Jules Destrée

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Jules Destrée
Vlag van België België
Jules Destrée (1863-1936).jpg
Geboren Marcinelle, 21 augustus 1863
Overleden Brussel, 3 januari 1936
Partij BWP
Minister van Kunsten en Wetenschappen
Aangetreden 2 december 1919
Einde termijn 24 oktober 1921
Regering Delacroix II
Carton de Wiart
Voorganger Alphonse Harmignie
Opvolger Xavier Neujean
Portaal  Portaalicoon   België
Politiek

Jules Destrée (Marcinelle, 21 augustus 1863 - Brussel, 3 januari 1936) was een Belgisch politicus en doctor in de rechten. Hij was actief in de Belgische Werkliedenpartij, de voorloper van de socialistische partij. Hij ging de geschiedenis in met volgende zinsnede uit zijn open brief aan koning Albert I:

Aanhalingsteken openen

« Sire, (...) Vous régnez sur deux peuples. Il y a en Belgique, des Wallons et des Flamands ; il n'y a pas de Belges. »
Sire, u regeert over twee volkeren. In België zijn er de Walen en de Vlamingen; er zijn geen Belgen.

Aanhalingsteken sluiten

Biografie[bewerken]

Zijn vader was ingenieur in de chemische industrie in Marcinelle en Couillet en werd later professor. Jules zelf was een begaafd student die al op twintigjarige leeftijd doctor in de rechten werd aan de Université Libre de Bruxelles (ULB). Zijn jongere broer, Olivier-Georges, werd kloosterbroeder, eerst in Maredsous, later in de abdij van Keizersberg in Leuven. Naast zijn werk aan de balie, hing hij graag rond in de artistieke en literaire kringen van zijn tijd. Zo leerde hij de etser Auguste Danse kennen, wiens dochter Marie hij in 1889 huwde.

Hij begon ook aan een politieke carrière, en werd in 1894 als socialist (voor de BWP, Belgische Werkliedenpartij) verkozen in de Kamer van Volksvertegenwoordigers, waarin hij tot aan zijn dood zou zetelen.

Hij publiceerde ook vele en uiteenlopende geschriften; naast verhalend proza, politieke en sociale werken ook studies over kunstenaars, waaronder Odilon Redon en Rogier van der Weyden.

Brief aan de Koning, over de scheiding van Vlaanderen en Wallonië[bewerken]

Volgens Destrée bestond België uit twee afzonderlijke entiteiten, Vlaanderen en Wallonië, en was er geen "Belgisch" nationaal gevoel mogelijk. In 1906 verschijnt hierover zijn werk « Une idée qui meurt: la patrie ». In de Revue de Belgique van 15 augustus 1912 verwoordde hij dit in zijn bekende « Lettre au roi sur la séparation de la Wallonie et de la Flandre », waarin hij schrijft:

Aanhalingsteken openen Er zijn geen Belgen, Sire. België is een politieke Staat, vrucht van de diplomatie. Het werd kunstmatig samengesteld, het heeft géén nationaliteit. Welk een tegenstelling tussen Vlaanderen en Wallonië! De aardbodem is verschillend, de mensen die deze streken bewonen zijn anders en hun zielen zijn zo verschillend als hun landschappen. Hun werkzaamheden is voor de een de landbouw, voor de ander de nijverheid. De Vlaming is langzaam, koppig, geduldig en ordelijk, de Waal is vlug, wispelturig en regelziek. De gevoeligheid is anders: wat de een geestdriftig maakt, laat de ander koud en wekt misschien zelfs afkeer op. (...) De Waal hoort toe aan de Latijnse beschaving en de Vlaming aan de Germaanse cultuur. Er zijn dus in België Walen en Vlamingen, er zijn géén Belgen. (...) In 1830 werd het evenwicht gebroken ten nadele van de Vlamingen. De revolutie tegen Holland was ontstaan en werd versterkt met de steun van Frankrijk. De voorlopers daarvan waren Walen.
— Jules Destrée, 15 augustus 1912, in zijn Lettre au roi sur la séparation de la Wallonie et de la Flandre
Aanhalingsteken sluiten

"Il y a en Belgique des Wallons et des Flamands. Il n'y a pas de Belges", wordt tot op heden geciteerd. In tegenstelling tot wat de titel van zijn brief suggereert, pleitte hij niet voor een daadwerkelijke splitsing van België maar voor een soort federale staat; dit in de eerste plaats uit vrees dat het dichtbevolkte Vlaanderen een unitair België zou overheersen.

Aanhalingsteken openen Une Belgique faite de l'union de deux peuples indépendants et libres, accordés précisément à cause de cette indépendance réciproque, ne serait-elle pas un Etat infiniment plus robuste qu'une Belgique dont la moitié se croirait opprimée par l'autre moitié?
— Jules Destrée, 15 augustus 1912, in zijn Lettre au roi sur la séparation de la Wallonie et de la Flandre
Aanhalingsteken sluiten

In deze brief haalt Destrée zwaar uit naar de Vlamingen die hij verwijt de Walen zowat alles ontnomen te hebben. Reeds eind september 1912 schreef Hippoliet Meert, leraar aan het Koninklijk Atheneum van Gent en stichter van het Algemeen Nederlands Verbond, een vlammende reactie op zijn brief, waarin hij punt voor punt de verwijten van Destrée ontkracht. Dit antwoord werd als brochure verspreid op 100.000 exemplaren in het Frans en 30.000 exemplaren in het Nederlands.

Reactie van de Koning[bewerken]

De Koning liet aan zijn secretaris, Jules Ingenbleek, weten dat hij het eens wat met de analyse.

Aanhalingsteken openen J'ai lu la lettre de Destrée qui, sans conteste, est un littérateur de grand talent. Tout ce qu'il dit est absolument vrai, mais il est non moins vrai que la séparation administrative serait un mal entraînant plus d'inconvénients et de dangers de tout genre que la situation actuelle.

Ik heb de brief gelezen van Destrée, die ontegensprekelijk een groot literair talent is. Al wat hij zegt is absoluut waar, maar het is niet minder waar dat de administratieve scheiding een kwaad zou zijn dat meer nadelen en gevaren van alle slag zou meebrengen dan de huidige situatie.

— Koning Albert I, als reactie op de open brief van Destrée[1]
Aanhalingsteken sluiten

Verdere carrière[bewerken]

Na de Duitse inval in 1914 ging Jules Destrée, op verzoek van de Belgische regering in ballingschap in Frankrijk. Hij ging de Belgische zaak bepleiten in Londen, Parijs en Rome, en ging ook op diplomatieke zending naar Sint-Petersburg en naar China in 1918.

Van 1919 tot 1921 was hij minister van Kunsten en Wetenschappen. Hij stelde bij wet van 15 oktober 1921 het "Fonds des mieux doués" (Het Fonds der Meestbegaafden) in, om de studies van hoogbegaafde kinderen uit minder begoede families te bekostigen. In 1920 stichtte hij de Académie royale de langue et de littérature françaises de Belgique (Koninklijke Academie voor de Franse taal en letterkunde van België).

Als minister is Destrée ook bekend van de Wet Destrée uit 1921. Deze wet beoogde via het stimuleren van bibliotheekvoorzieningen een aanvulling te scheppen op het sinds 1914 verplichte lager onderwijs en een nuttige vrijetijdsbesteding te verschaffen aan de werkende klasse. De wet voorzag in het oprichten, ontwikkelen en vermenigvuldigen van voor ieder toegangankelijk openbare bibliotheken.

Hij zou zich tot aan zijn dood blijven inzetten voor de Waalse zaak. In 1923 verliet hij weliswaar de "Assemblée wallonne", waarvan hij in 1912 aan de wieg had gestaan, omdat die te weinig aandacht zou gehad hebben voor de Waalse arbeidersklasse. In 1929 ondertekende hij, samen met Camille Huysmans, het Compromis des Belges. Hierin werd het separatisme veroordeeld, de culturele autonomie van Vlaanderen en Wallonië aanvaard en een grotere autonomie voor gemeenten en provincies voorgesteld. Het Compromis kwam tegemoet aan de eis van Destrée om Vlaanderen tweetalig te houden, naast een eentalig Wallonië.

In 1938 werd het Institut Jules Destrée opgericht om de regionale ontwikkeling van Wallonië te bevorderen. Met zijn nalatenschap is een museum in Charleroi opgericht, Musée Jules Destrée, dat geopend werd in 1988.

Trivia[bewerken]

  • Gaston Eyskens zou later de beruchte woorden van Destrée geparafraseerd hebben onder de vorm "Sire, il n'y a plus de Belges" na de eerste stappen in de omvorming van België tot federale staat.
  • In 2005 eindigde hij op nummer 162 in de Vlaamse versie van De Grootste Belg, buiten de officiële nominatielijst.

Externe links[bewerken]

Bronnen, noten en/of referenties
  1. Landro, 30 août, A Jules Ingebleek, secrétaire privé du Roi et de la Reine, lettre reproduite in extenso in M-R Thielemans et E. Vandewoude, Le Roi Albert au travers de ses lettres inédites, Office international de librairie, Bruxelles, 1982, pp. 435-436.
Voorganger:
Alphonse Harmignie
Minister van Kunsten en Wetenschappen
1919-1921
Opvolger:
Xavier Neujean