Rogier van der Weyden

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Rogier van der Weyden
Portret van Rogier van der Weyden, gravure door Cornelis Cort, 1572
Portret van Rogier van der Weyden, gravure door Cornelis Cort, 1572
Persoonsgegevens
Volledige naam Rogier (Rogelet) de le Pasture
Bijnaam Rogier van Brussele, Roggiero da Brugia
Geboren ca. 1400,
Doornik
(Blason comte-des-Flandres.svg Graafschap Vlaanderen)
Arms of the Duke of Burgundy (1364-1404).svg Bourgondische Nederlanden
Overleden 18 juni 1464,
Brussel
( Hertogdom Brabant)
Arms of the Duke of Burgundy (1364-1404).svg Bourgondische Nederlanden
Beroep(en) Kunstschilder
Oriënterende gegevens
Jaren actief Ca. 1425-30 - 1463
Stijl(en) Vlaamse Primitieven, Noordelijke renaissance
Portaal  Portaalicoon   Kunst & Cultuur

Rogier van der Weyden (Doornik, 1399/1400Brussel, 18 juni 1464) was een kunstschilder behorende tot de school der Vlaamse Primitieven.

Hij volgde een opleiding in het atelier van Robert Campin, samen met onder meer Jacques Daret. Naast Jan van Eyck wordt Van der Weyden als de belangrijkste Vlaamse schilder van de 15e eeuw beschouwd. In zijn eigen tijd was Van der Weyden in heel Europa bekend, en hij kan wellicht als de invloedrijkste schilder van zijn eeuw worden beschouwd. Hij voegde het nieuwe element 'emotie' toe aan de Vlaamse schilderkunst. In de tweede helft van de 16e eeuw begon Rogiers roem langzaam te tanen. Sinds zijn "herontdekking" in de 19e eeuw bleef Rogier van der Weyden bij het publiek in de schaduw staan van schilders als Jan van Eyck en Hans Memling.

Biografie[bewerken]

Omtrent de afkomst en de opleiding van Rogier van der Weyden is in de vakliteratuur heel wat te doen geweest. De discussie is ook tamelijk complex en is opgebouwd uit een samenspel van archivarisch bronnenmateriaal en stijlanalyse. De verschillende feiten die de afgelopen anderhalve eeuw aan het licht zijn gebracht laten zich niet zonder een stevige argumentatie aan elkaar verbinden. Hier volgt een opsomming van de feiten zoals ze vandaag algemeen worden aanvaard.

Rogier van der Weyden zou omstreeks 1398-1400 in Doornik als zoon van Henri de le Pasture en Agnès de Watreloz zijn geboren. De naam Van der Weyden is een vernederlandsing van De la Pasture, nadat hij verhuisde van het Vlaamse Doornik (Tournai) naar het Brabantse Brussel. Zijn geboortedatum is afgeleid van documenten uit april 1435 en uit september 1441 waarin hij respectievelijk als 35 en 43 jaar oud wordt bestempeld. Op 17 november 1426 schenkt de stad Doornik vier kannen wijn aan een zekere 'maistre Rogier de le Pasture'. Het is niet duidelijk of dit document betrekking heeft op de schilder Rogier. Meestal werd de wijn als 'erewijn' aangeboden nadat een student ergens aan een universiteit in den vreemde een meestergraad (Magister) had behaald. Sommige auteurs hebben hieruit opgemaakt dat het om een naamgenoot van de schilder gaat. De meesten echter houden het bij dezelfde Rogier de le Pasture die voor hij zijn schildersopleiding in Doornik voltooide in Keulen of Parijs een meestertitel behaalde aan een universiteit. Dit kan in overeenstemming worden gebracht met de voor een schilder (in die tijd toch nog aangezien als een ambachtsman) ongewone eerbewijzen die Rogier later nog te beurt zullen vallen, en ook met de nogal 'geleerde' en theologisch onderbouwde opbouw van de werken die aan Rogier worden toegeschreven.

In een document van de 5e maart van het volgend jaar 1427 is er sprake van een zekere Rogelet de le Pasture, geboortig van Doornik die in de leer gaat bij Robert Campin. De benaming 'Rogelet' heeft sommige auteurs er toe gebracht te poneren dat er inderdaad twee naamgenoten leefden in Doornik. Rogier de le Pasture wordt gezien als de oudere universiteitsstudent die de erewijn aangeboden kreeg, terwijl 'Rogelet' de jongere schilder is die in de leer gaat bij meester Robert Campin (meestal vereenzelvigd met de zogenaamde 'Meester van Flémalle'). Een leeftijd van 27 tot 29 jaar was inderdaad zeer oud om in de leer te gaan als schilder. Recenter onderzoek heeft echter uitgewezen dat in de schildersateliers niet alleen jonge leerjongens (vanaf 10-14 jaar) werkzaam waren, maar ook oudere en meer ervaren mannen die echter nog geen zelfstandig atelier waren begonnen. De terminologie leerling, meester, gast etc. werd in de 15e eeuw anders toegepast en geïnterpreteerd dan wij dat vandaag plegen te doen.

Een document van 1 augustus 1432 lijkt te bevestigen dat 'Rogier' en 'Rogelet' de le Pasture inderdaad één en dezelfde persoon zijn; 'Maistre Rogier de le Pasture, natif de Tournay, fut reçue à le francise de mestier des paintres le premier jour d'aoust l'an dessudit'. Deze inschrijving van Rogier als vrijmeester volgt onmiddellijk op de schorsing van zijn meester Robert Campin, die wegens overspel was veroordeeld en zijn taken niet meer mocht uitvoeren. Rogier komt zo waarschijnlijk aan het hoofd van een zelfstandig atelier. Ondertussen is hij al midden de dertig en ook in zijn privéleven is er een en ander gebeurd. Voor of in 1427 was hij gehuwd met Elisabeth Goffaert, de dochter van een Brusselse schoenmaker. Op dat ogenblik moet Rogier dus al banden met Brussel hebben gehad, de stad waar hij ten laatste in 1435 gaat wonen. In dat jaar wordt hij in de Doornikse archieven als woonachtig in Brussel opgegeven. Hij heeft op dat ogenblik al twee kinderen: Cornelis en Margaretha. De band met zijn vaderstad blijft echter aanwezig. Hij blijft er opdrachten uitvoeren en ook financieel heeft hij er nog belangen.

Uit een document van 2 mei 1436 blijkt dat hij in Brussel is aangesteld als een vast bezoldigd stadsschilder. In een document uit datzelfde jaar 1436 komen we ook voor het eerst zijn vernederlandste naam 'Rogier van der Weyden' tegen. In de jaren 1443-44 kocht hij een woning aan nabij het Cantersteen in Brussel. Hij leefde daar tot aan zijn dood op 18 juni 1464. Rogier van der Weyden overleed als een zeer welvarend man. Hij liet geldsommen en schilderijen na aan het kartuizerklooster van Scheut en het klooster van Herne, waar zijn zoon Cornelis monnik was. De schilder werd begraven in de Kathedraal van Sint-Michiel en Sint-Goedele. In de op de grafplaat aangebrachte tekst wordt de schilder geroemd als de "pictor altissimus in universo mundo illustrissimus".

Werken[bewerken]

Het laatste oordeel (Beaune (Côte-d'Or))

Tijdens zijn leven en na zijn dood werd Rogier in heel Europa als een groot schilder geroemd. Hij had opdrachtgevers tot ver buiten onze grenzen. Werken van hem zijn in de 15e en 16e eeuw gedocumenteerd in Italiaanse, Spaanse en Duitse collecties en kerken. Toch is er geen enkel werk bewaard dat met absolute zekerheid aan Rogier kan worden toegeschreven.

Rogier schilderde vooral altaarstukken en portretten. Ook schetsen van hem zijn bewaard gebleven. Zijn werken behoren tot de Noordelijke renaissance. Het portret van Isabella van Portugal (1397-1472) is vermoedelijk een kopie van rond 1500, van het portret door Rogier van der Weyden dat verloren gegaan is. De titel (PERSICA SIBYLLA) linksboven is een latere toevoeging. Zijn kleinzoon Goswin van der Weyden (1465-1538) schilderde vooral godsdienstige voorstellingen en portretten.

De geschiedenis van Herkenbald en Trajanus[bewerken]

Rogiers 'Magnum Opus' was de zogenaamde Geschiedenis van Herkenbald en Trajanus, ook genoemd gerechtigheidstaferelen bedoeld voor de raadszaal (huidige Gotische zaal) van het Brusselse stadhuis aan de Grote Markt en vervaardigd tussen 1440 en 1450. Het monumentale werk stelt acht scènes voor uit het leven van Trajanus en Herkenbald verdeeld over vier grote beschilderde houten panelen van elk meer dan vier meter hoogte en breedte. Het werk ging in 1695 verloren tijdens het bombardement van Brussel door de legers van Lodewijk XIV van Frankrijk. We kennen het slechts uit talloze beschrijvingen en lofprijzingen die bezoekers er in de 15e, 16e en 17e eeuw over neerschreven en uit fragmentarische kopieën en varianten (enkele tekeningen en een groot wandtapijt) die een echo bieden van de verloren pracht. Het wandtapijt Trajanus en Herkenbald dat naar deze groep werken verwijst, wordt bewaard in het Historisches Museum van Bern.

De geschilderde taferelen in het Brussels stadhuis waren bedoeld als een "exemplum justitiae", een schrikwekkend voorbeeld voor de schepenen die goed moesten besturen en recht dienden te spreken. Het diende als aanmaning voor de bestuurders om hun taak gewetensvol uit te oefenen. Zij waren opgehangen tegen de lange blinde binnenwand van de zaal en dus recht tegenover de banken waarop de schepenen en rechters zitting hielden. De rechters hadden deze 'exempelen' dus permanent voor ogen. De panelen met meer dan levensgrote figuren werden geroemd om hun bijzonder geslaagde weergave van emoties. Aan de onderzijde waren teksten aangebracht die het verhaal verklaarden. Op een van de panelen was een zelfportret van Van der Weyden afgebeeld.

Het wandtapijt rond deze voorstelling was ook te zien op de grote overzichtstentoonstelling in het Museum M te Leuven in het najaar 2009. Enkele bekende Vlaamse acteurs spraken een luisterspel in voor de audiogids bij het bekijken van dit tapijt.

De Kruisafneming[bewerken]

Het belangrijkste en invloedrijkste werk dat aan van der Weyden kan worden toegeschreven is de Kruisafneming die zich vandaag in het museo del Prado in Madrid bevindt. Dit werk is wellicht het invloedrijkste schilderij uit de hele 15e-eeuwse kunstgeschiedenis. Het bleef eeuwenlang een maatstaf voor de uitbeelding van emoties in de religieuze kunst.

De vorm, de compositie en het kleurgebruik van dit werk zijn opmerkelijk.

De ietwat te grote figuren van dit werk zitten als het ware gevat in een bak met in het midden een verhoging om het kruis af te beelden. Het stelt een vergulde bak voor die men kent uit de minutieus gesneden retabels. De schilderstijl van de figuren verwijst naar gepolychromeerde beelden. De zorgvuldig bestudeerde compositie met het rijm in de armbeweging van twee op de voorgrond geplaatste figuren (Maria en haar zoon) en de naar linksonder vallende compositielijn geven het thema van de kruisafneming (dat al geladen is) nog meer dramatiek mee. De haast levensgrote figuren bezitten een zeer grote graad van detaillering en realisme en munten uit door precieze stofuitdrukking. Haren, baarden, stoffen en pelzen zijn haast tastbaar aanwezig, en toch geeft de compositie in haar geheel een gebalde, uitgepuurde en gesynthetiseerde indruk. Geen enkel detail geeft de indruk overbodig te zijn. Het gaat hier niet zozeer om een descriptief detailrealisme zoals bij Jan van Eyck maar eerder om een synthetisch detailrealisme. Het werk is zo geconcipieerd dat het op om het even welke beschouwingsafstand een verpletterende indruk maakt. De beschouwer kan als het ware haast eindeloos blijven inzoomen op het werk. De hele opbouw van het werk is toegespitst op het uitdrukken en overbrengen van emoties.

Maria Magdalena leest[bewerken]

Maria Magdalena leest is de naam van een doek dat in de National Gallery te Londen wordt bewaard. Het is een van de drie resterende fragmenten van een groot schilderij, olie op eik, in de vorm van een altaarstuk. Grote delen van het doek zijn verdwenen. Het is niet zeker wanneer van der Weyden het doek heeft geschilderd alhoewel wordt aangenomen dat het vóór 1438 tot stand kwam. Het schilderij is gekend via een laat-vijftiende-eeuwse tekening van een deel ervan: Maagd en Kind met een heilige bisschop, Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Ergens vóór 1811 werd het origineel in meer dan drie stukken gesneden om waarschijnlijk zo ieder deel voor meer geld te kunnen verkopen dan het geheel. Twee andere fragmenten worden bewaard in het Museu Calouste Gulbenkian te Lissabon.

Roem, uitstraling en invloed[bewerken]

Sint Ivo (c. 1450) Olieverf op eiken paneel, 45 x 35 cm, National Gallery, Londen
Maria Magdalena, Hout, 41 x 34 cm, Louvre, Parijs
Portret van een dame, ca. 1460 Rogier van der Weyden

Dat Rogier van der Weyden reeds tijdens zijn leven in geheel Europa een geweldig prestige genoot blijkt uit talrijke archiefdocumenten en literaire teksten die uit zijn tijd zijn overgeleverd. Met name in Spanje en Italië drongen zijn werken vroeg door en werden er zeer lovend onthaald. In 1445 schonk koning Juan II van Castilië het zogenaamde "Miraflorestriptiek" (Berlijn, Gemäldegalerie) aan het door hem gestichte en begunstigde kartuizerklooster van Miraflores bij Burgos. In de annalen van dit klooster werd deze gebeurtenis vermeld, en met trots werd ook de naam van de kunstenaar vernoemd (wat toen zeer ongebruikelijk was) als: "Magistro Rogel, magno, & famoso Flandresco" (meester Rogier, grote en beroemde Vlaming). In juli 1449 toonde de machtige Leonello d'Este Markies van Ferrara vol trots een triptiek van Van der Weyden uit zijn bezit aan de geleerde Cyriacus van Ancona die het vervolgens geestdriftig beschreef en daarbij Rogiers kunst als "eerder goddelijk dan menselijk" bestempelde. Uit betalingen daterend uit de jaren 1450-1451, is bekend dat Leonello nog andere werken bij Van der Weyden bestelde. Uit deze rekeningen blijkt weerom de achting die men voor Rogier koesterde. Hij werd er in omschreven als: "excelenti et claro pictori M. Rogerio". Ook de geniale Duitse geleerde en kardinaal Nicolaus Cusanus was vol lof over Rogiers "Geschiedenis van Herkenbald en Trajanus" die hij in het Brusselse stadhuis had gezien en die hij vermeldde in zijn werk "De visione Dei". In deze context noemde hij Rogier de "grootste der schilders"; Rogeri maximi pictoris.

Bibliografie[bewerken]

  • Lorne Campbell, Van der Weyden, London, 2004.

Een degelijke en toegankelijke inleiding tot het leven en werk van Van der Weyden door de Conservator Oudnederlandse schilderkunst van de National Gallery in Londen.

  • Martin Davies, Rogier van der Weyden: an Essay, with a Critical Catalogue of Paintings Assigned to him and to Robert Campin, Londen, 1972.

Voorheen het standaardwerk over Rogier van der Weyden, van de hand van de Oud-Conservator Oudnederlandse schilderkunst van de National Gallery in Londen.

  • Dirk De Vos, Rogier van der Weyden. Het volledige oeuvre, Mercatorfonds, Antwerpen, 1999.

Tegenwoordig het absolute standaardwerk over leven en werken van Rogier van der Weyden. Het werk is onder meer vertaald in het Engels, Frans en Duits. Dirk de Vos was conservator van het Groeningemuseum in Brugge en is een expert op het gebied van de 'Vlaamse Primitieven'.

  • Elisabeth Dhanens, Rogier van der Weyden: revisie van de documenten, Verhandelingen van de Koninklijke academie voor wetenschappen, letteren en schone kunsten van België. Klasse der schone kunsten, 59, Brussel, 1995.

Een verdienstelijke, zij het niet geheel volmaakte herbeschouwing van (alle) documenten die omtrent leven, werk, receptie van het werk...zijn gekend. Door de "Grande Dame" van de Belgische kunstgeschiedenis die kan bogen op een decennialange ervaring. Dhanens is meestal niet echt teruggegaan naar de documenten zelf, maar citeert uit de oudste uitgaven van deze documenten. De citaten zijn vaak kort, en de context waarin zij voorkomen is vaak niet weergegeven. Ook het kritische apparaat bij de betreffende bronnen is soms beperkt. Wel zeer interessant zijn de nogal controversiële persoonlijke interpretaties die Dhanens aan het geheel van de bronnen weet te onttrekken.

Musea[bewerken]

De werken van Rogier van der Weyden zijn verspreid over diverse musea, onder andere:

Tentoonstelling[bewerken]

In het najaar 2009 vond in het nieuwe Leuvens Museum M een grote internationale bruikleententoonstelling plaats over het werk van Rogier van der Weyden met als titel Rogier van der Weyden 1400|1464 – De passie van de meester.[1]

De tentoonstelling bracht ca. 100 topwerken uit de belangrijkste Europese en Noord-Amerikaanse collecties samen. Hoezeer de meester andere kunstenaars inspireerde, moest spreken uit tal van schilderijen, beeldhouwwerken, tapijten, tekeningen en miniaturen.[bron?] Volgens kunstkenner Lorne Campbell zou de tentoonstelling het publiek van enkele mythes over de schilder kunnen doen afstappen.[2]

Referenties[bewerken]

  1. Geert Van der Speeten: "Leuven telt af naar nieuwe museumsite", De Standaard, woensdag 24 juni 2009. Geraadpleegd 2009-11-25.
  2. Jan Braet: ""Rogiers 'Kruisafneming' is nooit goed begrepen"", Knack.be, 18 september 2009. Geraadpleegd 2009-11-25.

Externe links[bewerken]