Socialdemokraterne

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Socialdemokraterne
Dnk party a.svg
Functiehouders
Partijleider Helle Thorning-Schmidt
Mandaten
Zetels
(Verkiezingen 2011)
Algemene gegevens
Opgericht 1871
Actief in Denemarken
Hoofdkantoor Danasvej 7
DK 1910 Frederiksberg C
Aantal leden 48 000
Richting centrumlinks
Ideologie sociaaldemocratie
democratisch socialisme
Kleuren rood
Jongerenorganisatie Danmarks Socialdemokratiske Ungdom
Internationale organisatie Socialist International
Europese fractie PES
Website socialdemokraterne.dk
Portaal  Portaalicoon   Politiek
Denemarken
Louis Pio, de eerste leider van Socialdemokraterne
Thorvald Stauning: de eerste premier (1924-1926; 1929-
1942) uit sociaaldemocratische rangen.
Jens Otto Krag, voormalig partijleider van de sociaal-
democraten (1962-1972) en premier van Denemarken (1962-1968; 1971-1972).
Huidig partijleider Helle Thorning-Schmidt werd premier na de parlementsverkiezingen van 2011.

De Socialdemokraterne (Nederlands: Sociaaldemocraten) zijn een Deense politieke partij op sociaaldemocratische grondslag. Bij de laatste verkiezingen in 2007 behaalde de partij 25,5% van de stemmen en 45 (op 179) in het parlement. De sociaaldemocraten moeten met dat resultaat enkel het liberale Venstre laten voorgaan als grootste partij. Sinds 2005 is Helle Thorning-Schmidt partijleider en fractievoorzitter voor de sociaaldemocraten. Bij de verkiezingen van 2011 verliezen de sociaaldemocraten licht (0,7% en 1 zetel). Dankzij de winst van twee andere partijen uit het rode blok, Det Radikale Venstre en de Enhedslisten, beschikt dat blok alsnog over een parlementaire meerderheid. Enkele dagen na de verkiezingen zijn onder leiding van Thorning-Schmidt regeringsonderhandelingen begonnen met de Radikale en de Sosialistisk Folkeparti.[1] Op 3 oktober 2011 is Thorning-Schmidt aangesteld als nieuwe eerste minister van Denemarken.

De Socialdemokraterne vormen een van de grootste partijen in Denemarken. In haar geschiedenis is de partij meestal goed voor meer dan 30% en lange tijd ook voor meer dan 40% van de stemmen. Slechts in de beginjaren, bij enkele minder goede verkiezingen (zoals in 1973) en bij de meest recente verkiezingen halen de sociaaldemocraten het 30%-niveau niet. De sociaaldemocraten zijn vaak de grootste partij van het land en in die hoedanigheid een belangrijke regeringspartij die gedurende veel periodes de premier van Denemarken levert.

Gesticht in 1871 heeft de sociaaldemocratische partij van Denemarken al verschillende namen gekend. In de eerste jaren (1871-1878) staat ze bekend als Den Internationale Arbejderforening for Denemark (Internationale Arbeidersvereniging Denemarken), daarna tot 1965 als Socialdemokratisk Forbund (Sociaaldemocratische Federatie). Tussen 1965 en 2002 heet de partij Socialdemokratiet (i Denmark) (Sociaaldemocratie in Denemarken), en sinds laatstgenoemd jaar spreekt men over de Socialdemokraterne.

Geschiedenis[bewerken]

De weg naar de macht (1871-1940)[bewerken]

De geschiedenis van de Sociaaldemocraten gaat terug tot het jaar 1871, wanneer Louis Pio, Harald Brix en Paul Geleff een Deense afdeling van de Internationale Arbeidersvereniging, de Eerste Internationale, opstarten. Denemarken heeft op dat moment te maken met een toenemende industrialisering, die het land enerzijds economisch vooruithelpt, maar anderzijds heel wat burgers in armoede achterlaat. Twee jaar na de oprichting van de partij, wordt de partij door het Deense Hooggerechtshof ontbonden. Aan de basis van die beslissing liggen de rellen en confrontatie met de politie bij de zogenaamde Slag van Fælleden (een park in Kopenhagen waar elk jaar de eerste mei wordt gevierd). Samen met de ontbinding van de partij verdwijnen Pio, Brix en Geleff achter de tralies.

Het einde van de partij betekent echter geenszins het einde van de arbeidersbeweging en in 1878 wordt een nieuwe sociaaldemocratische partij geboren. In 1884 worden de eerste sociaaldemocraten in het Lagerhuis van het Deense parlement, het Folketing, gekozen. Aanvankelijk moet de Deense sociaaldemocratische partij als een marxistisch geïnspireerde partij worden beschouwd. Vanaf het einde van de jaren 1880 schuift men evenwel op in de richting van het reformisme. Het socialisme zal er komen via hervormingen en democratie en niet via een revolutionaire actie. De sociaaldemocraten sluiten zich aan bij de Tweede Internationale.

Onder de voortschrijdende industrialisering van Denemarken, breidt de sociaaldemocratische partij haar aanhang snel uit. In 1913 kent de partij al 50 000 leden, vijf maal zoveel als in 1888. In datzelfde jaar wordt de partij ook de grootste in Denemarken met 29,3% van de stemmen. Ondanks hun sterkte wensen de sociaaldemocraten niet te regeren: ze hebben besloten enkel te regeren wanneer ze over een absolute meerderheid kunnen beschikken. Zo komt in de jaren 1910 een regering bestaande uit leden van Det Radikale Venstre (een linkse afsplitsing van Venstre) aan de macht, die gesteund wordt door de sociaaldemocraten. Pas in 1924 vormen de sociaaldemocraten voor het eerst een regering onder leiding van Thorvald Stauning. In de periode 1929-1941 maakt de toenmalige Socialdemokratisk Forbund voor twaalf jaar de regering uit samen met de links-liberalen van Det Radikale Venstre. In 1935 verwerven de sociaaldemocraten hun grootste aanhang ooit (46,1%) met de slogan “Stauning eller kaos” (“Stauning of chaos”).

Drijfveer achter de welvaartsstaat (1940-1982)[bewerken]

Na de Tweede Wereldoorlog handhaven de Deense sociaaldemocraten hun regeringsverantwoordelijkheid tot 1982, enkele kortere, zogenaamde ‘burgerlijke’, regeringen zonder de sociaaldemocraten niet te na gesproken (bijvoorbeeld de regering van Hilmar Baunsgaard (Rad.) eind de jaren 1960, begin de jaren 1970). In deze periode wordt werk gemaakt van de opbouw van de Deense welvaartsstaat. De invloed van de sociaaldemocraten op het sociale en arbeidsmarktbeleid, onderwijs en gezondheidszorg is erg groot.

In de periode van 1945 tot 1971 haalt de partij gemiddeld 39% van de stemmen. In 1973 bereiken de sociaaldemocraten met 26% een historisch dieptepunt. In de daaropvolgende decennia, tussen 1973 en 1998, haalt de partij gemiddeld 33% van de stemmen, met een maximum van 37% in 1990.

In sommige periodes regeren de sociaaldemocraten alleen, in andere regeringen wordt samengewerkt met Det Radikale Venstre, de Dansk Retsforbund (een georgistische partij) of (meer zelden) met het liberale Venstre. Hans Hedtoft (1947-1950 en 1953-1955), Hans Christian Hansen (1955-1960), Viggo Kampmann (1960-1962), Jens Otto Krag (1962-1968 en 1971-1972) en Anker Jørgensen (1972-1973 en 1975-1983) zijn tussen 1945 en 1982 premier voor de sociaaldemocraten.

Een periode van crisis na 1982[bewerken]

De oppositiekuur voor de sociaaldemocraten, die aanvangt met de vorming van de centrumrechtse regering van Poul Schlüter in 1982, vormt een breuk in de partijgeschiedenis. Gedurende meer dan tien jaar (1982-1993) worden de sociaaldemocraten buiten de regering gehouden. Daarbovenop komt nog interne strijd om het partijleiderschap. In 1987 wordt Svend Auken tot voorman gekozen, maar vijf jaar later neemt Poul Nyrup Rasmussen zijn positie in. Een splitsing tussen twee vleugels, Auken en Nyrup, voltrekt zich. Kern van het debat tussen traditie en vernieuwing is de economische positie die de sociaaldemocraten moeten innemen.

Ondanks de interne onenigheid slaagt Socialdemokratiet er in 1993 in opnieuw aan de macht te komen. Poul Nyrup Rasmussen moet voor zijn regering steun zoeken bij de Kristeligt Folkeparti (1993-1994), de Centrum-Demokraterne (1993-1996) en Det Radikale Venstre (1993-2001). De regeringsdeelname stelt evenwel geen einde aan de discussies binnen de partij. In 2001 lijden de sociaaldemocraten een belangrijke nederlaag: S gaat van 35,9 naar 29,1% van de stemmen en verliest elf parlementszetels. Voor het standpunt van de sociaaldemocraten over immigratie speelt hierin mee; veel kiezers wenden zich tot de populistische Dansk Folkeparti (DF). Ten gevolge van de sociaaldemocratische nederlaag vormen het liberale Venstre en de Konservative een regering onder Venstre-voorman Anders Fogh Rasmussen. Die regering moet rekenen op de gedoogsteun van de DF.

De nederlaag voert de sociaaldemocraten, net als tijdens de oppositiejaren 1980, naar een diepe crisis. Poul Nyrup Rasmussen zet in 2002 een stap terug en wordt opgevolgd door Mogens Lykketoft. Die laatste slaagt er niet in om een nieuwe nederlaag in 2005 te verijdelen. Daarop volgt voor het eerst een rechtstreekse verkiezingen van de partijleider. De campagne gaat tussen Helle Thorning-Schmidt, die tot de Nyrupvleugel wordt gerekend, en Frank Jensen van de Auken-vleugel. Met de verkiezing van Thorning-Schmidt, de eerste vrouwelijke leider in de partijgeschiedenis, zwakt de interne strijd wat af. Ook Schmidt slaagt er niet in het tij te keren: in 2007 verliezen de sociaaldemocraten de derde stembusgang op rij. Niettemin blijft Helle Thorning-Schmidt de onbetwiste partijleidster.

Organisatie[bewerken]

Aanvankelijk is de band tussen de arbeidersbeweging en de partij vrij nauw. Hoewel het al in 1878 tot een splitsing tussen partij een beweging is gekomen, blijft de invloed van de vakbeweging in de partijorganen groot en verzekerd. De sociaaldemocraten bouwen gedurende hun geschiedenis een reeks nevenorganisaties uit, waardoor de partij meespeelt in heel wat aspecten van het dagelijkse leven. Sinds 1960 is de klassensamenleving echter steeds meer achterhaald. In 1996 wordt een einde gesteld aan de formele band tussen de sociaaldemocratische partij en de organisaties, met als belangrijkste de vakbeweging Landsorganisationen i Danmark (LO).

De sociaaldemocraten groeien na hun stichting in 1871 stilaan uit tot een massapartij, wat ook blijkt uit de ledenaantallen: 10 000 in de jaren 1870, 50 000 in 1913 en een ongezien maximum van 300 000 leden bij het aanbreken van de jaren 1970. In de voorbije decennia heeft het lidmaatschap van de partij een sterke terugval gekend. Vandaag telt de partij 48 000 leden.

Naast de overkoepelende nationale partijorganen kunnen de Socialdemokraterne terugvallen op heel zo’n 300 lokale, 98 gemeentelijke en 5 regionale afdelingen.

Partijleiders[bewerken]

Externe link[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
leden (32): Vlag van BelgiëVlag van VlaanderenSocialistische Partij Anders (sp.a) · Vlag van BelgiëVlag van WalloniëParti Socialiste (PS) · Vlag van BulgarijeBǎlgarska Socialističeska Partija (BSP) · Vlag van CyprusΚίνημα Σοσιαλδημοκρατών (EDEK) · Vlag van DenemarkenSocialdemokraterne (SD) · Vlag van EstlandSotsiaaldemokraatlik Erakond (SDE) · Vlag van FinlandSuomen Sosialidemokraattisen Puolue (SDP) · Vlag van FrankrijkParti Socialiste (PS) · Vlag van DuitslandSozialdemokratische Partei Deutschlands (SPD) · Vlag van GriekenlandPanellinio Sokialistiko Kinima (PASOK) · Vlag van HongarijeMagyar Szocialista Párt (MSZDP) · Vlag van IerlandLabour Party (PLO) · Vlag van ItaliëPartito Socialista Italiano (PSI) · Vlag van LetlandLatvijas Sociāldemokrātiskā Strādnieku Partija (LSDSP) · Vlag van LitouwenLietuvos Socialdemokratu Partija (LSDP) · Vlag van LuxemburgLetzeburger Socialistesch Arbechterpartei (LSAP) · Vlag van MaltaPartit Laburista (PL) · Vlag van NederlandPartij van de Arbeid (PvdA) · Vlag van NoorwegenDet Norske Arbeiderpartiet · Vlag van OostenrijkSozialdemokratische Partei Österreichs (SPÖ) · Vlag van PolenSojusz Lewicy Demokratycznej-Unia Pracy (SLD-UP) · Vlag van PortugalPartido Socialista · Vlag van RoemeniëPartidul Social Democrat (PSD) · Vlag van SloveniëSocialni Demokrati (SD) · Vlag van SlowakijeStrana SMER - Sociálna Demokracia (Smer) · Vlag van SpanjePartido Socialista Obrero Español (PSOE) · Vlag van TsjechiëČeská Strana Sociálně Demokratická (ČSSD) · Vlag van ZwedenSveriges socialdemokratiska arbetareparti · Vlag van Verenigd KoninkrijkLabour Party (LP) · Vlag van Verenigd KoninkrijkVlag van Noord-IerlandPáirtí Sóisialta Daonlathach an Lucht Oibre (SDLP) · Vlag van Verenigd KoninkrijkVlag van SchotlandPàrtaidh Làbarach na h-Alba (PLA) · Vlag van Verenigd KoninkrijkVlag van WalesLlafur Cymru (LC)
Partijvoorzitters: Wilhelm Dröscher · Robert Pontillon · Joop den Uyl · Vítor Constâncio · Guy Spitaels · Willy Claes · Rudolf Scharping · Robin Cook · Poul Nyrup Rasmussen
Fractievoorzitters EP: Guy Mollet · Hendrik Fayat · Pierre Lapie · Willi Birkelbach · Käte Strobel · Francis Vals · Georges Spénale · Ludwig Spénale · Ernest Glinne · Rudi Arndt · Jean-Pierre Cot · Pauline Green · Enrique Baron Crespo · Martin Schulz
Fracties EP: Fractie van de Socialisten (S) ('53-'58) · Socialistische Fractie (SOC) ('58-'93) · PES ('93-'09) · Socialisten en Democraten (S&D) ('09)
Voorloper: Confederatie van Socialistische Partijen van de Europese Gemeenschap (CSPEG)
Commissarissen Barroso II: Catherine Ashton · Joaquín Almunia · Maroš Šefčovič · María Damanáki · Štefan Füle · László Andor
Leden Europese Raad: Werner Faymann · Elio Di Rupo · Helle Thorning-Schmidt · François Hollande · Robert Fico