Jakob Kaiser

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jakob Kaiser
Jakob Kaiser
Jakob Kaiser
Geboren 8 februari 1888
Geboorteplaats Hamburg
Overleden 7 mei 1961
Overlijdensplaats Berlijn
Land Duitsland, Bondsrepubliek Duitsland
Partij Zentrumspartei, Christlich Demokratische Union
Religie Rooms-katholiek
Titulatuur Dr. h.c.
Functies
1946-1947 Co-Voorzitter van de CDU (DDR)
(met Ernst Lemmer)
1949-1957 Minister van Duitse Vraagstukken
1950-1958 Vice-voorzitter van de CDU (BRD)
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Graf van Jakob Kaiser

Jakob Kaiser (Hammelburg, 8 februari 1888Berlijn, 7 mei 1961) was een Duits politicus, vakbondsman en verzetsstrijder tijdens het naziregime.

Vroege carrière[bewerken]

Jakob Kaiser was een boekbinder van beroep. Daarnaast was hij en actief lid van de katholieke Zentrums-partei en binnen het katholieke vakbondswezen. Tijdens de Weimarrepubliek gold hij als dé christelijke vakbondsleider. Van 1924 tot 1933 was hij lid van het Uitvoerend Comité van de Christelijke Vakbonds Unie. Van mei 1933 tot november 1933 was hij voor de Zentrum-partei lid van de Rijksdag.

Verzetsstrijder[bewerken]

Na Hitlers machtsovername werden de vakbonden – behalve de nationaalsocialistische (Arbeitsfront) – verboden. Hetzelfde lot trof ook de politieke partijen. Kaiser was een groot tegenstander van Hitler en het nationaalsocialisme. In 1934 sloot hij zich bij het georganiseerde verzet aan. In 1938 zat hij meerdere maanden gevangen vanwege zijn activiteiten. Na zijn vrijlating werkte hij nauw samen met de verzetsleider Carl Goerdeler (voormalig burgemeester van Leipzig). Hij was betrokken bij het juli-complot (mislukte moordaanslag van Claus von Stauffenberg op Adolf Hitler). Kaiser dook na het mislukken van de aanslag op Hitler onder in Potsdam. Zijn vrouw, dochter en andere familieleden werden gedeporteerd naar concentratiekamp Buchenwald (Sippenhaftung).

Medeoprichter Berlijnse CDU[bewerken]

Na de oorlog werd hij medeoprichter van de Berlijnse afdeling van de CDU (1945). Van 1945 tot 1946 was hij voorzitter van de CDU-Berlijn. In 1946 hielp hij mee de Vrije Duitse Vakbond (FDGB) op te richten en was lid van haar bondsbestuur en van het regio bestuur van de FDGB-Oost-Berlijn.

Kaiser behoorde tot de christen-socialisten binnen de CDU. Hij hoopte dat er een nieuwe orde, gebaseerd op de katholieke ethiek in Duitsland zou ontstaan. Hij geloofde dat de zware industrie gecontroleerd diende te worden door de overheid. Toch raakte hij al snel in conflict met de Sovjetautoriteiten in Oost-Duitsland, omdat hij een tegenstander was van de klassenstrijd en het marxisme.

Minister in het kabinet van Konrad Adenauer[bewerken]

Van 1946 tot december 1947 was hij samen met Ernst Lemmer covoorzitter van de Oost-Duitse CDU. Op 5 en 6 februari 1947 vond er, vooral op initiatief van Kaiser, te Ahlen een conferentie plaats waaraan alle CDU-afdelingen deelnamen. Op deze conferentie nam een partijprogramma aan, waarin ook enkele linkse programmapunten waren opgenomen, dit overigens tot ergernis van Konrad Adenauer. In december 1947 werden Kaiser en Lemmer door de Sovjetrussische bezettingsautoriteiten tot aftreden gedwongen. Kaiser en Lemmer vertrokken daarop naar West-Berlijn. Van 1946 tot 1949 was hij raadslid van Berlijn. Van 1948 tot 1958 was hij medewerker van de CDU-commissie Sociale Zaken.

In 1949 werd Kaiser in de Bondsdag van de Bondsrepubliek Duitsland (West-Duitsland) gekozen en tot 1957 was hij minister voor Duitse Vraagstukken in het kabinet van Konrad Adenauer. Van 1950 tot 1958 was hij vicebondsvoorzitter van de CDU.

Voorstander van een verenigd en neutraal Duitsland[bewerken]

Jakob Kaiser behoorde binnen de West-Duitse CDU tot de groep die naar een verenigd, neutraal en blokvrij Duitsland streefden dat goede betrekkingen zou onderhouden met het Oosten en het Westen.

Het Jakob-Kaiser-Haus maakt deel uit van de Bondsdag in Berlijn.

Zie ook[bewerken]