeding kreeg hij reeds vroeg een afkeer van dit geloof (die hij overigens verborgen hield tot de dood van keizer Constantius II) en werd hij geboeid door het neoplatonisme. Hij droomde ervan de voor-christelijke eredienst en tradities weer tot leven te wekken, en daartoe probeerde hij het priesterschap naar het christelijk voorbeeld te herorganiseren en moreel te verheffen. Aan bloedige vervolgingen wilde hij zich niet schuldig maken: liever bestreed hij het christendom door de innerlijke verdeeldheid aan te wakkeren. Daartoe riep hij verbannen ariaanse bisschoppen terug naar hun zetel. Christelijke leraren werd verboden de jeugd te onderrichten in klassieke filosofie, priesters ontnam hij hun vrijstelling van belastingen en hij stond toe de joodse tempel in Jeruzalem te herbouwen. Bij dit alles ontplooide Julianus een grote literaire activiteit. Vele van zijn geschriften bleven bewaard.

Einde[bewerken]

Vastbesloten de reputatie van Rome in het Oosten te herstellen, viel hij in 363 Perzië binnen. Nadat hij met succes reeds ver doorgedrongen was in het Perzische Rijk, liet hij zich op 26 juni 363 nabij de Perzisch hoofdstad Ctesiphon in een gevaarlijke veldslag verstrikken. Julianus overleed aan de verwondingen die hij opliep door een speer in zijn zij. Hij was toen 31 jaar oud en had slechts negentien en een halve maand geregeerd. Er bestaat onduidelijkheid of de speer afkomstig was van een vijandige soldaat, dan wel van een van zijn eigen christelijke soldaten. Volgens de Byzantijnse historicus Johannes Malalas is de moord gepleegd in opdracht van de Anatolische bisschop Basilius van Caesarea.

Al valt hij niet helemaal vrij te pleiten van ijdelheid en overdreven zucht naar roem, toch was Julianus' bewind over het algemeen mild en weldadig, en bracht hij veel goeds tot stand. Zijn hellenofilie vertoonde romantische trekjes, en zijn strijd tegen het christendom bleek veel te zwak om enig effect te sorteren. Aan de voor-christelijke traditie was onherroepelijk een einde gekomen.

Het historisch beeld van Julianus is dubbelzinnig en paradoxaal: enerzijds fanatiek, anderzijds tolerant. Overheersend is evenwel dat hij naar de toenmalige Romeinse maatstaven beoordeeld een rechtvaardig en humaan heerser werd gevonden, die door zijn troepen werd aanbeden om zijn redelijkheid en aandacht voor hun welzijn, en hun naar verluidt nooit vroeg iets te doen wat hijzelf niet zou doen.

Nadat het christendom de staatsgodsdienst was geworden van het Romeinse Rijk, betoonden de eerder aan vervolging blootgestelde aanhangers zich echter allerminst als een toonbeeld van tolerantie. Naar christelijke maatstaven was Julianus een afvallige, een gevaarlijke ketter die gelukkig vroeg gestorven was, en met die reputatie moest hij het doen.

Het uiterlijk van keizer Julianus kennen wij van verschillende afbeeldingen op munten. In Parijs worden twee beelden van hem bewaard, één in het Louvre en het andere in het Musée de Cluny. Op 23 september 2000 werd er in Tongeren (België) een bronzen beeld van hem geplaatst voor het administratief centrum Praetorium.

Historische romans[bewerken]

Het leven van Julianus Apostata heeft in de laatste eeuwen verschillende schrijvers tot inspiratie gediend:

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties

Voetnoten

Literatuur

  • (en) (en) Norwich, John Julius, Byzantium: The early Centuries, Guild Publishing, Londen, 1989
  • (nl) Baillien, Dany, Julianus, Een keizer in Tongeren, Kiwanis Atuatuca Tungrorum, Tongeren, 2000, 36
  • (nl) Teitler, Hans, Julianus de Afvallige. Nieuw licht op de christenvervolgingen, Athenaeum-Polak & Van Gennep, Amsterdam, 2009 ISBN 9789025364366.