Inês de Castro

Uit Wikipedia, de vrije encyclopedie
Ga naar: navigatie, zoeken
Inês de Castro
1325-1355
Inecastro.jpg
Koningin van Portugal
Voorganger Beatrix van Castilië
Opvolger Leonor Teles de Menezes
Vader Pedro Fernandez de Castro
Moeder Aldonzo Lorenzo de Valladres

Inês de Castro (Comarca de La Limia, Galicië, 1325 - Coimbra, 7 januari 1355) was de minnares van koning Peter I van Portugal.

Levensloop[bewerken]

Inês de Castro was de dochter van Pedro Fernandez de Castro een belangrijke edelman uit Galicië, Spanje en Aldonza Lorenzo de Valladares. Deze Pedro werd ook genoemd “El de la Guerra”, in het Nederlands “Hij van de Oorlog”, wegens zijn ongebreidelde vechtlust en veroveringsdrang.

Peter, de kroonprins, werd in 1339/1340 door zijn vader Alfons IV uitgehuwelijkt aan Constance Manuel van Castilië, met als doel de banden tussen Portugal en Castilië te verstevigen. Inês de Castro maakte deel uit van het gevolg van Constance, was bovendien een nicht van de prinses. Peter werd smoorverliefd op Inês. Hij was familie van Inês, want beide waren zij achterkleinkinderen van Sancho IV van Castilië.

Vanwege de oorlog in Castilië tussen Peter de Wrede en Hendrik II van Castilië zocht een deel van de Castiliaanse edelen onderdak in Portugal. Deze ballingen uit Castilië profiteerden van de invloed van Inês en wisten hun invloed aan het Portugese hof aanzienlijk uit te breiden. Peter raakte bevriend met de broers van Inês, Fernando de Castro, en Álvaro Pires de Castro, die streefden naar een hereniging van Portugal met het koninkrijk Castilië.

Koning Alfons IV zag dat de verhouding van zijn zoon de relatie met Castilië in gevaar bracht. Bovendien vormde de toenemende macht van de Spaanse edelen een bedreiging voor zijn troon. Toen bleek dat Peter niet van plan was om zijn relatie met Inês op te geven, gaf de koning opdracht de minnares van zijn zoon te vermoorden. Dit gebeurde uiteindelijk in 1355 in het klooster Quinta de Lagrima in Coimbra.

Volgens de overlevering was Inês een mooie vrouw, en werd zij “Cuello de Garza” (letterlijk vertaald “reigershals”) genoemd. Ze was sierlijk, had een blanke huid en heldere blauwe ogen.

Na de moord op Inês komt Peter in opstand tegen zijn vader, en er ontstond een burgeroorlog. Uiteindelijk werd er vrede gesloten, via bemiddeling van de aartsbisschop van Braga, Dom Gonçalo Pereira.

De moordenaars van Inês zochten onderdak in Castilië. Twee van hen, Pêro Coelho en Álvaro Gonçalves werden na de dood van Alfons IV uitgeleverd aan Peter, die hun wreed liet vermoorden. De derde ontsnapte naar Aragón en later naar Frankrijk.

In 1357 overleed koning Alfons IV en in 1360 verklaarde Peter, zwerend op het evangelie, dat hij voor de dood van Inês met haar getrouwd zou zijn. Daarna liet hij het overschot van Inês opgraven en overbrengen naar het klooster van Santa María de Alcobaça. Daar liet hij een grafmonument maken, dat nog steeds bestaat. Het bestaat uit twee marmeren graftomben waarin de vorsten tegenover elkaar liggen. Het idee is dat op de Dag des oordeels beide vorsten al overeind komend elkaar aankijken. Op het monument bevindt zich de inscriptie Até ao fim do mundo, in het Nederlands Tot aan het einde van de wereld.

De geschiedenis van Inês de Castro heeft vele schrijvers geïnspireerd, waaronder Victor Hugo. Verder vormt de geschiedenis van de Inês en Peter het motief voor maar liefst 20 opera's, de beroemdste zijn: Inês de Castro door Nicola Antonio Zingarelli (1798) en Inês de Castro door Giuseppe Persiani (1835).

Nageslacht[bewerken]

  • Alfons van Portugal (dood bij geboorte)
  • Beatriz (1347-1381)
  • João (1349-1387)
  • Dinis (1354-1397)

Werken over het leven van Inês de Castro[bewerken]

  • Luis Vélez de Guevara, Reinar después de morir, Lissabon (1652)
  • Luís de Camões, Os Lusíadas (1572)
  • Garcia de Resende, El Portugués, 16de eeuw
  • António Ferreira, A Castro (of Tragédia de Inês de Castro) (1572)
  • Fra Jerónimo Bermúdez de Castro, Nise Lastimosa en Nise Laureada (1577)
  • Victor Hugo, Inez de Castro (1819-1820)
  • Henry de Montherlant, La Reine Morte (1942)