Belgische koloniën

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Locatiekaart met de Belgische koloniën rond 1925: Kongo, Ruanda-Urundi en de concessie in Tien-Tsin in China
Geschiedenis van België

Tijdlijn - Bibliografie


..Naar voormalige koloniën
  • Koloniën

Portaal  Portaalicoon  België
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

België was een van de weinige landen in West-Europa zonder koloniën in 1800. Dit kwam doordat België in de tijd van de vroege kolonisatie geen onafhankelijk land was, maar een deel van Nederland of Frankrijk, ofwel geregeerd werd door Oostenrijkse of Spaanse vorsten. Toch waren er al voor de onafhankelijkheid van het land kolonisatiebewegingen actief. Ook hadden de Belgen verschillende grote rollen in de Nederlandse kolonies.

België werd pas een zelfstandig land in 1830, maar begon daarna wel meteen met pogingen tot het uitbouwen van een koloniaal rijk. Vele projecten zouden echter falen. De enige koloniën van enige omvang die België had, waren Congo, Rwanda en Burundi.

Vóór de onafhankelijkheid[bewerken]

Al voor de onafhankelijkheid van België werd er al aan kolonisatie gedaan door Belgen. Dit waren echter geen staatkundige koloniën, aangezien er nog geen sprake was van een staat België. In de middeleeuwen lieten verschillende heersers onontgonnen streken in cultuur brengen door kolonisten. Zo streken er in de 12e eeuw Vlamingen en Walen neer in Transsylvanië. In 1451 trokken Vlamingen in dienst van Portugal naar de Azoren (de Vlaamse eilanden) en de Canarische Eilanden (Vlaamse Canarische Natie)[1]. Hun sporen zijn terug te vinden bij de huizen en straten met Vlaamse namen.

Ook voor de oprichting van Nieuw-Nederland waren veel mensen uit de Zuidelijke Nederlanden betrokken, die bij de migratiestroom in de Nederlanden naar het noorden waren verhuisd. De West-Indische Compagnie was trouwens opgericht door Willem Usselincx, een Antwerpenaar die vanwege het Spaans bewind was uitgeweken naar Amsterdam. Pierre Minuit, die in 1626 Manhattan kocht, was een Waals Gereformeerde wiens ouders van Doornik naar Wesel waren verhuisd. In de 18e eeuw werden Oostenrijkse koloniën opgericht door de Oostendse Compagnie. Vanuit handelsposten in India en China werd een zeer succesvolle handel werd opgezet, vooral in thee, maar ook in slaven. De activiteiten van de Compagnie werden definitief opgedoekt in 1778.

Koloniale geschiedenis van de Belgische staat[bewerken]

Weinig succesvolle pogingen tot het aanhechten van kolonies[bewerken]

Toen België in 1830 uiteindelijk een onafhankelijk land werd, steeg meteen de vraag naar koloniën. De Belgische industrie was zich ten volle aan het ontwikkelen en had nood aan nieuwe afzetmarkten en nieuwe grondstoffen. Ook was er in het land een te grote groep werklozen, kansarmen en avonturiers, die eventueel een opstand zouden kunnen beginnen. Gedurende de jaren ’30 en ’40 van de 19e eeuw stelden Belgische militairen en kapitaalkrachtigen plannen voor aan koning Leopold I voor de uitbouw van kolonies in Abessinië, West-Afrika, Nicaragua, Guatemala, Brazilië, Argentinië, de Filipijnen, Mexico, Nieuw-Zeeland, Hawaï, Kreta of Cyprus. Hoe ambitieus de projecten van mannen als Abraham Cohen, Charles de Thierry en graaf de Hompesch wel waren, ze draaiden allemaal uit op een fiasco.

Zo sloot Leopold I in 1843 een contract met het bedrijf Ladd & Co. tot het koloniseren van het koninkrijk Hawaï. Bijna had België hiermee een eerste kolonie te pakken, maar voor men concreet aan de slag kon, viel de deal al in het water omdat Ladd & Co. in financiële problemen verzeild raakte. Ook in Santo Tomas de Castilla, een kustgebied in Guatemala, was het niet veel soeps. In 1843 en 1844 werden honderden Belgen (vooral uit lagere sociale milieus) met boten naar deze kolonie gebracht, die werd gepromoot als een exotisch ‘beloofde land’, Verapaz. Door de weinig realistische aanpak en de hebzucht en grootheidswaanzin van de leiding draaide ook dit project uit op een sisser. In de eerste jaren stierf al een groot aantal kolonisten aan tropische ziektes en de financiële middelen bleken al na een paar jaar ontoereikend. Idem dito in Mexico, waar Belgische kolonisten in een gebied in de deelstaat Chihuahua, dat was omgedoopt tot Nueva Belgica, de vlasteelt wilden invoeren. Door een gebrek aan vruchtbare grond faalde ook deze poging. De vele West-Vlamingen die zich van 1842 tot 1875 in Santa Catarina (Brazilië) vestigden, hielden het ook daar niet lang vol. En de Belgische nederzettingen in Noord-Argentinië (waaronder Villaguay), waar men wél met succes aan landbouw kon doen en het vele geld dat men daaruit verdiende investeerde in onderwijs en kerkelijk leven, konden geen staatkundige kolonie van België worden.

Congo, de enige grote kolonie van België[bewerken]

De tweede koning der Belgen, Leopold II, achtte het zeer belangrijk om België een koloniaal imperium te geven. Dat zou het land veel meer aanzien geven in het buitenland. Tevergeefs trachtte hij om zo’n vijftig gebieden afhandig te maken en bij zijn koninkrijk te voegen, waaronder Kreta, Cuba, Noord-Borneo, de Filipijnen, Nieuw-Guinea en Fiji. Ook vatte Leopold plannen op om Nederland binnen te vallen en zo dat hele land, inclusief kolonies, te annexeren. Van dit weinig realistische plan kwam echter niets in huis.

Belgisch-Congo

Tenslotte richtte hij zich op Afrika, zoals Duitsland (ook een late kolonisator) ook deed. Vrijwel heel Afrika was toen al verdeeld tussen de Europese landen, maar er was nog een gigantisch gebied over in Midden-Afrika. Leopold stuurde Henry Morton Stanley erop uit om dat gebied in te lijven, en slaagde er uiteindelijk in om de Congo-Vrijstaat en Katanga in handen te krijgen. Van 1885 tot 1908 was dit hele gebied privé-eigendom van koning Leopold II, om in 1908 overgedragen te worden aan de Belgische staat als Belgisch-Congo.

De mijnen van Katanga

De koning zette de expansie van zijn privékolonie nog verder door ook de Lado-enclave (met de belangrijke havenstad Rejaf) aan te hechten, om zo Congo te ontsluiten via de Nijl. Ook wist hij de sultans van Rafai, Zémio en Bangassou te overhalen om hun gebied als protectoraten over te dragen aan de Congo-Vrijstaat. In ruil kregen deze inlandse stamhoofden Belgische vuurwapens toegestopt.

De kolonie was, met zijn vele mijnen, een ware winstgever waardoor België het op één na rijkste land ter wereld werd, na het Verenigd Koninkrijk. Leopold kreeg echter wel heel wat kritiek over de onmenselijke wijze waarop de Congolezen werden behandeld.

Ruanda-Urundi[bewerken]

Na de Eerste Wereldoorlog, bij het Verdrag van Versailles, werden de Duitse koloniën in Afrika in verschillende delen verdeeld over verscheidene landen. België hoopte zo op een fikse gebiedsuitbreiding (het had ook al de Oostkantons teruggekregen), maar moest zich tevreden stellen met Ruanda-Urundi, ten oosten van Belgisch-Congo. In 1924 kreeg België definitief een mandaat over dit gebied van de Volkenbond. De Belgen waren veel actiever in het gebied dan de Duitsers, en wisten grote winsten uit het gebied putten, vooral uit de koffieplantages in de gebieden met een rijke vulkanische bodem. Dit ging ook vaak weer ten koste van de lokale bevolking, die o.a. verplicht werd om zware belastingen te betalen.

De weg naar onafhankelijkheid[bewerken]

In de jaren ‘50 van de 20e eeuw ontstond een sterke onafhankelijkheidsbeweging in Belgisch-Congo, waardoor de Belgen hun greep op het gebied begonnen te verliezen. In 1960 werd Congo dan ook onafhankelijk en ook in Ruanda-Urundi werden snelle voorbereidingen gemaakt in die richting, waarna het gebied op 1 juli 1962 werd opgedeeld in twee onafhankelijke staten, Rwanda en Burundi.

Kleinere en minder belangrijke gebiedsdelen van de Belgische staat[bewerken]

Wel ontdekt, benoemd en verkend, maar niet gekoloniseerd of opgeëist, zijn de Antarctische eilanden zoals het Antwerpeneiland die de bemanning van de Belgica onder leiding van Adrien de Gerlache aandeed tijdens de Belgische Antarctische expeditie van 1897 tot 1899. Dit in tegenstelling tot vele andere landen, die wel claims legden op locaties in Antarctica.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Patrick Maselis, "Van de Azoren tot de Zuidpool"