Joseph Roth

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Joseph Roth 1918

Moses Joseph Roth (Brody, 2 september 1894 - Parijs, 27 mei 1939) was een Joods-Oostenrijks-Hongaars schrijver en journalist.

Biografie[bewerken]

Roth werd geboren in een Joodse familie en groeide op in Brody (Oekraïne), een klein stadje in het oblast Lviv, Galicië. Dit stadje bevond zich in de oostelijke uithoeken van het toenmalig Oostenrijk-Hongaarse Keizerrijk, nu Oekraïne. De Joodse cultuur heeft een belangrijke rol gespeeld in het leven van de stad. Roth groeide op bij zijn moeder en haar familieleden. Zijn vader heeft hij nooit gekend.[1]

Na de middelbare school verhuisde Joseph Roth naar Lviv, waar hij in 1913 zijn universitaire studies begon. Een jaar later vertrok hij naar de Universiteit van Wenen om er filosofie en Duitse literatuur te studeren. In 1916 zette hij een punt achter zijn studies en ging hij vrijwillig dienen in het Oostenrijks-Hongaarse leger om er in de Eerste Wereldoorlog te vechten aan het oostfront. Na de oorlog blijkt zijn werk sterk beïnvloed door het verlangen naar zijn geboorteland.

In 1918 keerde Roth terug naar Wenen en schreef er voor linkse kranten. Hij schreef vele romans en korte verhalen. Hij werd vooral bekend door zijn boeken Job (1930) en Radetzkymars (1932).

Roth werkte vanaf 1920 als journalist in Berlijn voor de Neue Berliner Zeitung. Vanaf 1921 werkte hij voor de Berliner Börsen-Courier en een aantal jaar later voor de gezaghebbende Frankfurter Zeitung. In 1933 ontvluchtte hij Duitsland, waar zijn boeken verboden werden. Van 1936 tot 1938 had Roth een romantische relatie met Irmgard Keun. Ze werkten samen, reisden naar verschillende steden als Parijs, Wilna, Lemberg, Warschau, Wenen, Salzburg, Brussel en Amsterdam. Zijn werk werd in Nederland uitgegeven door de Amsterdamse uitgevers Querido en Allert de Lange.

Huwelijk en familie[bewerken]

Joseph Roth (rechts) met Friedl (midden) en een onbekend persoon te paard

Roth trouwde met Friederike (Friedl) Reichler in 1922. Roth's privéleven werd vanaf 1928 overschaduwd door de schizofrenie van zijn vrouw. Hij diende haar te plaatsen in een sanatorium. Later werd ze vermoord door de Nazi's. In deze jaren schreef hij echter zijn meeste romans. Roth kwam in een diepe emotionele en financiële crisis terecht. Hij stierf arm, in 1939, in Parijs, aan de gevolgen van alcoholisme. Zijn graf is te vinden op de begraafplaats van Thiais.

Het graf van Joseph Roth op de begraafplaats van Thiais

Werk[bewerken]

In Job: roman over een eenvoudige man (1930) wordt het verhaal verteld van de vrome jood Mendel Singer, woonachtig in een dorpje in tsaristisch Rusland. Omdat zijn dochter Mirjam relaties aanknoopt met kozakken uit de nabijgelegen kazerne, emigreert het gezin in navolging van hun zoon Shemarjah naar Amerika. Met een schuldgevoel wordt de gehandicapte jongste zoon Menuchim achtergelaten in een pleeggezin. De oudste zoon is inmiddels soldaat bij de krijgsmacht en blijft in Rusland. Tijdens zijn verblijf in Amerika komen de beide zoons door oorlogsgeweld om het leven en wordt zijn dochter krankzinnig. Zijn vrouw overlijdt. Het gemis van zijn zoon Menuchim knaagt aan hem. Door het onheil dat hem - een zo vroom man - overkomt, verliest hij alle vertrouwen in God. Zijn zakje met gebedsriemen blijft verstoft hangen aan een spijker in de muur. Het boek krijgt een ontroerend moment als blijkt dat er voor Mendel Singer toch nog geluk bestaat.

Eén van Roths bekendste romans is Radetzkymars (1932). Het is een klassiek verhaal over de ondergang van deze wereld met de opkomst en neergang van 3 generaties van het geslacht Von Trotta, beginnend in 1859 met de grootvader, de "held van Solferino". Die in dat jaar, min of meer toevallig, het leven redt van de nog jonge keizer Frans Jozef. Het eindigt met de dood van de keizer in 1916. In de loop van het boek wordt de dreiging van de naderende wereldoorlog voelbaar. Het is deze oorlog die een einde maakt aan de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie en de adellijke tak van het geslacht (Von) Trotta.

Voor de roman Beichte eines Mörders (1936) zou Maurits Dekkers roman Waarom ik niet krankzinnig ben (1929) als voorbeeld hebben gediend.[2] Tijdens zijn verblijf in Amsterdam, tussen maart en november 1936, werd hij bevriend met Dekker.

De roman De Kapucijner Crypte (1938) vertelt het verhaal van een andere Trotta. Als student in Wenen, afkomstig uit een goed milieu, raakt hij gefascineerd door zijn neef, de vrijbuiter Joseph Branco en diens vriend, de joodse koetsier Manes Reisiger. Branco reist een groot deel van het jaar als handelaar en kastanjepoffer door Oostenrijk-Hongarije. Reisiger woont in het stadje Zlotogrod in Oost-Galicië. Trotta besluit, bij het uitbreken van de wereldoorlog, zich over te laten plaatsen naar het regiment in Galicië waarin ook Joseph en Manes dienst doen. De oorlog dringt zich op als een onafwendbaar noodlot. Aan het eind van de oorlog valt de Oostenrijks-Hongaarse Dubbelmonarchie uiteen waarna de overlevenden vergeefs proberen om het gewone leven weer op te pikken. Tijdens deze pogingen dient zich het nieuwe onheil aan, dat van het opkomend nationaalsocialisme.

Standpunten[bewerken]

Roths sociale bewogenheid en zijn medelijden met de minderbedeelden maakten hem in het begin ontvankelijk voor links politieke standpunten. Na een reis, in de jaren 20 naar de Sovjet-Unie, stapte hij hier grotendeels van af in het voordeel van het conservatisme. Hierdoor verloor hij veel van zijn linkse vrienden en begon hij vanuit een supranationaal conservatief en royalistisch standpunt de nazi's en het etnisch nationalisme te bestrijden.

Typisch voor Roths werk is de steeds terugkerende nostalgie naar de verloren Donaumonarchie en het oude Oostenrijk, waarin de Habsburgers een centrale, bindende rol hebben gespeeld. Hij had een afkeer voor het nationalisme dat Europa in zijn greep had en onderkende al vroeg de gevaren van het fascisme en van de opkomende nazibeweging. Zo beschrijft hij in zijn boek Het spinnenweb (1923) een conservatieve Duitse luitenant die zich, teruggekomen van de Eerste Wereldoorlog, verbitterd aansluit bij een geheime organisatie en hierdoor onder invloed van Adolf Hitler komt. Extra interessant wordt dit korte boek als men bedenkt dat het vlak voor Hitlers putsch in München als een vervolgverhaal in een krant is verschenen. Het is een fictief verhaal dat enkele weken later in München uit lijkt te komen.

Het katholicisme speelde ook een bijzondere rol in het leven van de Jood Roth en was eveneens een bindende factor in het oude Oostenrijk-Hongarije. De meningen over de vraag of hij het rooms-katholieke geloof aan het eind van zijn leven heeft aangenomen, blijven verdeeld.

Lijst van werken[bewerken]

Eerste druk Radetzkymarsch, 1932
  • Der Vorzugsschüler, 1916
  • Das Spinnennetz, 1923 (Nederlands: Het spinnenweb, 2001)
  • Hotel Savoy, 1924 (Nederlands: Hotel Savoy, 1994, 2003)
  • Die Rebellion, 1924 (Nederlands: Rebellie, 2006)
  • Der blinde Spiegel, 1925
  • Die Flucht ohne Ende. Ein Bericht., 1927
  • Juden auf Wanderschaft, 1927
  • Zipper und sein Vater, 1928 (Nederlands: Zipper en zijn vader, 2009)
  • Rechts und links, 1929 (Nederlands: Rechts en links, 2009)
  • Der stumme Prophet, 1929
  • Hiob. Roman eines einfachen Mannes, 1930 (Nederlands: Job: roman van een simpel man, 1931 [Utrecht, W. de Haan], 1935 [Utrecht, Erica-reeks]; Job: roman over een eenvoudige man, 1980; Job: roman over een eenvoudige man, 2007)
  • Radetzkymarsch, 1932 (Nederlands: Radetzky Mars, 1946; Radetzkymars, 1981, herz. 2009)
  • Stationschef Fallmerayer, 1933
  • Tarabas, ein Gast auf dieser Erde, 1934 (Nederlands: Tarabas: een gast op deze aarde, 1940)
  • Der Antichrist, 1934 (Nederlands: De antichrist, 1935)
  • Triumph der Schönheit, 1934
  • Die Büste des Kaisers, 1934
  • Die hundert Tage, 1936 (Nederlands: De honderd dagen, 2011)
  • Beichte eines Mörders, erzählt in einer Nacht, 1936 (Nederlands: Biecht van een moordenaar in een nacht verteld, 1937)
  • Das falsche Gewicht. Die Geschichte eines Eichmeisters, 1937 (Nederlands: Het valse gewicht: de geschiedenis van een ijkmeester, 2004)
  • Die Kapuzinergruft, 1938 (Nederlands: De Kapucijner Crypte, 2001)
  • Die Legende vom heiligen Trinker, 1939 (Nederlands: De legende van de heilige drinker, 1980)
  • Die Geschichte von der 1002. Nacht, 1939 (Nederlands: De geschiedenis van de 1002e nacht, 1965; Het sprookje van de 1002e nacht, 2001)
  • Der Leviathan, 1940

Bronnen en externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  • MAK, Geert (2004) In Europa.
  • Plaats van uitgave: uitgeverij atlas. Roth Joseph pp. 115-117, 125, 129, 133, 155, 175, 245, 385-389, 409, 413, 417-419, 447, 809, 1271.
  • SNICK, Els, Waar het me slecht gaat is mijn vaderland. Joseph Roth in Nederland en België, Amsterdam, Bas Lubberhuizen, 2013.

  1. Zie: Niels Bokhove, "Nieuwe glimp van Nachum Roth. Een ooggetuige herinnert zich de vader van Joseph Roth", De Parelduiker 14 (2009) nr. 4, p. 37-44.
  2. Els Snick, 'Joseph Roth revisited. Amsterdamse sporen in de misdaadroman Biecht van een moordenaar ', in De Parelduiker jg. 16 nr. 1, 2011.