Duits-Oost-Afrika

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Deutsch-Ostafrika
 Sultanaat Zanzibar
 Koninkrijk Rwanda
 Koninkrijk Burundi
1885 – 1919 Tanganyika 
Kroonkolonie Kenia 
Ruanda-Urundi 
Portugees-Oost-Afrika 
Flag of the German East Africa Company.svg Deutsch-Ostafrika-wappen.gif
(Details) (Details)
Kaart
Deutsch Ost-Afrika,1892.jpg
Algemene gegevens
Hoofdstad Dar es Salaam
Oppervlakte 995.000 km²
Bevolking 7.700.000 waarvan 5336 Europeanen (1913)
Munteenheid 1 rupie = 64 pesa
1 rupie = 100 heller (sinds 1905)
Detail van de noordelijke kuststrook

Duits-Oost-Afrika (Duits: Deutsch-Ostafrika) was een Duitse kolonie in Oost-Afrika, wat nu ongeveer overeenkomt met Burundi, Rwanda en Tanganyika (het vasteland van het huidige Tanzania). De oppervlakte was 994.996 km², bijna drie keer zo groot als Duitsland vandaag.

De kolonie werd gesticht in de jaren 1880 en eindigde met de nederlaag van het Keizerrijk Duitsland in de Eerste Wereldoorlog. Hierna werd het gebied verdeeld tussen Groot-Brittannië en België, en werd later omgevormd tot een mandaatgebied.

Stichting[bewerken]

Het verhaal van de kolonie begint met Karl Peters, een avonturier die de Stichting voor Duitse Kolonisatie had opgericht en verschillende dubieuze verdragen met plaatselijke stammen had gesloten. Op 3 maart 1885 kondigde de Duitse regering aan dat het op 17 februari in het geheim had afgesproken met Peters' bedrijf om een protectoraat in Oost-Afrika op te richten. Peters zocht daarna een paar specialisten uit die het hele land verkenden.

Toen de sultan van Zanzibar, die zichzelf ook als leider van het vasteland zag, protesteerde, stuurde Otto von Bismarck vijf oorlogsschepen, die op 7 augustus het vuur openden op zijn paleis. Uiteindelijk werd besloten dat de Britten en Duitsers het vasteland in invloedssferen zouden verdelen, en dat de sultan maar akkoord moest gaan.

De Duitsers konden snel Bagamoyo, Dar es Salaam, en Kilwa aan hun heerschappij onderwerpen. Een opstand in 1888 werd onderdrukt in het volgende jaar, met steun van de Britten. In 1890 spraken Londen en Berlijn af dat het Britse eiland Helgoland in de Noordzee Duits zou worden, en dat de vaste grenzen van Duits-Oost-Afrika zouden worden vastgelegd, wat in 1910 gebeurde.

De Duitsers waren altijd zwaar in de minderheid in de kolonies, en steunden op plaatselijke stamhoofden om orde te houden. Ze eisten ook dat deze stammen de belastingen verzamelden, en plantages oprichtten waar katoen, koffie en sesam werd geteeld.

Eerste Wereldoorlog[bewerken]

De troepen van de kolonie tijdens de Eerste Wereldoorlog, een leger van zo'n 3000 Duitsers en 11.000 autochtonen, werd geleid door generaal Paul Erich von Lettow-Vorbeck. Dit leger kon een Brits leger, zo'n 300.000 man sterk, onder het bevel van Jan Smuts, succesvol op afstand houden. Bij Tanga kon hij zelfs een Brits leger overwinnen dat meer dan acht keer zo groot was als zijn eigen troepenmacht. Zijn veldtochten hebben uiteindelijk aan zo'n 60.000 Britten het leven gekost.

De aantallen van de vijand werden voor Lettow-Vorbeck toch te overweldigend en, aangespoord door een nakend tekort aan voorraden, werd hij gedwongen om zich terug te trekken in Portugees-Oost-Afrika, waar hij zich enkele weken na de oorlog overgaf. Hij werd als een oorlogsheld gevierd in Duitsland.

In het Verdrag van Versailles werd de kolonie opgesplitst. Het westelijke gedeelte werd een Belgisch mandaatgebied onder de naam Ruanda-Urundi. Een klein gedeelte ten zuiden van de Rovumarivier werd een deel van Portugees-Oost-Afrika, en de rest, het huidige Tanganyika, werd vanaf 1918 een Brits mandaatgebied.

Bestuurders[bewerken]

Rijkscommissarissen[bewerken]

Gouverneurs[bewerken]