Alfons V van Aragón

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Alfons V
1396 - 1458
Alfonso-V-el-Magnanimo.jpg
Koning van Aragón
Koning van Sicilië
Koning van Sardinië
Periode 1416 - 1458
Voorganger Ferdinand I
Opvolger Johan (II / I / II)
Koning van Napels
Periode 1442 - 1458
Voorganger René I
Opvolger Ferdinand I
Vader Ferdinand I van Aragón
Moeder Eleanor d'Albuquerque
Armoiries Aragon Sicile.svg
Wapen van Alfons

Alfons de Grootmoedige K.G. (Medina del Campo, 1396Napels, 27 juni 1458) was vanaf 1416 de koning van Aragón (als Alfons V), Valencia (als Alfons III), Majorca, Sardinië en Corsica (als Alfons II), van Sicilië (als Alfons I) en graaf van Barcelona (als Alfons IV). In 1442 tot zijn dood werd hij tevens koning van Napels (als Alfons I). Hij was een van de belangrijkste figuren van de vroege renaissance en een ridder van de Orde van de Draak. In 1445 werd hij ridder in de Orde van het Gulden Vlies.

Biografie[bewerken]

Op 28 juni 1412 werd hij de rechtmatige troonopvolger voor Aragón toen zijn vader volgens het Compromis van Caspe werd uitgeroepen tot koning. Op 12 juni 1415 trouwde hij met zijn nicht Maria, dochter van Hendrik III van Castilië en Catharina van Lancaster.

Op 2 april 1416 werd hij, na het overlijden van zijn vader, koning van Aragón en van de overige koninkrijken waarover zijn vader geregeerd had. Alfons was vooral geïnteresseerd in het oostelijk Italiaanse deel van het rijk en de mogelijkheid om dat deel uit te breiden. Hierna trok hij meteen naar Catalonië om zich in te laten zweren, maar omdat hij de gelofte in het Castiliaans aflegde, maakte hij zich meteen al minder populair. In de Catalaanse Cortes van 1419 werd een verbond van edelen, dorpen en burgers gesloten dat van de koning eiste dat hij het hoge aantal Castiliaanse regeringsfunctionarissen zou terugbrengen.

De heerschappij over Sardinië werd door Alfons en de Republiek Genua betwist en in 1420 begon Alfons een krijgstocht om Corsica te veroveren. Hij vertrok uit Spanje in mei dat jaar, landde bij Alghero in juni en onderwierp de opstandige Sardiniërs die door Genua werden gesteund. Hij veroverde Calvi in september en belegerde Bonifaci, maar werd toen door de Genuanen van Corsica verdreven.

Hij reisde in 1423 terug naar Spanje om daar opnieuw troepen en middelen te verzamelen en liet zijn broer Peter van Aragón als plaatsvervanger in Italië achter. Op zijn terugtocht naar Spanje nam hij Marseille in, dat toebehoorde aan Lodewijk III van Anjou en liet de stad plunderen. Daarna scheepte hij zijn troepen in aan het eind van 1423 in Catalonië. Hij dreigde Castilië aan te vallen als zijn broer Hendrik niet zou worden vrijgelaten. Deze was gevangengenomen door Johan II van Castilië en Álvaro de Luna.

Het jaar daarop riep de kinderloze Johanna II van Napels hem te hulp tegen Lodewijk III van Anjou met de belofte dat ze hem erfgenaam zou maken. Alfons huurde de hulp in van de beroemde condottiero Braccio da Montone en bond de strijd aan met Lodewijk III van Anjou en diens troepen, aangevoerd door Muzio Attendolo Sforza. Paus Martinus V steunde Sforza en daarom zocht Alfons steun bij Tegenpaus Benedictus XIII. Toen Lodewijk door Sforza in de steek werd gelaten, leken alle troeven in handen van de Aragonese koning. Hij wist te bewerkstelligen dat Lodewijk zijn beleg van Napels moest opgeven.

Johanna II keerde zich echter tegen hem. Alfons liet haar minnaar Gianni Caracciolo, een belangrijke figuur aan het Napolitaanse hof gevangenzetten. Nadat een poging om ook Johanna gevangen te nemen was mislukt, riep de koningin de hulp in van Sforza, die de Aragonese milities bij Castel Capuano in Napels versloeg. Alfons vluchtte daarna naar Castel Nuovo. Een vloot van tweeëntwintig schepen onder bevel van Giovanni da Cardona kwam hem te hulp.

De koningin trok zich terug naar de burcht van Aversa en benoemde alsnog Lodewijk tot erfgenaam. De anti-Aragonese coalitie werd verder versterkt door de Milanese hertog Filippo Maria Visconti. De Genovese vloot voer onder leiding van Filippo Maria Visconti naar de zuidelijke Tyrreense Zee en veroverde Gaeta, Procida, Castellammare del Golfo en Sorrento. Daarna sloegen de troepen in 1424 hun beleg op rondom Napels, dat verdedigd werd door Peter van Aragón. De stad viel in april 1424 en Peter vluchtte in augustus naar Sicilië. Napels werd opnieuw bezet door Johanna II en Lodewijk II, alhoewel de eigenlijke macht in handen was van Gianni Caracciolo.

In 1432 kreeg hij opnieuw een kans om Napels te veroveren toen Caracciolo via een samenzwering werd vermoord. Alfons probeerde opnieuw om de gunst van de koningin te verwerven, maar dit mislukte.

Toen Johanna in 1435 stierf en Lodewijks broer René I van Anjou op de Napolitaanse troon kwam besloot Alfons opnieuw aan te vallen. Enige andere Italiaanse staten werkten hem echter tegen en hij werd op 5 augustus door de Genuezen verslagen, gevangengenomen en uitgeleverd aan Filippo Maria Visconti. Deze liet hem echter al spoedig vrij.

Op 12 juli 1442 lukte het Alfons eindelijk definitief in Napels aan de macht te komen en in 1443 vestigde hij er ook zijn hof. Hij keerde - ondanks een opstand en oorlog met Castilië - nooit meer naar Spanje terug en liet de regering aldaar over aan zijn broer Johan. Om de steun van paus Eugenius IV - die suzereiniteit over Napels had - te verwerven, schaarde Alfons zich aan diens kant en verliet de zijde van tegenpaus Felix V, die hij aanvankelijk had gesteund.

Spanje[bewerken]

zilveren medaille door Pisanello

Toen Ferdinand I van Aragón stierf liet hij ook bezittingen na in Castilië waar zijn zonen aanspraak op konden maken. Alfons hoopte dat zijn broer Johan tevreden zou zijn met het gouverneurschap over Navarra. Daarom regelde hij een huwelijk tussen Johan en de troonopvolger, Blanca I van Navarra, dat in 1420 werd voltrokken. Johan werd zo koning-gemaal maar was niet tevreden met deze positie. Zijn zoon Karel van Viana, uit zijn huwelijk met Blanca, maakte ook aanspraak op de troon van Navarra.

De regering van Aragón liet Alfons tijdens zijn veelvuldige afwezigheid over aan zijn vrouw Maria. Na de verovering van Napels vestigde hij zijn hof aldaar en keerde nooit meer naar Spanje terug.

Cultuur[bewerken]

Alfons ging om met humanisten en steunde kunst en - Spaanse - literatuur. Hij was een zeer groot liefhebber van klassieke schrijvers als Livius en Julius Caesar en zou zelfs een keer van een ziekte genezen zijn door zich uit de biografie van Alexander III de Grote van Quintus Curtius Rufus te laten voorlezen. Desondanks had hij een weinig verfijnde smaak. Hij stierf op 27 juni 1458 en werd in overeenstemming met zijn testament in de Spaanse landen opgevolgd door zijn broer Johan en in Napels door zijn bastaardzoon Ferdinand.

Nageslacht[bewerken]

Het huwelijk tussen Maria en Alfons bleef kinderloos. Alfons had drie minnaressen:

  • Margarita van Hijar, dochter van Juan Fernández de Hijar, baron van Hijar, heer van Belchite,
met wie hij een kind had:
- Ferdinand I van Napels (1423-1494), die zijn vader opvolgde als koning van Napels in 1458
  • Giraldona Carlino,
met wie hij twee kinderen kreeg:
- Maria van Aragón (? - 1449 )
- Eleonora van Aragón
Bronnen, noten en/of referenties