Brabançonne (volkslied)

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
De Brabançonne
Volkslied van Vlag van België België
Partituur van de Brabançonne van ongeveer 1910
Partituur van de Brabançonne van ongeveer 1910
Componist François Van Campenhout
Tekstschrijver Alexandre Dechet & Constantijn Rodenbach
De Brabançonne
Instrumentale uitvoering
Monument Jenneval op het Martelarenplein in Brussel
Lithografie van Jenneval
Lithografie van Campenhout
Allegorische voorstelling van de Brabançonne. Standbeeld door Charles Samuel op het Surlet de Chokierplein (Quartier des Libertés) in Brussel
Een deel van de tekst gegraveerd in het standbeeld in het Quartier des Libertés

De Brabançonne is het federaal volkslied van België. Het lied was oorspronkelijk in het Frans geschreven en meer dan 100 jaar later werd er ook een versie in het Nederlands en ten slotte ook nog in het Duits gemaakt.

De Brabançonne is geschreven door Jenneval, wiens echte naam Louis Alexandre Dechet was. Hij was toneelspeler in de Brusselse Muntschouwburg waar in augustus 1830 de Belgische Omwenteling begon. Volgens overlevering stelde hij de tekst samen tijdens een samenkomst in het café "L'Aigle d'Or". Coauteur was Constantijn Rodenbach (1791-1846), een lid van de Rodenbach familie. In de strijd voor Belgische onafhankelijkheid werd Jenneval gedood. De bijhorende muziek is gecomponeerd door François Van Campenhout. Jenneval wilde de grieven van de Belgen in enkele coupletten samenvatten en koning Willem I herinneren aan de verwachtingen van het volk.

In 1860 werd de tekst door de toenmalige Belgische eerste minister Charles Rogier aangepast waardoor de heftige uitvallen op de Nederlandse Prins van Oranje werden afgezwakt.

In 1926 preciseerde een rondschrijven van het ministerie van Binnenlandse Zaken dat enkel de laatste strofe van de tekst van Rogier als de officiële versie van de hymne beschouwd moest worden. De huidige Nederlandstalige versie werd pas in 1938 officieel goedgekeurd. Het tempo is dat van een mars: blij en opgewekt.

In Brussel staat er ook een monument dat 'De Brabançonne' heet. Op dit monument staat voor een stuk de Nederlandse en Franse tekst van het Belgisch volkslied gebeiteld.

In tijden van rouw, bijvoorbeeld na het overlijden van de vorst, op 11 november en op rouwdiensten voor oudstrijders wordt de Brabançonne ook wel als treurmars gespeeld : en sourdine, zacht en veel trager.

Nederlandse tekst[bewerken]

(de vetgedrukte tekst is de huidige officiële versie)

O dierbaar België, o heilig land der vaad'ren,
Onze ziel en ons hart zijn U gewijd,
Aanvaard ons kracht en het bloed van ons aad'ren,
Wees ons doel in arbeid en in strijd,
Bloei, o land, in eendracht niet te breken,
Wees immer u zelf, en ongeknecht,
Het woord getrouw dat g' onbevreesd moogt spreken.
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.
Het woord getrouw dat g' onbevreesd moogt spreken.
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht
Voor Vorst, voor Vrijheid en voor Recht.

O Vaderland, o edel land der Belgen,
zo machtig steeds door moed en werkzaamheid!
De wereld ziet verwonderd Uwe telgen
aan 't hoofd van kunst, handel en nijverheid.
De vrijheidszon giet licht op Uwe wegen
en onbevreesd staart gij de toekomst aan.
Gij mint Uw vorst, zijn liefde stroomt U tegen,
zijn hand geleidt U op de gloriebaan!
Gij mint Uw vorst, zijn liefde stroomt U tegen,
zijn hand geleidt U op de gloriebaan!
zijn hand geleidt U op de gloriebaan!
zijn hand geleidt U op de gloriebaan!

Juicht Belgen, juicht in brede vol' akkoorden
Van Haspengouw tot aan het Vlaamse strand,
Van Noord tot Zuid, langs Maas- en Scheldeboorden,
Juicht, Belgen juicht, door gans het Vaderland.
Een man'lijk volk moet man'lijk kunnen zingen,
Terwijl het hart naar eed'le fierheid streeft.
Nooit zal men ons van onze haard verdringen
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Nooit zal men ons van onze haard verdringen
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.
Zolang een Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.

Andere versie (van de hand van Victor Ceulemans):
Juicht! Belgen, juicht! in vreugdevolle akkoorden
Van Haspengouw tot aan het Vlaamsche strand
Van Noord tot Zuid, langs Maas en Scheldeboorden,
Juicht, Belgen, juicht, door gansch het Vaderland!
Een manlijk volk moet manlijk durven zingen
Terwijl het hart van eedle fierheid beeft;

Nooit zal men ons een morzel gronds ontwringen,
Zoolang één Belg, 't zij Waal of Vlaming leeft.(bis)

Geen morzel gronds, geen enkel van de rechten
Waarvoor het bloed der vadren heeft gevloeid,
Zoolang een man, een vrouw, een kind kan vechten,
Zoolang een hart in Belgisch harte gloeit.
Geen slavenboei wordt ooit ons aangevijzeld,
Geen schandig juk van vreemde dwinglandij,
Of 't wordt op 't hoofd des dwingelangs verbrijzeld
Ons Belgenland blijft eeuwig, eeuwig vrij. (bis)

Zingt hooger nog en laat Europa 't hooren,
Hier heeft de Vorst, de Grondwet in de hand,
Voor God en volk den heil'gen eed gezworen
Dat hij slechts leeft voor 't dierbaar Vaderland.
Naast d'eersten Belg staan moedvol al de Belgen,
Vol eendrachtszin ten heldendood gereed,
Die m'één voor één en allen moet verdelgen
Eér iemand ooit ons Land het zijne ziet. (bis)

Franse tekst[bewerken]

Noble Belgique, ô mère chérie,
À toi nos cœurs, à toi nos bras,
À toi notre sang, ô Patrie !
Nous le jurons tous, tu vivras !
Tu vivras toujours grande et belle
Et ton invincible unité
Aura pour devise immortelle :
le Roi, la Loi, la Liberté !
Aura pour devise immortelle :
le Roi, la Loi, la Liberté !
le Roi, la Loi, la Liberté !
le Roi, la Loi, la Liberté !

Après des siècles, des siècles d'esclavage,
Le belge sortant du tombeau
A reconquis par son courage
Son nom ses droits et son drapeau.
Et ta main souveraine et fière,
Peuple désormais indompté,
Grava sur ta vieille bannière :
"Le Roi, la Loi, la Liberté"
"Le Roi, la Loi, la Liberté"
"Le Roi, la Loi, la Liberté"

Marche de ton pas énergique,
Marche de progrès en progrès!
Dieu qui protège la Belgique
Souris à tes mâles succès.
Travaillons! Notre labeur donne
À nos champs la fécondité
Et la splendeur des arts couronne
Le Roi, la Loi, la Liberté
Le Roi, la Loi, la Liberté
Le Roi, la Loi, la Liberté

Ô Belgique! Ô Mère chérie!
À toi nos cœurs, à toi nos bras.
À toi notre sang, ô Patrie
Nous le jurons tous, tu vivras.
Tu vivras toujours fière et belle,
Plus grande en ta forte unité
Gardant, pour devise éternelle
Le Roi, la Loi, la Liberté
Le Roi, la Loi, la Liberté
Le Roi, la Loi, la Liberté

Duitse tekst[bewerken]

Nach fremder Knechtschaft dumpfen Zeiten
Entstieg der Belgier dem Grab
Durch seinen Mut sich zu erstreiten
Was Banner, Recht, ihm gab.
Und deine Hand, die stolze, hehre,
O Volk, das einst an Ketten zog,
Grub in den Schild der alten Ehre:
„Gesetz und König und die Freiheit hoch!”.
Grub in den Schild der alten Ehre:
„Gesetz und König und die Freiheit hoch!”.
„Gesetz und König und die Freiheit hoch!” (bis)

Nun schreite dein festen Bahnen,
Von Glück zu Glück, von Nacht zu Nacht,
Gott, der beschützet Belgiens Mannen,
Auf deine Wohlfahrt hat bedacht.
Zur Arbeit Auf! Uns winkt zum Lohne
In Feldern reiche Ernte noch;
Im Glanz der Künste strahlt die Krone -
Gesetz und König und die Freiheit hoch!
Im Glanz der Künste strahlt die Krone -
Gesetz und König und die Freiheit hoch!
Gesetz und König und die Freiheit hoch! (bis)

O liebes Land, o Belgiens Erde,
Dir unser Herz, Dir unsere Hand,
Dir unser Blut, dem Heimatherde,
Wir schwören's Dir, o Vaterland!
So blühe froh in voller Schöne,
Zu der die Freiheit Dich erzog,
Und fortan singen Deine Söhne;
Gesetz und König und die Freiheit hoch!
Und fortan singen Deine Söhne;
Gesetz und König und die Freiheit hoch!
Gesetz und König und die Freiheit hoch! (bis)

Originele teksten van Jenneval[bewerken]

In 1830 schreef Jenneval een eerste versie van de Brabançonne, de eerste tekst vraagt niet de Belgische onafhankelijkheid, maar Jenneval vraagt in dit lied aan de Nederlandse koning om de rechten der Belgen te erkennen.

Dignes enfants de la Belgique
Qu'un beau délire a soulevés,
A votre élan patriotique
De grands succès sont réservés.
Restons armés, que rien ne change!
Gardons la même volonté,
Et nous verrons fleurir l'Orange
Sur l'arbre de la Liberté,
Et nous verrons fleurir l'Orange
Sur l'arbre de la Liberté,
Sur l'arbre de la Liberté. (bis)

Au cris de mort et de pillage,
Des méchants s'étaient rassemblés,
Mais votre énergique courage
Loin de vous les a refoulés.
Maintenant, purs de cette fange,
Qui flétrissait votre cité,
Amis, il faut greffer l'Orange,
Sur l'arbre de la Liberté,
Amis, il faut greffer l'Orange,
Sur l'arbre de la Liberté,
Sur l'arbre de la Liberté. (bis)

Et toi dans qui ton peuple espère,
Nassau, consacre enfin nos droits;
Des Belges en restant le père,
Tu seras l'exemple des rois.
Abjure un ministère étrange,
Rejette un nom détesté,
Et tu verras mûrir l'Orange
Sur l'arbre de la Liberté,
Et tu verras mûrir l'Orange
Sur l'arbre de la Liberté,
Sur l'arbre de la Liberté. (bis)

Mais malheur si de l'arbitraire,
Protégeant les affreux projets,
Sur nous du canon sanguinaire
Tu venais lancer les boulets!
Alors, tout est fini, tout change,
Plus de pacte, plus de traité,
Et tu verras tomber l'Orange,
De l'arbre de la Liberté,
Et tu verras tomber l'Orange,
De l'arbre de la Liberté,
De l'arbre de la Liberté. (bis)

Na de Nederlandse interventie, veranderde Jenneval zijn tekst, met als doel de Belgische onafhankelijkheid te proclameren.

Qui l'aurait cru ? De l'arbitraire,
Consacrant les affreux projets,
Sur nous de l'airain sanguinaires,
Un prince a lancé les boulets.
C'en est fait, oui, Belges, tout change,
Avec Nassau, plus d'indigne traité,
La mitraille a brisé l'Orange
Sur l'Arbre de la Liberté,
La mitraille a brisé l'Orange
Sur l'Arbre de la Liberté,
Sur l'Arbre de la Liberté. (bis)

Trop généreuse en sa colère,
La Belgique, vengeant ses droits,
d'un roi qu'elle appelait son père,
N'implorait que de justes lois.
Mais lui, dans sa fureur étrange,
Par le canon que le fils a pointé,
Au sang belge a noyé l'Orange
Sous l'arbre de la liberté,
Au sang belge a noyé l'Orange
Sous l'arbre de la liberté,
Sous l'arbre de la liberté. (bis)

Fiers Brabançons, peuple de braves,
Qu'on voit combattre sans fléchir,
Du sceptre honteux des Bataves
Tes balles sauront t'affranchir.
Sur Bruxelles au pied de l'archange
Ton saint drapeau pour jamais est planté
Et fier de verdir sans l'Orange,
Croît l'arbre de la liberté,
Et fier de verdir sans l'Orange,
Croît l'arbre de la liberté,
Croît l'arbre de la liberté. (bis)

Êtes vous, objets de nobles,
Braves, morts au feu des canons,
Avant que la patrie en armes
Ait pu connaître au moins vos noms,
Sous l'humble terre où l'on vous range,
Dormez martyrs, bataillon indompté,
Dormez en paix loin de l'Orange
Sous l'arbre de la liberté!
Dormez en paix loin de l'Orange
Sous l'arbre de la liberté!
Sous l'arbre de la liberté! (bis)

Toen Jenneval sneuvelde in de onafhankelijkheidsstrijd, werd door zijn broer een vierde strofe toegevoegd.

Ouvrez vos rangs, ombres des braves,
Il vient celui qui vous disait:
Plutôt mourir que vivre esclaves!
Et comme il disait, il faisait
Ouvrez vos rangs noble phalange,
Place au poète, au chasseur redouté!
Il vient dormir, loin de l'Orange
Sous l'arbre de la liberté!
Il vient dormir, loin de l'Orange
Sous l'arbre de la liberté!
Sous l'arbre de la liberté! (bis)

Deze vier strofen tellende tekst bleef het Belgisch volkslied tot 1860. Omdat de tekst te anti-Nederlands klonk, werd in 1860 een nieuwe versie geschreven.

Franse tekst van 1860[bewerken]

Het volkslied uit 1860 luidde hetzelfde als het huidige, op de derde strofe na:

De derde strofe luidt:

Ouvrons nos rangs à d'anciens frères
De nous trop longtemps désunis
Belges, Bataves, plus de guerres
Les peuples libres sont amis
À jamais resserrons ensemble
Les liens de fraternité
Et qu'un même cri nous rassemble
Le Roi, la Loi, la Liberté

Externe links[bewerken]

Wikisource Bronnen die bij dit onderwerp horen, zijn te vinden op de pagina Brabanconne op Wikisource