Cliticum

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken

Een cliticum (mv: clitica) is een woordje dat nooit klemtoon krijgt, zelfstandig voorkomt en wordt uitgesproken alsof het een affix was, dus alsof het deel zou uitmaken van het woord dat er onmiddellijk voor of achter komt. Daardoor kan het in fonologisch opzicht als deel van een groter geheel (meestal een zinsdeel) worden beschouwd. Het woord is afgeleid van het Griekse κλιτικόν (klitikón), 'het leunende' ofwel leunwoord.

Clitica die versmelten met het eropvolgende woord worden proclitisch genoemd. Clitica die versmelten met het eraan voorafgaande woord worden enclitisch genoemd.

Clitica spelen met name een zeer grote rol in analytische talen. In synthetische talen zoals het Latijn kunnen ze gemakkelijker worden weggelaten, aangezien bijvoorbeeld de vorm van het werkwoord alleen al genoeg informatie geeft.

Voorbeelden[bewerken]

  • het Nederlandse ie heeft dezelfde betekenis als hij, maar komt uitsluitend voor direct na een werkwoord of voegwoord en krijgt daarbij nooit klemtoon. Wil men het wel beklemtonen, dan moet het worden vervangen door hij.
  • het Friese st(e) heeft dezelfde betekenis als do (jij), maar komt uitsluitend voor direct na een werkwoord of voegwoord, en krijgt daarbij nooit klemtoon. Wil men het wel beklemtonen, dan moet het worden vervangen door do.
  • het Franse je heeft dezelfde betekenis als moi (ik), maar komt uitsluitend voor direct voor een werkwoord, en krijgt daarbij nooit klemtoon. Wil men het beklemtonen, dan wordt het woord moi ervoor geplaatst en dan draagt dat de klemtoon.

Verwante begrippen[bewerken]

Op grond van hun betekenis, die vaak gelijk is aan die van een niet-cliticum, doen clitica dienst als zelfstandige woorden. Ze dienen dus te worden onderscheiden van morfemen.