Belgen

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie

Ga naar: navigatie, zoeken
De Romeinse provincie Gallia Belgica rond 395 n.Chr.
De Romeinse provincie Gallia Belgica rond 395 n.Chr.
Geschiedenis van België
..Naar voormalige koloniën

Belgen (Latijn: Belgae) is de naam die de Romeinen, meer bepaald Caesar in zijn boek Commentarii de bello Gallico, in de eerste eeuw voor Christus aan de bewoners van Noord-Gallië gaven.

In het hedendaags taalgebruik worden er meestal de inwoners van het land België mee aangeduid.

De Belgen uit de Romeinse tijd waren in hoofdzaak Keltische stammen en gedeeltelijk bewoners van Germaanse oorsprong. (Zie het artikel: Belgisch (taal)). Zij leefden in dat deel van Gallië dat begrensd wordt door de Noordzee en de rivieren Marne, Seine en Rijn.

Nu noemt men deze bewoners uit de Oudheid de Oude Belgen. Een deel van dit gebied wordt ingenomen door de staat België. De inwoners van deze staat, die in 1830 werd opgericht, worden sindsdien (ook) Belgen genoemd.

Julius Caesar schreef dat de de Belgae ongeveer 110.000 krijgers telden. Dit zou kunnen betekenen dat men de totale bevolking op zo'n half miljoen mag schatten.

Inhoud

[bewerk] Citaat

«Horum omnium fortissimi sunt Belgae, propterea quod a cultu atque humanitate provinciae longissime absunt, minimeque ad eos mercatores saepe commeant atque ea quae ad effeminandos animos pertinent important, proximique sunt Germanis, qui trans Rhenum incolunt, quibuscum continenter bellum gerunt.»
Caes., De Bell. Gall. I 3.
«Van hen allemaal zijn de Belgen de dappersten, omdat ze het verst verwijderd wonen van de cultuur en de beschaving van de provincia, omdat er slechts zelden kooplui tot bij hen komen en dingen invoeren die bijdragen tot het verwekelijken van de geesten, en ze vlakbij de Germanen zijn, die over de Rijn wonen, en met wie ze voortdurend oorlog voeren.»

[bewerk] Oude Belgen

(Gallisch): Gallische stam; (Germaans): Germaanse stam;

[bewerk] Romeinse periode

Caesar trok in 57 v.Chr. op naar het Noorden, rekende eerst af met de Nerviërs en de Atrebatten in een gevecht dat ergens langs de Selle (voorheen dacht men de Samber) plaatsvond, en kreeg met Ambiorix te maken. Hij hield de Belgen onder de knoet met zijn legioenen (Eburonen en Atuatuken werden zo goed als uitgeroeid) en door gijzelaars te nemen.

De gebieden die grensden aan de Rijn waren belangrijk voor de Romeinen omdat de stroom fungeerde als verdedigingslijn tegen invallen van de Germanen. Ze legden een wegennet (de heerwegen) aan om hun troepen snel te kunnen verplaatsen en bouwden een haven in Boulogne. De nieuwe infrastructuur stimuleerde de plaatselijke economie die onder de Pax Romana tot bloei kwam. Trier aan de Moezel de hoofdstad van Belgica Prima groeide zelfs uit tot één van de grootste steden van het rijk. Ook Reims de hoofdstad van Belgica Secunda groeide uit tot belangrijke stad. Oesters, ham en ganzenlever vonden afzet in Italië.

De oorspronkelijke bevolking vermengde zich met inwijkelingen en Romeinse soldaten. De Gallische aristocratie paste zich aan de Romeinse levenswijze aan. De macht van de druïde werd sterk ingeperkt en de Keltische en Germaanse goden werden geromaniseerd. Aarlen, Doornik, Reims en Trier waren de enige steden. De stad Tongeren lag daarentegen zoals Keulen en Nijmegen in de Romeinse provincie Germania Inferior.

Wanneer vanaf 406 grote groepen Germanen Gallië binnenvielen via de Rijngrens is het gedaan met de Romeinse overheersing.

Zie ook: Romeinen in België

[bewerk] Vanaf de Middeleeuwen

Alhoewel de kerkprovincie Reims (met o.a. de ondergeschikte bisdommen Doornik en Kamerijk) in Rome ook onder de Latijnse naam Belgica bekend bleef, vinden we het woord Belgen een hele tijd niet meer terug in de geschiedenisboeken. De inwoners worden geregeerd door de Franken (Merovingen en Karolingen). Ze leren de Bourgondiërs en de Spanjaarden kennen. Nadien volgen Oostenrijkers, Fransen en Nederlanders. Het gebied van de huidige Belgische provincies Limburg en Luik oorspronkelijk een deel van Germania Inferior kijkt terug op een geschiedenis die totaal anders verloopt (zie Graafschap Loon en het Prinsbisdom Luik).

Het begrip Belgen krijgt weer inhoud onder de regering van Napoleon Bonaparte en Koning Willem I van Nederland om definitief ingevuld te worden wanneer België in 1830 onafhankelijk wordt. Het bestaan van Belgen als volk is vaak ter discussie gesteld. Het meest bekende citaat is van de Waalse socialist Jules Destrée, die in 1912 aan koning Albert I meldde: "Il y a des Flamands et des Wallons. Il n' y a pas de Belges." ("Er zijn Vlamingen en Walen. Er zijn geen Belgen"). Hij was echter één uitzondering vergeten, een bekend gezegde is juist dat de koning de enige overgebleven Belg is. Velen voelen zich echter Vlaming en Belg, of Waal en Belg. [1].

[bewerk] Zie ook

[bewerk] Recente literatuur

  • Ugo Janssens, De Oude Belgen, Antwerpen (The House of Books), 2007.

[bewerk] Referenties

Referenties:
  1. ^ Profiel: België, NRC Handelsblad, 6 april 2000.
 
Persoonlijke instellingen