Jean Jaurès

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Nuvola single chevron right.svg Voor zaken met afgeleide namen, zie Jean Jaurès (doorverwijspagina)
Jean Jaurès

Jean Léon Jaurès (Castres, 3 september 1859 - Parijs, 31 juli 1914) was de leider van de Franse socialisten.

Hij had filosofie gestudeerd, waarin hij later ook les gaf. In 1885 werd hij verkozen tot parlementslid, maar dit was geen succes. Hij vertrok naar Toulouse, waar hij ervoor zorgde dat er een medische faculteit aan de universiteit tot stand kwam. Hij promoveerde naar de toenmalige traditie op twee proefschriften, een Latijnse these De primis socialismi germanici lineamentis apud Lutherum, Kant, Fichte et Hegel (1891), en De la réalité du monde sensible.

In 1902 steunde hij de mijnwerkers die aan het staken waren in Carmaux, omdat een socialistische mijnwerker geschorst werd. Het jaar erna wilde hij opnieuw gekozen worden als afgevaardigde in het Franse parlement voor het district Albi, maar dat mislukte.

Hoewel hij niet herkozen was, viel hij op door duidelijke speeches. Hij sloot zich aan bij de Petite République en hij was een van de felste verdedigers van Alfred Dreyfus. Toen in 1902 de Parti socialiste français opgericht werd, behoorde hij tot een van de stichters.

Hij keurde het toetreden van Alexandre Millerand, socialist, tot de regering Waldeck-Rousseau goed, maar dit leidde tot een scheuring met de meer radicale Jules Guesde. In 1902 was hij terug als afgevaardigde in het Franse parlement voor het district Albi, en tijdens de regering Combes zorgde zijn invloed ervoor dat de samenwerking van de extreem-socialistische coalitie bekend als het blok bleef bestaan. In 1904 richtte hij de socialistische krant L'Humanité op.

De socialisten hielden een congres in Rouen in maart 1905 dat in een nieuw manifest concludeerde dat de nieuwe partij geleid werd door Geusde en Jaurès. Ook kwam eruit dat men de samenwerking met de radicalen en de extreem-socialisten beëindigde. De nieuwe partij werd bekend als de gezamenlijke socialisten en ze dachten dat ze daarmee hun voordeel zouden halen. In 1906 werd hij herkozen voor het district Tarn.

Zijn kwaliteit als politicus was nu wel algemeen erkend, maar de kracht van de socialistische partij had nog af te rekenen het liberalisme van Georges Clemenceau, die zijn landgenoten wist te bereiken met een duidelijke speech in de lente van 1906 om een radicaal programma op te zetten dat geen socialistische utopie in het vooruitzicht had. Clemenceaus imago van een sterke en praktische radicale leider ondermijnde het effect van de socialistische propaganda. Jaurès, in opvolging van zijn journalistieke activiteit, publiceerde Les preuves; affaire Dreyfus (1900); Action socialiste (1899); Etudes socialistes (1902), en met andere mede-auteurs, Histoire socialiste (1901). Hij was in 1904 ook een van de oprichters van het dagblad L'Humanité.

Jaurès stelde aan het Internationaal Socialistisch Congres in Stuttgart in 1907 voor om hun informatie in het Brussel Kantoor in het Esperanto te gebruiken.

Als pacifist wilde hij de Eerste Wereldoorlog via diplomatie voorkomen onder meer door een Frans-Duits bondgenootschap. Hij werd vermoord in een Parijs café door Raoul Villain, een jonge Franse nationalist die juist oorlog met Duitsland wilde, op 31 juli 1914, een dag voor de mobilisaties waarmee de oorlog begon. Villain zat vijf jaar in voorarrest en de ironie wil dat hij na de oorlog werd vrijgesproken omdat "hij de natie een grote dienst had bewezen". "Zonder zijn moordaanslag had Frankrijk nooit de oorlog kunnen winnen", stond in het vonnis.[bron?]

Voor zijn ijver voor gratis onderwijs voor iedereen is Jaurès later vaak gememoreerd. Tientallen lycea en colleges dragen zijn naam. Ook een Parijs metrostation is naar hem vernoemd. Jacques Brel heeft met het lied Jaurès van hem haast een mythisch figuur gemaakt.

Auteur Joseph Roth laat in zijn boek Biecht van een moordenaar het verhaal tot een apotheose komen in Parijs op diezelfde memorabele dag waarop Jaurès werd vermoord. Zijn dood en het begin van de Eerste Wereldoorlog maken het de moordenaar uit het boek mogelijk zonder vervolging met zijn daden weg te komen.

Externe link[bewerken]

Personen die zijn begraven in het Panthéon

1791: Honoré Gabriel de Riqueti, graaf van Mirabeau · Voltaire · 1793: Louis-Michel Lepeletier de Saint-Fargeau · Auguste Marie Henri Picot de Dampierre · 1806: François Denis Tronchet · Claude-Louis Petiet · 1807: Jean-Baptiste-Pierre Bevière · Louis-Joseph-Charles-Amable d'Albert de Luynes · Jean-Étienne-Marie Portalis · Louis-Pierre-Pantaléon Resnier · 1808: Antoine-César de Choiseul-Praslin · Jean-Frédéric Perregaux · Jean-Pierre Firmin Malher · Pierre Jean Georges Cabanis · François Barthélemy Beguinot · 1809: Girolamo Luigi Durazzo · Jean-Baptiste Papin · Joseph-Marie Vien · Pierre Garnier de Laboissière · Justin Bonaventure Morard de Galles · Jean-Pierre Sers · Emmanuel Crétet · 1810: Louis Charles Vincent Le Blond de Saint-Hilaire · Jean Lannes · Giovanni Battista Caprara · Charles Pierre Claret de Fleurieu · Jean-Baptiste Treilhard · 1811: Nicolas Marie Songis des Courbons · Charles Erskine de Kellie · Alexandre-Antoine Hureau de Sénarmont · Michel Ordener · Louis Antoine de Bougainville · Ippolito Antonio Vincenti-Mareri · 1812: Jan Willem de Winter · Jean Marie Pierre Dorsenne · Auguste Jean-Gabriel de Caulaincourt · 1813: Joseph-Louis Lagrange · Jean-Ignace Jacqueminot · Hyacinthe-Hughes Timoléon de Cossé-Brissac · Justin de Viry · Jean Rousseau · Frédéric Henri Walther · 1814: Jean-Nicolas Démeunier · Jean Louis Ébenezel Reynier · Claude Ambroise Régnier · 1815: Claude Juste Alexandre Legrand · Antoine-Jean-Marie Thévenard · 1829: Jacques-Germain Soufflot · 1885: Victor Hugo · 1889: Théophile Malo Corret de La Tour d'Auvergne · Lazare Carnot · Jean-Baptiste Baudin · François Séverin Marceau · 1894: Marie François Sadi Carnot · 1907: Marcellin Berthelot · 1908: Émile Zola · 1920: Léon Gambetta · 1924: Jean Jaurès · 1933: Paul Painlevé · 1948: Paul Langevin · Jean Perrin · 1949: Félix Éboué · Victor Schoelcher · 1952: Louis Braille · 1964: Jean Moulin · 1987: René Cassin · 1988: Jean Monnet · 1989: Henri Grégoire · Gaspard Monge · Nicolas de Condorcet · 1995: Marie Curie · Pierre Curie · 1996: André Malraux · 2002: Alexandre Dumas père · 2011: Aimé Césaire

Bronnen, noten en/of referenties