Brabantse Omwenteling

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Geschiedenis van België

Tijdlijn - Bibliografie


..Naar voormalige koloniën

Portaal  Portaalicoon  België
Portaal  Portaalicoon  Geschiedenis

De Brabantse Revolutie of Brabantse Omwenteling was een opstand van de Zuidelijke Nederlanden in 1789 en 1790 tegen het Oostenrijkse gezag van keizer Jozef II. Hij begon in het gewest Brabant met de Slag bij Turnhout, maar breidde zich al heel snel uit over Vlaanderen, en nadien ook -zij het iets lauwer- in Henegouwen, Namen en het oude Limburg.

Deze opstand leidde tot het kortstondig bestaan van een republiek, de Verenigde Nederlandse Staten, onder leiding van Hendrik van der Noot.

Keizerlijke staatsgreep[bewerken]

De Vrede van Utrecht, die in 1713 het Oostenrijkse gezag over de zuidelijke Nederlandse provincies vestigde, bepaalde dat de vorst alle charters zou respecteren. In weerwil daarvan wilde Jozef II, na de dood van zijn moeder, de Oostenrijkse Nederlanden snel uniformeren en centraliseren. Op 1 januari 1787 vaardigde hij een aantal edicten uit die het bestuurlijk en gerechtelijk apparaat volledig hervormden en de staatsmacht versterkten. De zelfstandige Nederlandse provinciën zouden worden vervangen door 9 kreitsen en 35 districten. Ook alle verschillende rechtbanken zouden worden vervangen door een eenvormig juridisch stelsel (met een Nederlandstalig beroepshof in Brussel en een Frans- en Duitstalig in Luxemburg). De Staten van Henegouwen en Brabant reageerden het felst door goedkeuring van belastingen te weigeren. De landvoogden zwichtten en schortten in mei 1787 de invoering van de edicten op, maar de keizer wilde volharden in zijn plannen. Brabant en Henegouwen volhardden eveneens in hun verzet tegen de belastingen, ten gevolge daarvan verklaarde de keizer op 7 januari 1789 niet meer gebonden te zijn door hun charters (voor Henegouwen een gewoonterecht, voor Brabant een geschreven charter, de Blijde Inkomst).

Opstand en ineenstorting van het regeringsleger[bewerken]

Nu vonden de behoudsgezinde reacties op de hervormingen van de keizer, die vooral leefden bij de geestelijkheid en het volk, en democratische opvattingen, die vooral ingang vonden bij de nieuwe burgerij, elkaar. Het herstel van de oude grondwet van Brabant bood de partijen een gemeenschappelijk doel. In mei 1789 werd het geheime genootschap Pro aris et focis (voor outer en heerd) opgericht. Van der Noot verzamelde een legertje in Staats-Brabant. Onder leiding van generaal Vander Mersch trok dat Keizers-Brabant binnen. In de eerste veroverde (of bevrijde) gemeente, Hoogstraten, publiceerde Van der Noot op 24 oktober 1789 zijn Manifest van het Brabantse Volk. De opstandelingen namen op 27 oktober Turnhout in, waar de inwoners zelf een tegenaanval van het keizerlijke leger afsloegen in de Slag bij Turnhout (1789). Daarop volgde de belegering van andere strategische steden.

Veldslag in de straten van Gent, november 1789.

Op 13 november namen opstandige troepen bij verrassing Gent in enkele dagen later volgden Tienen en Diest. Op 17 november verlieten de landvoogden Brussel, samen met Oostenrijkse overheden en ambtenaren. De veelal in het land zelf gerekruteerde soldaten deserteerden massaal uit het regeringsleger. De keizer deed nog een verzoeningspoging door de Henegouwse en Brabantse charters te herstellen. Op 10 december kwamen de bevolking van Brussel en de boeren van de omliggende gemeenten in opstand. De restanten van het leger trokken zich terug op de citadels van Luxemburg en Antwerpen. Het garnizoen van Antwerpen gaf zich over op 29 maart van het volgende jaar.

Verenigde Nederlandse Staten[bewerken]

Brabantse driekleur
Belgische munt DOMINI EST REGNUM van 1790 - Een leeuw houdt LIBERTAS vast

Op 18 december deed het Comité van Breda zijn intrede in het met de Brabantse driekleur bevlagde Brussel. Alle Staten, met uitzondering van die van Luxemburg, verklaarden zich onafhankelijk en verenigden zich op 11 januari 1790 in de Verenigde Nederlandse Staten. Elke provincie behield zijn soevereiniteit maar droeg de gemeenschappelijke belangen over aan het Congres, dat in feite de voortzetting van de Staten-Generaal is.

Meningsverschillen[bewerken]

De opstandelingen bleken het al spoedig diep met elkaar oneens. De regering was in handen van Van der Noot en de behoudsgezinde statisten beheersten de Staten van Brabant, waarin de Brabantse steden (Brussel, Antwerpen, Leuven) een doorslaggevende rol spelen. Hun tegenstanders, de vonckisten, vonden meer aanhang in Henegouwen en vooral in Vlaanderen. Deze laatsten willen een democratische, centrale staat en laadden de verdenking op zich een constitutionele monarchie naar Frans model te prefereren, mogelijk opnieuw onder de Oostenrijkse vorst. Van der Noot daarentegen trachtte de staten te consolideren en zocht buitenlandse steun bij Pruisen, dat sinds november 1789 troepen in het prinsbisdom Luik had en daarmee min of meer de Luikse Revolutie steunde. Van der Noot rekende ook op de Verenigde Provinciën, maar die waren niet meer de mogendheid die zij aan het begin van de eeuw nog waren. Nadat veel belastingen onder druk van het volk waren afgeschaft, bleek het ook niet gemakkelijk geld te vinden voor een behoorlijk leger.

Mislukking[bewerken]

Jozef II stierf op 20 februari 1790 en werd opgevolgd door de tactvolle keizer Leopold II. Toen Pruisen de opstandelingen in de steek liet na het sluiten van de Conventie van Reichenbach (27 juli 1790) met Oostenrijk, mislukte de opstand en Oostenrijk kon zijn gezag met zachte middelen (herstel van de grondwetten, algemene amnestie) en lichte militaire druk herstellen. Dit was de Eerste Oostenrijkse Restauratie. Sommige historici (bijvoorbeeld Henri Pirenne) zagen hierin een uiting van een "Belgisch" nationaal gevoel en een voorbode van de Belgische Revolutie van 1830.

Zie ook[bewerken]

Externe link[bewerken]


Beluister

(info)