Unie van Atrecht

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De Unie van Atrecht (in geel)

De Unie van Atrecht is een op 6 januari 1579 in Atrecht (Arras) gesloten overeenkomst tussen Artesië, het Kamerijkse, het Graafschap Henegouwen en Romaans Vlaanderen (aan de opmerkelijke uitzondering van Doornik[1]) als reactie op de opstand in de Nederlanden. De Unie van Atrecht werd op 17 mei 1579 gevolgd door het Traktaat van Atrecht, waarin deze gebieden zich verzoenden met Filips II van Spanje en hertog van Parma Alexander Farnese. Hiermee werd de scheiding tussen de Noordelijke en de Zuidelijke Nederlanden ingezet.

Inhoud

[bewerken] Verdrag

De gewesten kwamen het volgende overeen:

  • Er was geen ruimte meer voor buitenlandse troepen;
  • De Raad van State zou georganiseerd zijn als onder keizer Karel V;
  • Twee derde van de leden van de Raad van State zouden met instemming van de Staten benoemd moeten zijn;
  • Alle privileges van voor de opstand zouden worden hersteld;
  • De katholieke godsdienst was de enige godsdienst. Elke andere godsdienst zou verboden worden.

Vooral het laatste punt maakte het voor de noordelijke gewesten, met een sterkere protestantse invloed, onmogelijk om toe te treden. Als reactie op de Unie van Atrecht vormden zij enkele weken later de Unie van Utrecht.

Voordat in deze provinciën het Spaanse gezag volledig kon worden hersteld, moest overigens eerst nog het verzet worden gebroken van twee calvinistische bolwerken : Valencijn en Doornik. Bovendien hees in Atrecht een groep geuzen de prinsenvlag uit protest tegen de unie.
De Spaanse landvoogd, Alexander Farnese, wilde er zeker van zijn dat de gewesten wel Spaansgezind genoeg waren, en begon daarom zijn project van reconciliatie. Deze 'controleperiode' rondde hij af op 4 oktober 1579, waarbij hij de afgescheiden gewesten weer onder Spaans bestuur bracht.

[bewerken] Relatie met Wallonië

Van oudsher worden de 'Walen' met de vinger gewezen voor de scheuring van de Nederlanden. Zo liet de historicus van de Staten Gilbert Roy zich al direct na de totstandkoming van de Unies in 1579 laatdunkend uit over de "Walons Espaignolisez, qui se sont vestus de la brutale tyrannie, pestulance et arrogance Espaignole...", Emanuel Van Meteren schreef in 1608 de scheuring van de Nederlanden toe aan "...onbehoorlijke handelinghe der Walen". Na het Twaalfjarig Bestand beaamde Adriaen Valerius deze stelling. Pieter Corneliszoon Hooft voegde er in 1635 aan toe, dat er daarom niet veel te verwachten viel van een vereniging met de Waalse gebieden. Charles de Coster schreef in De Legende van Uilenspiegel (1896, pp. 636–637): "Belgieland wierd verwoest door de Walen die ontevreden waren over de Pacificatie van Gent dewelke, naar men zeide, allen haat moest uitdooven. En de Waalsche Paternosterknechten, met groote zwarte rozenkransen om den hals, van dewelke tweeduizend te Spienne, in Henegouwen, wierden gevonden, stalen onder hun tweeduizend, twaalfhonderd ossen en peerden, kozen het beste uit velden en sompen, ontvoerden vrouwen en meidekens, aten steeds zonder betalen, en verbrandden in de schuren de gewapende boeren, die zich niet gedwee de vrucht van hunne noeste vlijt lieten ontrooven."

Het klopt dat Hertogdom Luxemburg, Limburg aan de Vesder (gelegen in het huidige Luik) en Namen zich direct na de Pacificatie van Gent (8 november 1576) reeds van de Nederlandse Opstand distancieerden. Luxemburg had zich niet eens aangesloten bij de Pacificatie van Gent. Men was er ontstemd over de gevangenneming van Peter Ernst I graaf von Mansveld-Vorderort. Don Juan, de nieuwe landvoogd na het overlijden van Requesens, begaf zich in 1576 dan ook rechtstreeks van Parijs naar Luxemburg. Luxemburg was dan ook geen lid van de op 7 januari 1577 gesloten Unie van Brussel. Volgens het Eeuwig Edict van 12 februari 1577 moesten de Spaanse troepen bijgevolg alle Nederlanden verlaten, uitgenomen Luxemburg. Don Juan kon van daaruit op 24 juli vervolgens verrassend gemakkelijk de vermaarde citadel van Namen veroveren. Waarmee hij het Eeuwig Edict opzegde. Ze stond onder toezicht van Charles de Berlaymont, destijds een van de steunpilaren van de Hertog van Alva. Hij had de Unie van Brussel mede ondertekend, maar zegde het onmiddellijk weer op. Het was overigens zijn zoon Claude de Barlaymont die Namen innam.

De vertegenwoordigers van Rijsels-Vlaanderen, Artesië, Henegouwen en Valencijn in de Staten-Generaal gingen zich daarop, na 1577, al profileren als een aparte, 'Waalse' en katholieke, anti-protestantse groep. Vooraleer zich, met de Unie van Atrecht, los te maken van de Unie van Brussel en zich, met het Traktaat van Atrecht, aan de kant van koning Filips II te scharen. Daarmee kwamen alle 'Waalse' gebieden in het kamp van de Spanjaarden terecht. Met uitzondering van het industriële en traditioneel op Vlaanderen gerichte Doornik en Ommelanden. Vele Walen zouden vervolgens als huurlingen strijden in het leger van de hertog van Parma. Verder zorgde de Henegouwer George van Lalaing, graaf van Rennenberg, stadhouder van Friesland, Groningen, Drenthe en Overijssel, er mede voor dat, direct na het sluiten van de Unies, ook Groningen en Ommelanden, Drenthe en Oost-Overijssel in Spaanse handen kwamen (het zogenaamde "verraad" van Rennenberg). Maar de noordoostelijke periferie van de Nederlanden was sowieso maar met moeite meegesleurd in de Unie van Utrecht.

Verder ligt natuurlijk enkel Henegouwen nog in het huidige België. De andere leden van de Unie van Atrecht (Artesië, Rijsels-Vlaanderen en Frans-Henegouwen) liggen tegenwoordig in Frankrijk. Het prinsbisdom Luik, voorloper van de huidige provincie Luik, maakte niet eens deel uit van de Zeventien Provinciën (maar mocht dit wel het geval geweest zijn, dan zou het allicht eveneens de kant van de Spaanse koning gekozen hebben, het kon het protestantisme in de zestiende eeuw immers vrij makkelijk onder controle houden).

Bovendien hadden de 'Waalse' gebieden goede redenen om zich te distantiëren van de Opstand of zelfs 'over te lopen' naar de Spanjaarden (zie in dit verband hoofdstuk III van het tweede boek van het vierde deel van Pirennes Geschiedenis van België 'Verzoening der Waalsche provinciën met Spanje'). Voor hen was godsdienstvrijheid minder belangrijk. Het protestantisme was er immers, zeker na de 'schoonmaak' door de Hertog van Alva (1567-1573), minder virulent, mede doordat hun economieën veel minder gebaseerd waren op de handel en de industrie. De Beeldenstorm hield bijvoorbeeld enkel thuis in de streek van Doornik en Henegouwen. De katholieke adel en geestelijkheid had er dan ook veel meer macht en invloed. Bovendien waren de Vlaamse calvinisten vaak allesbehalve verdraagzaam tegenover katholieken. Vlaanderen en Brabant verhinderden trouwens de vrije handel van goederen naar Artesië en Henegouwen. Verder werden de leden van de Unie van Utrecht allicht ook beïnvloed door de gebeurtenissen in Frankrijk, waar de protestanten het in het noorden zwaar te verduren kregen na de beruchte Bartholomeusnacht in 1572. Ook toen waren de Waalse gewesten immers, zoals kardinaal Bentivoglio (1577-1644) het omschreef, al "naar Frankrijk gericht".

[bewerken] Bronnen, noten en/of referenties

Bronnen, noten en/of referenties:

  1. Père Alexis POSSOZ, Mgr Jean Vendeville, évêque de Tournai, 1587-1592, Lille, L. Lefort Imprimeur-Librairie, 1862.[1]

[bewerken] Externe link

 
Persoonlijke instellingen
Boek maken